ON.
De naam van een persoon en van een plaats.
1. Een zoon van Peleth en een vooraanstaand man van de stam Ruben. — Num. 16:1; zie ABIRAM.
2. Een oude en vermaarde stad in Egypte, die ca. 6 km ten N.O. van Caïro aan de oostelijke oever van de Nijl ligt, in de buurt van de plaats waar de rivier zich vertakt en het deltagebied begint. In Egyptische annalen wordt de naam van de stad met iwnw aangeduid, terwijl ze in Assyro-Babylonische annalen als Anu of Unu vermeld staat. Men neemt aan dat de Egyptische naam „zuilenstad” betekent en misschien betrekking heeft op de obelisken (hoge, spits toelopende zuilen met piramidevormige punt) die de stad beroemd hebben gemaakt; of de naam kan ook doelen op de heilige steen (benben genaamd), die bij de aanbidding van de zonnegod Ra (of Re) een rol speelde. De Grieken noemden de stad Heliopolis, wat „zonnestad” betekent, omdat ze het middelpunt van de Egyptische zonaanbiding was.
In het bijbelse verslag komt de stad voor het eerst voor als de stad van Potifera, de priester van On, wiens dochter Asnath Jozef tot vrouw werd gegeven. — Gen. 41:45, 50.
De profeet Jeremia voorzei onder inspiratie dat koning Nebukadnezar Egypte onder de voet zou lopen en „de zuilen van Beth-Semes, dat in het land Egypte ligt, stellig aan stukken [zou] breken” (Jer. 43:10-13). Beth-Semes komt enigszins overeen met de Griekse naam Heliopolis en betekent „huis der zon”. Derhalve wordt in de hier genoemde bijbeltekst waarschijnlijk gedoeld op On en kunnen de „zuilen” die aan stukken gebroken zouden worden, heel goed betrekking hebben op de vele obelisken die zich rondom de zonnetempel bevonden.
Ezechiëls profetie bevat een soortgelijke waarschuwing (Ezech. 30:10, 17). Op deze plaats verschilt de Hebreeuwse vocalisatie van de naam van die in Genesis, zodat de naam eigenlijk „Aven” (Hebreeuws: ’aʹwen) luidt. Sommige geleerden zijn van mening dat het een woordspeling was, want Aven betekent „goddeloosheid; afgoderij”, en On was een centrum van afgoderij.
Dit kan ook het geval zijn in Jesaja 19:18, waar de masoretische tekst een van de „vijf steden in het land Egypte . . . die de taal van Kanaän spreken en bij Jehovah . . . zweren”, als „De Stad der Omverhaling [Hebreeuws: ‛Ir ha·Heʹres]” aanduidt. In de Dode-Zeerol van Jesaja heeft het begrip ‛Ir ha·Cheʹres de betekenis van „Stad der Zon”, waarmee dus op On (Heliopolis) wordt gedoeld. Hierbij kan het weer om een opzettelijke woordspeling gaan, waarbij met het oog op Jehovah’s voornemen om de afgodische stad On te verwoesten, de uitdrukking Cheʹres (een ander Hebreeuws woord voor „zon”, minder gebruikelijk dan sjeʹmes) door de uitdrukking Heʹres (omverhalen) werd vervangen. De Aramese Targoem parafraseert dit deel van het vers als volgt: „[Stad van] het Huis der Zon, die [d.w.z. de stad] verwoest zal worden.”