De eenzaamste vogel ter wereld
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN BRAZILIË
ALS u denkt dat de gevlekte bosuil en de Amerikaanse zeearend op het randje van uitsterven verkeren, dan hebt u het verhaal van de Spix’ ara nog niet gehoord. Deze Braziliaanse vogel geeft een totaal nieuwe inhoud aan het begrip „bedreigde soort”. Maar om u het complete verhaal van de eenzaamste vogel ter wereld te vertellen, zullen wij in de zeventiende eeuw beginnen.
In die tijd meldde George Marc Grav, een Hollandse kolonist in Brazilië, voor het eerst het bestaan van deze vogel en gaf er een beschrijving van. De plaatselijke bevolking noemde deze vogel al gauw ararinha azul, of kleine blauwe ara — een eenvoudige maar toepasselijke naam. De vogel is blauw, met een beetje grijs. Met inbegrip van zijn 35 centimeter lange staart meet hij 55 centimeter, en dat maakt hem tevens tot de kleinste blauwe ara van Brazilië.
„Later, in 1819,” vertelt de bioloog Carlos Yamashita, Braziliës voornaamste papegaaienexpert, „kwamen wetenschappers met de officiële naam van de vogel: Cyanopsitta spixii.” Cyano betekent „blauw” en psitta staat voor „papegaai”. En spixii? Die toevoeging, zo legt de bioloog uit, is een eerbetoon aan de Duitse natuurkenner Johann Baptist Spix. Hij was de eerste die deze soort bestudeerde in haar natuurlijke woongebied, dat bestaat uit een paar met bomen omzoomde riviertjes in het noordoosten van Brazilië.
Het aftellen begint
Toegegeven, Spix’ ara’s zijn nooit erg talrijk geweest. Zelfs in de tijd dat Spix de soort bestudeerde, bedroeg hun geschatte aantal slechts 180, maar sindsdien is hun situatie geleidelijk verslechterd. Kolonisten vernielden zo veel van de bossen waar deze vogels leefden, dat er tegen het midden van de jaren ’70 van onze eeuw nog geen zestig ara’s over waren. Hoe erg dat ook was, het aftellen was nog maar net begonnen.
Wat kolonisten in drie eeuwen niet klaarspeelden, kregen stropers in enkele jaren voor elkaar — zij roeiden bijna de hele populatie Spix’ ara’s uit. In 1984 waren nog maar vier van de zestig vogels in het wild in leven, maar tegen die tijd waren vogeltelers bereid om buitensporig hoge prijzen te betalen — wel 50.000 dollar voor één vogel. Geen wonder dat het blad Animal Kingdom in mei 1989 aankondigde dat er een jaar verstreken was sinds onderzoekers de laatste in vrijheid levende vogels hadden gezien. Enkele maanden later werd gemeld dat stropers alle overgebleven vogels hadden gevangen. De Spix’ ara, zo treurde Animal Kingdom, had de „uiteindelijke genadeslag” gekregen.
Verrassing en hoop
Nauwelijks echter hadden de biologen het hoofdstuk van de Spix’ ara afgesloten, of mensen in de buurt van het woongebied van de vogel zeiden dat zij een ararinha azul hadden gezien. Er volgden meer berichten over waarnemingen. Zou er nog een vogel in leven zijn? Om hier achter te komen, pakten in 1990 vijf onderzoekers hun kampeeruitrusting, verrekijkers en notitieboekjes en gingen op weg naar het territorium van de Spix’ ara.
Nadat zij het gebied twee maanden zonder succes hadden uitgekamd, zagen de onderzoekers een vlucht groene papagaios maracanãs, of Illingers ara’s, maar zij merkten iets ongewoons op. Een van de vogels was anders — groter en blauw van kleur. Het was de laatste in het wild levende Spix’ ara! Zij observeerden hem een week en ontdekten dat de Spix, die van nature van gezelschap houdt, met de Illingers optrok om zijn eenzaamheid te verdrijven en om een vrouwtje te vinden. Nu hadden de groene vogels er geen bezwaar tegen deze volhardende blauwe knaap als vriend te aanvaarden — maar een huwelijk met hem aangaan? Er zijn tenslotte grenzen, ook voor de wellevende Illingers ara’s!
Dus verliet de afgewezen Spix’ ara elke dag bij zonsondergang zijn metgezellen en vloog naar de boom waar hij en zijn vroegere Spix’ aravrouwtje jarenlang samen hadden geroest — tot 1988, het jaar waarin stropers hem zijn levenspartner hadden afgepakt en haar in gevangenschap hadden verkocht. Sindsdien slaapt hij daar alleen — een klein, eenzaam hoopje blauwe veren op een hoge, kale tak. Nu is het, tenzij er een wonder gebeurt, slechts een kwestie van tijd dat de laatste Spix’ ara die in het wild weet te overleven, de weg van de uitgestorven dodo zal gaan — tenzij iemand een vrouwtje voor hem vindt. Dat idee sloeg aan, en in 1991 ging het Projeto Ararinha-Azul (Spix’ Ara Project) van start. Het doel? Het nog levende mannetje beschermen, een vrouwtje voor hem zoeken, de twee bij elkaar brengen, en hopen dat ze het gebied opnieuw zullen bevolken. Heeft het plan succes?
Er is vooruitgang geboekt. De Braziliaanse posterijen brachten het lot van de meest bedreigde vogel van onze planeet onder de aandacht door een postzegel ter ere van hem uit te geven. Tegelijkertijd riepen biologen met succes de hulp in van de 8000 inwoners van Curaçá, een stadje in de buurt van het woongebied van de vogel, in het noorden van de staat Bahia, om de overlevende Spix’ ara te steunen. Nu de bewoners „hun” vogel, die zij de bijnaam Severino hebben gegeven, bewaken, lopen stropers het risico op heterdaad betrapt te worden. Deze strategie blijkt te werken. Severino vliegt nog steeds rond. De volgende hindernis is eveneens genomen — telers ertoe overhalen om afstand te doen van een van de zes in gevangenschap levende vogels die er in Brazilië nog zijn. (Zie kader.) Eén eigenaar stemde daarmee in, en in augustus 1994 werd er een jong vrouwtje, dat als nesteling door stropers was weggehaald, naar Curaçá overgevlogen om daar vrijgelaten te worden en weer in haar natuurlijke woongebied te leven.
Training en eerste ontmoeting
Deze vrouwtjesara werd in een grote volière geplaatst, midden in het woongebied van het mannetje, en werd op een „natuurlijk” dieet gezet. Om haar te laten wennen aan het leven in het wild, kreeg ze van haar verzorgers geen zonnepitten meer — haar gebruikelijke voedsel in gevangenschap — maar pijnpitten en de plaatselijke in het wild groeiende stekelige vruchten. Haar maag paste zich goed aan.
Dagelijkse oefeningen vormden ook een onderdeel van het trainingsprogramma — en met reden. Van een vogel die in een kooi is opgegroeid verwachten dat ze van de ene op de andere dag een partner kan bijhouden die met plezier zo’n vijftig kilometer per dag vliegt, is hetzelfde als van iemand die altijd onderuitgezakt op de bank zit, vragen een marathon te lopen. Dus om haar spieren te ontwikkelen, moedigden de biologen die voor de vogel in gevangenschap zorgden, haar aan zoveel mogelijk in de volière rond te vliegen.
Het duurde niet lang of Severino ontdekte de volière. Toen hij het vrouwtje in het oog kreeg, krijste hij, riep haar en kwam dichterbij, op nog geen dertig meter van de volière. „Het vrouwtje”, zegt Marcos Da-Ré, een bioloog die aan het project werkt, antwoordde en „was heel opgewonden” toen zij haar mannelijke bezoeker opmerkte. Haar opwinding, zegt hij, „vervulde ons met hoop”.
Onderwijzer en vader . . .
Eindelijk brak de grote dag aan: de deur van de volière zwaaide open. Na een half uur aarzelen vloog het vrouwtje naar buiten en landde in een boom, zo’n 300 meter van de volière. Maar waar was Severino? Hij bevond zich dertig kilometer verderop en zat weer achter de Illingers ara’s aan. Waarom was hij weggegaan? Welnu, nadat hij maanden had gewacht, zat zijn toekomstige vrouwtje toen de broedtijd eindelijk aanbrak, nog steeds achter slot en grendel. Hij moet gedacht hebben, zo grapt de bioloog Da-Ré, „beter een vrije maracanã dan een gekooide ararinha”. Dit keer had Severino’s aandringen succes. Eén Illingers aravrouwtje zwichtte en accepteerde hem als partner.
De biologen hopen echter dat wanneer de paartijd voorbij is, Severino zijn verkering zal uitmaken en naar zijn eigen woongebied zal terugkeren, de bevrijde Spix’ ara zal ontdekken en haar tot vrouw zal nemen. Daarna wordt er van hem verwacht dat hij een dubbelrol op zich neemt — die van onderwijzer en vader. Aangezien hij de enige Spix’ ara ter wereld is die in het wild weet te overleven, moet hij zijn partner leren hoe je in een van de droogste streken van Brazilië voedsel en onderdak moet zoeken en in leven kunt blijven.
. . . en geschiedenismaker
Dus wanneer de broedtijd weer begint, zullen de biologen van het Spix’ Ara Project er alle mogelijke moeite voor doen dat Severino zijn jacht op de Illingers ara’s zal opgeven en zich zal concentreren op het zoeken naar een holle boom die als nest voor zijn partner kan dienen. Als alles goed gaat, zal het Spix’ aravrouwtje twee eitjes leggen en zal Severino een paar maanden later overlevingstechnieken onderwijzen aan een klas van drie. Zal het zover komen?
„Het zal tijd kosten om het antwoord te weten te komen,” zegt de bioloog Yamashita, „maar dit project is misschien wel de enige manier om te voorkomen dat de in het wild levende Spix’ ara’s de zoveelste omgeslagen bladzijde in de geschiedenis worden.” Het is nu aan Severino om de gelegenheid aan te grijpen en een nieuw hoofdstuk te schrijven. Als deze verbintenis succes heeft, zullen natuurliefhebbers — en de Illingers ara’s — een zucht van verlichting slaken.
[Kader op blz. 24]
Vogels in gevangenschap
Er leven naar schatting zo’n dertig Spix’ ara’s in gevangenschap. Meer dan een dozijn van deze Braziliaanse vogels werden geteeld door een vogelteler op de Filippijnen en deze leven nog steeds in dat Aziatische land. De overige vogels leven in gevangenschap in Brazilië, Spanje en Zwitserland. Al deze in gevangenschap levende vogels missen echter een eigenschap die alleen Severino heeft — hij weet in het wild te overleven.
[Illustratie op blz. 25]
Bewaard gebleven — in elk geval op een postzegel
[Verantwoording]
Empresa Brasileira de Correios e Telégrafos