„Het beruchtste geval van wetenschapsfraude”
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN GROOT-BRITTANNIË
De in 1912 ontdekte Piltdown-mens was „het beruchtste geval van wetenschapsfraude van de eeuw”, zegt de Londense Times. Ze werd als zodanig aan het licht gebracht in 1953, nadat wetenschappelijke proeven hadden aangetoond dat het zeker geen ontbrekende schakel in een veronderstelde evolutionaire keten van de menselijke ontwikkeling betrof, maar dat de schedel die van een moderne mens was en de onderkaak aan een orang-oetang had behoord. Wie had die knappe vervalsing op zijn geweten?
Jarenlang werd Charles Dawson, de advocaat en amateur-geoloog die de resten had gevonden, ervan verdacht. Anderen die men van betrokkenheid verdacht, waren Sir Arthur Keith, vurig evolutionist en voormalig voorzitter van de Royal College of Surgeons; de Britse auteur Sir Arthur Conan Doyle en de Franse priester Pierre Teilhard de Chardin. Er waren echter geen afdoende bewijzen en Dawson werd ten slotte verantwoordelijk geacht.
Nu is de naam van de ware schuldige bekend. Het is Martin A. C. Hinton, voormalig zoölogisch curator bij het Natural History Museum in Londen, die in 1961 stierf. Negen jaar geleden werd in het museum een canvas koffer ontdekt die van Hinton was geweest. Daarin zaten olifantstanden, stukjes van een fossiel nijlpaard en andere botten, die nauwkeurig zijn geanalyseerd. Ze bleken allemaal gekleurd te zijn met ijzer en mangaan in dezelfde proporties als de Piltdown-botten. Maar de doorslaggevende factor was de ontdekking van chroom in de tanden, ook bij het kleurproces gebruikt.
Professor Brian Gardiner van het King’s College in Londen zei toen hij de feiten presenteerde: „Hinton stond bekend als iemand die anderen graag een poets bakte. . . . [Zijn] motief blijkt uit enkele brieven.” Gardiner besloot: „Ik ben er voor honderd procent zeker van dat hij het is geweest.” Er zijn aanwijzingen dat Hinton zich wilde wreken op Arthur Smith Woodward, zijn superieur, die hem niet de erkenning of de geldelijke beloning had gegeven die hij naar zijn mening verdiende. Woodward werd met succes beetgenomen en bleef er tot aan zijn dood, vijf jaar voordat de vervalsing aan de kaak werd gesteld, van overtuigd dat de Piltdown-mens echt was. De enige vraag die onbeantwoord blijft, is: Waarom heeft Hinton het bedrog niet opgebiecht zodra Woodward de Piltdown-mens publiekelijk had erkend? Het lijkt erop dat toen de Piltdown-mens zo snel in de hele wetenschappelijke wereld werd aanvaard, Hinton vond dat hij geen andere keus had dan met zijn leugen te leven.
Omdat zulke eminente mensen de Piltdown-schedel erkenden, liet ook het publiek zich beetnemen. In museums overal ter wereld kregen kopieën en foto’s van de schedel een belangrijke plaats, terwijl het nieuws snel verbreid werd in boeken en tijdschriften. De schadelijke gevolgen van Hintons kwalijke poets zijn onmetelijk. Wat toepasselijk is de opmerking in de bijbel: „Zoals een dolleman die staat te schieten met schichten en pijlen en moordtuig, zo is de man die zijn naaste bedriegt en zegt: ’Ik doe het maar voor de grap.’” — Spreuken 26:18, 19, Willibrordvertaling.
[Diagram op blz. 31]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
De donkere gebieden zijn fragmenten van een menselijke schedel
Het hele lichte gebied is van gips vervaardigd
De donkere gebieden zijn fragmenten van de kaak en kiezen van een orang-oetang