Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g98 8/12 blz. 12-13
  • Geheime archieven opengesteld

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Geheime archieven opengesteld
  • Ontwaakt! 1998
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wat is hun inhoud?
  • Kritiek
  • ’Niets is verborgen dat niet bekend zal worden’
  • De Spaanse inquisitie — Hoe kon het gebeuren?
    Ontwaakt! 1987
  • De berechting en terechtstelling van een „ketter”
    Ontwaakt! 1997
  • De verschrikkelijke inquisitie
    Ontwaakt! 1986
  • Werktuigen voor onvoorstelbare folteringen
    Ontwaakt! 1998
Meer weergeven
Ontwaakt! 1998
g98 8/12 blz. 12-13

Geheime archieven opengesteld

DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN ITALIË

„Inquisitiearchieven opengesteld”. Zo meldden de media dat het Vaticaan geleerden toegang heeft verleend tot de archieven van de Congregatie voor de Geloofsleer, tot 1965 bekend als het Heilig Officie.

ER WERD bericht dat de stap moet worden gezien „in de context van een lang en gestructureerd proces van geschiedkundige herziening dat Johannes Paulus II voor het jaar 2000 wil voltooien”.a Waarom bestaat er zoveel belangstelling voor deze archieven? Welke geheimen zouden ze moeten bevatten?

Het Heilig Officie werd in 1542 door paus Paulus III ingesteld. Dit pauselijk instrument ter onderdrukking van „ketterij” werd ook de Romeinse inquisitie genoemd, om het te onderscheiden van de Spaanse inquisitie die in 1478 werd ingevoerd.b De congregatie van kardinalen die in 1542 in het leven werd geroepen, moest „zich bezighouden met de kwestie van ketterij in de gehele christenheid”, verklaart Adriano Prosperi, een autoriteit op dit terrein. Van de inquisities die in de zestiende eeuw werkzaam waren, is alleen de Romeinse inquisitie nog actief, zij het onder een andere naam en met andere taken.

De verslagen van de inquisitie werden bijeengebracht. Op den duur vormden ze de geheime archieven van het Heilig Officie. In 1559 werd in de archieven huisgehouden door een deel van de bevolking van Rome tijdens een oproer waarmee de dood werd „gevierd” van paus Paulus IV, die als de voornaamste voorstander van de Romeinse inquisitie werd beschouwd. Na zijn verovering van Rome bracht Napoleon de archieven in 1810 over naar Parijs. Zowel toen als gedurende hun latere teruggave aan de paus, ging veel van het materiaal verloren of werd vernietigd.

Wat is hun inhoud?

De meer dan 4300 documenten die samen de archieven uitmaken, beslaan twee ruimten vlak bij de Sint-Pietersbasiliek. Volgens kardinaal Joseph Ratzinger — prefect van dit Vaticaanse instituut — hebben de stukken in de archieven indirect betrekking op geschiedkundige kwesties, maar „zijn [ze] voornamelijk van theologische aard”.

Historici zijn het erover eens dat men niet van de archieven kan verwachten dat ze veel zullen onthullen. Professor Prosperi legt uit dat de notulen van de vergaderingen van de Romeinse inquisitie aanwezig zijn maar dat „de voorgelegde argumenten, documenten en vrijwel alle procesverslagen ontbreken. De meeste werden tussen 1815 en 1817 in Parijs vernietigd op bevel van monseigneur Marino Marini, die uit Rome was gestuurd om de documenten terug te halen die door Napoleon waren weggenomen.”

Het Vaticaan heeft geleerden toegang verleend tot documenten die zijn verzameld vóór de dood van Leo XIII in juli 1903. Om toegang te verkrijgen, moeten onderzoekers introductiebrieven overleggen van religieuze of academische autoriteiten.

Kritiek

Hoewel het nieuws over het openstellen van de archieven over het algemeen met enthousiasme werd begroet, klonk er ook kritiek. De redenen afwegend waarom er alleen documenten van vóór 1903 beschikbaar werden gesteld, vraagt de katholieke theoloog Hans Küng: „Zou het kunnen zijn dat 1903 nu net het punt is waarop het interessanter wordt, aangezien paus Pius X, die zojuist de pauselijke troon had bestegen, in dat jaar met een antimodernistische campagne begon, waaraan een hele reeks theologen ten slachtoffer zou vallen en die moeilijkheden zou creëren voor de bisschoppen van Italië, Frankrijk en Duitsland, en talloze mensen van de kerk zou vervreemden?”

Voor de rechtshistoricus Italo Mereu komt „het werk dat [de Congregatie voor de Geloofsleer] doet,” ondanks het veranderen van hun naam en het openstellen van de archieven, „overeen met dat van de oude inquisitie, met haar oude methoden”, zoals het niet verlenen van toestemming aan degenen naar wie een onderzoek is ingesteld om de documenten die op hen betrekking hebben, in te zien.

’Niets is verborgen dat niet bekend zal worden’

Over het algemeen geloven historici niet dat zij in de „inquisitiearchieven” sensationele ontdekkingen zullen doen. Maar niettemin is het betekenisvol dat de Katholieke Kerk zich verplicht voelt zich te onderwerpen aan het oordeel van de publieke opinie.

Gods opinie is echter veel belangrijker. Binnenkort zal hij zijn oordeel vellen over een religie die beweerde christelijk te zijn maar eeuwenlang Gods geboden heeft overtreden en de geest van Jezus’ onderwijs geweld heeft aangedaan door wrede inquisitoriale onderzoeken uit te voeren. Hierin werden talloze onschuldige mensen afschuwelijk gemarteld en vermoord, eenvoudig omdat zij de leerstellingen of praktijken van de kerk niet wilden aanvaarden. — Mattheüs 26:52; Johannes 14:15; Romeinen 14:12.

Ongeacht hoe grondig het onderzoek van de archieven door geleerden is, het zal altijd onvolledig blijven. Aan de andere kant „[is] geen schepping . . . voor [Gods] ogen niet openbaar, maar alle dingen liggen naakt en openlijk tentoongesteld voor de ogen van hem aan wie wij rekenschap hebben af te leggen” (Hebreeën 4:13). Daarom kon Jezus, toen hij over de religieuze leiders sprak die hem tegenstonden, tot zijn discipelen zeggen: „Vreest hen . . . niet, want er is niets bedekt dat niet ontdekt zal worden, en verborgen dat niet bekend zal worden.” — Mattheüs 10:26.

[Voetnoten]

a Zie De Wachttoren van 1 maart 1998, blz. 3-7.

b Hoewel hun methoden en resultaten weinig verschilden, waren deze twee instituten nieuw ten opzichte van de middeleeuwse inquisitie die in 1231 in Italië en Frankrijk was begonnen.

[Illustratie op blz. 12]

Paleis van het Heilig Officie, Rome (Italië)

[Illustratieverantwoording op blz. 12]

Drawings: From the book Bildersaal deutscher Geschichte▲

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen