Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 861
  • Kaalheid

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Kaalheid
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Kaalheid
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Scheren
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Haar
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Haar
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 861

KAALHEID.

Het ontbreken van haar op het hoofd, maar niet noodzakelijkerwijs totaal haarverlies. Vaak komt kaalheid plaatselijk of pleksgewijs voor, terwijl op andere delen van het hoofd het haar normaal groeit. Deze vorm van haaruitval vertegenwoordigt ongeveer 90 procent van alle gevallen. De bijbel maakt melding van kaalheid van de kruin en voorhoofdskaalheid (Lev. 13:41-44). De exacte oorzaak van kaalheid is onbekend. Erfelijkheid wordt als de hoofdoorzaak beschouwd, maar ook infectie, verstoring van het hormonale evenwicht, het ouder worden, nerveuze stoornissen en syfilis kunnen factoren zijn.

Bij sommige volken was het de gewoonte kunstmatig kaalheid teweeg te brengen door in tijden van verdriet om een overleden familielid of om religieuze redenen het haar af te scheren, maar bij de Israëlieten was dit gebruik verboden (Deut. 14:1). De priesters kregen het specifieke gebod om ter wille van de doden geen kale plek op hun hoofd te maken en het uiteinde van hun baard niet af te scheren (Lev. 21:5). De Israëlieten werd geboden de zijlokken van het haar of het uiteinde van hun baard niet af te knippen. — Lev. 19:27; Jer. 9:26.

In Egypte schoren de mannen over het algemeen hun hoofd kaal, en zij beschouwden baarden als een teken van slonzigheid. Om die reden schoor Jozef zich, toen hij uit de gevangenis was gehaald, voordat hij bij Farao werd gebracht (Gen. 41:14). De Egyptenaren bedekten kaalheid echter met pruiken, en velen die hun hoofdhaar en hun baard hadden afgeschoren, droegen een pruik en bonden zich een valse baard voor. In de Papyrus Ebers, een Egyptische medische verhandeling uit het 2de millennium v.G.T., staan 11 recepten ter voorkoming van kaalheid.

Volgens de Wet moest iemand met melaatsheid op het hoofd zijn hoofd kaalscheren aan het begin van zijn quarantaineperiode, op de dag van zijn reiniging en opnieuw op de zevende dag (Lev. 13:33; 14:8, 9). Werd een nazireeër onrein, dan moest hij ten tijde van de vaststelling van zijn reiniging zijn hoofd scheren (Num. 6:9). Een gevangengenomen vrouw die door een Israëlitische soldaat tot echtgenote genomen werd, moest haar hoofd kaalscheren. — Deut. 21:12.

In de dagen van de apostelen werden op sommige plaatsen, in de immorele stad Korinthe bijvoorbeeld, vrouwen die betrapt waren op het plegen van overspel of hoererij, gestraft met het afscheren van hun haar. Bij jonge slavinnen werd het haar kort geknipt. Paulus gebruikt deze omstandigheid blijkbaar als illustratie om aan te tonen dat een vrouw in de christelijke gemeente die zou bidden of profeteren met ongedekt hoofd — al was haar het haar als hoofdbedekking gegeven — evengoed tot het uiterste zou kunnen gaan door haar hoofd helemaal kaal te laten scheren om aldus haar schande te tonen, aangezien zij geen respect had voor het door God ingestelde gezagsbeginsel. — 1 Kor. 11:3-10.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen