Naam en doel van „De Wachttoren”
WAAROM wordt dit tijdschrift „De Wachttoren” genoemd? Heeft de naam een Bijbelse achtergrond en betekenis? Wat is het doel van het tijdschrift? Bevredigt het een behoefte waarin geen van de honderden andere tijdschriften die voortdurend naar de openbare krantenkiosken stromen, heeft voorzien? De Wachttoren staat in zijn gebied alleen en de waarde er van kan niet in geld worden uitgedrukt. Welke feiten bewijzen dit?
De Bijbel maakt dikwijls gewag van torens. Het waren imposante gebouwen, veel hoger dan breed, en in verschillende plaatsen opgetrokken, zodat ze een in het oog vallend kenmerk waren van bouwkunst in het Israël uit de oudheid. Ze stonden dikwijls in wijngaarden, zoals Jezus aantoonde in zijn gelijkenis van de landlieden (Jes. 5:2; Matth. 21:33; Mark. 12:1). Torens als uitkijkposten werden zowel buiten als bovenop de muren van versterkte steden gebouwd om dienst te doen als observatieposten en bolwerken (2 Kon. 17:9; 18:8; 2 Kron. 20:24; 26:9, 10, 15; Neh. 3:1; Ps. 48:13). Omdat torens werden gebruikt als toevluchtsoorden, wordt in zinnebeeldige taal over Jehova God gesproken als over een sterke toren voor hen die op hem vertrouwen. — Richt. 9:51, 52; Ps. 18:2; 61:3; 144:2; Spr. 18:10.
Op de torens werden wachters geplaatst om uit te kijken en een of andere onverhoedse aanval door vijanden te voorkomen, of om een of ander belangrijk nieuws dat zij uit hun waarnemingen konden afleiden, aan te kondigen, of het nu goed of slecht nieuws was (2 Kon. 9:17). Het was hun plicht wakker te blijven, waakzaam te zijn en te waarschuwen. Voor die voorbeeldige Theocratie gold echter: „Zo de HERE de stad niet bewaart, te vergeefs waakt de wachter.” — Ps. 127:1.
Deze hand tussen Jehova God en de wachters in de wachttorens was nog belangrijker waar het die mannen betrof welke waren aangesteld om uit te kijken naar boodschappen van de Heer, en te waarschuwen voor gevaren die het geestelijke welzijn van de natie Israël bedreigden. Door een besef van de plichten der wachters die in werkelijke torens waren geposteerd, worden wij geholpen de dienstverantwoordelijkheden te begrijpen van hen die als wachters zijn aangesteld over het belangrijkere geestelijke front. Habakuk was zo iemand, en hij zeide: „Ik zal mij op mijn wachttoren plaatsen, gaan staan op den wachtpost, en uitzien naar hetgeen hij mij zal zeggen, wat hij zal antwoorden op mijne klacht.” — Hab. 2:1, OB.
DE OPDRACHT VAN EEN WACHTER
De opdracht van zulke wachters wordt ons in het geval van Ezechiël duidelijker verklaard. Ofschoon hij niet op een werkelijke wachttoren bovenop de muur van een stad stond, werd hij door Jehova als volgt toegesproken: „Menschenkind, tot een wachter voor het huis Israël heb ik u aangesteld; wanneer gij uit mijn mond een woord hooren zult, moet gij het van mijnentwege waarschuwen. Wanneer ik tot den goddelooze zeg: gij zult zeker sterven — en gij hebt hem niet gewaarschuwd, noch gesproken om den goddelooze af te brengen van zijn goddeloozen weg, ten einde hem in het leven te behouden, dan zal hij wel om zijn eigen schuld sterven, maar zijn bloed verhaal ik tevens op u. Wanneer gij daarentegen den goddelooze gewaarschuwd hebt, maar hij heeft zich niet van zijn goddeloosheid noch van zijn goddeloozen weg afgekeerd, dan zal hij om zijn eigen schuld sterven, maar gij zult uw leven gered hebben. En wanneer een rechtschapene zich van zijn rechtschapenheid afkeert en onrecht bedrijft, en ik een struikelblok voor hem leggen zal, zoodat hij sterft, dan sterft hij, omdat gij hem niet gewaarschuwd hebt, in zijn zonde, terwijl de gerechte werken die hij gedaan heeft niet herdacht zullen worden; maar tevens verhaal ik zijn bloed op u. Wanneer gij daarentegen den rechtschapene hebt gewaarschuwd niet te zondigen en hij zondigt niet, dan blijft de rechtschapene in leven omdat hij gewaarschuwd was, en gij hebt uw leven gered.” — Ezech. 3:17-21, LV.
Niet alleen wordt de redding van de wachter verzekerd wanneer hij getrouw zijn plichten nakomt, maar ook wordt de gelegenheid tot leven geopend voor de goddelozen die acht slaan op de waarschuwing van de wachter. Jehova’s barmhartige belofte is: „Ik heb geen behagen in den dood van den goddelooze, maar hierin dat een goddelooze zich bekeert van zijn weg en in leven blijft. Bekeert, bekeert u dan van uw booze wegen; waarom zoudt gij sterven, huis Israël? En wanneer ik tot den goddelooze zeg: gij zult zeker sterven — en hij bekeert zich van zijn zonde en betracht recht en deugd, geeft het in beslag genomene terug, vergoedt hetgeen hij geroofd heeft, wandelt in de inzettingen des levens door geen onrecht te bedrijven, dan zal hij zeker in leven blijven en niet sterven.” — Ezech. 33:11, 14-16, LV.
Nadat Jeruzalem door Babylon ten val was gebracht en zeventig jaren als een vrouwelijke gevangene woest had gelegen, bespeurt ze de boodschapper die over de toppen der bergen snelt om redding te komen verkondigen en aan het bevrijde Zion bekend te maken dat haar God regeert. In vreugdevol geloof ziet ze als het ware haar muren en torens herbouwd en haar wachters, die met haar de welkome aanblik van de komende bevrijder aanschouwen, op hun posten geplaatst: „Hoor, uwe wachters, zij verheffen de stem; zij juichen altegader, want klaarlijk zien zij dat de Heer naar Sion wederkeert [dat de HEER Zion herstelt].” Ter gelegenheid van deze zelfde glorierijke herstelling worden wederom wachters genoemd die ijverig Jehova’s lof zingen: „O Jeruzalem! Ik heb wachters op uw muren besteld, die geduriglijk al den dag en al den nacht niet zullen zwijgen. O gij, die des HEREN doet gedenken, laat geen stilzwijgen bij ulieden wezen! En zwijgt niet stil voor Hem, totdat Hij bevestige, en totdat Hij Jeruzalem stelle tot een lof op aarde.” — Jes. 52:1-10, Belg. PB, AV; Jes. 62:1-12.
Wanneer wij bedenken dat het bericht van de val van Babylon herstel voor Jeruzalem betekende, kunnen wij begrijpen dat het als goed nieuws klonk uit de keel van de wachter: „Zóo heeft de Heer tot mij gezegd: Ga, zet een wachter uit die meedeele wat hij ziet. Daar riep hij [als een leeuw]: Op ’s Heeren wachttoren sta ik altijddoor overdag, op mijn post houd ik alle nachten stand. En zie, daar kwamen ruiters, twee aan twee te paard. Toen hief hij aan en zeide: Gevallen is Babel, gevallen! en al haar godenbeelden zijn tegen den grond verbrijzeld.” — Jes. 21:6, 8, 9, LV, Belg. PB.
Worden wij door al het voorgaande er niet van doordrongen dat wachters een sleutelpositie innamen, hetzij als waarnemers op werkelijke wachttorens of als dienstknechten van God die waakzaam waren om boodschappen van Jehova te ontvangen en zulke raad en waarschuwing aan het volk over te brengen? In beide gevallen moest de wachter een stelling of gunstig gelegen punt bezetten van waar hij datgene kon zien en horen wat voor het nakomen van zijn plichten noodzakelijk was.
MODERNE WACHTERS
De geestelijken van de orthodoxe religiën der Christenheid nemen tegenwoordig de schijn aan wachters over het geestelijke welzijn der natiën te zijn. Daar zij zijn opgeleid, dienen zij een positie in te nemen waarin zij zijn verheven boven de hebzucht en vooroordelen van onze tijd, alsof zij op de hoogten van een wachttoren staan, waardoor zij worden verheven boven de twisten der wereld en hun een zuivere kijk op de zaken wordt verschaft, onbelemmerd door de vele verblindende vooroordelen van deze tijd. Zij dienen in staat te zijn gebeurtenissen uit het oogpunt van Bijbelse profetieën te beschouwen, en betekenisvolle voorvallen op te merken die voor naderend gevaar waarschuwen of die verschijnen als hartverkwikkende tekenen van komende betere tijden. Zij dienen ontvankelijk te zijn voor Gods leiding, hun ogen wijd open voor zijn voorschriften en snel bereid zijn Woord bekend te maken.
Maar komen zij de grote verantwoordelijkheden van wachters na? Wanneer zij spreken over de tegenwoordige weeën van de oorlog of de zedelijkheid die op een laag peil staat, tonen de geneesmiddelen die zij voorstellen dan niet dat zij meer lijken op politici of sociale werkers dan op dienaren van God? Zijn zij niet blind voor de tekenen der tijden? Zwijgen zij niet wanneer een impopulaire waarschuwingsboodschap moet worden bekendgemaakt? Zijn zij niet ingeslapen voor de practische waarheid uit de Bijbel dat Christus’ koninkrijk de enige hoop voor de mens is? Maar, hoe waakzaam zijn zij als het er om gaat hun eigen doeleinden te bevorderen, hun eigen kerk te verheffen, hun eigen reputatie te verhogen, hun populariteit te doen toenemen of hun financiële inkomen te vergroten! Gij kunt zeggen wat gij wilt, een eerlijk onderzoek toont aan dat de beschrijving van de ontrouwe wachters uit de oudheid, op hen van toepassing is: „Hun wachters zijn allen blind, zij weten niet; zij allen zijn stomme honden, zij kunnen niet bassen; zij zijn slaperig, zij liggen neder, zij hebben het sluimeren lief. En deze honden zijn sterk van begeerte, zij kunnen niet verzadigd worden, ja, het zijn herders, die niet verstaan kunnen; zij allen keren zich naar hun weg, elkeen naar zijn gewin, elk uit zijn einde.” — Jes. 56:10, 11.
Aan de andere kant toont een eerlijk onderzoek aan dat een andere groep is te vergelijken met de getrouwe wachter Ezechiël, die zich van zijn opdracht kweet: „Wanneer gij uit mijn mond een woord hoort, moet gij hen van mijnentwege waarschuwen.” Welke hedendaagse groep staat als een getrouwe wachter, die niet aarzelt Gods boodschap vrijmoedig te verkondigen, ofschoon deze een impopulaire waarschuwing is? De gezalfde navolgers van Christus Jezus die thans op aarde verblijven en die in de Schrift als Jehova’s getuigen bekendstaan (Matth. 24:45-47; Jes. 43:10-12). Doordat zij acht slaan op het goddelijke bevel geen deel dezer wereld te zijn, staan zij neutraal tegenover haar geharrewar (2 Tim. 2:4; Jak. 4:4). Zij spreken Gods Woord, niet dat van mensen. Zij nemen kennis van Gods weg en niet van de weg des mensen.
Ter verduidelijking diene het volgende: Wanneer Jehova’s getuigen de tegenwoordige toestanden gadeslaan en de grote aantallen snoevers en godslasteraars zien, opmerken hoe misdadigheid en gebrek aan natuurlijke liefde toenemen, de vervolgers en verbondbrekers beschouwen en beseffen dat deze vermaakzuchtige wereld huichelachtig een uiterlijke vorm van godsvrucht aanneemt maar geen ware liefde voor God heeft, dan zien deze getrouwe getuigen in dat deze dingen de voorzegde tekenen der „laatste dagen” zijn (2 Tim. 3:1-5; Jak. 5:1-6). Wanneer zij de toenemende mate van oorlogen, hongersnoden, pestilentiën, aardbevingen en wrede vervolging van Christenen zien, en de op flaters uitlopende politieke pogingen om de wereld door middel van internationale verenigingen te regeren, dan zeggen zij niet gedachteloos het oude fabeltje na dat de geschiedenis zich herhaalt. Daar zij hun ogen open hebben voor Bijbelse profetieën, zien zij deze dingen als vervullingen daarvan (Matth. 24:3-21; Luk. 21:25, 26). Zij hebben ogen die zien, oren die horen, een verstand dat opmerkt en tongen die ijverig zijn om te spreken (Matth. 13:14-17; Ef. 1:18). Bovendien zijn zij verlicht om in te zien dat de tegenwoordige weeën spoedig zullen plaats maken voor een komende nieuwe wereld van gerechtigheid. — Luk. 21:28-32.
HET TIJDSCHRIFT „DE WACHTTOREN”
Maar wat heeft dit allemaal met het tijdschrift „De Wachttoren” te maken? Heel veel, want De Wachttoren is de officiële stem van de wachter-klasse in deze tijd. Evenals torens op gunstig gelegen punten lagen, zodat men van die plaats af een ruim uitzicht had, zo is De Wachttoren gegrondvest op het toppunt van betrouwbare wijsheid, namelijk, Gods Woord de Bijbel. Hierdoor wordt het tijdschrift verheven boven partij-geharrewar, vooroordelen, hebzucht, propaganda en partijdigheid op het gebied van ras of natie en bevrijdt het de mensen van invloeden die een gezichtspunt kunnen beheersen of verdraaien. Zijn visie is niet eng of kortzichtig, maar neemt alles in ogenschouw en het is vooruitziend genoeg om met behulp van de opgetekende geïnspireerde profetieën in de toekomst te zien. Het beschouwt de tegenwoordige toestanden en gebeurtenissen in het licht van Gods Woord, daar het ontvankelijk is voor Jehova’s boodschap en er snel bij is om zijn waarheden en oordelen bekend te maken. Jehova beveelt de wachterklasse: „Roep uit de keel, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin, en verkondig Mijn volk hun overtreding” (Jes. 58:1). Gelijk een stem die voor de wachter-klasse spreekt, heeft De Wachttoren de zonden van hen die voorgeven God te dienen, uitgebazuind en tegenwoordig verheft hij zijn stem in dertig talen en wordt in alle natiën der aarde gehoord.
In dit licht bezien, kan worden gezegd dat De Wachttoren gelijk een wachter op een uitkijkpost staat, waakzaam voor wat er geschiedt, de ogen wijd open ten einde te letten op tekenen die voor gevaar waarschuwen, snel de weg tot het leven in een nieuwe wereld aangevend. Het tijdschrift kondigt het nieuws van Jehova’s koninkrijk aan, dat werd opgericht doordat Christus in de hemel op de troon werd geplaatst, waarschuwt dat wij in de laatste dagen dezer oude wereld leven, roept uit dat Jehova’s krijg van Armageddon met rasse schreden nadert, voedt de medeërfgenamen van het koninkrijk met geestelijk voedsel, beurt mensen van goede wil op met glorierijke vooruitzichten van eeuwig leven op een paradijsachtige aarde en troost ons met de belofte van een opstanding voor de doden. Dit alles doet het met overtuiging omdat de woorden die er in worden gesproken, op Gods Woord zijn gebaseerd. Het is geen blinde of stomme wachter, maar tracht in harmonie met God te blijven door zijn Woord te onderzoeken en ontvankelijk voor zijn leiding te zijn, waarbij het zijn ogen altijd voor profetieën openhoudt, zodat het weet waarnaar het in wereldgebeurtenissen moet uitkijken en zodat het de betekenis van wat het ziet, begrijpt. Het geeft geen eigen uitlegging van profetieën, maar vestigt de aandacht op zichtbare feiten en plaatst ze naast de profetieën zodat gij voor u zelf kunt zien hoe goed de twee overeenkomen, hoe nauwkeurig Jehova zijn eigen profetieën verklaart. — 2 Petr. 1:20, 21.
Het doel van dit tijdschrift is dus, scherp en getrouw de aandacht te blijven vestigen op de waarheid uit de Bijbel, op wereldgebeurtenissen die wellicht profetieën in vervulling kunnen doen gaan en op religieus nieuws in het algemeen. Soms zal het religieuze leugens afbreken, zodat de waarheid uit de Bijbel in hun plaats kan worden opgebouwd. Zulk een tweevoudig werk wordt in de Schrift bevolen en strekt alle mensen met een juiste hartetoestand tot zegen (Jer. 1:10; Hebr. 12:5-13). De Wachttoren beweert echter niet dat zijn uitspraken zijn geïnspireerd, noch is het tijdschrift dogmatisch. Het nodigt uit tot een zorgvuldig en critisch onderzoek van zijn inhoud in het licht van de Schrift. Zijn doel is anderen te helpen Jehova en zijn voornemens ten aanzien van de mensheid te leren kennen, en Christus’ opgerichte koninkrijk als onze enige hoop aan te kondigen.
Jehova God is de Leraar van zijn volk, maar wij moeten „op de uitkijk staan” om zijn onderricht in ontvangst te nemen. Wij moeten „niet slapen, zooals de overige menschen, maar waken en nuchter zijn”. Tot hen die wel sluimeren, moeten de wakenden roepen: „Het is hoog tijd om te ontwaken!” (Jes. 54:13; Rom. 13:11, KJ; 1 Kor. 16:13, AV; 1 Thess. 5:6, LV). Indien gij in slaap zijt gevallen voor de tekenen der tijden, en ontwikkelingen in de wereld niet in het licht der Bijbelse profetieën hebt gadegeslagen, dan moet gij het bevel om te ontwaken en waakzaam te zijn, gehoorzamen. Laat De Wachttoren u helpen op deze vermaning die tot leven leidt, acht te slaan, want dat is zijn doel.
Daar De Wachttoren getrouw overeenkomstig zijn naam en doel leeft, staat het tijdschrift in zijn gebied alleen, en de waarde er van kan niet in geld worden uitgedrukt. Het verklaart Gods wijsheid, die „beter [is] dan robijnen, en al wat men begeren mag, is met haar niet te vergelijken”. Dergelijke wijsheid „is een boom des levens”. De Wachttoren nodigt u uit die wijsheid te bemachtigen en leven te verkrijgen in een nieuwe wereld zonder einde. — Spr. 3:13-18; 8:10, 11; Ef. 3:21.