Christelijke liefde bij rampen in Mexico
EEN bericht in een krant uit Mexico-Stad luidde: „De afgelopen twintig dagen zijn de Mexicaanse kusten geteisterd door natuurverschijnselen — orkanen en een aardbeving — die een spoor van dood en vernieling hebben achtergelaten.” — El Financiero, 17 oktober 1995.
De Mexicaanse deelstaten Campeche, Quintana Roo en Tabasco liepen begin oktober ernstige schade op door de orkaan Opal. Bijna 200 mensen kwamen om het leven, ruim 150 raakten gewond, 500.000 leden materiële verliezen en duizenden woningen liepen schade op of werden totaal verwoest.
Zodra het bijkantoor van Jehovah’s Getuigen in Mexico van de schade hoorde, werd er iemand gestuurd om na te gaan hoe het met de Getuigen in de getroffen gebieden gesteld was. Vernomen werd dat meer dan 2500 Getuigen gedwongen waren geweest hun huis te verlaten. Zij waren gastvrij opgenomen in de huizen van mede-Getuigen.
Er werden reliefcentra opgezet. Aan de getroffenen werd voedsel, kleding en geld verstrekt. Nadat het water in de overstroomde gebieden zich had teruggetrokken, begonnen de Getuigen de huizen van hun christelijke broeders op te knappen.
Op 9 oktober richtte een hevige aardbeving met een kracht van 7,6 op de schaal van Richter schade aan in de Mexicaanse deelstaten Colima en Jalisco. Acht Koninkrijkszalen van Jehovah’s Getuigen raakten ernstig beschadigd. Twaalf van hun woningen stortten in en zo’n 65 huizen liepen schade op. Opnieuw werd er een reliefcomité georganiseerd en werd er hulp geboden.
Op 20 oktober vond er nogmaals een aardbeving plaats, deze keer in de deelstaat Chiapas. De huizen van nog eens 88 Getuigen werden verwoest en 38 huizen liepen zware schade op. Twee Koninkrijkszalen werden totaal vernield en vier andere raakten ernstig beschadigd. Bijna tegelijkertijd brachten overstromingen veroorzaakt door de orkaan Roxanne schade toe aan de woningen van circa 80 Getuigen in de deelstaat Veracruz. Vier huizen werden totaal verwoest. Een door Jehovah’s Getuigen opgezet hulpfonds voorzag ook snel in de noden van deze slachtoffers.
Hoewel sommige Getuigen kneuzingen en botbreuken opliepen, is er niemand bij deze natuurrampen omgekomen. In totaal werd er ongeveer 24 ton voedsel en 4 ton kleding naar de behoeftigen gestuurd. Veel waarnemers uitten hun bewondering voor het reliefwerk. Een dame in Colima zei: „Ik wist alleen maar van horen zeggen dat Jehovah’s Getuigen erg eensgezind zijn, maar nu kan ik het met mijn eigen ogen zien.”
Vaak merkten mensen over de Getuigen en hun reliefwerk op: „Dit zijn echt broeders.” „Het is de best georganiseerde groep.” Sommigen hoorde men zelfs zeggen: „Als alle hulpgroepen die kwamen helpen, gewerkt hadden zoals Jehovah’s Getuigen, zou de hele stad al schoon zijn.”
Nu delen ruim 440.000 Getuigen het goede nieuws van Gods koninkrijk met hun mede-Mexicanen. De liefde die zij elkaar tijdens deze recente natuurrampen hebben betoond, is een krachtig getuigenis geweest. — Johannes 13:34, 35.