ZEFANJA
(Zefanja) [Jehovah heeft verborgen of als een schat weggelegd].
1. Een profeet van Jehovah in Juda tijdens de beginperiode van Josia’s regering en de schrijver van het bijbelboek dat zijn naam draagt. Zefanja was blijkbaar een achter-achterkleinzoon van koning Hizkia. — Zef. 1:1; zie ZEFANJA, HET BOEK.
2. Een vooraanstaand priester gedurende het laatste decennium van het koninkrijk Juda; zoon van Maäseja. Zefanja werd door Zedekia tweemaal naar Jeremia gestuurd, eerst om Jehovah te raadplegen omtrent Juda’s toekomst en later om Jeremia te verzoeken ten behoeve van hen te bidden (Jer. 21:1-3; 37:3). Van een valse profeet in Babylon ontving Zefanja een brief waarin hem dringend werd verzocht Jeremia te bestraffen, maar in plaats van hieraan gevolg te geven, las Zefanja Jeremia de brief voor, en vervolgens schreef Jeremia Jehovah’s antwoord op (Jer. 29:24-32). Na de val van Jeruzalem werd Zefanja — destijds tweede priester onder Seraja — naar Nebukadnezar in Ribla gebracht en gedood. — Jer. 52:24, 26, 27; 2 Kon. 25:18, 20, 21.