De wraak van de microben
ONZE twintigste eeuw heeft geweldige vorderingen in de medische wetenschap gezien. Duizenden jaren heeft de mens nagenoeg machteloos gestaan tegenover de gesel van dodelijke microben. Maar daar begon verandering in te komen in het midden van de jaren ’30, toen geleerden sulfanilamide ontdekten, de eerste stof die bacteriën kon verslaan zonder de besmette persoon ernstige schade te berokkenen.a
In de daaropvolgende jaren ontwikkelden wetenschappers krachtige nieuwe middelen om infectieziekten te bestrijden — chloroquine tegen malaria, en antibiotica om longontsteking, roodvonk en tuberculose te beteugelen. Tegen 1965 waren er ruim 25.000 verschillende antibiotische produkten ontwikkeld. Veel wetenschappers concludeerden dat bacteriële ziekten niet langer een reden tot ernstige bezorgdheid of belangwekkend voor research waren. Waarom per slot van rekening ziekten bestudeerd die weldra niet meer zouden bestaan?
In de ontwikkelde landen van de wereld daalde de tol aan mazelen, de bof en rodehond drastisch door nieuwe vaccins. Een grootschalige poliovaccinatiecampagne, gelanceerd in 1955, was zo succesvol dat het aantal gevallen van de ziekte in West-Europa en Noord-Amerika daalde van 76.000 in dat jaar tot nog geen 1000 in 1967. Pokken, een veel voorkomende dodelijke ziekte, werd wereldwijd uitgeroeid.
Deze eeuw heeft ook de uitvinding gezien van de elektronenmicroscoop, een zo krachtig instrument dat het geleerden in staat stelt virussen te zien die een miljoen maal kleiner zijn dan een vingernagel. Samen met andere technologische ontwikkelingen hebben zulke microscopen het mogelijk gemaakt infectieziekten als nooit tevoren te begrijpen en te bestrijden.
Overwinning leek zeker
Als gevolg van deze ontdekkingen was de medische wereld vol vertrouwen. De microben van infectieziekten moesten het afleggen tegen de wapens van de moderne geneeskunde. De zegepraal van de wetenschap over de microbe zou vast en zeker snel, beslissend en totaal zijn! Was er voor een bepaalde ziekte nog geen geneesmiddel, dan zou het er spoedig komen.
Reeds in 1948 pochte de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken George C. Marshall dat de overwinning op alle infectieziekten voor de deur stond. Drie jaar later betoogde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dat de Aziatische malaria spoedig een ziekte kon zijn die „niet langer van grote betekenis” was. Tegen het midden van de jaren ’60 was het geloof dat het tijdperk van pest en pestilentie voorbij was zo wijdverbreid, dat de Amerikaanse directeur-generaal van de volksgezondheid, William H. Stewart, tegen gezondheidsfunctionarissen zei dat het tijdperk van de infectieziekten afgesloten kon worden.
Oude ziekten komen terug
Het tijdperk van de infectieziekten kon echter nog helemaal niet afgesloten worden. De wetenschap mocht dan medicijnen en vaccins hebben uitgevonden, microben verdwenen niet zo maar van de planeet. Bekende dodelijke microben waren verre van verslagen en kwamen met volle kracht terug! Daarnaast staken andere dodelijke microben de kop op — microben die artsen voorheen onbekend waren. Zo grijpen zowel oude als nieuwe microben nu om zich heen, talloze miljoenen mensen wereldwijd bedreigend, teisterend of dodend.
Dodelijke ziekten waarvan men eens dacht ze onder de duim te hebben, hebben de kop weer opgestoken, dodelijker dan ooit en moeilijker met medicijnen te behandelen. Een voorbeeld daarvan is tuberculose (tbc). De WHO verklaarde onlangs: „Sedert 1944 heeft men in Japan, Noord-Amerika en Europa op grote schaal medicijnen tegen tbc gebruikt om het aantal gevallen van en doden door tbc drastisch terug te dringen. Verzuimd is echter in minder ontwikkelde landen de bestrijding van tbc ter hand te nemen, . . . waardoor de ziekte in welvarende landen heeft kunnen terugkeren in vormen die gevaarlijker en tegen veel medicijnen resistent zijn.” Thans eist tbc, dat gewoonlijk wordt veroorzaakt door via de lucht verspreide bacteriën die in de longen huizen, jaarlijks ongeveer drie miljoen doden — ruim 7000 per dag. Tegen het jaar 2005 zou het dodental wel eens tot vier miljoen per jaar gestegen kunnen zijn.
Andere oude dodelijke ziekten zijn ook aan een come-back bezig. Cholera is nu in veel delen van Afrika, Azië en Latijns-Amerika endemisch; steeds meer mensen worden erdoor getroffen en sterven eraan. In Azië heeft een geheel nieuwe bacteriestam de kop opgestoken.
Dengue, overgebracht door de Aedes aegypti-mug, neemt ook snel toe; wereldwijd bedreigt de ziekte nu 2,5 miljard mensen in ruim 100 landen. Sinds de jaren ’50 doet zich een dodelijke nieuwe hemorragische vorm van de ziekte voor die zich over de hele tropen heeft verbreid. Geschat wordt dat jaarlijks zo’n 20.000 mensen eraan overlijden. Zoals bij de meeste virale ziekten het geval is, is er geen vaccin ter bescherming en geen middel ter genezing.
Malaria, waarvan de kansen op uitroeiing eens groot werden geacht door de wetenschap, eist nu jaarlijks zo’n twee miljoen doden. Zowel de malariaparasieten als de muskieten die ze overbrengen, zijn steeds moeilijker te doden geworden.
Rampzalige nieuwe ziekten
De bekendste van de nieuwe ziekten die de laatste tijd de kop hebben opgestoken om de mensheid te teisteren, is misschien wel het dodelijke aids. Deze ongeneeslijke ziekte wordt veroorzaakt door een virus dat een jaar of twaalf geleden nog onbekend was. Toch bedroeg tegen het eind van 1994 het aantal mensen dat met het virus besmet was, wereldwijd tussen de dertien en vijftien miljoen.
Een andere voorheen niet herkende infectieziekte is bijvoorbeeld een door een hantavirus veroorzaakte longziekte. Het door veldmuizen overgedragen syndroom deed zich voor in het zuidwesten van de Verenigde Staten en bleek in meer dan de helft van de gemelde gevallen dodelijk. In Zuid-Amerika hebben zich twee soorten hemorragische koorts ontwikkeld — beide nieuw, beide dodelijk. Er zijn nog meer akelige ziekten opgedoken — virussen die vreemde, exotische namen dragen: Lassa, Rift Valley, Oropouche, Rocio, Q. Guanarito, VEE, monkeypox, Chikungunya, Mokola, Duvenhage, LeDantec, het Kyasanur Forest-breinvirus, het Semliki Forest-organisme, Krim-Kongo, O’Nyong-Nyong, Sindbis, Marburg en Ebola.
Hoe komt het dat nieuwe ziekten de kop opsteken?
Waarom blijkt het, niettegenstaande alle kennis en middelen waarover de moderne medische wetenschap beschikt, zo moeilijk dodelijke microben te verslaan? Eén oorzaak is de toegenomen mobiliteit van de huidige samenleving. Het moderne vervoer kan een plaatselijke epidemie snel mondiaal maken. Het reizen per straalvliegtuig maakt het voor een dodelijke ziekte, huizend in iemand die besmet is, gemakkelijk zich binnen enkele uren van het ene deel van de wereld naar een willekeurig ander deel van de wereld te verplaatsen.
Een tweede oorzaak, in het voordeel van de microbe, is de explosieve groei van de wereldbevolking — vooral in grote steden. Uiteraard wordt er in grote steden vuilnis geproduceerd. Vuilnis bevat plastic verpakkingen en autobanden vol zoet regenwater. In de tropen leidt dat tot vermenigvuldiging van muskieten die dodelijke ziekten als malaria, gele koorts en dengue overbrengen. Daar komt nog bij dat net zoals een dicht woud een vuur kan voeden, een dicht opeen wonende bevolking ideale omstandigheden verschaft voor de snelle verbreiding van tuberculose, influenza en andere via de lucht overgedragen ziekten.
Een derde oorzaak van de terugkeer van de microbe heeft te maken met veranderingen in het menselijk gedrag. Microben die langs seksuele weg worden overgedragen, kunnen zich voorspoedig verspreiden als gevolg van het op ongekende schaal voorkomen van seksuele relaties met een veelvoud van partners, iets wat kenmerkend is geweest voor de tweede helft van de twintigste eeuw. De verspreiding van aids is daar slechts één voorbeeld van.b
Een vierde oorzaak waardoor dodelijke microben zo moeilijk te verslaan zijn, is dat de mens de rimboe en regenwouden is binnengedrongen. De auteur Richard Preston verklaart in zijn boek Het killervirus: „De verschijning van aids, Ebola en andere micro-organismen uit het regenwoud lijkt een natuurlijk gevolg van de vernieling van de tropische biosfeer. De virussen die te voorschijn komen, zijn afkomstig uit ecologisch beschadigde delen van de aarde. Een groot aantal hiervan komt uit de rafelige randen van het tropisch regenwoud . . . De tropische regenwouden zijn de diepe reservoirs van het leven op onze planeet, en bevatten het grootste aantal plante- en diersoorten ter aarde. Ook zijn de regenwouden de grootste reservoirs van virussen, aangezien alle levende wezens virussen bij zich dragen.”
Mensen zijn dus nauwer in aanraking gekomen met insekten en warmbloedige dieren waarin virussen huizen, zich vermenigvuldigen en sterven zonder schade aan te richten. Maar wanneer een virus van dier op mens „overspringt”, kan het virus dodelijk worden.
De beperkingen van de medische wetenschap
Andere oorzaken van de come-back van infectieziekten hebben te maken met de medische wetenschap zelf. Veel bacteriën bieden nu weerstand aan antibiotica die hun eens fataal waren. De ironie wil dat de antibiotica zelf tot het ontstaan van deze situatie hebben bijgedragen. Als een antibioticum bijvoorbeeld slechts 99 procent van de schadelijke bacteriën in iemand die besmet is doodt, kan de resterende één procent die het antibioticum heeft weerstaan, nu groeien en zich vermenigvuldigen als een supersterk onkruid in een pas omgeploegde akker.
Patiënten verergeren het probleem wanneer zij een door hun dokter voorgeschreven antibioticakuur niet afmaken. Patiënten stoppen soms met het innemen van pillen zodra zij zich beter beginnen te voelen. Terwijl de zwakste microben dan gedood kunnen zijn, overleven de sterkste het en vermenigvuldigen zich in alle rust. Binnen enkele weken komt de ziekte terug, maar deze keer is het moeilijker, zo niet onmogelijk, ze met medicijnen te genezen. Wanneer deze resistente microbenstammen andere mensen binnendringen, is een ernstig probleem voor de volksgezondheid het gevolg.
Deskundigen van de WHO verklaarden onlangs: „Resistentie [tegen antibiotica en andere antimicrobiële middelen] is in veel landen epidemisch en de resistentie tegen een veelvoud van middelen laat artsen nauwelijks enige manoeuvreerruimte bij de behandeling van een groeiend aantal ziekten. Alleen al in ziekenhuizen doen zich wereldwijd naar schatting een miljoen bacteriële infecties per dag voor, en de meeste ervan zijn resistent tegen medicijnen.”
Bloedtransfusies, sinds de Tweede Wereldoorlog in toenemende mate toegepast, hebben ook bijgedragen tot de verbreiding van infectieziekten. Ondanks de inspanningen van de wetenschap om bloed vrij te houden van dodelijke microben, hebben bloedtransfusies aanzienlijk bijgedragen tot de verbreiding van hepatitis, het cytomegalovirus, bacteriën die resistent zijn tegen antibiotica, malaria, gele koorts, de ziekte van Chagas, aids en veel andere verschrikkelijke ziekten.
De huidige stand van zaken
Hoewel de medische wetenschap in deze eeuw een ware kennisexplosie heeft beleefd, blijven er nog veel mysteries. C. J. Peters bestudeert gevaarlijke microben aan het Centrum voor Ziektebestrijding, het voornaamste laboratorium van de Geneeskundige Dienst in de Verenigde Staten. In een interview in mei 1995 zei hij over Ebola: „Wij weten niet waarom het zo virulent is voor de mens en wij weten niet wat het doet [of] waar het is, wanneer het deze epidemieën niet veroorzaakt. Wij kunnen het niet vinden. Er is geen andere virusfamilie . . . waarover wij zo intens in onwetendheid verkeren.”
Zelfs als er doeltreffende medische kennis, medicijnen en vaccins bestaan om een ziekte te bestrijden, vergt het geld om ze aan te wenden voor mensen die ze nodig hebben. Miljoenen leven in armoede. In het World Health Report 1995 van de WHO wordt gezegd: „Armoede is de voornaamste reden waarom baby’s niet worden ingeënt, waarom er niet voor schoon water en sanitaire voorzieningen wordt gezorgd, waarom er geen genezende middelen en andere behandelingen beschikbaar zijn . . . Jaarlijks sterven er in de ontwikkelingslanden 12,2 miljoen kinderen van onder de vijf jaar, de meesten van hen door oorzaken die met slechts een paar dollarcent per kind te voorkomen zouden zijn. Zij sterven grotendeels door de onverschilligheid van de wereld, maar in de allereerste plaats sterven zij omdat zij arm zijn.”
Tegen 1995 waren infectieziekten en parasieten wereldwijd de voornaamste doodsoorzaken, waardoor jaarlijks 16,4 miljoen mensen het leven lieten. Helaas leven talloze miljoenen in omstandigheden die ideaal zijn voor het optreden en de verbreiding van dodelijke microben. Sta eens stil bij de huidige betreurenswaardige situatie. Ruim een miljard mensen leven in extreme armoede. De helft van de wereldbevolking heeft niet geregeld toegang tot een medische behandeling en onontbeerlijke geneesmiddelen. In de straten van vervuilde megasteden zwerven miljoenen in de steek gelaten kinderen, van wie er veel drugs spuiten en prostitutie bedrijven. Miljoenen vluchtelingen kwijnen weg in onhygiënische kampen waar cholera, dysenterie en andere ziekten heersen.
In de oorlog tussen mens en microbe zijn de omstandigheden de microbe steeds gunstiger gezind geworden.
[Voetnoten]
a Sulfanilamide is een kristallijne verbinding waarvan in de laboratoria sulfapreparaten worden vervaardigd. Sulfapreparaten kunnen bacteriën remmen in hun groei, waardoor de verdedigingsmechanismen van het lichaam zelf de kans krijgen de bacteriën te doden.
b Andere voorbeelden van seksueel overdraagbare aandoeningen: Mondiaal hebben zo’n 236 miljoen mensen een Trichomonas- en ongeveer 162 miljoen mensen een Chlamydia-infectie opgelopen. Elk jaar doen zich bij benadering 32 miljoen nieuwe gevallen van genitale wratten voor, 78 miljoen van gonorroe, 21 miljoen van genitale herpes, 19 miljoen van syfilis en 9 miljoen van zachte sjanker.
[Inzet op blz. 6]
„Alleen al in ziekenhuizen doen zich wereldwijd naar schatting een miljoen bacteriële infecties per dag voor, en de meeste ervan zijn resistent tegen medicijnen.” — Wereldgezondheidsorganisatie
[Kader op blz. 7]
Wanneer microben terugvechten
Een kleine microbe, een bacterie genoemd, „weegt slechts 0,00000000001 gram. Een blauwe vinvis weegt ongeveer 100.000.000 gram. Toch kan een bacterie een vinvis doden.” — Bernard Dixon, 1994.
Tot de meest gevreesde bacteriën die in ziekenhuizen worden aangetroffen, behoren resistente stammen van Staphylococcus aureus. Deze stammen teisteren de zieken en zwakken, veroorzaken dodelijke bloedvergiftigingen, longontsteking en toxische shock. Volgens één telling worden in de Verenigde Staten stafylokokken jaarlijks ongeveer 60.000 mensen noodlottig — meer dan het aantal dodelijke slachtoffers bij auto-ongelukken. In de loop van de jaren zijn deze bacteriestammen zo resistent tegen antibiotica geworden, dat er in 1988 nog maar één antibioticum effectief tegen ze was, het middel vancomycine. Al snel echter begonnen er uit alle delen van de wereld berichten over vancomycine-resistente stammen op te duiken.
Zelfs wanneer antibiotica doen wat ze geacht worden te doen, kunnen zich desondanks andere problemen voordoen. Halverwege 1993 ging Joan Ray voor een routineoperatie naar een ziekenhuis in de Verenigde Staten. Zij verwachtte binnen enkele dagen weer thuis te zijn. In plaats daarvan moest zij 322 dagen in het ziekenhuis blijven, voornamelijk wegens infecties die zij na de operatie opliep. Artsen bestreden de infecties met zware doses antibiotica, waaronder vancomycine, maar de microben vochten terug. Joan zegt: „Ik kon mijn handen niet gebruiken. Ik kon mijn voeten niet gebruiken. . . . Ik kon niet eens een boek oppakken om erin te lezen.”
Artsen deden alle mogelijke moeite om erachter te komen waarom Joan na maandenlange antibiotische behandeling nog steeds ziek was. In het laboratorium bleek dat Joan naast een stafylokokkeninfectie nog een andere bacteriesoort in haar lichaam had — een vancomycine-resistente enterococcus. Zoals de naam te kennen geeft, kon vancomycine niets tegen deze bacterie uitrichten; ze scheen ook immuun te zijn voor elk ander antibioticum.
Toen ontdekten artsen iets wat hen verbijsterde. De bacterie was niet alleen resistent tegen de middelen die haar hadden moeten doden maar, tegengesteld aan wat zij verwachtten, ze gebruikte de vancomycine in feite om in leven te blijven! Joans arts, een deskundige op het gebied van infectieziekten, zei: „[De bacteriën] hebben die vancomycine nodig om zich te vermenigvuldigen, en als ze die niet krijgen, groeien ze niet. In zekere zin gebruiken ze de vancomycine dus als voedsel.”
Toen de artsen Joan geen vancomycine meer toedienden, stierven de bacteriën en werd Joan beter.
[Illustratie op blz. 8]
Microben gedijen wanneer patiënten antibiotica niet op de juiste manier gebruiken
[Illustratie op blz. 9]
Bloedtransfusies verbreiden dodelijke microben