De schuld geven aan de verantwoordelijke persoon
1. Tegenover welke strijdvraag heeft de menselijke familie gestaan sinds de tijd van Adam tot nu toe?
DE STRIJDVRAAG die reeds bij het begin van de menselijke schepping werd opgeworpen, was: Wie heeft gelijk, Jehovah of de opstandeling Satan? Wie is oppermachtig? Aan wie zijn wij trouw verschuldigd? De menselijke familie heeft sinds die tijd tot nu toe tegenover deze strijdvraag gestaan. Adams eigen huisgezin werd verdeeld ten aanzien van de strijdvraag, want zijn zoon Abel nam zijn standpunt in aan Gods zijde van de strijdvraag terwijl Kaïn de zijde van Satan de Duivel koos en zelfs zo ver ging, dat hij zijn broeder vermoordde. Henoch wandelde aan Gods zijde. Noach en zijn gezin kozen eveneens de zijde van Jehovah. Maar de grote meerderheid der mensen keerde zich tegen God en zij namen hun plaats in aan de zijde van de Duivel.
2, 3. (a) Wie betrok Satan, buiten de menselijke familie nog meer in de strijdvraag? (b) Met welke uitwerking op de mensheid?
2 Genesis, hoofdstuk 6, vertelt ons dat enkele engelen partij kozen in de strijdvraag doordat zij hun hemelse staat verlieten ten einde zich op aarde als mensen te materialiseren, en zij namen zich vrouwen uit de dochters der mensen. Hun nageslacht bestond uit bastaarden, die geweldenaren werden en de aarde met gewelddaden vervulden. Ook zij schaarden zich aan Satans zijde van de strijdvraag. Op dit tijdstip, ongeveer 1500 jaar na de opstand en nadat Adam was afgeweken, vat Jehovah de toestand met de volgende woorden samen: „En de HERE [Jehovah] zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was. . . . En de HERE [Jehovah] zeide: Ik zal den mens, dien Ik geschapen heb verdelgen van den aardbodem, . . . Maar Noach vond genade in de ogen des HEREN [van Jehovah].” — Gen. 6:5-8.
3 Jehovah voltrok zijn vonnis over de goddeloosheid door middel van de grote vloed, die alle menselijke schepselen vernietigde behalve Noach en zijn gezin, die gunst hadden gevonden in Zijn ogen omdat zij de reine aanbidding van Jehovah handhaafden en zijn geboden gehoorzaamden (Gen. 6:9-18). De vloed maakte schoon schip met de verdorvenheid en losbandigheid.
4. Wie wordt door het oordeel in Noachs dagen aangewezen als degene die verantwoordelijk is voor de ellende van die wereld?
4 Hier staan wij even stil en wij vragen: Wie was verantwoordelijk voor de wereldellende in Noachs dagen? Zeer zeker niet Jehovah. Door de voltrekking van zijn rechtvaardige vonnis maakte hij een einde aan verdorvenheid en onrechtvaardigheid. Neen, de feiten stellen duidelijk vast dat Satan de Duivel, die met de opstand begon en haar deed voortduren, de verantwoordelijke persoon was. Jehovah spreidde zijn majesteit, oppermacht en vermogen om aan iedere onverwachte moeilijkheid het hoofd te bieden, ten toon doordat hij zijn voornemens ten uitvoer bracht toen zijn bestemde tijd daarvoor was gekomen. Deze zelfde gebeurtenissen deden duidelijk uitkomen dat Satan een leugenaar en een zwakkeling is, die niet in staat is degenen die in hem hun vertrouwen stellen, te helpen of te bewaren. Psalm 145:20 zegt: „De HERE [Jehovah] bewaart al degenen, die Hem liefhebben; maar Hij verdelgt alle goddelozen.”
5. Besliste de vloed van Noachs dagen voorgoed de strijdvraag wie oppermachtig is?
5 Na de vloed bleef de strijdvraag bestaan: Wie is oppermachtig? De les die men had geleerd door de vloed, werd gaandeweg vergeten. Met het voorbijgaan van elke generatie viel de menselijke familie hoe langer hoe meer en geraakte steeds verder verwijderd van de volmaakte standaard die Jehovah in Adam had geschapen. Zij werden een gemakkelijker prooi voor de Duivel. Kort na de vloed begonnen zij zich wederom op de aarde te vermenigvuldigen, en toen zij naar het Oosten trokken, bewoog Satan de Duivel hen er toe God wederom te tarten. Nogmaals werd de valse religie van de Duivel, dat redding alleen komt wanneer men God trotseert, aangewend. Hij bewoog hen er toe een stad te bouwen met een toren waarvan de top tot aan de hemel zou reiken. Zij hebben wellicht geredeneerd dat de toren zo hoog zou zijn dat zij niet door een vloed konden worden vernietigd. Zij geloofden Jehovah God niet toen hij in Genesis 9:11 zeide: „En Ik richt Mijn verbond op met u, dat niet meer alle vlees door de wateren des vloeds zal worden uitgeroeid; en dat er geen vloed meer zal zijn, om de aarde te verderven.”
6. Welke stappen deed Jehovah ten einde de neiging van de mensen, tot een steeds lager peil terug te vallen, te beteugelen?
6 Jehovah, die inzag dat zij zich, terwijl zij door één taal verenigd waren, alleen maar verdierven en samenwerkten tot hun eigen vernietiging, verwarde hun taal en verstrooide hen over de gehele aarde. Nu hun taal was verward, was het moeilijk voor hen hun kwade praktijken voort te zetten en zij werden gedwongen hun werkzaamheid te beperken.
7. (a) Wat deed God voor het behoud van Egypte? (b) Hoe toonde Egypte naderhand dat zij geen waardering had?
7 Mettertijd koos Jehovah Abraham uit als zijn vriend en Abrahams zaad als de geslachtslijn door middel waarvan alle geslachten der aarde zouden worden gezegend. Genesis 12:1-3 luidt: „De HERE [Jehovah] nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal. En Ik zal u tot een groot volk maken, . . . en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden” (2 Kron. 20:7). Door tussenkomst van Abrahams achterkleinzoon Jozef behoedde Jehovah de natie Egypte voor een grote hongersnood (Gen. 41), door welk feit Egypte diep in de schuld kwam te staan bij Jehovah en de Israëliet Jozef, de dienstknecht van Jehovah. De Farao die destijds over Egypte heerste, erkende dat dit zo was, maar na verloop van tijd verscheen er een andere Farao die Jozef niet had gekend (Ex. 1:8). Deze Farao was ook een dienaar van de Duivel en een aanhanger van de valse religie, welke door de Duivel krachtig wordt ondersteund. Hij verkoos Jehovah te trotseren en zich tegen zijn wil te verzetten. De hoofdstukken 1 tot 14 van Exodus beschrijven in bijzonderheden hoe hij zich heeft verzet. Hoofdstuk 5, vers 1 en 2, luidt: „En daarna gingen Mozes en Aäron heen, en zeiden tot Farao: Alzo zegt de HERE [Jehovah], de God van Israël: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij een feest houde in de woestijn! Maar Farao zeide: Wie is de HERE [Jehovah], Wiens stem ik gehoorzamen zou, om Israël te laten trekken?”
8. Hoe spreidde Jehovah zijn majesteit en oppermacht ten toon tegenover het opstandige Egypte?
8 De Here God bracht negen plagen over Farao en Egypte, waarin hij zijn oppermacht, kracht en majesteit manifesteerde. Tijdens elke plaag smeekte Farao om verlossing en hij verzekerde Mozes en Aäron dat hij zou handelen zoals de Here God had bevolen, maar de plaag was nog niet afgenomen of hij veranderde uitdagend zijn geest en houding. Toen bracht Jehovah de tiende plaag over Farao en de Egyptenaren, waarbij de eerstgeborenen in geheel Egypte werden gedood, van de eerstgeborene van de koning af tot de eerstgeborene van de ondergeschikste slaaf in zijn gebied, en zelfs tot de eerstgeborenen van het vee. Dit bracht Farao er op pijnlijke wijze toe zijn huichelachtige zelfvoldane houding te laten varen. Toen liet hij de Israëlieten gaan, in feite deed hij hen met ongewone haast wegtrekken. Maar nadat de Duivel op hem had ingewerkt, weerwraak en zelfzucht bij hem had wakker gemaakt, besloot hij hen terug te brengen en hen te behouden voor zijn expansieprogramma. Zijn hebzucht overwon zijn vrees en hij joeg hen achterna ten einde hen terug te brengen. Jehovah kwam zijn volk echter te hulp en bevrijdde Israël door de Rode Zee heen. Farao en zijn Egyptische leger, onboetvaardig en hardvochtig als zij waren, werden in de zee vernietigd. Farao, die een beoefenaar was van duivelse religie, trachtte roem, vermaardheid en redding te verkrijgen door Jehovah te weerstaan en uit te dagen. Hij heeft erbarmelijk gefaald.
9. Welke uitwerking had de duivelse religie op Assyrië?
9 De volgende wereldmacht, Assyrië, volgde een soortgelijke handelwijze als Egypte. Hun koning Sanherib verkoos, nadat hij vele natiën der wereld, met uitzondering van Juda, had onderworpen, de oppermacht van Jehovah te tarten en eveneens Juda te onderwerpen. Nadat Jehovah de Judeeërs de gelegenheid had gegeven, hun geloof te tonen en pal te staan tegen de bombastische en godtergende beschuldigingen van de heidense monarch, zond hij gedurende de nacht zijn engel uit en hij doodde 185.000 Assyrische soldaten en stuurde hun koning in schande naar zijn land terug, waar hij door zijn eigen zoons werd vermoord toen hij zijn heidense god aanbad (2 Koningen, de hoofdstukken 18 en 19; 2 Kronieken, hoofdstuk 32). Aldus trachtten nog een hooghartige monarch en zijn natie roem en verhoging te verkrijgen door middel van duivelse religie, doch al hun pogingen liepen op niets uit.
10, 11. Hoe reageerde Babylon op de barmhartigheden die Jehovah haar betoonde?
10 De derde wereldmacht, Babylon, en haar koning ondergingen om dezelfde reden een overeenkomstig lot. Jehovah verhoogde Babylon door haar in de tijd van Nebukadnezar als zijn werktuig te gebruiken om Israël voor haar zonden te straffen. Nebukadnezar zelf werd opgeblazen en dacht dat hij Babylon tot zulk een machtige natie had gemaakt. De Here bracht hem echter tot bezinning door hem te dwingen zeven jaren lang bij de dieren in het veld te verblijven en hun voedsel te eten, totdat hij had geleerd dat de Allerhoogste Jehovah heerschappij heeft over de koninkrijken der mensen en ze geeft aan wie hij wil. — Daniël, hoofdstuk 4.
11 Het werd echter aan Belsazar, de zoon van Nebukadnezar, overgelaten om, nadat hij koning was geworden, de kroon te zetten op de hoon die Jehovah werd aangedaan. Bij een zekere gelegenheid, toen hij een groot feest hield voor zijn vorsten, vrouwen en bijvrouwen, te midden van luidruchtige feestvreugde ten gevolge van sterke drank, liet hij voor de viering de heilige vaten van Jehovah’s tempel (welke zijn vader had mogen wegvoeren bij de val van Jeruzalem) halen. En ten einde zijn minachting voor Jehovah te tonen, liet hij allen toosten uitbrengen op de goden van zilver, goud, koper, ijzer, hout en steen. Doch te midden van al die luidruchtige feestvreugde verscheen een hand en deze schreef op de muur: „MENE, MENE, TEKEL, UPHARSIN”. Wat betekende dit? Daniël legde de woorden uit en maakte bekend dat ze beduidden dat Jehovah God de dagen van Belsazar had geteld en dat hij en zijn koninkrijk spoedig zouden worden vernietigd. Hij was in weegschalen gewogen en te licht bevonden; zijn koninkrijk werd verdeeld en aan de Meden en Perzen gegeven. In diezelfde nacht werd Belsazar, de koning der Chaldeeën, gedood en Darius, de Meder, ontving het koninkrijk (Daniël, hoofdstuk 5). De religie van de Duivel faalde wederom.
NIET GODS VERANTWOORDELIJKHEID
12. Kan Jehovah verantwoordelijk worden gesteld voor de ellende die over deze wereldmachten komt?
12 Al deze wereldschokkende gebeurtenissen hebben de mensen veel ellende en leed gebracht. Stellig kan Jehovah er niet voor verantwoordelijk worden gesteld en evenmin kan hij er van worden beschuldigd die wereldellende te hebben veroorzaakt. In alle gevallen heeft hij de aanvallers gestraft en de onschuldigen en rechtvaardigen bevrijd. Bij elke oordeelsvoltrekking heeft Jehovah zijn majesteit, macht en rechtvaardigheid ten toon gespreid alsmede werkelijke liefde door ten behoeve van de beste belangen van alle mensen te werken. Terwijl de Duivel en zijn religie daarentegen de ene schandelijke nederlaag na de andere leden.
13. Hoe toonde Jehovah in de tijd van Jezus dat hij een groot vertrouwen had in zijn regelingen?
13 In de dagen van Jezus zonken de Duivel en duivelse religie tot hun verachtelijkste diepte. Gedurende de voorafgaande vier duizend jaren was ruimschoots bewezen dat de Duivel in het geheel niet in staat was een van de uitdagende beweringen die hij had gedaan, te verwezenlijken. Jehovah daarentegen had in elk geschilpunt een glorierijk succes behaald zonder een beginsel of eer op te offeren. Nu stond Jehovah op het punt zijn grote geloof in zijn eigen regeling te tonen door zijn waardevolste schat, en ook datgene wat hem het naaste aan het hart lag en het meest geliefd was, te geven ter rechtvaardiging van zijn wijze van doen en ten behoeve van veroordeelde menselijke schepselen, die vijanden van hem waren doordat zij goddeloze werken deden. In Lukas 2:8-14 (NW) lezen wij: „Er waren ook in diezelfde landstreek herders die buitenshuis verbleven en ’s nachts de wacht hielden over hun kudden. En plotseling stond Jehovah’s engel bij hen . . . en zij werden zeer bevreesd. Maar de engel zeide tot hen: ’Hebt geen vrees, want, ziet! ik maak u goed nieuws bekend over een grote blijdschap die alle mensen ten deel zal vallen, want heden werd u een Redder geboren, die is Christus, de Heer, in Davids stad. En dit is een teken voor u: gij zult een kind vinden in linnen doeken gewikkeld en liggend in een kribbe.’ En plotseling verscheen er met de engel een menigte der hemelse legerschare, die God loofde en zeide: ’Glorie in de hoogten boven aan God en op aarde vrede onder mensen van goede wil.’” Jehovah maakte in het openbaar en van tevoren zijn volledige vertrouwen in Jezus en in het werk dat deze Jezus zou verrichten, bekend. — Jes. 42:5-7; 53:11.
14. Was Satan, nadat vier duizend jaar lang zijn krachtsinspanningen tevergeefs waren geweest, bereid de mens toe te staan Jehovah’s zegeningen aan te grijpen?
14 De Duivel, die besefte dat zijn krachtsinspanningen tevergeefs waren geweest, zou zijn menselijke slachtoffers stellig niet laten gaan en zou hun niet toestaan verlichting en het leven te verwerven. Neen, de Duivel zou dat niet doen. Zo spoedig als hij kon, organiseerde hij zijn strijdkrachten ten einde de goedheid en barmhartigheid die door Jehovah werden betoond, te niet te doen. Met zijn valse lichtende ster bracht hij de astrologen er toe de pasgeboren Koning te zoeken. Zij werden door Herodes ontboden met het doel hem te helpen zijn haat te koelen en hem bij te staan bij zijn plan het kind te vernietigen. Doordat Jehovah Herodes vóór was zodat diens pogingen in dat opzicht werden verijdeld, werd Herodes woedend en in zijn pogingen Jezus te vernietigen, liet hij alle jongens in Bethlehem van twee jaar oud en jonger vermoorden. Er bestonden geen grenzen die hij niet te buiten zou gaan om de redder voor de mensheid, waarin door Jehovah was voorzien, uit de weg te ruimen.
15, 16. Wat bespoedigde de grote vervolging bij de doop van Jezus en daarna?
15 Sedert de tijd dat Jezus werd ondergedompeld, begon de werkelijke strijd. Jezus kwam zich aan Johannes de Doper aanbieden, zoals door de psalmist (Psalm 40:8, 9, NBG) was voorzegd: „Zie, ik kom; in de boekrol is over mij geschreven; ik heb lust om uw wil te doen, mijn God, uw wet is in mijn binnenste [hart, KJ].” In de rol van Jehovah’s heilige boek, de Bijbel, stond geschreven dat deze bevrijder ’de kop van de slang zou vermorzelen’, dat hij ’alle natiën der aarde zou zegenen’ en dat hij de profeet en leider der mensen zou zijn. — Gen. 3:15; 22:18; Deut. 18:18, 19.
16 Nu maakte Jezus in het openbaar bekend dat hij was gekomen met het doel al deze grote profetieën te vervullen. Wanneer hij hierin slaagde, betekende dit het einde van Satan de Duivel en al diens plannen, en de Duivel wist dit. Van dat moment af, te beginnen bij de veertig dagen dat Jezus in de woestijn was, totdat hij op Golgotha aan de paal werd genageld, werd hij tegengestaan, vervolgd, belasterd en verkeerd voorgesteld door de Duivel en diens slachtoffers. De Duivel trachtte wanhopig de weldadige voornemens van Jehovah tegen te werken en Jehovah’s Knecht te vernietigen. Doch evenals in het verleden kwamen zijn krachtsinspanningen tot een roemloos einde. Hoewel Jezus een onterende dood stierf, welke door Satans slachtoffers werd bewerkt, wekte Jehovah hem ten derde dage op en verhoogde hem tot zijn rechterhand, terwijl de vertegenwoordigers van de Duivel die Jezus hadden vervolgd, van Judas tot de hogepriester toe, tegen het jaar 70 n. Chr. volkomen werden vernietigd. Dit alles bracht grote ellende, niet alleen over de getrouwe Knecht van Jehovah en zijn metgezellen maar eveneens over duizenden anderen die verstoken waren van Gods genaderijke voorzieningen voor hen. Wie was destijds verantwoordelijk voor de wereldellende?
17. Wat zijn de ondervindingen geweest van allen die gedurende de afgelopen negentien eeuwen hun standpunt aan Gods zijde hebben ingenomen?
17 Sedert de dagen van Jezus tot aan deze tijd (een periode van meer dan 1900 jaar) zijn de bladzijden der geschiedenis rood doortrokken van het bloed van getrouwe dienstknechten van God, die evenals Jezus hun standpunt hebben ingenomen aan Jehovah’s zijde van de strijdvraag over de oppermacht en die de voorziening voor redding hebben bekendgemaakt welke Jehovah door bemiddeling van Christus heeft verschaft. Zij werden beestachtig vermoord en vervolgd in de Romeinse arena, in de catacomben, door de kruisvaarders, door de demonische Inquisitie, in de verschrikkelijke concentratiekampen van het door Hitler bestuurde Duitsland en op het ogenblik in de zoutmijnen in Rusland. Al deze slachtoffers werden door dezelfde Duivel opgehitst, die door propaganda en invloed van demonen hun hartstocht deed ontvlammen en hen er toe aanzette God tegen te staan, Jezus te vermoorden en zijn volgelingen tot in de dood te vervolgen. Door dit alles heen hebben getrouwe mensen uit alle eeuwen bewezen dat de Duivel een leugenaar is en getoond dat Jehovah God mensen op aarde kan plaatsen die hem getrouw zullen zijn.
18. Op welke wijze worden wij hierdoor in staat gesteld in te zien hoe wereldleiders, zowel tegenwoordig als in het nabije verleden, werden aangezet door ideeën omtrent wereldverovering?
18 Uit dit gezichtspunt beschouwd, is het niet moeilijk in te zien hoe het „ik” van mannen zoals keizer Wilhelm, Hitler, Mussolini en Stalin er toe aangezet kan worden te geloven dat zij supermensen zijn die, door duivelse religie aan te nemen en God te tarten, de wereld kunnen regeren. Zij zijn het type van krankzinnige wereldleiders die, in onze tijd, de aarde met menselijk bloed drenken. Een ieder van hen werkt voor het ene doel van de Duivel: „Ik zal mijn troon boven de sterren Gods verhogen; . . . Ik zal boven de hoogten der wolken klimmen, ik zal den Allerhoogste gelijk worden.” — Jes. 14:13, 14.
19. Wat zal volgens de voorzegging hun einde zijn?
19 Doch de volgende verzen van die profetie zullen in vervulling gaan ten aanzien van de god en onzichtbare heerser van deze natiën der aarde van tegenwoordig evenals ze in vervulling zijn gegaan ten aanzien van Belsazar, de koning van Babylon: „Ja, in de hel [Sheol] zult gij nedergestoten worden, aan de zijden van den kuil! . . . gij zijt verworpen van uw graf, als een gruwelijke scheut, als een kleed der gedoden, die met het zwaard doorstoken zijn; als die nederdalen in een steenkuil, als een vertreden dood lichaam. Gij zult bij dezelve niet gevoegd worden in de begrafenis; want gij hebt uw land verdorven, en uw volk gedood.” — Jes. 14:15-20, AS.
20, 21. Wat zijn, zoals door Openbaring 16:13-16 (NW) wordt aangetoond, de bronnen der demonische leringen waardoor het oude samenstel van dingen wordt vernietigd?
20 Natiën, verenigd of afzonderlijk, die voortgaan de Duivel en duivelse religie te volgen, zullen vernietigd worden. Er is geen weg ter ontkoming. Laten wij, opdat er in dit opzicht geen verdere twijfel moge zijn, het getuigenis van Jezus Christus beschouwen, dat hij door bemiddeling van zijn dienstknecht Johannes geeft en dat opgetekend staat in Openbaring 16:13-16 (NW): „En ik zag drie onreine geïnspireerde uitingen, die er als kikvorsen uitzagen, uit de mond van de draak en uit de mond van het wilde beest en uit de mond van de valse profeet komen. In werkelijkheid zijn ze uitingen die door demonen zijn geïnspireerd, en ze doen tekenen, en ze gaan uit tot de koningen van de gehele bewoonde aarde, om hen te vergaderen tot de oorlog van de grote dag van God de Almachtige. . . . En ze vergaderden hen op de plaats die in het Hebreeuws Har–Magedon wordt genoemd.”
21 De bron van deze door demonen geïnspireerde boodschappen is de Draak, het wilde beest en de valse profeet. De Draak wordt in Openbaring 20:2 door Jezus geïdentificeerd als de Duivel en Satan. In Openbaring, hoofdstuk 13 en 14, identificeert hij het wilde beest als de organisatie van de goddeloze en onstuimige natiën der aarde, die krankzinnig zijn van oorlog en de mensen hun duivelse religie opleggen. En de valse profeet maakt zich bekend als de beide wereldmachten Brittannië en Amerika, die leren en voorstaan dat de vereniging van de natiën dezer aarde in de Volkenbond of de Verenigde Natiën, waardoor de een of andere vorm van duivelse religie wordt voorgestaan en beoefend, het enige middel voor redding is. Die leer is vals en brandmerkt hen als valse profeten. Uit deze gezamenlijke bronnen komt de duivelse propaganda, die zulk een grote ellende over de mensen brengt. In plaats dat zij naar God opzien voor leiding en bijstand, verhogen zij de mens en zijn ideeën. Merk op hoe hun gedrag en leringen in strijd zijn met het Woord van God. Jezus zegt in Mattheüs 23:12 (NW): „Al wie zich verhoogt, zal vernederd worden, en al wie zich vernedert, zal verhoogd worden.” En in 1 Petrus 5:6 (NW) lezen wij: „Vernedert u daarom onder de machtige hand van God, opdat hij u ter bestemder tijd moge verhogen.”
22. Tot welke gevolgtrekking komen wij nadat wij alle aanwijzingen in ogenschouw hebben genomen?
22 Na de aanwijzingen in ogenschouw te hebben genomen en de feiten te hebben beschouwd, is het daarom zeer duidelijk dat Jehovah God geenszins verantwoordelijk is voor de wereldellende. Veeleer zijn de Duivel, zijn demonen, de beestachtige wereldheerschappij en het stelsel van de valse profeet, die door de Duivel worden gebruikt om zijn duivelse religie aan alle volken der aarde op te dringen, tegenover God en de mens schuldig voor de wereldellende. In Openbaring 12:12 (NW) is terecht over deze tijd sedert 1918 n. Chr. gezegd: „Wee voor de aarde en voor de zee, want de Duivel is tot u afgekomen, en heeft grote toorn, wetend dat hij een korte tijd heeft.”
WAT TEN AANZIEN ER VAN TE DOEN
23. Is enkel het verwerven van deze kennis alles wat voor het verkrijgen van redding wordt geëist?
23 Hoewel het verkrijgen van deze inlichtingen zeer belangrijk is, zal dit op zichzelf ons echter geen redding brengen. Wij, als enkelingen, moeten iets ten aanzien er van doen. Wat? Wat deden Noach en zijn gezin ten tijde van de vloed? (Genesis, hoofdstuk 6-9). Wat deden Mozes, Aäron en de Israëlieten in Egypte? (Exodus, hoofdstuk 5-14). Wat deden Hizkia, Jesaja en de natie Juda toen zij tegenover Sanherib stonden? (2 Koningen, hoofdstuk 18, 19). Wat deed Daniël toen hij voor Belsazar werd geroepen? (Daniël, hoofdstuk 5). Wat deden Jezus en de discipelen? Lees het getuigenis en kom het te weten. In beknopte bewoordingen wordt hun houding vermeld in Genesis 15:6, Romeinen 4:3 en Jakobus 2:23. Zij geloofden God en het werd hun tot rechtvaardigheid gerekend. Op grond van dat geloof oefenden zij geloof en deden hetgeen de Here God hun beval te doen. Dit is alles wat gij in deze tijd moet doen. Kom te weten wat de wil des Heren voor u is, zoals die in zijn Woord, de Bijbel, tot uitdrukking wordt gebracht en doe deze wil.
24. (a) Is het tegenwoordig gemakkelijk zijn onkreukbaarheid te bewaren? (b) Wat moet onze houding zijn ten aanzien van de kwestie?
24 Dit zal moed en geloof vereisen alsmede een sterke overtuiging die is gebaseerd op een kennis van God en zijn voornemens. Daarom is een studie van zijn Woord, de Bijbel, en van de Bijbelse hulpmiddelen waarin de Heer thans door middel van het Wachttoren Genootschap voorziet, zeer noodzakelijk. Alleen deze publicaties vestigen de aandacht op Gods koninkrijk als de ene en enige hoop der redding. Dit zal geen gemakkelijke taak zijn. De dienstknechten van God in vroegere tijden moesten moed putten uit hun overtuiging en moesten in vele gevallen hun moed zelfs tot in de dood tonen. Hetzelfde geldt voor u in deze tijd. Beproef voor u zelf dat God rechtvaardig is en houd daaraan vast. Wat doet het er toe indien het u uw tegenwoordige leven kost? De kwestie is: Wenst gij te sterven terwijl gij aan Gods zijde staat en de zekerheid hebt van een opstanding en eindeloos leven in volmaaktheid in Jehovah’s koninkrijk of wenst gij te sterven als iemand die door God ter dood is veroordeeld en is terechtgesteld als een opstandeling die aan de zijde van de Duivel staat, zonder dat gij enige hoop hebt op leven in de toekomst? Jehovah geeft thans allen het voorrecht, het leven of de dood te kiezen.
25-27. Wat is in deze tijd Jehovah’s boodschap aan de heersers? Aan de zachtmoedigen? Aan iedereen?
25 Tot de koningen en heersers der wereld zegt Jehovah thans, zoals staat opgetekend in Psalm 2:10-12 (AS): „Daarom weest verstandig nu, o gij koningen; wordt onderricht, gij rechters der aarde. Dient Jehovah met vrees, en verheugt u met beving. Kust de zoon, opdat hij niet toorne, en gij op de weg vergaat, want zijn toorn zal weldra ontbranden. Gezegend zijn allen die in hem hun toevlucht nemen.”
26 Tot de zachtmoedige en nederige mensen der aarde, die rechtvaardigheid liefhebben, zegt hij: „Vergadert u, ja, vergadert, o natie die geen schaamte heeft; voordat het besluit baart, voordat de dag als het kaf voorbijgaat, voordat de vurige toorn van Jehovah op u komt, voordat de dag van Jehovah’s toorn op u komt. Zoekt gij Jehovah, al gij zachtmoedigen der aarde, die zich aan zijn voorschriften hebt gehouden; zoekt rechtvaardigheid, zoekt zachtmoedigheid; misschien zult gij verborgen worden in de dag van Jehovah’s toorn.” — Zef. 2:1-3, AS.
27 En tot iedereen zegt hij in Zefanja 3:8, 9 (NBG): „Daarom, wacht op Mij, luidt het woord des HEREN [van Jehovah], ten dage dat Ik zal opstaan tot den buit; want mijn vonnis is, volken te vergaderen, koninkrijken te verzamelen, over hen mijn gramschap uit te gieten, heel mijn brandenden toorn, want door het vuur van mijn naijver zal de ganse aarde verteerd worden. Maar dan zal Ik den volken andere, reine lippen geven, opdat zij allen den naam des HEREN [van Jehovah] aanroepen; opdat zij Hem dienen met eenparigen schouder.” Luister daarom naar de reine taal der Bijbelse waarheid, welke door zijn getuigen wordt gesproken, verenigt u met hen in het aanroepen en loven van zijn naam en in het dienen van zijn zaak tot rechtvaardiging van zijn rechtmatige souvereiniteit over de aarde en het gehele overige gedeelte van het universum. Op die wijze kan het zijn dat gij door de universele oorlog van Armageddon heen verborgen en veilig bewaard wordt en de nieuwe wereld binnentreedt, alwaar voor alle levende menselijke schepselen rechtvaardigheid en zachtmoedigheid de regel zullen zijn. Die wereld zal nimmer in de rampspoedige ellende van deze tegenwoordige goddeloze wereld geraken, want ze zal de liefelijke eeuwige wereld zijn die God door bemiddeling van Jezus Christus heeft geschapen.