Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g97 8/4 blz. 19-22
  • Eindelijk vond ik de waarheid

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Eindelijk vond ik de waarheid
  • Ontwaakt! 1997
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Uitgebreide religieuze opleiding
  • Woelige tijden
  • Een wereld in oorlog
  • De waarheid gevonden
  • Een kostbaar voorrecht
  • Schitterende zegeningen
  • Versteld van wat zij zagen
    Ontwaakt! 1991
  • Ondanks beproevingen is mijn hoop levend gebleven
    Ontwaakt! 2002
  • Jehovah’s Getuigen in Oost-Europa
    Ontwaakt! 1991
  • Hongarije: Opvoeding in de kerk
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
Meer weergeven
Ontwaakt! 1997
g97 8/4 blz. 19-22

Eindelijk vond ik de waarheid

Tegen eind augustus 1939 maakte ik op mijn thuisreis naar het Hongaarse Boedapest een tussenstop in Moskou. Enkele dagen voordien, op 23 augustus, was het Duits-Sovjetrussisch niet-aanvalsverdrag gesloten en de muren van het Kremlin waren versierd met nazistische hakenkruisvlaggen. Waarom was ik in Rusland en wat wachtte mij thuis?

LAAT ik eerst teruggaan naar het Hongaarse stadje Veszprém, waar ik op 15 januari 1918 ben geboren. Ik was de oudste van vier kinderen en onze ouders zagen erop toe dat wij regelmatig naar de kerk gingen. Tegen de tijd dat ik vijf was, hielp ik in een rooms-katholiek klooster bij de mis. Thuis droeg ik zogenaamd de mis voor de kleintjes op en droeg daarbij een papieren gewaad dat ik voor de dienst had gemaakt.

Toen ik acht was liet Vader zijn gezin in de steek en kwam de zorg voor ons op Moeder neer, die daarin werd bijgestaan door haar moeder. Het jaar daarop stierf Moeder aan kanker. In de jaren die volgden, werden wij, kinderen, gescheiden en in verschillende weeshuizen en bij pleeggezinnen ondergebracht. Het laatste weeshuis waar ik woonde, lag bij Boedapest. Het werd geleid door de Frères Maristes (Broeders Maristen), een Franse katholieke onderwijsorde. Ik had God oprecht lief, en toen ik dertien werd, nam ik de mij aangeboden opleiding door hun religieuze orde dan ook aan.

Uitgebreide religieuze opleiding

Het jaar daarop werd ik naar Griekenland gestuurd, waar ik naar een Franstalige school van de Frères Maristes ging en werd opgeleid tot onderwijzer. Vier jaar later, in 1936, studeerde ik af en kreeg een diploma dat mij de bevoegdheid verleende om les te geven op een lagere school. Na mijn graduatie werd ik broeder bij de religieuze orde door de drievoudige gelofte van armoede, gehoorzaamheid en kuisheid af te leggen. Hoewel wij, broeders, religieuze gewaden droegen en catechisatie gaven, bestudeerden wij nooit de bijbel.

Die zomer deed ik het verzoek als onderwijzer naar China te mogen en dat verzoek werd ingewilligd. Op 31 oktober 1936 vertrok ik per oceaanschip uit het Franse Marseille. Op 3 december 1936 kwam ik in Shanghai aan. Van daar reisde ik per trein verder naar de hoofdstad Peking in het noorden van China.

In een bergachtige streek zo’n 25 kilometer van Peking bezat de religieuze orde Frères Maristes een grote school met slaapzalen en een boerderij. Het complex lag dicht bij de keizerlijke zomerresidentie en omvatte prachtig aangelegde tuinen en fruitbomen. Daar ging ik mij bezighouden met een intensieve studie van zowel het Chinees als het Engels. Maar nooit bestudeerden wij de bijbel.

Woelige tijden

In het begin van de jaren ’30 bezette Japan Mantsjoerije, een deel van China. In juli 1937 kwam het tot een treffen tussen Japanse en Chinese troepen bij Peking. De zegevierende Japanners installeerden een nieuwe regering van door hen uitgekozen Chinezen. Dit leidde tot gevechten van Chinese guerrillastrijders tegen de nieuwe regering.

Doordat ons klooster buiten Peking als Frans grondgebied werd erkend, bleef het voor directe gevechten gespaard. Toch werden wij getroffen door verdwaalde kanonskogels en geweervuur, zodat enkele van de ruim 5000 Chinezen die een toevlucht in ons klooster hadden gezocht gewond raakten. Ondertussen beheersten Chinese guerrillastrijders het platteland.

In september 1937 vielen zo’n 300 gewapende Chinese guerrillastrijders onze gebouwen aan, op zoek naar wapens, geld en voedsel. Ik was een van de tien Europeanen die gegijzeld werden. Na zes dagen gegijzeld geweest te zijn behoorde ik tot de eerste gegijzelden die werden vrijgelaten. Ik was ziek geworden door het eten van bedorven voedsel en moest een maand in het ziekenhuis blijven.

Na mijn ontslag uit het ziekenhuis werd ik overgeplaatst naar een andere school van de religieuze orde in een veiliger wijk van Peking. In januari 1938 werd ik als onderwijzer naar Shanghai gestuurd, maar in september keerde ik naar Peking terug om daar les te geven. Na het schooljaar heb ik mijn religieuze geloften echter niet vernieuwd. Zeven jaar had ik gewijd aan een religieus leven en onderwijs, maar ik had geen bevrediging gevonden in mijn speurtocht naar de waarheid. Dus verliet ik de religieuze orde om naar Boedapest terug te keren.

Tegen die tijd pakten de onweerswolken van de Tweede Wereldoorlog zich samen. Mijn Franse superieuren raadden me aan de Transsiberische Spoorweg te nemen, die door delen van de Sovjet-Unie liep. Het was op die reis dat ik op 27 augustus 1939 in Moskou aankwam en de muren van het Kremlin versierd zag met nazi-vlaggen.

Een wereld in oorlog

Op 31 augustus 1939 was ik weer thuis, in Boedapest. De dag daarop viel Duitsland Polen binnen, waarmee de Tweede Wereldoorlog begon. Later verbrak Duitsland zijn niet-aanvalsverdrag met de Sovjet-Unie en op 22 juni 1941 vielen Hitlers legers de Sovjet-Unie binnen. Zij drongen door tot aan de buitenwijken van Moskou maar slaagden er niet in de stad in te nemen.

De rijksbestuurder van Hongarije tekende een vredesverdrag met Duitsland en Duitse legers werd vrije doorgang door Hongarije verleend. Ik trouwde in 1942 en in 1943 werd ik ingelijfd bij het Hongaarse leger. In maart 1944 viel Duitsland Hongarije binnen omdat Hitler niet tevreden was over Hongarijes steun aan zijn oorlogsinspanningen. Dat jaar werd onze zoon geboren. Om de zware bombardementen van Boedapest te ontvluchten, trokken mijn vrouw en zoontje naar het platteland om bij haar ouders te gaan wonen.

Het oorlogstij keerde en het Sovjetleger naderde Boedapest, waar het op 24 december 1944 aankwam. Ik werd door de Russen krijgsgevangen gemaakt. Met duizenden andere gevangenen werd ik gedwongen zo’n 160 kilometer naar het Hongaarse Baja te marcheren. Daar werden wij in veewagons geladen en overgebracht naar Timişoara, waar wij in een groot kamp werden gezet. Begin 1945 stierven minstens 20.000 van de 45.000 gevangenen tijdens een tyfusepidemie.

In augustus werden de 25.000 overlevenden van het kamp naar de Zwarte Zee gevoerd. Van daar uit werden er zo’n 20.000 naar de Sovjet-Unie gedeporteerd. Zo’n 5000 anderen, die ziek waren, onder wie ook ik, werden echter naar Hongarije teruggevoerd en vrijgelaten. Zo kwam er een einde aan acht verschrikkelijke maanden gevangenschap. Enkele weken later was ik herenigd met mijn vrouw en zoontje en wij gingen weer in Boedapest wonen.

Na de oorlog bleef het leven voor velen heel zwaar. Het voedsel was schaars en de inflatie was verschrikkelijk. Voor wat je in 1938 voor één Hongaarse pengö kon kopen, had je in 1946 meer dan een quintiljoen (1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000) pengö’s nodig! Na verloop van tijd werd het leven er voor ons beter op toen ik een kantoorbaan kreeg bij de spoorwegen.

De waarheid gevonden

In 1955 begon een van Jehovah’s Getuigen die in dezelfde flat als wij in Boedapest woonde, met mijn vrouw, Anna, over de bijbel te praten. Mijn interesse werd gewekt toen Anna mij vertelde dat de bijbel niet leert dat de hel een plaats van pijniging is (Prediker 9:5, 10; Handelingen 2:31). Als katholiek had ik de bijbel nooit bestudeerd, zelfs niet toen ik een speciale opleiding op kerkelijke scholen kreeg. De onschriftuurlijke katholieke leerstellingen, zoals die van het hellevuur, had ik gewoon aanvaard. Nu werden bijbelse waarheden mij lief, vooral die over Gods koninkrijk en hoe het Gods voornemen zal verwezenlijken om de aarde tot een paradijs te maken (Mattheüs 6:9, 10; Lukas 23:42, 43; Openbaring 21:3, 4). Nog nooit van mijn leven had ik me zo gelukkig gevoeld.

In die tijd werd er in Hongarije jacht gemaakt op Jehovah’s Getuigen en werden zij gevangengezet omdat zij moedig de waarheden over Gods koninkrijk onderwezen. Ik las alle lectuur van de Getuigen die ik in het Hongaars kon vinden en wist ook hun Engelse en Franse publikaties te bemachtigen die niet in het Hongaars waren vertaald. Wat was ik dankbaar dat ik die andere talen had geleerd!

In oktober 1956 kwamen de Hongaren in opstand tegen de hun door Rusland opgelegde communistische regering. In Boedapest werd hevig gevochten. Veel gevangenen werden bevrijd, onder wie Jehovah’s Getuigen. In die tijd werden mijn vrouw en ik gedoopt als symbool van onze opdracht aan Jehovah God. Een week later smoorden Russische troepen de revolutie. De Getuigen die bevrijd waren, werden weer gevangengezet.

Een kostbaar voorrecht

Daar de meeste Getuigen die verantwoordelijk waren voor het predikingswerk in de gevangenis zaten, werd ik benaderd door een medechristen, die mij vroeg of ik iets van onze bijbelse lectuur kon vertalen. Eerst kreeg ik persoonlijke brieven uit Zwitserland die getypte Wachttoren-artikelen in het Frans bevatten. Ik vertaalde die in het Hongaars, waarna de gemeenten kopieën van de vertaalde artikelen ter beschikking werden gesteld.

Toen de Hongaarse bijkantoordienaar, János Konrád, in 1959 werd vrijgelaten na twaalf jaar in de gevangenis te hebben gezeten wegens zijn christelijke neutraliteit, werd ik als vertaler aangesteld. Van toen af ontving ik Engels materiaal ter vertaling. Het werd meestal bezorgd door een vrouwelijke koerier van wie ik de naam niet kende. Mocht ik ooit gepakt en gemarteld worden, dan zou ik haar naam dus niet kunnen prijsgeven.

Nadat ik De Wachttoren vertaald had, checkte broeder Konrád de vertaling op nauwkeurigheid. Dan typten zusters de vertaalde artikelen op heel dun papier over; met behulp van carbonpapier maakten zij wel twaalf doorslagen tegelijk. Zo had soms iedereen die de Wachttoren-studie bijwoonde een eigen getypt exemplaar van de les. Daarna gaven zij hun exemplaren door aan een andere studiegroep. Vaak echter konden wij maar één exemplaar van De Wachttoren per studiegroep vervaardigen. Dan moesten alle aanwezigen bijzonder goed opletten en aantekeningen maken om ten volle profijt te trekken van de bijbelbespreking.

Vanaf de tijd dat ik met vertalen begon, in 1956, tot 1978 werd De Wachttoren in het Hongaars alleen in getypte vorm verspreid. Van 1978 tot 1990 werd De Wachttoren gestencild. En wat een zegen is het sinds januari 1990 geweest om zowel De Wachttoren als de Ontwaakt! in schitterende vierkleurendruk in het Hongaars te hebben!

Onder het communistische bewind moest iedereen een wereldse baan hebben. Dus heb ik 22 jaar lang, tot mijn pensionering in 1978, vertaald tijdens uren dat ik geen werelds werk deed. Dat was meestal in de vroege ochtend en tot laat in de nacht. Na mijn pensionering heb ik full-time als vertaler gewerkt. Destijds werkte elke vertaler thuis, en door het verbod op het werk was het moeilijk voor ons, contact met elkaar te onderhouden. In 1964 deed de politie op hetzelfde tijdstip een inval in de woningen van alle vertalers en nam ons materiaal in beslag. Nog jaren daarna kregen wij vaak huisbezoek van de politie.

Schitterende zegeningen

In 1969 werd mijn aanvraag voor een paspoort ingewilligd en konden János Konrád en ik van Hongarije naar Parijs reizen om daar het internationale „Vrede op aarde”-congres van Jehovah’s Getuigen bij te wonen. Wat een zegen was het, mede-Getuigen uit andere landen te ontmoeten en enkele dagen door te brengen op het bijkantoor van Jehovah’s Getuigen in het Zwitserse Bern! In de jaren ’70 konden veel Getuigen uit Hongarije naar Oostenrijk en Zwitserland gaan voor congressen.

Na jarenlange restricties van overheidswege hadden wij in 1986 ons eerste door de staat goedgekeurde congres, en wel in het Kamaraerdő-Jeugdpark in Boedapest. De ruim 4000 aanwezigen hadden tranen van vreugde in de ogen toen zij hun broeders en zusters begroetten en het welkom lazen dat boven de ingang van het park stond.

Uiteindelijk, op 27 juni 1989, werd Jehovah’s Getuigen door de regering wettelijke erkenning verleend. Het nieuws werd tot vreugde van onze broeders en zusters op de Hongaarse televisie en radio bekendgemaakt. Dat jaar hielden wij zonder enige belemmering onze eerste districtscongressen sinds bijna veertig jaar voordien ons werk verboden werd. Ruim 10.000 personen woonden de bijeenkomst in Boedapest bij en nog eens duizenden waren aanwezig op vier andere congressen in het land. Wat was ik opgetogen toen ik mijn jongste broer, László, en zijn vrouw in Boedapest gedoopt zag worden!

In juli 1991 ervoeren wij vervolgens een zegen die onze stoutste dromen overtrof — een congres in het reusachtige Népstadion in Boedapest, bijgewoond door ruim 40.000 afgevaardigden. Daar genoot ik het voorrecht lezingen door leden van de staf van het hoofdbureau in Brooklyn te vertolken.

Tegenwoordig werken Anna en ik, samen met ruim veertig van onze geliefde broeders en zusters, op het prachtige bijkantoor van Jehovah’s Getuigen in een buitenwijk van Boedapest. Hier werk ik op onze Vertaalafdeling, samen met een fijn team van jongeren, en Anna doet huishoudelijk werk in het gebouw.

Ondanks onze pogingen om onze zoon de bijbelse waarheid bij te brengen, aanvaardde hij die niet toen hij opgroeide. Hij staat nu echter gunstig tegenover de waarheid en wij hopen dat hij mettertijd Jehovah zal gaan dienen.

Mijn vrouw en ik zijn werkelijk dankbaar dat wij de waarheid over onze liefdevolle God, Jehovah, hebben gevonden en hem nu al ruim veertig jaar hebben kunnen dienen. — Verteld door Endre Szanyi.

[Illustratie op blz. 21]

Met mijn vrouw

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen