De ondergrondse wereld van Parijs
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN FRANKRIJK
IK BEL het nummer, vurig hopend dat iemand zal opnemen. „Hallo! Hallo!”, zeg ik. „Mijn autosleutels zijn in een putje gevallen! Kom vlug alstublieft!” Leden van een speciale brigade rioolwerkers zijn snel ter plaatse. Hun taak bestaat uit het ontstoppen van rioleringen, het leegpompen van ondergelopen kelders en het redden van de sleutels, brillen, portemonnees en zelfs huisdieren die regelmatig verdwijnen in de 18.000 rioolputjes die Parijs telt. Zij vinden mijn sleutels terug, en met een zucht van verlichting bedank ik hen hartelijk.
De volgende dag besluit ik een bezoek te brengen aan het Musée des Égouts (Rioolmuseum) op de linkeroever van de Seine, tegenover onze beroemde rondvaartboten en in de buurt van de Eiffeltoren. Parijs laat al zo’n 130 jaar trots zijn ondergrondse wereld zien. De reden daarvoor kom ik te weten door in de voetstappen te treden van de meer dan 90.000 nieuwsgierigen per jaar die dit unieke museum bezoeken. Vergezel mij bij mijn kennismaking met wat de beroemde negentiende-eeuwse Franse schrijver Victor Hugo omschreef als „Leviathans ingewanden” — de riolen van Parijs.
Toegankelijke „ingewanden”
Na vijf meter onder de grond te zijn afgedaald, zie ik het eerste tentoongestelde voorwerp van het museum — een opgezette rat. Huiveringwekkend! Men zegt dat er voor elke Parijzenaar drie ratten zijn, die zelfs de zwaarste vergiften ongelooflijk goed verdragen. Ze worden zeker goed gevoed. Elke dag verslinden de ratten 100 ton rioolafval, een derde van het totaal.
Steentjes, spijkers, sleutels en andere zware dingen komen in het afval- en regenwater terecht, waardoor de rioolbuizen verstopt raken. Met op de achtergrond het geluid van druppelend water bestudeerde ik de machines die deze enorme 2100 kilometer lange „ingewanden” zuiveren. Elk jaar verwijderen ongeveer duizend rioolwerkers 15.000 kubieke meter afval. Duisternis, stortbaden van vuil water, slijmerige wanden en plotselinge stijgingen van het waterpeil maken het een rioolwerker zeker niet makkelijk.
Langs de bovenkant van de riolen lopen trouwens buizen waarin een uitgestrekt netwerk van waterleidingpijpen en telefoon- en verkeerslichtkabels ondergebracht is.
Het begon met de Romeinen
De Romeinen waren de eersten die Parijs van een riolering voorzagen. Onder de overblijfselen van de Romeinse thermen in het Quartier Latin ligt nog steeds zo’n achttien meter aan Romeins riool. Maar toen het Romeinse Rijk viel, werd de hygiëne veronachtzaamd. Parijs bleef eeuwenlang een vuile en ongezonde stad, met slechts primitieve riolen (afvoeren in het midden van de straat) of greppels om afvalwater te doen wegvloeien. De greppels stonken en waren een broedplaats voor infecties. In 1131 stierf de oudste zoon van koning Lodewijk VI aan een infectie nadat hij in een open riool was gevallen.
De openluchtafvoeren werden als stortplaats voor afval gebruikt en hetzelfde gebeurde met de enkele nieuwgebouwde overdekte afvoeren, die gemakkelijk verstopt raakten. Wat de zaak nog erger maakte, was dat wanneer het peil van de Seine steeg, uit de riolen stinkende modder en afval omhoogkwamen. Destijds was het spijsverteringsstelsel van Parijs nog erg klein. In 1636 waren de ingewanden maar 23 kilometer lang en ze dienden een bevolking van 415.000 mensen. Anderhalve eeuw later was er slechts drie kilometer aan toegevoegd. In de tijd van Napoleon leed het stelsel aan acute indigestie.
In de negentiende eeuw werden de bestaande riolen geïnspecteerd en in kaart gebracht. Ze bleken uit bijna 200 tunnels te bestaan, vele tot dan toe onbekend. Hoe werden de tonnen eeuwenoude modder verwijderd? Het nieuws verspreidde zich dat er onder de straten van Parijs kostbaarheden te vinden waren. Een grote menigte hebzuchtige schatzoekers trok er dus in. Zij waadden door het slijk waaruit zij munten, sieraden en wapens haalden.
De riolering organiseren
Uiteindelijk werd de riolering georganiseerd, gemoderniseerd, uitgebreid en op elk huis aangesloten. Er werden buizen gebruikt die groot genoeg waren om onverwachte overstromingen te verwerken. In 1878 liep er onder grote gewelven een 650 kilometer aan bevaarbare kanalen. „De riolering is schoon, . . . tiptop”, schreef Victor Hugo.
In de twintigste eeuw is het stelsel twee keer zo groot geworden. En de riolen werden een spiegelbeeld van de stad. In welk opzicht? Elk riool draagt de naam van de straat die het volgt en het nummer van het gebouw erboven. Men is met verbeteringen doorgegaan in de vorm van een renovatieproject van twee miljard francs dat in 1991 van start ging. De tien jaar durende renovatie van deze onmisbare voorziening die per dag 1,2 miljoen kubieke meter water verwerkt, omvat het installeren van automatische reinigingsinstallaties en gecomputeriseerde regeleenheden.
Ik kom aan het einde van mijn bezoek en verheug mij op een ademteug gewone Parijse lucht. Maar mijn ondergrondse avonturen zijn nog niet voorbij. „Als u het diepste hart van Parijs wilt zien, ga dan naar de catacomben”, raadt een souvenirverkoper aan. „Twintig meter onder de grond liggen de beenderen van zes miljoen mensen opgestapeld.” Waar zijn die vandaan gekomen?
Kerken vervuilen de lucht
Pas sinds de achttiende eeuw liggen er beenderen in de Parijse catacomben — een onderaardse begraafplaats. Vanaf de Middeleeuwen werden mensen in of bij kerken begraven. Dit bracht geld in het laatje van de kerk maar was hoogst ongezond, omdat de kerkhoven midden in de stad lagen. Het werd een nachtmerrie voor de omwonenden van Parijs’ grootste kerkhof, het 7000 vierkante meter tellende Saints-Innocents, dat de doden van zo’n twintig kerken ontving en bovendien ongeïdentificeerde lichamen en slachtoffers van pestilenties.
In 1418 kwamen er door de Zwarte Dood zo’n 50.000 lichamen bij. In 1572 werden duizenden slachtoffers van de Bartholomeüsnacht opeengepropt op Saints-Innocents.a Er gingen stemmen op om deze begraafplaats te sluiten. Ongeveer twee miljoen lichamen, soms tien meter diep gestapeld, hadden het grondniveau met meer dan twee meter verhoogd. Het kerkhof was een broedplaats voor infecties, en er kwam een rottingslucht vandaan, waardoor volgens zeggen melk en wijn zuur werden. De geestelijken waren echter gekant tegen sluiting van de kerkhoven in de stad.
In 1780 barstte een gemeenschappelijk graf open, waardoor lijken in aangrenzende kelders belandden. Toen was de maat vol! Het kerkhof werd gesloten en begraven in Parijs werd verboden. De massagraven werden leeggehaald en de lichamen werden naar de niet meer gebruikte steengroeven van Tombe-Issoire overgebracht. Vijftien maanden lang werden er elke nacht in macabere konvooien beenderen vervoerd. Onder dit besluit kwamen nog zeventien andere begraafplaatsen en 300 plaatsen van aanbidding te vallen. De beenderen werden in een zeventien meter diepe schacht gegooid, waar nu een trap van de straat naar de catacomben loopt.
De catacomben van Parijs bezoeken
Vanaf Place de Denfert-Rochereau, iets ten zuiden van het Quartier Latin, daal ik de 91 treden af naar de catacomben. In 1787 behoorden de dames van het koninklijk hof tot de eersten die bij het licht van brandende fakkels deze ondergrondse begraafplaats bekeken. Tegenwoordig komen er 160.000 bezoekers per jaar.
Na de trap volgt een schijnbaar eindeloze reeks galerijen waar lichamen zijn geborgen. Ik loop uiterst behoedzaam, mij bewust van het feit dat de catacomben meer dan 11.000 vierkante meter beslaan. Een man die Philibert Aspairt heette, verwierf ongewild vermaardheid toen hij de weg door deze honderden kilometers aan galerijen probeerde te vinden. In 1793 verdwaalde hij in dit doolhof. Zijn geraamte werd elf jaar later aangetroffen, geïdentificeerd aan de hand van zijn sleutels en kleding.
Onder ongeveer een derde van het grondgebied van Parijs zijn tunnels uitgehouwen. Lange tijd vonden de graafwerkzaamheden ongecontroleerd plaats. Maar in 1774 stortte 300 meter van de Rue d’Enfer (Helstraat, nu Denfert-Rochereau) 30 meter diep omlaag. Parijs liep gevaar in te storten. De stenen „die wij boven de grond zien”, merkte een schrijver scherp op, „ontbreken onder onze voeten”. Om de ondergrondse galerijen te stutten, werden prachtige gewelven gebouwd.
„Jammer dat zij de grond niet bestraat hebben toen zij toch bezig waren”, klaag ik, naar mijn modderige schoenen kijkend. Ik glijd uit in een plas maar weet een zware bronzen deur vast te grijpen. Achter de deur ligt een gang met wanden die van mensenbeenderen gebouwd zijn. Grijnzende schedels en broze dij- en scheenbeenderen, neergelegd in rijen en in de vorm van kruisen en kransen, bieden een griezelig schouwspel. In stenen platen zijn bijbelverzen en gedichten gegraveerd die de overpeinzingen van de mens over de zin van het leven en de dood weerspiegelen.
Bij het verlaten van de catacomben ontdoe ik in de goot mijn schoenen van de modder, goed oplettend dat niet opnieuw mijn sleutels de Parijse riolen induiken! Mijn wandeling in de fascinerende ondergrondse wereld van Parijs is een ongewone ervaring geweest die ik niet gauw zal vergeten. Er is in Parijs ongetwijfeld veel meer te zien dan je oppervlakkig bekeken zou denken.
[Voetnoten]
[Illustratie op blz. 25]
De opening van een gedeelte van de Parijse riolen
[Verantwoording]
Valentin, Musée Carnavalet, © Photothèque des Musées de la Ville de Paris/Cliché: Giet
[Illustratie op blz. 25]
Een kijkje nemen in de riolen
[Verantwoording]
J. Pelcoq, The Boat, Musée Carnavalet, © Photothèque des Musées de la Ville de Paris/Cliché: Giet
[Illustratie op blz. 25]
Dwarsdoorsnede van de riolen van Parijs
[Verantwoording]
Ferat, Musée Carnavalet, © Photothèque des Musées de la Ville de Paris/Cliché: Briant
[Illustratie op blz. 26]
Grijnzende schedels en broze dij- en scheenbeenderen, neergelegd in rijen en in de vorm van kruisen en kransen
[Illustratie op blz. 26]
Een inscriptie bij de uitgang: „De prikkel nu des doods is de zonde.” — 1 Korinthiërs 15:56
[Illustratie op blz. 26]
Schoonmaakmachines voor de riolen
[Illustratieverantwoording op blz. 24]
Map background on pages 24-7: Encyclopedia Britannica/9th Edition (1899)