Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g86 22/4 blz. 20-23
  • De verschrikkelijke inquisitie

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De verschrikkelijke inquisitie
  • Ontwaakt! 1986
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hardere maatregelen
  • De inquisitieprocedure
  • Straffen
  • Door de paus goedgekeurde foltering
  • Zes eeuwen van terreur
  • De berechting en terechtstelling van een „ketter”
    Ontwaakt! 1997
  • De Spaanse inquisitie — Hoe kon het gebeuren?
    Ontwaakt! 1987
  • Hoe was het mogelijk?
    Ontwaakt! 1986
  • Kan Lima het ooit vergeten?
    Ontwaakt! 1971
Meer weergeven
Ontwaakt! 1986
g86 22/4 blz. 20-23

De verschrikkelijke inquisitie

HET was de dertiende eeuw. Het hele zuiden van Frankrijk was, zo heette het, vergeven van de ketters. De plaatselijke bisschop had gefaald in zijn pogingen dit onkruid uit te roeien uit zijn diocees, een gebied dat werd verondersteld uitsluitend katholiek te zijn. Een drastischer optreden werd noodzakelijk geoordeeld. De speciale vertegenwoordigers van de paus „in de kwestie van ketterij” kwamen zich ermee bemoeien. De Inquisitie was gearriveerd.

De wortels van de Inquisitie gaan terug tot de elfde en twaalfde eeuw, toen er in het katholieke Europa verscheidene andersdenkende groepen ontstonden. Maar de eigenlijke Inquisitie werd in 1184 geïnstalleerd door paus Lucius III tijdens de Synode van Verona in Italië. In eendrachtige samenwerking met keizer Frederik I Barbarossa van het Heilige Rooms-Duitse Rijk verordende hij dat een ieder die in strijd met de katholieke leer sprak of zelfs dacht, door de kerk geëxcommuniceerd en door de wereldlijke autoriteiten naar behoren gestraft zou worden. De bisschoppen kregen opdracht te zoeken naar (Latijn: inquirere) ketters. Dit was het begin van wat de bisschoppelijke, dat wil zeggen onder autoriteit van de katholieke bisschoppen geplaatste, Inquisitie werd genoemd.

Hardere maatregelen

De bisschoppen bleken in de ogen van Rome echter niet allemaal even ijverig te zijn in het opsporen van andersdenkenden. Daarom zonden verscheidene achtereenvolgende pausen pauselijke legaten uit die gemachtigd waren met de hulp van cisterciënzer monniken op eigen gezag „onderzoek te doen” naar ketterij. Zo bestonden er een tijdlang twee Inquisities naast elkaar, de bisschoppelijke en de pauselijke, waarvan de laatstgenoemde strenger was dan de eerste.

Zelfs deze strengere Inquisitie was paus Innocentius III nog niet voldoende. In 1209 organiseerde hij een militaire kruistocht tegen ketters in Zuid-Frankrijk. Dit waren voor het merendeel katharen, een groepering die manicheïsme vermengde met afvallig-christelijk gnosticisme.a Aangezien Albi een van de steden was waar bijzonder veel katharen waren, kwamen zij bekend te staan als albigenzen.

De „heilige oorlog” tegen de albigenzen eindigde in 1229, maar niet alle andersdenkenden waren uitgeroeid. Daarom gaf paus Gregorius IX in datzelfde jaar tijdens de Synode van Toulouse in Zuid-Frankrijk de Inquisitie een nieuwe impuls. Hij trof regelingen voor permanente inquisiteurs, waaronder één priester, in iedere parochie. In 1231 vaardigde hij een wet uit waarbij werd bepaald dat onberouwvolle ketters tot de dood op de brandstapel veroordeeld zouden worden, en berouwvolle ketters levenslange gevangenisstraf zouden krijgen.

Twee jaar later, in 1233, onthief Gregorius IX de bisschoppen van hun verantwoordelijkheid om naar ketters te zoeken. Hij stelde de monastieke Inquisitie in, zo genoemd omdat hij monniken als officiële inquisiteurs aanstelde. Dezen werden hoofdzakelijk gekozen uit de leden van de pasgestichte orde der dominicanen, maar ook uit de franciscanen.

De inquisitieprocedure

De inquisiteurs, dominicaanse of franciscaanse paters, brachten de plaatselijke bewoners in de kerken bijeen. Daar werd hun bevolen hun ketterij te belijden indien zij daaraan schuldig waren, of alle ketters die zij mochten kennen, aan te geven. Zelfs als zij iemand van ketterij verdachten, moesten zij die persoon aangeven.

Iedereen — man, vrouw, kind of slaaf — kon iemand van ketterij beschuldigen, zonder bang te hoeven zijn dat hij met de beschuldigde geconfronteerd werd of dat deze laatste zelfs maar wist wie hem had aangegeven. De beklaagde kon zich slechts zelden door iemand laten verdedigen, aangezien iedere advocaat of getuige die het voor hem opnam er zelf van beschuldigd zou zijn de medeplichtige van een ketter te zijn. De beklaagde stond dus over het algemeen alleen tegenover de inquisiteurs, die aanklager en rechter tegelijk waren.

De beschuldigden kregen hoogstens een maand de tijd om schuld te bekennen. Ongeacht of zij bekenden of niet, nam dan het „onderzoek” (Latijn: inquisitio) een aanvang. De beschuldigden werden gevangengezet, velen in eenzame opsluiting, en kregen weinig te eten. Als de gevangenis van de bisschop vol was, werd de burgerlijke gevangenis gebruikt. Als daar niemand meer bij kon, werden oude gebouwen als gevangenis ingericht.

Aangezien de beklaagden al schuldig werden geacht voordat het proces zelfs maar begonnen was, bedienden de inquisiteurs zich van vier methoden om hen ertoe te bewegen ketterij te bekennen. Ten eerste bedreiging met de dood op de brandstapel. Ten tweede opsluiting, in ketenen, in een donkere, vochtige, zeer kleine cel. Ten derde psychologische druk door bezoekers in de gevangenis. En ten laatste foltering, waartoe de pijnbank, de katrol of de wipgalg en foltering door vuur behoorden. Er stonden dan monniken bij om iedere bekentenis op te tekenen. Vrijspraak was nagenoeg onmogelijk.

Straffen

De straffen werden op zondag uitgesproken, in de kerk of op een openbaar plein, in aanwezigheid van de geestelijken. Een lichte straf zou boetedoening kunnen zijn. Maar hiertoe behoorde het verplicht dragen van een op de kleren genaaid kruis van geel vilt, hetgeen het vrijwel onmogelijk maakte werk te vinden. Of het vonnis bestond uit geseling in het openbaar, gevangenisstraf of uitlevering aan de wereldlijke autoriteiten voor de dood op de brandstapel.

De zwaardere straffen gingen gepaard met verbeurdverklaring van de bezittingen van de veroordeelde, die verdeeld werden tussen de Kerk en de Staat. Zo hadden de nabestaanden uit het gezin van de ketter zwaar te lijden. De huizen van de ketters en van hen die onderdak hadden verleend aan ketters, werden afgebroken.

Ook werden doden van wie gemeld werd dat zij ketters geweest waren, postuum berecht. Indien zij schuldig werden bevonden, werd hun lichaam opgegraven en verbrand en werden hun bezittingen geconfisqueerd. Ook dit bracht onnoemelijk lijden voor de onschuldige nabestaanden mee.

Dat was de algemene procedure die door de middeleeuwse Inquisitie werd gehanteerd, met variaties al naar gelang van tijd en plaats.

Door de paus goedgekeurde foltering

In 1252 vaardigde paus Innocentius IV zijn bul Ad exstirpanda uit, waarin officieel machtiging werd verleend om foltering toe te passen bij de kerkelijke rechtbanken van de Inquisitie. Nadere regelingen voor de wijze waarop foltering moest worden toegepast, werden afgekondigd door de pausen Alexander IV, Urbanus IV en Clemens IV.

Aanvankelijk mochten de kerkelijke inquisiteurs niet aanwezig zijn wanneer de foltering werd toegediend, maar de pausen Alexander IV en Urbanus IV trokken deze beperking in. Dit maakte het mogelijk de „ondervraging” in de martelkamer voort te zetten. Zo mocht ook volgens de oorspronkelijke machtiging slechts eenmaal foltering worden toegepast, maar de pauselijke inquisiteurs omzeilden dit door te beweren dat hernieuwde martelrondes slechts „een voortzetting” van de eerste behandeling waren.

Weldra werden zelfs getuigen gefolterd om er zeker van te zijn dat zij alle ketters die zij kenden, hadden aangegeven. Soms werd een beklaagde die ketterij bekend had nog na zijn bekentenis gefolterd. Dit diende, zoals The Catholic Encyclopedia uiteenzet, „om hem te dwingen tegen zijn vrienden en medeplichtigen te getuigen”. — Deel VIII, blz. 32.

Zes eeuwen van terreur

Aldus werd de machinerie van de Inquisitie in de eerste helft van de dertiende eeuw G.T. in beweging gezet en eeuwenlang gebruikt om een ieder te vernietigen die anders sprak of zelfs maar dacht dan de Katholieke Kerk. Ze verspreidde doodsangst in heel katholiek Europa. Toen tegen het einde van de vijftiende eeuw de Inquisitie in Frankrijk en andere landen van West- en Midden-Europa begon te luwen, laaide ze in Spanje hoog op.

De Spaanse Inquisitie, waartoe door paus Sixtus IV in 1478 machtiging werd verleend, was aanvankelijk gericht tegen de marranen of Spaanse joden en de morisco’s of Spaanse moslems. Velen van hen, die uit vrees het katholieke geloof hadden aangenomen, werden ervan verdacht dat zij in het geheim hun oorspronkelijke religie bleven beoefenen. Na verloop van tijd werd de Inquisitie echter gebruikt als een schrikwekkend wapen tegen protestanten en vele andere andersdenkenden.

Vanuit Spanje en Portugal verbreidde de Inquisitie zich naar de koloniën die deze twee katholieke monarchieën in Midden- en Zuid-Amerika en elders bezaten. Er kwam pas een eind aan toen Napoleon aan het begin van de negentiende eeuw Spanje binnenviel. Na de val van Napoleon werd de Inquisitie tijdelijk weer ingesteld, maar ten slotte, in 1834, nog slechts anderhalve eeuw geleden, werd ze definitief opgeheven.

[Voetnoten]

a Katholieke geschiedkundigen betitelen middeleeuwse ketters dikwijls zonder onderscheid als „manicheïsche sekten”. Mani of Manes was de derde-eeuwse stichter van een fusiereligie waarin Perzisch zoroastrisme en boeddhisme werden versmolten met het afvallig-christelijk gnosticisme. En al wortelden andersdenkende groepen als de katharen dan misschien in de leringen van Mani, dit was beslist niet het geval met de meer op de bijbel gerichte andersdenkende groeperingen zoals de waldenzen.

[Illustratie op blz. 21]

Verschillende foltermethoden die door de inquisiteur werden toegepast

[Verantwoording]

Photo Bibliothèque Nationale, Paris

[Illustratie op blz. 22]

Paus Innocentius IV verleende machtiging tot het gebruik van foltering

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen