De Dansende Duivels van Yare
HET was pas halverwege de ochtend, maar het was al erg warm. Wij sloegen een groep mannen gade die in traditioneel kostuum gekleed gingen en vroegen ons af hoe zij het in die verzengende hitte uithielden! Ons bezoek gold het kleine agrarische stadje San Francisco de Yare in Venezuela. De mannen in kostuum waren de beroemde Diablos Danzantes de Yare, de Dansende Duivels van Yare.
De meeste mensen in Venezuela zijn katholiek en beweren in de bijbel te geloven. Maar generaties lang al spelen rituele dansen waarbij de hoofdmoot uit de uitbeelding van demonen bestaat, een belangrijke rol in de plaatselijke cultuur. De Katholieke Kerk tolereert de dansen niet alleen maar bevordert ze zelfs. Dat is ook het geval met de Dansende Duivels van Yare.
Na in Yare aangekomen te zijn, zagen wij tot onze verbazing dat het plaatselijke hoofdkwartier van de Broederschap van het Allerheiligst Sacrament, een katholieke organisatie, ook het hoofdkwartier was van de dansende duivels. Het gebouw staat bekend als de Casa de los Diablos (Huis van de Duivels). Het was woensdag, de dag vóór het katholieke Corpus Christi-feest, en buiten het gebouw stond een aantal professionele fotografen klaar. Plotseling klonk er luid tromgeroffel en begonnen enkele als demonen uitgedoste mannen te dansen.
Het kostuum van de duivelsdansers
De dansers droegen allemaal een rood shirt, een rode pantalon, rode sokken, en sandalen. Elk van hen was voorzien van een rozenkrans, een kruis en een katholieke medaille om zijn hals. Aan hun kostuum was nog een kruis bevestigd. In de ene hand hadden zij allemaal een duivels uitziende maraca en in de andere een korte zweep. Maar het opvallendst waren de kolossale, groteske, veelkleurige maskers, met horens, uitpuilende ogen en, vaak, ontblote tanden. Elk masker zat vast op een lange, rode, stoffen kap.
Wij hoorden dat er verschillende categorieën dansers waren. De voornaamste capataz of leider wordt ook de diablo mayor of hoofdduivel genoemd. Zijn masker telt vier horens. Hij wordt meestal gekozen wegens zijn anciënniteit. Zijn assistent, de segundo capataz, heeft drie horens, terwijl de gewone dansers zonder rang er slechts twee hebben. Enkele van de dansers zijn promeseros, mensen die de belofte nakomen een bepaald aantal jaren, of misschien hun leven lang, eenmaal per jaar te dansen. Deze gelofte wordt meestal gedaan door personen die geloven dat God een speciaal verzoek van hen heeft ingewilligd.
Op naar de kerk
Om twaalf uur verlaten de dansers hun hoofdkwartier en gaan op weg naar de plaatselijke kerk om de toestemming van de priester voor de rest van hun processie te ontvangen. De dansende duivels ontmoeten de priester buiten de kerk. Daar knielen zij neer om zijn zegen te ontvangen. Dan dansen zij door de straten van de stad, soms van deur tot deur. Heel vaak begroeten de bewoners de dansende duivels met snoeperijen, iets te drinken of ander voedsel. Deze processie gaat de hele middag non-stop door.
Wanneer de volgende ochtend in de kerk de mis begint, ontmoeten de dansers elkaar weer bij de Casa de los Diablos. Hun maraca’s eendrachtig schuddend dansen zij van daar naar de begraafplaats, op het ritme van trommels. Er is een altaar op de begraafplaats opgezet en voor dit altaar eren zij overleden vrienden. Tijdens deze ceremonie is het ritme van de trommels traag. Vervolgens verlaten zij de begraafplaats uit bijgelovige vrees achteruitlopend, ervoor zorgend het altaar niet hun rug toe te keren. Vandaar gaan zij op naar de kerk en wachten tot de mis voorbij is.
Priesterlijke zegen
Aan het eind van de mis komt de priester naar buiten en zegent de dansers, die knielen met gebogen hoofd, waarbij hun maskers aan de kappen hangen, als symbool dat het goede over het kwade heeft gezegevierd. De priester gaat naast de hoofdduivel zitten. Beiden luisteren zij naar de geloften van de nieuwe promeseros, die vertellen waarom zij beloven te dansen en hoeveel jaar zij dat zullen doen.
De trommelaars beginnen sneller op hun trommels te slaan en de dansende duivels reageren daarop door hevig met hun lichaam en hun maraca’s te schudden op de maat van het verhoogde tempo. Er dansen ook vrouwen, maar niet in duivelskostuum. Zij dragen rode rokken, witte blouses en witte of rode hoofddoeken. Tijdens een deel van de processie dragen enkele van de dansende duivels een beeld van hun beschermheilige op hun schouders mee. De dansers beëindigen hun processie door voor de kerk te paraderen, na hulde bewezen te hebben aan een in het oog vallend kruis in de stad.
Niets voor Jehovah’s Getuigen
Dit bleek voor ons als toeristen een interessante ervaring. Tijdens ons bezoek aan het kleine stadje Yare konden wij er niet aan ontkomen ooggetuige te zijn van wat zich zoal in het openbaar rond de dansende duivels afspeelde. Toch nemen wij als christenen, evenals de ruim 70.000 andere getuigen van Jehovah in Venezuela, niet deel aan het feest van de Dansende Duivels van Yare of soortgelijke processies.
Waarom niet? Omdat wij acht slaan op de woorden van de apostel Paulus: „Ik wil niet dat u iets met de boze geesten te maken hebt. U kunt niet uit de beker van de Here drinken èn uit de beker van de boze geesten. U kunt niet bij de Here aan tafel gaan èn bij de boze geesten” (1 Korinthiërs 10:20, 21, Het Boek). — Ingezonden.