„Wordt daders van het woord, en niet alleen hoorders”
1. Wat is het „woord” dat thans moet worden gepredikt, en hoe alleen kan het leven van degenen die het horen, er door worden gered?
JEHOVAH’S bevel aan hen die zich in de Nieuwe-Wereldmaatschappij bevinden, luidt, ’predikt het woord.’ Dat woord is de waarheid omtrent Jehovah God en zijn Zoon, Christus Jezus, de nieuwe wereld van rechtvaardigheid en alle dingen die de Schepper van het universum door middel van zijn geschreven Woord van Genesis tot en met Openbaring aan ons heeft geopenbaard. Die boodschap moet gepredikt worden! Er zijn wel vele personen die een gedeelte van het Woord hebben gehoord, maar zelfs dat gedeelte is nooit in hen ingeplant. De „inplanting van het woord” zal levens redden. Doch het moet niet slechts bij „de inplanting van het woord dat uw ziel kan redden”, blijven (Jak. 1:21, NW). Dat Woord is in staat uw ziel te redden indien gij doet wat dat Woord zegt. Het is niet slechts het horen, het is het prediken van de dingen die gij hebt gehoord, tot anderen. Iedere persoon moet kiezen of hij Jehovah God wil dienen of in de goddeloze organisatie van de Duivel wil blijven. Wordt dus niet alleen hoorders, zoals millioenen religie-aanhangers, maar zijt daders des Woords. Volg het door de Souvereine Regeerder uitgevaardigde bevel op om te prediken, waardoor gij er blijk van geeft dat gij Jehovah wenst te aanbidden.
2. Hoeveel personen hebben in 1953 door onderdompeling in water hun opdracht gesymboliseerd, en wat kan er van hen worden gezegd?
2 Gedurende het dienstjaar 1953 waren er 50.665 personen die door onderdompeling in water symboliseerden dat zij zich aan de dienst van Jehovah God hadden opgedragen. Er kan van hen worden gezegd dat zij voor zich persoonlijk de bestemming van eeuwig leven kozen (Deut. 30:19, NW). Zij keerden de oude wereld en haar doodsaanbod de rug toe, want „de weg der goddeloozen is als de duisternis, zij weten niet waarover zij struikelen” (Spr. 4:19, OB). Zij die zich aan Jehovah hadden opgedragen, leerden dat ’elke goede gave en elk volmaakt geschenk van boven komt.’ — Jak. 1:17, NW.
3. (a) Hoeveel maal zijn Jehovah’s getuigen gedurende 1953 naar mensen van goede wil teruggegaan, en met welk doel? (b) Hoeveel studies werden er geregeld gehouden, en waarom waren de andere schapen bereid dat er zulke studies met hen werden gehouden?
3 De tijd is aangebroken waarin de andere schapen bijeenvergaderd moeten worden; en wanneer zij de stem van hun Meester horen, zullen zij volgen. Jezus Christus, de Herder-Vorst, ziet er op toe dat degenen die naar waarheid en rechtvaardigheid zoeken, de gelegenheid zullen hebben de waarheid te horen en te leren kennen. Jehovah’s getuigen, die daders des Woords zijn, zijn van huis tot huis gegaan en zijn vervolgens 22.990.305 maal gedurende het jaar naar de belangstellende mensen teruggegaan, zodat zij meer konden horen. Uit al deze millioenen opnieuw gebrachte bezoeken beslisten 50.665 personen voor zichzelf dat dit de waarheid is en dat ook zij daders des Woords wilden worden. Het hield niet slechts in naar de belangstellende mensen terug te gaan en een gezellig bezoek bij hen te brengen. Jehovah’s getuigen moesten Jehovah, hun God, tonen dat zij bekwaam waren in hun werk dat er in bestaat leraars van het Woord te zijn. Zij moesten „het zwaard des geestes, namelijk, Gods woord” kunnen hanteren (Ef. 6:17, NW). Daarom werden er elke maand gedurende het jaar gemiddeld 281.219 Bijbelstudies in de huizen van de andere schapen geleid. Dezen waren bereid door Jehovah door bemiddeling van zijn Woord te worden onderwezen, want Jehovah is de grote Leraar en tot welzijn van de menselijke familie heeft hij zijn beginselen, zijn voornemen en zijn geest in zijn geschreven Woord tot uitdrukking gebracht. Het is daarom noodzakelijk dat wij allen door Jehovah worden onderricht. „Er staat geschreven in de Profeten: ’En zij zullen allen door Jehovah worden onderwezen.’ Een ieder die het onderwijs van de Vader heeft gehoord en heeft geleerd, komt tot mij” (Joh. 6:45, NW). De andere schapen hebben er dus lust in te leren, in Jehovah’s Nieuwe-Wereldmaatschappij te komen en zijn getuigen te zijn, altijd lerend, altijd onderwijzend.
4. (a) Wat wordt door het verslag over 1953 aangetoond met betrekking tot het aantal verschillende personen die een aandeel hebben in het loven van Jehovah’s naam, en in hoeveel verschillende landen? (b) Hoeveel nieuwe gemeenten werden er gedurende het jaar opgericht, waardoor er totaal hoeveel gemeenten over de gehele wereld waren? (c) Hoeveel personen droegen zich gemiddeld elke dag gedurende 1953 op om Jehovah’s wil te doen?
4 Doordat van jaar tot jaar 50.000 of meer personen hun leven aan Jehovah God opdragen, groeit de organisatie van Jehovah’s getuigen zo snel. Thans aan het einde van het dienstjaar 1953 bemerken wij dat 519.982 verschillende personen, verspreid over 143 landen, koloniën en eilanden der zee, ’dagelijks Jehovah’s naam loven.’ De meesten van hen zijn verbonden met gemeenten, waarvan er thans 14.163 over de gehele wereld zijn. Gedurende het dienstjaar werden er 221 nieuwe gemeenten opgericht. Het is stellig wonderbaarlijk te zien dat deze pas-geïnteresseerden een deel willen worden van de Nieuwe-Wereldmaatschappij en het Woord willen prediken. Denkt u eens in, elke dag van de 365 dagen in het jaar hebben gemiddeld 139 personen hun leven opgedragen om Jehovah te dienen. Dit dagelijkse aantal is een prachtige gemeente op zichzelf. Al deze nieuwelingen die uit de organisatie van de Duivel komen, wensen geregeld aan de velddienst deel te nemen en tezamen met de Herder-Vorst het herderlijke werk uit te voeren. Bestudeer de tabel van landen die in de vorige uitgave werd weergegeven, ten einde de bijzonderheden te vernemen van datgene wat door deze getuigen van Jehovah in de wereld is gedaan.
DE NIEUWE-WERELDMAATSCHAPPIJ GESTADIG GROEIEND
5. In welke getallen met betrekking tot het gemiddelde aantal verkondigers en de procentsgewijze toename voor 1953 verheugen Jehovah’s getuigen zich, en waarom?
5 Het verblijdt ons hart te bemerken dat er 468.106 verschillende personen elke maand zonder ophouden in alle delen van de wereld aan de velddienst deelnemen. Dat was het gemiddelde aantal getuigen dat gedurende het jaar 1953 elke maand het goede nieuws predikte. Dit is 10 procent hoger dan het gemiddelde aantal verkondigers dat het jaar er vóór aan het werk deelnam. Nog beter was het hoogtepunt in het aantal verkondigers gedurende het jaar; 519.982 was 21 procent hoger dan het gemiddelde aantal verkondigers gedurende 1952. Wanneer wij het verslag voor de gehele wereld nemen, dan hebben Jehovah’s getuigen de quota bereikt die zij zich hadden gesteld. Hierover verheugen zij zich, want zij zien de oogst van hun planting. Jehovah heeft de toename gegeven. Zij hebben eveneens ondervonden dat het gelukkiger is te geven dan te ontvangen (Hand. 20:35, NW). Deze meer dan een half millioen verkondigers hebben de waarheid aan anderen gegeven en zullen het blijven doen door in alle talen onder de zon tot de mensen die zij ontmoeten, te prediken, te spreken en hun de Schrift te verklaren.
6. (a) In welke mate werd er in 1953 door middel van de verspreiding van boeken en brochures, afgesloten abonnementen en het verspreiden van losse exemplaren van de tijdschriften een getuigenis gegeven tot eer van Jehovah’s naam? (b) Welke vermaning van de apostel Paulus betreffende hetgeen zij moeten doen, namen Jehovah’s getuigen gedurende het afgelopen jaar ter harte, en in welke mate? (c) In welke landen was gedurende 1953 een toename van 100 procent of meer?a (d) Hoeveel volle-tijd-bedienaren, pioniers, waren gedurende 1953 over de gehele wereld werkzaam? (e) In welke landen werden meer dan 10.000 openbare lezingen gehouden, en wat was het wereldomvattende totaal? (f) Welke vooruitgang werd er, ondanks bepaalde beperkingen, gemaakt in Argentinië? de Dominikaanse Republiek? Spanje? (g) Welke resultaten had ondergrondse activiteit in „4 Andere landen”? (h) Welke andere opmerkenswaardige inlichtingen bevat de in de vorige uitgave weergegeven tabel?
6 Daar Jehovah’s getuigen niet de gehele tijd bij alle mensen kunnen zijn om hun vragen te beantwoorden, vinden zij het zeer verstandig om bij hen met wie zij hebben gesproken, lectuur achter te laten, waarin de wonderbaarlijke beloften van Jehovah God tot in de bijzonderheden worden verklaard. Gedurende de twaalf maanden van het dienstjaar 1953 werden er zowel 22.116.916 boeken en brochures in de huizen van de mensen achtergelaten, alsook 882.296 nieuwe abonnementen afgesloten op de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! in hun verscheidene talen. Voeg hierbij nog de 25.115.729 exemplaren van de tijdschriften van het Genootschap die door deze verkondigers van huis tot huis, van winkel tot winkel en op de hoeken der straten zijn verspreid, dan bemerkt gij dat er een behoorlijk getuigenis is gegeven tot eer van Jehovah’s naam. Zij waren inderdaad gelukkig deze lectuur tegen een kleine bijdrage aan de mensen van de wereld te geven, en de kleine bijdragen die zij nog ontvingen, zonden zij op naar het Watch Tower Bible and Tract Society opdat meer lectuur gedrukt en tot de einden der aarde verspreid kon worden. Zij weten dat dit goede nieuws van het Koninkrijk in de gehele wereld tot een getuigenis moet worden gepredikt en zij doen het. Zij hebben de woorden van Paulus ter harte genomen, toen hij zeide: „Talmt niet in hetgeen gij moet doen. Zijt vurig van geest. Zijt slaven van Jehovah” (Rom. 12:11, NW). Zij hebben het bewijs geleverd dat zij niet slechts thuis zaten, het Woord hoorden en het Woord lazen. Zij hebben met het Woord gewerkt, want zij hebben 72.344.728 uren besteed aan het spreken tot mensen die zich overal op de gehele aarde bevinden. Welke andere religieuze organisatie heeft zoveel tijd aan het prediken van het goede nieuws van Gods koninkrijk besteed? Waar elders in de wereld vindt gij een organisatie van bedienaren van het evangelie, waar een ieder van hen zijn leven heeft opgedragen om een getuigenis te geven over Jehovah’s koninkrijk en goed te spreken van de naam van zijn Vader en Hem elke dag van zijn leven te zegenen? Deze bedienaren van het evangelie zijn vast besloten hiermede nimmer op te houden, maar voor eeuwig in Jehovah’s naam te wandelen. — Micha 4:5.
7. Waarom zullen Jehovah’s getuigen gedurende 1954 niet ophouden met deze predikingsactiviteit, en met het oog op welke aanval door wie moeten zij Jezus’ profetische waarschuwing bekendmaken?
7 Jehovah’s getuigen zullen niet ophouden nu 1954 nabij is, veertig jaren nadat het Koninkrijk werd geboren. Zij hebben niet het gevoelen dat het werk is gedaan, want zij zien nog steeds dat er in de toekomst een verschrikkelijke verdrukking zal komen en er grote verslagenheid in de wereld zal zijn terwijl honderdduizenden mensen zullen zuchten en uitroepen vanwege de gruwelen die er in dit huidige samenstel van dingen bestaan. Van jaar tot jaar zullen duizenden personen naar de bergen vluchten voor veiligheid. Dit was Jezus’ raad aan Christenen zoals hij onder woorden bracht in Lukas 21:20, 21. De tijd waarin personen de organisatie van de Duivel kunnen verlaten en toevlucht kunnen vinden op de bergen van Gilead, in de Nieuwe-Wereldmaatschappij, wordt kort. Millioenen mensen moet worden verteld waar zij naar toe moeten gaan en hoe zij daar kunnen komen. Waar al deze mensen, de andere schapen, vandaan zullen komen, weten wij niet, maar Jehovah God heeft er op toegezien dat zijn getuigen thans over de gehele wereld verspreid zijn in 143 van de voornaamste landen om de waarschuwing bekend te maken. Gog van het land van Magog zal vooral hen aanvallen die hun standpunt hebben ingenomen aan de zijde van Jehovah en die zijn koninkrijk aankondigen. Hij zal alles doen wat hij kan om hen van de dienst van de Allerhoogste af te brengen, en al degenen die gevangenen zijn in Satans organisatie; zal hij trachten daar te houden en niet toestaan dat zij de vrijheid vastgrijpen welke komt door een kennis omtrent Jehovah God en zijn Zoon, Christus Jezus. Daarom moet de waarschuwing over de aanval door Gog van Magog aan alle volken van alle continenten der wereld en de eilanden der zee worden bekendgemaakt. Het verslag dat volgt toont niet aan dat er in een van deze plaatsen grote aantallen getuigen zijn, maar het verslag toont wel aan dat daar naarstige getuigen zijn, die vol ijver in een heet of koud klimaat, boven in de bergen, beneden in de dalen en op de vlakten urenlang spreken. Dag in dag uit zegenen zij de naam van de Souverein der nieuwe wereld.
8. (a) In welk jaar werd de Bijbelschool Gilead geopend, waardoor het verlangen van wie en waarnaar werd bevredigd? (b) Wat waren Jehovah’s getuigen over de gehele wereld, zoals zij toonden, verlangend te doen met betrekking tot dit zendingswerk? (c) Hoe laten voor de landen Afrika, Azië en Europa het aantal verkondigers, zendelingen en de aan de prediking bestede uren in 1942, zich vergelijken met het verslag over 1953? (d) Hoe laten het aantal landen, verkondigers en zendelingen op de Eilanden in de Atlantische Oceaan, de Caraïbische en de Middellandse Zee en in de Stille Oceaan in 1942, zich vergelijken met het verslag over 1953? (e) Vergelijk de totalen voor de gehele wereld over het jaar 1953 met die over 1942. (f) Welke andere opmerkenswaardige punten bevat de hierboven weergegeven tabel?
8 Op de tabel van de continenten die hier wordt weergegeven, zult gij de vooruitgang van de Nieuwe-Wereldmaatschappij zien sinds 1942.
Plaats Landen Uren aan Gileadieten
waar wordt Totaal prediking die
verkondigd verkondigers besteed onderwijzen
AFRIKA
1942 ( 11 landen) 10.070 2.200.163 Geen
1947 ( 17 landen) 24.896 6.298.189 20
1952 ( 32 landen) 72.228 15.460.243 84
1953 ( 34 landen) 81.793 16.979.027 80
AZIË
1942 ( 6 landen) 406 93.223 Geen
1947 ( 8 landen) 475 140.661 17
1952 ( 19 landen) 2.274 504.301 164
1953 ( 19 landen) 2.698 597.050 173
EUROPA
1942 ( 13 landen) 22.796 5.344.006 Geen
1947 ( 19 landen) 74.196 12.819.994 21
1952 ( 24 landen) 158.867 19.147.879 177
1953 ( 24 landen) 179.374 19.433.567 216
EILANDEN IN DE ATLANTISCHE OCEAAN, EN IN DE CARAÏBISCHE ZEE EN MIDDELLANDSE ZEE
1942 ( 6 landen) 1.297 237.057 Geen
1947 ( 12 landen) 6.429 1.448.810 135
1952 ( 15 landen) 15.659 2.200.647 149
1953 ( 29 landen) 17.421 2.248 941 133
EILANDEN IN DE STILLE OCEAAN
1942 ( 3 landen) 4.275 701.037 Geen
1947 ( 6 landen) 7.385 1.390.228 13
1952 ( 12 landen) 26.690 3.590.037 51
1953 ( 13 landen) 31.980 4.214.497 49
NOORD-AMERIKA
1942 ( 7 landen) 75.589 19.668.961 Geen
1947 ( 12 landen) 91.740 20.787.495 163
1952 ( 12 landen) 168.752 25.810.384 493
1953 ( 12 landen) 193.542 26.734.105 674
ZUID-AMERIKA
1942 ( 8 landen) 807 219.905 Geen
1947 ( 12 landen) 2.431 965.928 117
1952 ( 13 landen) 11.795 1.990.208 303
1953 ( 12 landen) 13.174 1.137.541 301
TOTALEN VOOR DE WERELD
1942 ( 54 landen) 115.240 28.464.352 Geen
1947 ( 86 landen) 207.552 43.842.305 486
1952 (127 landen) 456.265 68.703.699 1.421
1953 (143 landen) 519.982 72.344.728 1.626
In dat jaar zond het Watch Tower Bible and Tract Society geen zendelingen uit naar alle delen van de wereld. Doch in 1943 werd door het Watch Tower Bible and Tract Society de Bijbelschool Gilead geopend, en van die tijd af begon het wereldomvattende zendingswerk van het Genootschap. Het verlangen van vele jonge, sterke, gezonde Christenen was ergens naar toe te gaan waar de boodschap van Jehovah’s koninkrijk nog niet in enige grote mate, of in het geheel niet, was gepredikt. Jehovah’s getuigen over de gehele wereld waren verlangend deze nieuwe regeling te ondersteunen en gaven voldoende bijdragen aan het Genootschap om dit zendingswerk uit te breiden. Tot op deze dag hebben Jehovah’s getuigen het zendingswerk financieel ondersteund, en de tabel toont wat er in het jaar 1942 in de verschillende delen van de wereld werd gedaan, in vergelijking met 1947, 1952 en 1953. Aan de hand van dit verslag alleen al kunt gij zien hoe het expansiewerk zich uitbreidde tot nieuwe velden. Sla ook acht op de toename in het aantal getuigen van Jehovah en de uren die zij gedurende deze jaren aan het spreken besteedden. De laatste kolom toont het aantal afgestudeerden van Gilead, die in deze jaren in de verschillende landen werkten.
9. (a) Wat zijn de plannen en het vaste besluit van Jehovah’s getuigen voor 1954? (b) Hoeveel personen woonden het Gedachtenisfeest in 1953 bij? Wat is hun verlangen, en hoe kunnen zij worden geholpen het te verwezenlijken?
9 Jehovah’s getuigen hebben grootse plannen voor het jaar 1954, plannen die zijn ontworpen met het doel Jehovah’s naam te loven en deze naam zelfs aan nog grotere aantallen personen bekend te maken. Hun vaste besluit is, om de voornaamste gedachte die zij voor het jaar hebben, aan te halen: „’De gehele dag door zal ik u zegenen, en uw naam voor eeuwig en altijd loven’” (Psalm 145:2, AT). Zij hopen vele mensen van goede wil te helpen in hun zoeken naar waarheid en rechtvaardigheid. Wij zien thans duizenden en nog eens duizenden mensen die van maand tot maand hun standpunt innemen aan de zijde van Jehovah’s koninkrijk, en wij zien een grote schare die uit alle natiën, geslachten en tongen naar Jehovah’s getuigen komt om de waarheid uit Gods Woord te horen. Op het Gedachtenisfeest waren 742.565 personen aanwezig, die allen een levendige belangstelling aan de dag legden voor de boodschap welke zij prediken. Zij wensen thans als een Nieuwe-Wereldmaatschappij te leven. Zij moeten worden onderwezen en geholpen op deze weg die tot eeuwig leven leidt. Wanneer zij in de organisatie komen, moeten zij zich ontdoen van hun oude gewoonten, de vuile dingen van de oude wereld, en de aangename en goede dingen aanvaarden die Jehovah God voor hen heeft te doen. Zij zijn gelukkig om zijn wil te doen en het Woord te prediken. Zij zijn blij dat er iemand bij hen is gekomen en hun oren open waren om te horen. Nu wensen zij daders van het Woord te zijn en niet alleen hoorders. Zij wensen te leven zodat zij ’elke dag Jehovah kunnen zegenen en zijn naam voor eeuwig en altoos kunnen loven.’ Zult gij ’daders van het woord worden en niet alleen hoorders’?
[Voetnoten]
a Zie voor het antwoord op deze vraag en de volgende vragen de tabel in de uitgave van 15 februari 1954.