Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g97 8/7 blz. 4-8
  • De dierentuin — De laatste hoop voor de dierenwereld?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De dierentuin — De laatste hoop voor de dierenwereld?
  • Ontwaakt! 1997
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De taak voor de komende eeuw
  • Dierentuinen verenigd in een mondiaal netwerk
  • Hulpmiddelen voor de dierentuinen
  • Onderzoek in het wild helpt dierentuinen bij het fokken
  • Hoe reëel is het streven de dieren te redden?
  • Een bezoek aan de dierentuin
    Ontwaakt! 2012
  • Behoud tegenover uitsterven
    Ontwaakt! 1996
  • De verdwijnende dierenwereld
    Ontwaakt! 1997
  • De mysterieuze sneeuwpanter
    Ontwaakt! 2002
Meer weergeven
Ontwaakt! 1997
g97 8/7 blz. 4-8

De dierentuin — De laatste hoop voor de dierenwereld?

DE LAATSTE tijd heeft zich in de meer progressieve dierentuinen van de wereld een stille revolutie voltrokken. Als uiterlijk teken daarvan hebben ze hun exposities heringericht volgens het humanere „eco-display”-concept — de nabootsing van de natuurlijke omgeving van de dieren, compleet met planten, rotspartijen, lianen, nevels, geluiden en zelfs andere diersoorten en vogels uit hun habitat. Hoewel de veranderingen duur zijn — in de Verenigde Staten alleen al wordt jaarlijks $1,2 miljard besteed aan verbeteringen voor dierentuinen en aquariums — worden ze noodzakelijk geacht uit het oogpunt van de ambitieuze nieuwe rol van de dierentuinen.

De taak voor de komende eeuw

Nu de planeet bedreigd wordt door biologische schaarste, hebben de voornaamste dierentuinen van de wereld bepaald dat hun taak voor de 21ste eeuw bestaat in natuurbehoud, educatie en wetenschappelijk onderzoek. Geïnspireerd door de uitdaging en gedreven door de dringendheid ervan hebben sommige dierentuinen de naam dierentuin zelfs helemaal laten varen en de voorkeur gegeven aan termen als „wildreservaat” of „natuurpark”.

Een fakkel die de nieuwe richting bijlicht, is The World Zoo Conservation Strategy, een publikatie die door een schrijfster wordt betiteld als „het belangrijkste document dat ooit in de dierentuinwereld is verschenen”. Strategy is in essentie een zoölogisch charter; het „definieert de verantwoordelijkheden en mogelijkheden die de dierentuinen en aquariums van de wereld hebben om de mondiale verscheidenheid aan dierlijk leven in stand te houden”. Strategy verdrijft elke twijfel aan het nieuwe ethos door eraan toe te voegen: „Het bestaansrecht van een dierentuin of aquarium is in feite afhankelijk van zijn bijdrage tot natuurbehoud.”

Publiekseducatie en wetenschappelijk onderzoek, vooral naar voortplanting in gevangenschap, zijn essentieel voor deze nieuwe rol. Onder de jongeren van vandaag bevinden zich de dierentuindirecteuren van morgen, op wie de verantwoordelijkheid zal rusten de geredde overblijfselen van een steeds langere lijst soorten die in het wild uitgestorven zijn, te behoeden. Zullen zij zich verstandig en toegewijd van deze opdracht kwijten? En zal de mensheid in het algemeen de natuur met andere, verlichte ogen gaan bezien? Daarom moedigt Strategy elke dierentuin aan voorlichting te gaan geven, zichzelf te zien als onderdeel van „een wereldwijd netwerk dat een beroep doet op het geweten”.

Dierentuinen verenigd in een mondiaal netwerk

Met het oog op de enorme omvang van hun taak verenigen veel dierentuinen zich tot een mondiaal netwerk, dat momenteel zo’n 1000 dierentuinen omvat. Internationale organisaties als The World Zoo Organization en de International Union for the Conservation of Nature and Natural Resources spelen daarbij een overkoepelende rol en zorgen voor coördinatie en leiding.

Wijzend op een dwingende reden voor een dergelijke samenwerking zegt het boek Zoo — The Modern Ark: „Wilde een dierentuin de stille insluiper, inteelt, in toom houden, dan kon hij niet langer volstaan met het beheren van zijn eigen kleine groepje, zeg maar, Siberische tijgers. In plaats daarvan moesten alle in gevangenschap levende Siberische tijgers in alle dierentuinen van een werelddeel — of zelfs wereldwijd — als één populatie behandeld worden.” Ja, er zijn honderden exemplaren van elke soort nodig om inteelt — een voorbode van onvruchtbaarheid en uitsterven — tot een minimum te beperken of te elimineren, en dat gaat het vermogen van een enkele dierentuin duidelijk te boven. Strategy schrijft in dat verband: „Deze geweldige bundeling van alle beschikbare middelen zal nodig zijn om de biosfeer van onze Aarde . . . de grootst mogelijke kans op overleving te bieden. Menigeen gelooft dat als wij er niet in slagen andere soorten te behouden, wij er niet in zullen slagen onszelf te redden.” Natuurlijk wordt bij deze pessimistische instelling geen rekening gehouden met de bijbelse belofte van een herstelde paradijsaarde. — Openbaring 11:18; 21:1-4.

Hulpmiddelen voor de dierentuinen

De uitstervingscrisis heeft ook de totstandkoming gestimuleerd van enkele geavanceerde, internationaal toegankelijke hulpmiddelen bij het fokken in gevangenschap: stamboeken, het International Zoo Yearbook (IZY) en het gecomputeriseerde programma ISIS, het internationale systeem voor het inventariseren van soorten.

Elk zoölogisch stamboek vermeldt bijzonderheden over alle in dierentuinen verblijvende individuen van een bepaalde soort, waar ook ter wereld ze zich bevinden. Als internationaal register is het de sleutel tot het behoud van een gezond genenreservoir en tot het in toom houden van die ’stille insluiper’, inteelt. De dierentuin van Berlijn legde het allereerste dierentuinstamboek aan toen daar in 1923 werd begonnen met het fokken van de wisent of Europese bizon, die door de Eerste Wereldoorlog op uitsterven stond.

Om de mondiale distributie van wetenschappelijke gegevens als stamboeken, IZY en demografische gegevens te vergemakkelijken, is ISIS in 1974 in de Verenigde Staten on-line gegaan. ISIS’ uitdijende elektronische netwerk en zijn kolossale, almaar groeiende databank helpen dierentuinen samen te werken om het megadierentuin-concept te verwezenlijken.

Tot de biologische hulpmiddelen die door de dierentuinen worden gebruikt, behoren de DNA-vingerafdruktechniek, embryotransplantatie, in-vitrobevruchting en de cryogene techniek (het invriezen van sperma en embryo’s). DNA-vingerafdrukken helpen dierentuinen verwantschap met honderd procent zekerheid vast te stellen, wat onontbeerlijk is om inteelt tegen te gaan bij bijvoorbeeld soorten die in kudden leven, waar verwantschap lastig bij te houden is. Embryotransplantatie en in-vitrobevruchting versnellen de voortplanting intussen. Dit gebeurt onder andere door de „ouderschapsbasis” van bedreigde soorten te verbreden. Hun embryo’s kunnen in nauw verwante dieren ingeplant worden — zelfs in huisdieren — die dan als draagmoeder fungeren. Dank zij deze techniek heeft een Holstein-Friesian koe een gaur (wild rund) ter wereld gebracht en een huiskat de zeer bedreigde Indiase woestijnkat. Ook de kosten, het risico en het trauma van het vervoer van bedreigde fokdieren worden erdoor verminderd. Een hoeveelheid embryo’s of ingevroren sperma is het enige wat vervoerd hoeft te worden.

Met het oog op de mogelijkheid dat sommige soorten totaal zullen verdwijnen, zijn een aantal dierentuinen zelfs begonnen met de cryogene techniek — het invriezen van sperma en embryo’s voor langdurige opslag. Deze diepvriesdierentuin biedt het vooruitzicht dat er nog decennia, misschien zelfs eeuwen, na uitsterving nakomelingen worden geboren! Hoewel er heel wat onzekerheden aan kleven, spreekt men in verband daarmee wel van een „laatste redmiddel verzekering”.

Onderzoek in het wild helpt dierentuinen bij het fokken

Een wetenschappelijke studie van dieren, met inbegrip van hun gedrag in hun natuurlijke omgeving, is van cruciaal belang voor het fokken in gevangenschap en is de inspiratiebron achter „eco-displays”. Willen dieren gezond blijven en zich voortplanten, dan moeten dierentuinen inspelen op hun instincten en ze „gelukkig” houden.

Het mannetje en het wijfje van de jachtluipaard bijvoorbeeld blijven in het wild visueel geïsoleerd en communiceren alleen via de geur van hun urine en ontlasting. De neus van het mannetje vertelt hem wanneer het wijfje klaar is om te paren, en dan blijft hij niet meer dan een dag of twee bij haar. Toen de dierentuinen hoorden van dit gedrag, pasten ze hun omheiningen zo aan dat de seksen elkaar niet konden zien, behalve in de korte paartijd, en dat werkte; er kwamen jongen.

Terwijl afwezigheid de liefde van de jachtluipaard versterkt, gaat dat niet op voor de flamingo. Die paart alleen in troepen die zo groot zijn dat de meeste dierentuinen ze niet aankunnen. Dus voerde een dierentuin in Engeland een experiment uit — de omvang van de troep werd „verdubbeld” met behulp van een grote spiegel. Voor de eerste keer begonnen de vogels echt hun opzienbarende baltsritueel op te voeren! Geven deze voorbeelden u een vaag idee van de complexiteit van het dierenleven? De dierentuinen staan beslist voor een buitengewone uitdaging.

Hoe reëel is het streven de dieren te redden?

De mogelijkheden van het nieuwe programma mogen blijken uit het feit dat er reeds enige in gevangenschap gefokte soorten in hun oorspronkelijke habitat uitgezet zijn. Daartoe behoren de Californische condor, de Europese wisent, de Amerikaanse bizon, de Arabische oryx, het gouden leeuwaapje en het przewalskipaard. Niettemin zijn de lange-termijnvooruitzichten somber.

„De menselijke samenleving is zo complex en de problemen van de wereld zijn zo talrijk,” zegt Strategy, „dat het ondanks de toename van het bewustzijn en de bezorgdheid voor natuur en milieu niet mogelijk is geweest veel van de destructieve processen een halt toe te roepen.” Het gevolg is dat „natuurbeschermers erop voorbereid moeten zijn een manier te vinden om de verwachte beslissende periode door te komen”, voegt het eraan toe. Dit vergt uiteraard samenwerking op elk niveau van de samenleving. De huidige samenwerking is volgens een wetenschapsauteur „nog jammerlijk onvoldoende”. Als de krachten die tot uitsterven leiden slechts afnemen maar geen keer nemen, kan het zijn dat zelfs de waardevolste inspanningen toch op niets uitlopen. Er moeten uitgestrekte en complete habitats worden gecreëerd, niet slechts kleine, geïsoleerde gebieden, die inteelt in de hand werken. Alleen dan kunnen dierentuinen vol vertrouwen de door hen gefokte dieren in het wild uitzetten. Maar is die hoop reëel of zal het bij een vrome wens blijven?

Iets wat verder afbreuk doet aan de geloofwaardigheid ervan, is de capaciteit van zelfs een mondiale megadierentuin. „De harde realiteit is,” zegt professor Edward Wilson, „dat alle dierentuinen die de wereld thans telt, een maximum van slechts 2000 soorten zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën kunnen houden” — het topje van de ijsberg. Dierentuinen hebben dus de weinig benijdenswaardige taak te beslissen voor het behoud van welke soorten ze zich zullen inzetten, terwijl de rest op de lange lijst komt van soorten die hun ondergang tegemoet gaan.

Bij deskundigen op dit terrein roept dat een onheilspellende vraag op: Wanneer zal, gezien de onderlinge afhankelijkheid van al wat leeft, de biodiversiteit het kritieke punt bereiken dat er een lawine van uitstervingen op gang komt waardoor veel van het resterende leven op aarde omkomt, de mensheid inbegrepen? Daar kunnen wetenschappers slechts naar raden. „Het verdwijnen van één of twee of vijftig soorten zal gevolgen hebben die wij niet kunnen voorspellen”, zegt Linda Koebner in Zoo Book. „Het uitsterven van soorten brengt veranderingen teweeg nog voordat wij de gevolgen begrijpen.” Ondertussen, aldus het boek Zoo — The Modern Ark, „blijven dierentuinen tot de gewichtigste bolwerken van het leven behoren in een immense uitputtingsoorlog, een oorlog waarvan de omvang niet te voorspellen is maar waarvoor toekomstige generaties ons volkomen aansprakelijk zullen stellen”.

Is er dus enige basis voor hoop? Of zijn toekomstige generaties gedoemd tot een wereld van biologische eentonigheid, in afwachting van het totale uitsterven?

[Illustraties op blz. 7]

De mens is hun grootste vijand

[Verantwoording]

Tijger en olifanten: Zoological Parks Board of NSW

[Illustraties op blz. 8]

Enkele bedreigde dieren — bizon, jachtluipaarden en zwarte neushoorn

[Verantwoording]

Bizon en jachtluipaarden: Zoological Parks Board of NSW

Neushoorn: National Parks Board of South Africa

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen