Overeenkomstig verheven kennis leven
1. Waarom moeten wij God vrezen, en waarom moeten wij Jezus Christus eren?
INDIEN wij Jezus Christus navolgen, zullen wij nooit de verkeerde weg opgaan. Hij vreesde God en onderwees anderen in de vreze Gods overeenkomstig de waarheid. Wij moeten deze juiste vreze Gods bezitten wanneer wij er naar streven het onderricht te verwerven dat naar het leven leidt dat waarlijk leven is. In Spreuken 1:7 (NV, AS) wordt ons verteld: „De vreze des HEREN [Jehova’s] is het begin der kennis; de dwazen verachten wijsheid en tucht [onderricht].” Deze vrees van de enige waarachtige God is het begin der kennis, dat wil zeggen, het is het voornaamste of het allereerste in de kennis. Omdat de wijze, knappe en machtige mensen dezer wereld niet die vreze Jehova’s bezitten, leidt alle kennis die zij ophopen en uitdelen, niet tot redding der wereld of tot leven. Door de Bijbel worden wij in de vreze Gods onderwezen. Het is verstandig dat wij hem vrezen, want hij is de Bron van alle leven. Wanneer wij hem niet vrezen maar hem verwerpen, betekent het dat wij ons zelf afsnijden van de grote Bron des levens. Dit zou volkomen vernietiging voor ons betekenen. In Gods Woord wordt ons ook gezegd dat wij Jezus Christus moeten eren wegens de zeer belangrijke taak die hij in de levengevende regelingen van God vervult. Daarom aanvaarden wij de Zoon van God vol vreugde. Wanneer wij hem zouden verwerpen, betekent dit dat wij ons zelf van de hoofdverbinding met God, het enige kanaal des levens van God, afsnijden, en dit zou eveneens volslagen vernietiging voor ons betekenen. Hoe groots en nuttig is het dus kennis tot ons te nemen van zowel de Vader als de Zoon!
2. (a) Wat moeten wij doen om in deze vrees en kennis te blijven? (b) Hoe verkrijgen wij geloof en hoop, en is dit alles wat nodig is?
2 Wij kunnen nimmer ophouden dit te doen. Wij moeten tot volmaaktheid voortgaan. Alleen doordat wij ons hebben gewend tot het Boek van waarachtig onderricht, dat wil zeggen, de Bijbel, Gods gave aan ons, hebben wij werkelijke verlichting verkregen. Alle kennis die wij reeds hebben verworven, hebben wij opgedaan door dat Boek te bestuderen. Maar om in de vreze en kennis van God en van zijn Zoon Jezus Christus te blijven, moeten wij dat Boek blijven bestuderen en dit met behulp van alle getrouwe hulpmiddelen waarin de hemelse Vader door middel van zijn Theocratische organisatie voorziet. Door hetgeen wij uit de Heilige Schrift hebben geleerd, hebben wij geloof in God en Christus en hierdoor kunnen wij God behagen. Dit geloof, zo wordt ons in Hebreeën 11:1 (NW) verteld, „is de stellige verwachting van dingen waarop wordt gehoopt”. En daarom hebben wij hoop, een wonderbaarlijke hoop op een volmaakte nieuwe wereld, met nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waarin wij in onuitsprekelijk geluk kunnen genieten van het beloofde eeuwige leven. Geloof en hoop vormen echter niet alles wat nodig is. Op zich zelf zijn ze zeer juist. Er staat geschreven: „Een langgerekt hopen maakt het hart ziek, maar een vervulde begeerte is een boom des levens” (Spr. 13:12, NV). Wij weten niet hoe de hemel er voor de 144.000 Christelijke overwinnaars dezer wereld uitziet, maar wij zouden een boek kunnen schrijven en een levendig schilderij kunnen maken van het paradijs dat op aarde zal worden hernieuwd, en wij zouden mensen van goede wil die thans leven in dat paradijs zoeken, deze hoop voor ogen kunnen stellen. Maar hoe machtig deze hoop ook als een stimulans moge zijn, ze is niet alles wat nodig is om iemand trouw te doen blijven.
3. Welke hoedanigheid is het meest noodzakelijk voor een juiste levenswijze in deze tijd? Waarom?
3 Lang geleden verdwenen wonderbaarlijke gaven uit het leven van de Christelijke gemeente, maar de dingen die thans blijven, zijn niet alleen geloof en hoop maar ook liefde: „deze drie; doch de grootste van deze is liefde” (1 Kor. 13:8-13, NW). De nieuwe wereld waarop wij hopen, staat voor de deur, maar wij leven nog steeds in de ontaarde oude wereld, en, behalve geloof en hoop, is liefde het meest noodzakelijk voor een juiste levenswijze te midden van deze onterende toestanden. Wij hebben thans liefde nodig terwijl wij door deze zelfzuchtige wereld zijn omgeven, want zonder liefde zijn wij niets in Gods ogen. Wij leven in hoogst gevaarvolle tijden en het leven in deze tijd is een groot probleem. Wij moeten Gods Woord blijven bestuderen ten einde te leren hoe wij op een juiste wijze moeten leven en op welke wijze wij een op God gelijkende liefde moeten betonen. De nieuwe wereld is nog een hoop maar deze oude wereld is een tegenwoordige werkelijkheid. Wij moeten deze oude wereld nog steeds tegemoettreden, en dit schept moeilijkheden voor ons. Wij moeten deze het hoofd bieden zonder ten aanzien van Gods zaak compromissen te sluiten. Wij moeten dus weten hoe wij ze het hoofd moeten bieden en daarom hebben wij juist thans kennis nodig. Het is derhalve noodzakelijk dat wij de Bijbel verder bestuderen om te zien wat er in wordt gezegd over onze betrekkingen in dit leven, want indien wij te dien aanzien niet juist handelen, zullen wij het leven in de toekomstige wereld niet waardig worden geacht.
HUIDIGE PROBLEMEN
4. Welk probleem moeten wij het hoofd bieden terwijl wij onder de huidige regeringen leven?
4 De „gestelde tijden der heidenen” eindigden in 1914, maar de heidense regeringen zijn nog steeds aan de macht, toornig tegen Gods opgerichte koninkrijk. „De keizer” houdt nog steeds de teugels van het aardse bewind in handen, en totalitaire regeringen zijn machtiger dan ooit. Wanneer wij aan de toorn Gods willen ontkomen, moeten wij uit de Bijbel weten dat de „hogere autoriteiten” aan wie Christelijke zielen onderworpen dienen te zijn, Jehova God en Christus Jezus zijn. Wij moeten er over worden onderricht hoe onze voornaamste plichten onze plichten tegenover God zijn, dat wij Hem als Heerser eerder moeten gehoorzamen dan mensen en daarna alleen datgene aan de keizer moeten geven wat de keizer toebehoort. — Rom. 13:1-4, NW; Matth. 22:21.
5. Welk probleem doet zich voor door sekse? En kinderen?
5 Nog een probleem is, de plaatsen te kennen die mannen en vrouwen in de Theocratische organisatie van Jehova God innemen. In de Christelijke gemeente is weliswaar „noch man noch vrouw; want gij zijt allen één, in eendracht met Christus Jezus” (Gal. 3:28, NW), maar in het vlees zijn wij nog steeds man en vrouw; wij kunnen nog steeds trouwen en kinderen voortbrengen en wij kunnen nog steeds door hartstocht worden gedreven en er toe worden verleid ons op sexueel gebied te misdragen. De positie der vrouw in de gemeente en in huis moet dus voor de veiligheid en het geluk van alle betrokkenen in overeenstemming met Gods wil worden geregeld, opdat de Theocratische regel kan worden betracht en er geen smaad op Gods naam en zijn organisatie zal worden gebracht. Er worden in deze wereld nog steeds kinderen voortgebracht. Wij hebben hen lief en wij verlangen er naar hen succes te zien hebben in hetgeen het belangrijkste is. Maar hoe hen op te voeden onder de huidige toestanden van toenemende misdadigheid der ouders en der jeugd, plaatst ons voor een ernstig probleem. Wij moeten weten hoe wij hen „in de discipline en gezaghebbende raad van Jehova” moeten opvoeden, opdat wij hen zullen kunnen onderwijzen en opleiden om tezamen met ons eeuwig te leven in de gezegende nieuwe wereld (Ef. 6:4, NW). Hoe verheugd zijn wij dat God door middel van Jezus Christus onze Leraar is en dat wij de Bijbel bezitten als het boek met onderwijzingen voor ons!
6. Welk probleem met betrekking tot bestemming doet zich thans voor?
6 Wij leven in een tijd waarin God door zijn Ware Herder niet alleen het overblijfsel van zijn ’kleine kudde’ bijeenvergadert, welk werk bijna is voltooid, maar met het oog op de nieuwe wereld, die zo nabij is, vergadert hij thans ook een talloze kudde „andere schapen”, wier bestemming niet onsterfelijk leven in de hemel tezamen met de „kleine kudde” zal zijn, maar volmaakt menselijk leven op aarde in het herstelde paradijs. Wij moeten vaststellen wat onze bestemming is en dienovereenkomstig handelen. Heeft God ons tot de hemel geroepen om met Christus te regeren of tot de aarde die tot een paradijs zal worden? Het vaststellen hiervan is voor velen een probleem en om dit probleem op te lossen, moet een ieder Gods Woord verder bestuderen en in zijn eigen geest overtuigd worden.
7. Van welk geloof moeten wij ons vergewissen? Wat moeten wij er mede doen? Waarom?
7 Wij leven in een tijd waarin deze goddeloze wereld en het bestaan der Christenheid hun hoogtepunt bereiken. Heidense philosophieën, leringen van demonen en door mensen gemaakte religieuze overleveringen vertonen zich onder het mom van Christelijke leer en gebruiken. Boosaardige mensen loeren op een gelegenheid hun slag te slaan en trachten met onzedelijke bedoelingen onze Christelijke groepen binnen te dringen, Gods onverdiende goedheid te misbruiken en het geloof en de zeden te verderven van hen die zij tot hun slachtoffers kunnen maken. Wij leven werkelijk te midden van toestanden die ons afvallig kunnen maken en om niet de slechte weg op te gaan, is het beslist noodzakelijk dat wij in overeenstemming handelen met hetgeen er staat geschreven: „Vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel” (Jer. 6:16). Wij moeten rechtstreeks tot de geïnspireerde Geschriften zelf teruggaan, ze dagelijks onderzoeken en vergelijken met hetgeen ons door mensen wordt geleerd, en door deze handelwijze teruggaan tot het „geloof dat eenmaal voor altijd aan de heiligen werd overgeleverd”. En wanneer wij opnieuw hebben ontdekt wat het is dan moeten wij er ’onvermoeid voor strijden’, opdat wij er aan vasthouden en het in praktijk brengen, zoals in Judas 3 wordt gezegd (NW).
8. Wat is in overeenstemming met het geloof onze plicht ten aanzien van de problemen op zedelijk gebied?
8 In overeenstemming met het oorspronkelijke geloof wordt het onze plicht tegenover God, weerstand te bieden aan die onrein gezinde personen die ongemerkt trachten binnen te sluipen en argeloze Christenen er toe trachten te verleiden, zich op sexueel gebied te misdragen, door ten onrechte te beweren dat God ten aanzien van opzettelijke zonden barmhartig is. Het is een onderdeel van onze strijd voor het geloof, de Bijbelse beginselen met betrekking tot het huwelijk des mensen en de reine betrekkingen tussen mannen en vrouwen in de gemeente hoog te houden. Blijf deze beginselen trouw. Laat de kwaad beramende indringers en alle wereldse mensen weten voor welke hoge zedelijke beginselen de ware kennis van God en Christus opkomt. Laat de wereld weten welk standpunt op zedelijk gebied door Jehova’s Theocratische organisatie wordt ingenomen, opdat zij zullen weten dat het een reine organisatie is. Houd, zover het aan u ligt, de organisatie zo, opdat de organisatie waarin gij de „andere schapen” van de Herder uitnodigt, een reine, louterende organisatie zal zijn. Ware liefde is zuiver. De vreze Jehova’s is rein. Door de liefde en vreze Gods zult gij worden geholpen het hoofd te bieden aan de problemen op zedelijk gebied, die ons, terwijl wij in deze oude wereld vertoeven, nog steeds omringen. — 1 Kor. 13:5, 6; Ps. 19:10.
HET AAN ANDEREN TE KENNEN GEVEN
9. Waarom moeten wij kennis tot ons blijven nemen? Wat wordt door de Christenheid toegelicht?
9 Opdat wij derhalve zelf eeuwig leven zullen kunnen verkrijgen, moeten wij kennis tot ons blijven nemen van de enige waarachtige God en van Jezus Christus, die Hij heeft uitgezonden. De mensheid is nog niet in het paradijs. Satan en zijn demonen zijn nog niet gebonden en ook is zijn goddeloze zaad nog niet van de aarde verdelgd. Integendeel, hij is uit de hemel geworpen en kan zich thans alleen bij de aarde ophouden, en hij brengt grote weeën over de mensen terwijl hij voor Gods rechtvaardige volk vele problemen schept. Wees dus waakzaam. Spreuken 11:9 (NV) verzekert ons: „Door kennis worden de rechtvaardigen gered.” Omgekeerd worden zij die Gods volk belijden te zijn, vernietigd omdat zij geen kennis hebben. In de Christenheid zien wij toegelicht wat dit niet bezitten van kennis teweegbrengt, in overeenstemming met hetgeen de apostel Paulus in Romeinen 1:24-31 heeft gezegd: „Daarom heeft God hen in overeenstemming met de begeerten van hun hart aan onreinheid overgegeven, opdat onder hen hun lichamen onteerd zouden worden, namelijk bij hen die de waarheid van God hebben verwisseld voor de leugen en de schepping in plaats van Hem die schiep, hebben vereerd en er gewijde dienst voor hebben verricht, . . . En precies zoals zij het verwerpelijk achtten aan een nauwkeurige kennis van God vast te houden, heeft God hen aan een verwerpelijke geestestoestand overgegeven, om de dingen te doen die niet betamen, vervuld als zij waren met alle ongerechtigheid, goddeloosheid, hebzucht, slechtheid, vol van bittere afgunst, moord, twist, misleiding, kwaadaardigheid, zijnde oorblazers, achterklappers, haters van God, onbeschaamd, hoovaardig, aanmatigend en uitvinders van slechte dingen, ongehoorzaam aan de ouders, zonder inzicht, ontrouw aan overeenkomsten, zonder natuurlijke genegenheid, onbarmhartig.” — NW.
10. Wat moeten Jehova’s getuigen onder de voorzieningen van het nieuwe verbond thans in tegenstelling met de onwetende Christenheid doen?
10 Dus niet alleen het heidendom maar ook de Christenheid heeft prachtig laten zien wat tot nadeel en schande van het volk het niet bezitten van kennis van Jehova God bewerkt. Nu is de beurt aan u, Jehova’s getuigen, te laten zien wat de ware kennis van God zal bewerken voor een volk, een organisatie van mensen die zich over de gehele wereld uitstrekt. Gij, die Jehova’s getuigen zijt, leeft tijdens het hoogtepunt van Gods nieuwe verbond door middel van Christus, in de tijd waarin het met succes wordt bekroond doordat de laatste leden er door worden uitgekozen ten einde het „volk voor zijn naam” te voltooien. Behalve de vergeving van zonden door middel van de Middelaar van dat verbond, is een van de gezegende voorzieningen er van: „Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HERE [Jehova]! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HERE [Jehova]” (Jer. 31:31-34; Hand. 15:14). Jehova’s getuigen kennen hem thans werkelijk van de kleinste tot de grootste van hen, maar de Christenheid bewijst, door haar opzettelijke onwetendheid van Jehova God, dat ze niet in het nieuwe verbond is opgenomen en dat ze niet het „volk voor zijn naam” is, dat hij gedurende de afgelopen negentien eeuwen uit alle natiën heeft genomen.
11. Hoe moeten wij laten zien wat kennis voor ons bewerkt, vooral thans?
11 Een van de manieren waarop wij de gehele wereld te kennen moeten geven wat de kennis van God voor de mensen bewerkt, is, door zowel in woord als in daad voor de mensheid als zijn getuigen op te treden. Wij moeten spreken en handelen in overeenstemming met de wil van God. Wat is deze wil? Er staat geschreven: „Dit is goed en aanvaardbaar in de ogen van onze Redder, God, wiens wil is dat alle soorten van mensen zullen worden gered en tot een nauwkeurige kennis der waarheid komen. Want er is één God, één middelaar tussen God en mensen, een mens Christus Jezus, die zich zelf als een overeenkomstig rantsoen voor allen heeft gegeven — hiervan dient in de eigen speciale tijd er van getuigenis te worden afgelegd” (1 Tim. 2:3-6, NW). Thans is het de tijd aller tijden om getuigenis af te leggen, THANS, nu God door zijn Ware Herder een „grote schare” mensen van goede wil „uit alle natiën en geslachten en volken en talen”, „alle soorten van mensen”, onder zijn Theocratische organisatie bijeenvergadert. Door het getuigenis dat wij in alle natiën geven, weet deze „grote schare” waar hun redding vandaan komt. Wat een vreugde is het voor ons hen thans met honderdduizenden voor de goddelijke troon met een luide stem te horen uitroepen: „Redding hebben wij te danken aan onze God, die op de troon zit, en aan het Lam” (Openb. 7:9, 10, NW). Laat het aantal van deze grote schare toenemen doordat wij als nooit te voren het getuigenis in alle natiën doen aanzwellen.
12. Voor welk doel heeft God ons kennis gegeven? Waarom hebben wij hiervoor thans een grootse gelegenheid?
12 Jehova God heeft ons onder zijn nieuwe verbond kennis gegeven voor het uitdrukkelijke doel dat wij zijn getuigen zijn. Hij herinnert ons er aan: „Gijlieden zijt Mijn getuigen, spreekt de HERE [Jehova], en Mijn knecht, dien Ik uitverkoren heb; opdat gij het WEET, en Mij gelooft, en verstaat, dat Ik Dezelve ben, . . . Ik heb verkondigd, en Ik heb verlost, en Ik heb het doen horen, en geen vreemd god was onder ulieden; en gij zijt [daarom zijt gij] Mijn getuigen, spreekt de HERE [Jehova], dat Ik God ben” (Jes. 43:10-12, AS). En wat een gelegenheid om te getuigen, hebben wij thans! Wij bezitten het Boek der boeken, de Bijbel; en thans bezitten wij ook de in 1950 uitgegeven Nieuwe-Wereld-Vertaling der Christelijke Griekse Geschriften (in het Engels). Ten einde ons te helpen uit Gods Boek kennis van Hem te verkrijgen, bezitten wij als aanvulling de Bijbelse lectuur die wordt uitgegeven door een beproefd werktuig van God en Christus, het Watch Tower Bible & Tract Society.
13. Wie is gekant tegen het verbreiden van deze kennis? Waartoe moeten wij opstaan?
13 De grote vijand des levens, Satan de Duivel, is gekant tegen het verbreiden van de levengevende kennis, ook al gaf hij in Eden voor, dat hij de kennis der mensen wilde doen toenemen door Eva tot ongehoorzaamheid te verleiden en te laten eten van de „boom der kennis des goeds en des kwaads”. Ja, kwaad! Maar hij heeft de mensheid nimmer geholpen een kennis van het goede te verwerven. Hij is de „god van dit samenstel van dingen” en altijd heeft hij „de geest der ongelovigen . . . verblind, opdat de verlichting van het glorierijke goede nieuws over de Christus, die het beeld van God is, niet zou kunnen doorschijnen”. Maar door de onweerstaanbare macht van God is het licht door de duivelse tegenstand heen gebroken en het heeft ons bereikt, en Hij „heeft op onze harten geschenen om ze te verlichten met de glorierijke kennis van God door het aangezicht van Christus” (2 Kor. 4:4-6, NW). Laten wij op onze beurt opstaan en schijnen, en het licht tot anderen weerkaatsen. Wanneer de mensen worden vernietigd omdat zij zonder kennis zijn, laat het dan niet het gevolg zijn van een of andere nalatigheid en enig verzuim van onze zijde. Wanneer een grote schare van goede wil thans tot redding wordt geleid, laat het dan geschieden doordat God ons door middel van zijn Herder gebruikt.
„ZIJ ZULLEN WETEN”
14, 15. (a) Waarom zal de Christenheid er toe worden gedwongen Jehova te leren kennen, en op welke wijze? (b) Wat zal Jehova met Gog en zijn strijdkrachten doen? Welke invloed heeft dit op de natiën?
14 De Christenheid zal blijven weigeren de kennis van Jehova God uit de mond en handen van zijn getuigen te aanvaarden. Maar het vreselijke uur komt naderbij waarin ze er toe zal worden gedwongen te weten dat deze mensen Gods getuigen zijn geweest, zijn „profeet in het midden van hen”, en dat Hij Jehova is en dat zijn Koning, Jezus Christus, sedert 1914 in het koninkrijk voor de nieuwe wereld regeert. Maar er toe GEDWONGEN worden Jehova in die tijd te leren kennen, zal geen zegen voor haar of de rest dezer wereld zijn. Het zal haar vernietiging te midden van een wereldvernietiging betekenen! Doordat de Christenheid opzettelijk zonder kennis is, is ze gekant tegen Jehova’s koninkrijk, dat door zijn Christus wordt geregeerd. Ze schaart zich voor de laatste aanval op de zichtbare Theocratische organisatie van Jehova’s volk op aarde, aan de zijde van alle strijdkrachten van Gog van Magog. Door de propaganda die door de demonen wordt geïnspireerd, worden al haar heersers in snelle vaart blindelings; gelijk krankzinnigen, naar het oorlogsfront van Armageddon gedreven (Openb. 16:14-16). Binnenkort, op een uur dat komt als een dief, zal de Opperste Strijder voor waarheid en gerechtigheid zich aan al zijn tegenstanders bekendmaken in een taal die zij zullen begrijpen, de taal van cosmische krachten, die voor hen vernietiging zal betekenen. Nimmer te voren is er iets geweest dat daaraan gelijk was, behalve de grote vloed van Noachs dagen. Duidende op Gog en al zijn strijdkrachten, zegt Jehova:
15 „Want Ik zal het zwaard over hem roepen op al Mijn bergen, spreekt de Here HERE [Jehova]; het zwaard van een ieder zal tegen zijn broeder zijn. En Ik zal met hem rechten, door pestilentie en door bloed; en Ik zal een overstelpenden plasregen, en grote hagelstenen, vuur en zwavel regenen op hem, en op zijn benden, en op de vele volken, die met hem zullen zijn. Alzo zal Ik Mij groot maken, en Mij heiligen, en bekend worden voor de ogen van vele heidenen [natiën]; en zij zullen weten, dat Ik de HERE [Jehova] ben. En Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HERE [Jehova] ben. . . . Ik . . . zal Mijn heiligen Naam niet meer laten ontheiligen; en de heidenen [natiën] zullen weten, dat Ik de HERE [Jehova] ben, de Heilige in Israël. Ziet, het komt en zal geschieden, spreekt de Here HERE [Jehova]; dit is de dag, van welken Ik gesproken heb.” — Ezech. 38:21-23 en 39:6-8, AS.
16. Wie zal als Gods uitvoerende dienaar optreden? Hoe zal hij de gehoorzamen en hun die opzettelijk onwetend zijn, hun loon geven?
16 Christus Jezus, de Koning, zal te midden van die wereldvernietiging als Jehova’s uitvoerende dienaar optreden, en het feit dat hij thans in zijn koninkrijk tegenwoordig is en de aarde als zijn domein bezit, zal op gewelddadige wijze aan al zijn tegenstanders worden geopenbaard. Hun vernietiging zal een welkome verademing brengen voor ons allen die verkiezen God te leren kennen en te gehoorzamen. Zoals er staat geschreven: „Het [is] rechtvaardig . . . van Gods zijde verdrukking terug te betalen aan hen die verdrukking voor u veroorzaken, maar, voor u die verdrukking lijdt, verademing tezamen met ons bij de openbaring van de Here Jezus uit de hemel met zijn machtige engelen in een vlammend vuur, wanneer hij passende bestraffing brengt over hen die God niet kennen en hen die het goede nieuws over onze Here Jezus niet gehoorzamen. Dezen zullen de straf betalen van eeuwige vernietiging ver van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid zijner sterkte vandaan, wanneer hij komt om te worden verheerlijkt” (2 Thess. 1:6-10, NW). Wat een ROEMLOOS einde voor het feit dat zij thans uit ongehoorzaamheid niet de kennis tot zich nemen van de enige waarachtige God en van Jezus Christus, die hij nu als Koning heeft uitgezonden!
OVERLEVEN
17. Wat verwachten wij voor ons zelf in Armageddon? Wat moeten wij thans derhalve ten aanzien van de kennis doen?
17 Dit is echter niet de wijze waarop WIJ Jehova God en zijn Christus willen leren kennen. Wij wensen hen te leren kennen op een wijze die eeuwig leven, geen vernietiging, betekent. God heeft ons zijn heilige geest gegeven en hij heeft zijn getrouwe overblijfsel van Koninkrijkserfgenamen met zijn geest gedoopt en hen verlicht met de diepe dingen welke door die geest in Gods Woord zijn onthuld. Doch de Christenheid zal binnenkort met vuur worden gedoopt, het vuur der vernietiging in Armageddon (Matth. 3:11, 12). Ons staat geen vernietiging in de krijg van Armageddon te wachten, maar vol vertrouwen verwachten wij die vurige tijd te overleven tot in de nieuwe wereld. Opdat zulk een behoudenis in het einde dezer wereld kan worden verwezenlijkt, precies als Noach en zijn arkgenoten tijdens het door water veroorzaakte einde van de vorige wereld werden behouden, moeten wij niettemin overeenkomstig de kennis leven. De kennis die God ons in deze laatste dagen door zijn geest heeft onthuld, stelt hoge levensbeginselen vast. Wij moeten overeenkomstig deze beginselen leven. Wij moeten aan deze kennis vasthouden door er in overeenstemming mede te leven en ze aan anderen bekend te maken. Wij moeten in overeenstemming met de voorzegde vermeerdering van kennis, in kennis toenemen, om ons sterk te maken en daardoor alle moeilijkheden van deze gevaarlijke tijden te kunnen dragen. „Een wijs man is sterk; ja, een man van kennis neemt toe in kracht” (Spr. 24:5, AS). Laten wij dus verstandig zijn en kennis van boven tot ons blijven nemen.
18. Weten wij de tijd voor Armageddon? Op welke wijze moeten wij daarom leven?
18 Het moge waar zijn dat wij thans de dag of het uur niet weten waarop de krijg van Armageddon zal uitbreken en de goddeloze hemelen en aarde van de wereld des Duivels zullen worden opgelost om plaats te maken voor de nieuwe hemelen en aarde van de kostbare nieuwe wereld. Wij behoeven dit niet te weten, maar wij kunnen elke dag leven in het bewustzijn dat het nabij is. Wij kunnen een leven leiden dat in overeenstemming is met onze onwrikbare hoop, weldra de glorierijke nieuwe dingen binnen te gaan die Jehova God zal scheppen. Wat ons betreft, wij leven niet langer voor de oude wereld!
19. Wat voor mensen behoren wij, zoals Petrus zegt, te zijn?
19 De apostel Petrus zag vooruit naar deze nieuwe wereld en hij trachtte zodanig te leven dat hij waardig zou worden bevonden er binnen te gaan. In het bijzonder ten behoeve van ons, die in het hoogtepunt dezer wereld leven, schreef en vertelde hij ons hoe hij trachtte te leven en hoe wij behoren te leven. Nadat Petrus de wereldomvattende vloed van Noachs tijd en daarna de komst van Jehova’s verwoestende dag over de hemelen en aarde des Duivels had beschreven, welke dag gelijk een dief zal komen, schreef hij: „Daar al deze dingen aldus zullen worden opgelost, wat voor mensen dient gij te zijn in heilige wandel en daden van godvruchtige toewijding, verbeidende en goed in gedachten houdende de tegenwoordigheid van de dag Jehova’s, door middel waarvan de hemelen, die branden, zullen worden opgelost en de elementen, die intens heet zijn, zullen smelten. Maar er zijn nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, die wij overeenkomstig zijn belofte verwachten, en hierin zal gerechtigheid wonen. Daarom geliefden, daar gij deze dingen verwacht, doe uw uiterste best, door hem ten slotte onbevlekt, smetteloos en in vrede te worden bevonden. Beschouw verder het geduld van onze Heer als redding.” — 2 Petr. 3:11-15, NW.
20. Wat betekent een dergelijke levenswijze voor ons in het einde der wereld? Wat zullen wij dus doen?
20 Laten wij, daar wij de nieuwe wereld waarin gerechtigheid zal wonen, verwachten binnen te gaan, in gerechtigheid leven. Wij weten dat de dag van de Here God komt, om allen te vernietigen die met deze wereld bevlekt en besmet en niet in vrede met God zijn. Hij zal alleen hen goedkeuren die door hem onbevlekt, smetteloos en in vrede worden bevonden. Dezen zal hij behouden door het einde der wereld heenbrengen. Wanneer wij dagelijks ons uiterste best doen om ten slotte, in die laatste dag dezer wereld, in een onbevlekte, smetteloze en vredige toestand te worden bevonden, wat zou dit dan anders kunnen betekenen dan dat wij zijn goedkeuring en bescherming zullen verkrijgen, en het vurige einde tot in die schitterende nieuwe wereld met haar heerlijkheden zullen overleven? Wat een wonderbaarlijke mogelijkheid! Wat een nimmer geboden gelegenheid! Door de onverdiende goedheid van boven zullen wij van deze gelegenheid partij trekken door getrouw de kennis, van de waarachtige God en van Jezus Christus tot ons te nemen, want „dit betekent eeuwig leven”. — Joh. 17:3, NW.
„Van kindsbeen af hebt gij de heilige geschriften gekend die u wijs kunnen maken tot redding door middel van het geloof in verband met Christus Jezus. Alle Schrift is door God geïnspireerd en heilzaam om te onderwijzen, terecht te wijzen, alles in orde te brengen en te tuchtigen in gerechtigheid, opdat de mens Gods volledig bekwaam kan zijn, volmaakt toegerust tot ieder goed werk.” — 2 Tim. 3:15-17, NW.