Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • it-2 ‘Verschijning’
  • Verschijning

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Verschijning
  • Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Vergelijkbare artikelen
  • Verschijning
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Belangrijke gebeurtenissen in Markus
    Nieuwewereldvertaling van de Bijbel (studie-uitgave)
  • Belangrijke gebeurtenissen in Mattheüs
    Nieuwewereldvertaling van de Bijbel (studie-uitgave)
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
Meer weergeven
Inzicht in de Schrift, Deel 2
it-2 ‘Verschijning’

VERSCHIJNING

Het Griekse woord fan·taʹsma komt alleen voor in de twee verslagen waarin wordt gezegd dat Jezus over het water van de Zee van Galilea naar zijn discipelen liep, die in een boot zaten (Mt 14:26; Mr 6:49). In beide verslagen staat dat de bevreesde discipelen zeiden: „Het is een verschijning!” Het woord fan·taʹsma wordt in verschillende vertalingen weergegeven met „geest” (KJ), „spook” (LV; NBG; PC), „spooksel” (OB; SV) en „verschijning” (NW; zie ook het commentaar op Mt 14:26 in Verklaring van het Nieuwe Testament, door Matthew Henry, Deel I, tweede druk, blz. 220).

Een verschijning is een illusie, iets wat er in werkelijkheid niet is maar als gevolg van een geprikkelde fantasie of door andere oorzaken alleen in de verbeelding bestaat en van voorbijgaande aard is. Met de woorden: „Ik ben het; vreest niet”, verzekerde Jezus de discipelen dat zij geen verschijning zagen, maar dat hij het werkelijk was. — Mt 14:27; Mr 6:50.

Deze situatie was daarom heel anders dan het voorval waarbij de uit de dood opgewekte Jezus plotseling in het midden van zijn discipelen verscheen, zodat zij meenden „een geest [Gr.: pneuʹma]” te aanschouwen (Lu 24:36, 37). De woorden die Jezus in deze situatie sprak, waren kennelijk niet bedoeld om de discipelen louter van zijn werkelijkheid te overtuigen, maar om hen ervan te verzekeren dat hij in een vleselijk lichaam — in de gedaante van een mens en niet in de gedaante van een geest — aan hen verscheen; daarom zei hij tot hen: „Betast mij en ziet, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals gij aanschouwt dat ik heb” (Lu 24:38-43; vgl. Ge 18:1-8; 19:1-3). Zij hoefden dus niet bevreesd te zijn zoals Daniël, die een ontzagwekkende hemelse verschijning van een totaal andere aard zag. (Vgl. Da 10:4-9.) De situatie was voor hen ook heel anders dan later voor Saulus van Tarsus, die blind werd toen Jezus hem op de weg naar Damaskus verscheen. — Han 9:1-9; 26:12-14; zie TRANSFIGURATIE; VISIOEN.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen