De schriftuurlijke zijde van de psycho-somatische geneeskunde
RECHTVAARDIGE beginselen volgen, kan een goede uitwerking hebben op ons lichaam, niet als een directe beloning van God, maar wegens de belangrijke betrekking die er tussen onze geest en ons lichaam bestaat. Deze betrekking wordt psycho-somatisch (geest, psyché, en lichaam, soma) genoemd. Het tegenovergestelde moet dan ook waar zijn, dat het volgen van onrechtvaardige beginselen een schadelijke uitwerking op ons lichaam kan hebben. Wij functioneren alleen het beste wanneer wij in overeenstemming met Gods rechtvaardige beginselen zijn.
Laten wij alvorens wij de Schriftuurlijke zijde van de psycho-somatische geneeskunde beschouwen, opmerken dat die soort van geneeskunde te erkennen, niet betekent dat alles wat de „psycho-somatische stroming in de geneeskunde” voor zich opeist, volledig wordt aanvaard. ’Niet alle ziekten zijn in de geest,’ zoals duidelijk wordt aangetoond in een populair boek dat aldus is getiteld; en het psycho-somatische beginsel werkt op twee manieren, want het lichaam kan van invloed zijn op de geest en dit is inderdaad zo.
Om over de Schriftuurlijke zijde van de psycho-somatische geneeskunde te spreken, moge vele psychiaters als ketterij in de oren klinken, maar dat de uitwerking van de geest op het lichaam een belangrijke kwestie van zeden en van gedrag is, wordt door niemand anders dan Dr. Seguin te kennen gegeven, in zijn boek Introduction to Psychosomatic Medicine. Volgens hem dient deze nieuwe stroming in de geneeskunde „ergasiologie” genoemd te worden, hetgeen betekent „de wetenschap van het gedrag in een ruime betekenis.” Het gedrag van een Christen moet door Schriftuurlijke regels worden bestuurd.
Psychiaters, zij die zich bezighouden met de behandeling van stoornissen van de geest (wat hen onderscheidt van psychologen, die zich bezighouden met de studie van de werkingen van de normale geest, en psychoanalisten, die trachten door te dringen in de „onbewuste” geest ten einde achter de oorzaak van zenuwstoornissen te komen), classificeren emoties volgens de uitwerking die ze op het lichaam hebben. Aldus somt Dr. O.S. English, van de Psychiatrische faculteit aan de medische Universiteit te Temple, de acht meest schadelijke emoties op en hij rangschikt ze als volgt: 1. de behoefte aan liefde, goedkeuring en erkenning; 2. bezorgdheid; 3. vijandigheid; 4. minderwaardigheidsgevoelens; 5. ambivalentie, of een gecombineerd gevoel van liefde en haat; 6. schuld; 7. ambitie en 8. afgunst.
DE BEHOEFTE AAN LIEFDE
Waarom dient de behoefte aan liefde, goedkeuring en erkenning als eerste punt genoemd te worden op de lijst van dingen die de meeste mensen de meeste schade doen? Omdat God ons zo heeft gemaakt dat liefde onontbeerlijk is voor ons welzijn. Ongeacht onze kalenderjaren, ongeacht onze physieke en geestelijke groei en rijpheid, wij schieten nog steeds te kort tenzij wij ook rijpheid bereiken met betrekking tot onze emoties, en vooral liefde. In de vroegste kindsheid kan er niet te veel de nadruk worden gelegd op de belangrijkheid van liefde; er zijn zuigelingen gestorven die alles hadden wat zij nodig hadden behalve voldoende moederliefde. Wanneer een kind ouder wordt, kan gebrek aan liefde van de zijde der ouders er de oorzaak van zijn dat het kind asthma heeft of aan de een of andere soort van huidziekte lijdt; wanneer een kind zich wegens een gebrek aan liefde, in bepaalde opzichten onveilig voelt, kan dit van invloed zijn op zijn physieke gezondheid.
Wanneer het kind nog een baby is en gedurende zijn vroege kindsheid, is de zelfzucht en onachtzaamheid van de ouders er de oorzaak van dat het kind te lijden heeft omdat het niet voldoende liefde ontvangt; maar wanneer wij ouder worden, is het onze eigen fout wanneer wij aldus te lijden hebben wegens gebrek aan liefde. Het toont aan dat wij geen liefde geven, want liefde geven, betekent ook liefde ontvangen. Merk op hoe de Schrift hierop de nadruk legt: „Beoefent het geven, en de mensen zullen u geven. Zij zullen een goede, ingedrukte, geschudde en overlopende maat in uw schoot uitstorten. Want met de maat waarmede gij uitmeet, zullen zij op hun beurt u uitmeten.” „Het is gelukkiger te geven dan te ontvangen.” „Een vrijgevig man zal worden verrijkt, en iemand die laaft, zal zelf worden gelaafd.” „Een weldadig man doet zichzelve wèl.” — Luk. 6:38; Hand. 20:35, NW; Spr. 11:25, RS; Spr. 11:17, NBG.
Er kan niet te veel de nadruk worden gelegd op de belangrijkheid van liefde, en ongeacht hoe onbeduidend onze taak moge schijnen, indien ze uit liefde wordt gedaan, is ze bevorderlijk voor ons physieke welzijn. Door sommigen wordt het „Eros” (liefde) of het scheppende instinct genoemd, en hierover zegt een zekere Hutschnecker, in The Will to Live: „Liefde in haar allesomvattende betekenis, zoals in de Bijbel over liefde wordt gesproken, is het scheppende instinct.” Indien wij dus lijden aan de meest schadelijke van alle emoties, de behoefte aan liefde, is dit omdat wij de instructies in de Schrift niet opvolgen met betrekking tot het betonen van liefde jegens anderen. „Gij moet uw naaste liefhebben als u zelf.” — Matth. 22:39, NW.
BEZORGDHEID — VREES EN GEPIEKER
De volgende meest schadelijke emotie is bezorgdheid, en hierbij is vrees en gepieker inbegrepen. Dat men hierdoor rimpels kan krijgen en voor zijn tijd oud kan zijn, is welbekend, wat echter niet zo goed bekend is, is dat men hierdoor vatbaarder is voor ziekten. Aldus werd door twee dokters, die een langdurige studie hebben gemaakt van ongeveer 1300 telefonisten in de stad New York, ontdekt dat de vrouwen die het meeste ziek waren, degenen waren die het meeste piekerden, terwijl het weduwen waren en gescheiden vrouwen die kinderen hadden voor wie zij moesten zorgen. Dokters hebben eveneens ontdekt dat bezorgdheid de hartslag wel 27 slagen per minuut doet afnemen. In de Bijbel wordt aangetoond dat „de mensen mat worden uit vrees” en dat vrees het hart kan doen stilstaan. — Luk. 21:26, NW; Jes. 13:7.
Het Schriftuurlijke tegenmiddel is voor de hand liggend, namelijk, geloof. Neem nota van Jezus’ raad in dit opzicht: „Houdt er mee op bezorgd te zijn over uw ziel met betrekking tot wat gij zult eten of over uw lichaam met betrekking tot wat gij zult dragen. Wie van u kan door bezorgd te zijn één el aan zijn levensduur toevoegen? Indien gij daarom niet het minste kunt doen waarom dan bezorgd te zijn over de overige dingen? . . . gij kleingelovigen! Houdt er daarom mee op te zoeken wat gij zoudt eten en wat gij zoudt drinken, en houdt er mee op in bezorgde spanning te verkeren, want dit alles streven de natiën der wereld vurig na, maar uw Vader weet dat gij deze dingen nodig hebt.” „Komt tot mij, gij allen die zwoegt en zwaar belast zijt, en ik zal u verkwikken. Neemt mijn juk op u en wordt mijn discipelen want ik ben zachtaardig en nederig van hart, en gij zult verkwikking vinden voor uw ziel. Want mijn juk is weldadig en mijn last is licht.” En merk ook Petrus’ raad op: ’Werpt al uw bezorgdheid op God want hij zorgt voor u.’ — Luk. 12:22, 25-30; Matth. 11:28-30; 1 Petr. 5:7, NW.
Vrees werkt eveneens als een slechte kracht in ons lichaam, daar ze het hart en de maag schade toebrengt en de klieren met inwendige afscheiding, belast. Chirurgen weten dat vrees het verschil kan betekenen tussen het slagen of het mislukken van een operatie. Hier is het geneesmiddel wederom geloof. Zoals Paulus ons in herinnering brengt, heeft Jehovah gezegd: „Ik zal u geenszins in de steek laten en u in geen geval verlaten. Zodat wij goede moed kunnen hebben en kunnen zeggen: ’Jehovah is mijn helper; ik zal niet bevreesd zijn. Wat kunnen mensen mij aandoen.’” En wel honderd keer wordt in de Schrift het bevel gegeven: „Vreest niet.” — Hebr. 13:5, 6, NW.
Vrees geeft niet alleen blijk van ongeloof maar tevens dat de persoon geen liefde bezit. Het verraadt ongewone bezorgdheid voor ons welzijn. In de mate dat wij liefde voor God en onze naaste hebben, zullen wij des te minder bezorgd zijn over ons zelf. Daarom zegt Johannes dat zij die liefde hebben, vrijheid van spreken hebben, want „er is in liefde geen vrees.” — 1 Joh. 4:17, 18, NW.
VIJANDIGHEID
Vijandigheid of persoonlijke haat, hetzij gewelddadig tot uitdrukking gebracht of onderdrukt, brengt het lichaam schade toe. De eerstgenoemde soort van haat kan de oorzaak zijn van noodlottige hartaanvallen; hevige aanvallen van indigestie en zelfs beroerten. Betreffende de laatstgenoemde soort van haat wordt ons het volgende gezegd: „Een ieder die een groot assortiment van onderdrukte emoties heeft, vooral van de verscheidenheid van haat en vrees, legt grote hoeveelheden van gewoonlijk ter beschikking staande emotie vast,” en dat ze ’een verkwisting of verspilling van energie betekenen ten gevolge van het gebrekkige maaksel van de persoonlijkheid.’ Eveneens dat „inwendige haat ziekte van de inwendige organen veroorzaakt en gedeeltelijke zelfmoord betekent.”
De Bijbel verwijst naar vlagen van toorn als naar werken van het vlees, welke een Christen dient te mijden. Wij worden er in de Bijbel aan herinnerd dat liefde niet wordt geërgerd en dat hij die zijn aard of temperament, zijn geest, beheerst, groter is dan hij die een stad inneemt. — Spr. 16:32; 1 Kor. 13:5; Gal. 5:20, NW.
Gods Woord geeft ons eveneens de raad geen wraakgevoelens te koesteren en geen „inwendige haat” bij ons te dragen. In de Bijbel wordt ons gezegd dat ’onze broeder te haten, betekent een moordenaar te zijn en dat geen moordenaar eeuwig leven zal verwerven.’ „Gij moet uw broeder niet in uw hart haten.” „Laat de zon niet ondergaan terwijl gij in een geërgerde toestand verkeert” (1 Joh. 3:15; Lev. 19:17; Ef. 4:26, NW). Vijandigheid of persoonlijke haat is eigenlijk een vorm van opstandigheid. Er wordt een verlangen door uitgedrukt een ander te straffen en schade toe te brengen. Ze wenst niet op Jehovah te wachten opdat hij rekenschap kan eisen maar wenst haar zelf recht te verschaffen. Merk op hoe dit in de wet van Mozes onder onze aandacht wordt gebracht, alwaar, zo zij terloops opgemerkt, ons eveneens wordt getoond wat het geneesmiddel is: „Gij moet geen wraak nemen noch een wrok tegen de zonen van uw volk hebben; en gij moet uw naaste liefhebben gelijk u zelf.” In plaats van met gelijke munt terug te betalen, worden wij veeleer onderricht: „Blijft uw vijanden liefhebben, goeddoen aan hen die u haten, en hen die u vloeken, zegenen.” — Lev. 19:18; Luk. 6:27, 28, NW.
In dit verband moet er echter worden opgemerkt, dat in de Bijbel wordt te kennen gegeven dat er zoiets is als een juiste haat, een „volmaakte haat,” de soort van haat die David had voor hen die Jehovah haatten (Ps. 139:21, 22). Maar zulk een haat schaadt ons niet, want ze gaat niet gepaard met een verlangen om degenen die wij haten, persoonlijk schade toe te brengen, maar ze heeft veeleer tot gevolg dat wij een afschuw van hen krijgen hetgeen ons er toe brengt dat wij niets met hen te doen willen hebben.
MINDERWAARDIGHEIDSGEVOELENS EN AMBIVALENTIE
Minderwaardigheidsgevoelens werken deprimerend op het menselijke organisme en worden veroorzaakt doordat men de geest op zichzelf gericht houdt. Jeugd, gebrek aan opvoeding, armoede, persoonlijke verschijning of een lage stand kunnen er de oorzaak van zijn dat iemand zich inferieur gevoelt, maar alleen wanneer iemand zich er om bekommert wat anderen wel van hem mogen denken.
Natuurlijk is het geneesmiddel voor zulke gevoelens, Gods geest ten aanzien van het onderwerp te krijgen door te erkennen dat niemand volmaakt is en dat een ieder staat of valt voor zijn eigen Meester. Wie heeft iets wat hij niet heeft ontvangen? Niemand. Een Christen bekleedt vanwege zijn kennis van Jehovah en diens voornemens, en het voorrecht dienst te doen als Gods dienaar, een zeer eerbare positie, die van een gezant. ’Dat daarom de nederige broeder opgetogen zij over zijn verhoging, en de rijke over zijn vernedering.’ Voor God staan wij allen op hetzelfde niveau. — Jak. 1:9, 10; Rom. 14:4; 1 Kor. 4:7; 2 Kor. 5:20, NW.
De definitie van „ambivalentie” is, een gecombineerd gevoel van liefde en haat. Het schijnt vreemd dat wij het voorwerp van onze genegenheid zouden willen krenken, maar dit is dikwijls het geval. Daar haat het tegenovergestelde van liefde is, schijnt de uitdrukking „ambivalentie” tegenstrijdig te zijn, tenzij wij bedenken dat zelfs in de Bijbel de uitdrukking „liefde” in verscheidene betekenissen wordt gebruikt, en dat aanmatigende, zelfzuchtige, hartstochtelijke verlangens soms liefde worden genoemd. Physiek worden wij er door geschaad vanwege de bezorgdheid en vijandigheid die er door in ons worden teweeggebracht.
Adams bezorgdheid voor Eva schijnt in ambivalentie te zijn overgegaan. Aan de ene kant scheen zij voor hem belangrijker te zijn dan al het andere, en aan de andere kant aarzelde hij niet de schuld voor zijn ongehoorzaamheid op haar te werpen. Ware liefde maakt iemand nederig; zelfzuchtige genegenheid maakt iemand trots. Jaloersheid is een vorm van ambivalentie en „jaloersheid is wreed als het graf.” En „een wreedaard kwelt zijn eigen vlees” (Hoogl. 8:6, KJ; Spr. 11:17, PC). Er bestaat geen twijfel over dat wij, evenals wij ons zelf gelukkig maken door anderen gelukkig te maken, ons zelf ongelukkig maken wanneer wij toelaten dat ambivalentie anderen ongelukkig maakt.
SCHULD, AMBITIE EN AFGUNST
Schuldgevoel is de straf welke een gekrenkt zedelijkheidsgevoel of geweten het lichaam aandoet in de vorm van bezorgdheid, gepieker en vrees. Soms wordt deze straf zo zwaar dat de schuldige er aan tracht te ontkomen door zelfmoord te plegen.
Voor deze schadelijke emotie bestaat ook een Schriftuurlijk geneesmiddel. Ten einde wederom een goed geweten te verwerven, is berouw noodzakelijk, en een belijdenis aan God alsmede aan degene die onrecht is aangedaan, met het verzoek om vergeving. Het is eveneens noodzakelijk dat wij geloof oefenen in Christus’ bloed en dat wij ons naar ons beste vermogen verbeteren. Indien wij anderen vergeven, kunnen wij er op vertrouwen dat God ons zal vergeven. Terzelfder tijd is nederigheid noodzakelijk, zodat wij de kastijding die wegens onze zonde over ons komt, kunnen aanvaarden. Wanneer wij berouw hebben gehad en de juiste weg zijn gaan bewandelen, moeten wij geloof oefenen dat God ons werkelijk heeft vergeven en niet ons zelf voortdurend straffen door in het verleden gedane fouten weer op te halen. — Matth. 6:4; 1 Joh. 1:7; Fil. 3:13, NW.
Ambitie of wedijver is een vorm van vijandigheid, het verlangen om iemand anders vóór te komen. Het maakt dat men tot uitersten gaat en berooft iemand van de vrede des geestes. Aldus raakt de inwendige harmonie van het lichaam van streek, er worden spanningen geschapen en men wordt vatbaarder voor ziekten. Zoals een zeker iemand het eens uitdrukte: „Het is beter arm te zijn en levend dan te sterven van dyspepsie.”
De Bijbel staat vol met raadgevingen dat wij geen zelfzuchtige ambitie moeten hebben. „Want wat zal het een mens baten indien hij de gehele wereld verwerft maar zijn ziel [of leven] verbeurt? of wat zal een mens in ruil voor zijn ziel geven?” Rijkdommen hebben vleugels; de roest verteert ze en dieven stelen ze. Wij kunnen niet terzelfder tijd God en Rijkdommen dienen. Het verlangen naar zelfzuchtig gewin is een wortel van alle soorten van schadelijke dingen, maar godsvrucht met zelfgenoegzaamheid is een middel van groot gewin. Laat er in ons leven daarom geen zelfzuchtige ambitie zijn, terwijl wij tevreden zijn met datgene wat wij hebben. — Matth. 16:26; 6:24, 34; 1 Tim. 6:6, 10; Hebr. 13:5, NW.
Afgunst is iemand anders diens zegeningen misgunnen. Koning Achab misgunde Naboth diens wijngaard, en de werklieden die de gehele dag in de wijngaard hadden gewerkt, waren afgunstig op de milddadigheid welke werd betoond jegens hen die slechts een uur hadden gewerkt. Afgunst schaadt het lichaam omdat het iemand berooft van de vrede des geestes; ze maakt iemand ongelukkig wegens het geluk van een ander; en daarom is ze een manifestatie van vijandigheid, daar ze de kijk op het leven verduistert, evenals Jezus te kennen gaf: ’Indien uw oog oprecht is (dat wil zeggen, „eenvoudig,” op één punt gericht, scherp en milddadig, zal uw gehele lichaam helder zijn; maar indien uw oog slecht is (dat wil zeggen, goddeloos of afgunstig), zal uw gehele lichaam duister zijn’ (Matth. 6:22, 23, NW). Het tegenmiddel voor afgunst is daarom milddadigheid en uw naaste lief te hebben gelijk u zelf.
Het is duidelijk dat wij met behulp van de Schrift de schadelijke uitwerking welke deze acht meest schadelijke emoties op ons lichaam kunnen hebben, kunnen tegenwerken door ze uit onze geest en aard te verwijderen, en aldus onze oude persoonlijkheid weg te doen en een nieuwe persoonlijkheid aan te doen. Wij moeten dit echter niet in de eerste plaats doen omdat het psycho-somatische beginsel er bij betrokken is en het een heilzame uitwerking op ons lichaam heeft, want slechts tot zo ver gaan de meeste psychologen en psychiaters; wij moeten dit doen omdat het juist is en omdat wij Jehovah God liefhebben met geheel ons hart, onze geest, ziel en sterkte en omdat wij onze naaste liefhebben gelijk ons zelf. — Ef. 4:22; Matth. 22:37-39, NW.