PEREZ
(Pe̱rez) [doorbraak].
Een van de tweelingzonen die Juda bij zijn schoondochter Tamar had. Bij de geboorte werd Perez’ broer Zera het eerst zichtbaar, maar trok zich terug zodat Perez het eerst te voorschijn kwam, waardoor hij een doorbraak (of perineumruptuur) bij Tamar veroorzaakte (Gen. 38:24-30). Perez behield de voorrang boven zijn broer en wordt altijd vóór hem genoemd; van de beide huizen werd Perez’ huis vermaarder (Ruth 4:12). Perez en zijn twee zonen, Hezron en Hamul, worden vermeld onder degenen uit Jakobs geslachtslijn die naar Egypte kwamen. Daar werden zij alle drie hoofden van afzonderlijke families in Juda (Gen. 46:8, 12). Afgezien daarvan worden er geen persoonlijke inlichtingen over Perez verschaft.