Afrika’s verbazingwekkende „boom des levens”
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN TANZANIA
„IK GELOOF niet dat er ergens ter wereld ooit zoiets gezien is.” Wat zag de Fransman Michel Adanson dan wel toen hij in 1749 Senegal bezocht? Het was een boom! Een boom van zo’n twintig meter hoog met een enorm dikke stam, acht meter in doorsnede. David Livingstone beschreef de boom later als een „ondersteboven geplante peen”.
Volgens een legende „heeft de duivel [de boom] uitgetrokken, zijn takken in de aarde gestoken en zijn wortels in de lucht laten steken”. Vandaar dat velen de boom kennen als „de omgekeerde boom”. De Latijnse naam luidt Adansonia digitata, naar zijn ontdekker, maar de meesten van ons noemen hem de baobab, een van de bekendste bomen in Oost-Afrika, hoewel er hogere verwanten te vinden zijn op Madagaskar en zelfs een paar in Australië.
De omgekeerde boom
Wij hebben al heel wat uren door het Tanzaniaanse landschap gereden en onze ogen vergast op schilderachtige nederzettingen, huisjes met strodaken, vrouwen die brandhout op hun hoofd dragen, kinderen spelend onder mangobomen en enkele herders die hun vee hoeden, als wij eindelijk zien wat Adanson destijds in de achttiende eeuw zag.
„Daar staan ze!”, roept Margit. De reusachtige en majestueuze baobab komt hier en daar voor in de drogere delen van tropisch Afrika. Hij is inheems in de savanne, langs de kust en zelfs op de hellingen van de Kilimanjaro. „Hij lijkt op geen enkele andere boom die ik ooit gezien heb”, zegt een van onze reisgenotes. De baobab is grijsachtig en kolossaal, met een vijf tot tien centimeter dikke schors. „Hij ziet er echt uit als een boom die ondersteboven geplant is!” Het grootste deel van het jaar, in de zes tot zeven maanden van het droge jaargetijde, zitten er helemaal geen bladeren aan de boom. Hoe blijft de boom in leven? Laten wij het aan iemand vragen die het kan weten.
Reizend door baobabland raken wij ten slotte in gesprek met Shem, een inboorling. „Weet u,” zegt de man, „dit is een flesboom.” Een flesboom? „Ja, want tijdens het korte regenseizoen zuigen de sponzige vezels van de boom een grote hoeveelheid water op, dat in de stam opgeslagen wordt voor het droge jaargetijde.” In de publikatie Baobab — Adansonia Digitata wordt opgemerkt: „De top van de stam is gewoonlijk uitgehold; daarin verzamelt zich regenwater en dauw, misschien wel het enige water dat kilometers in de omtrek beschikbaar is. . . . De stam heeft een hoog watergehalte. Volgens schattingen bevat een boom van ongeveer 200 kubieke meter wel 140.000 liter water. . . . Er kunnen ook hanteerbare blokken uit de stam worden gezaagd, waaruit dan water wordt geperst dat gedronken wordt.” Shem grapt: „Het is een kolossale boom, maar hij heeft een zacht hart.” Zo langzamerhand zijn er meer dorpelingen komen aanlopen en zij luisteren nieuwsgierig naar het gesprek. „Wist u dat de baobab de boom des levens is?”, vraagt Emmanuel.
De „boom des levens”
Veel inboorlingen zien de boom als een geschenk van God. Waarom? „Allereerst omdat hij heel lang kan blijven leven. Misschien duizend jaar of nog langer”, vervolgt een dorpsbewoner. „Hij verschaft ons voedsel, water, kleding, dakbedekking, lijm, medicijnen, onderdak, halskettingen en zelfs snoepgoed voor de kinderen.” Ook brandhout? „Nee, de schors is te vochtig door het water dat erin opgeslagen zit. Voor dat doel zoeken wij meestal andere bomen uit.” De jonge Daniel zegt: „Maar we gebruiken de schors wel voor het maken van snoeren en touwen.” Bovendien wordt ze nog gebruikt voor netten, matten, doek, hoeden, kano’s, schalen, bakken, manden en papier. As van de schors kan gebruikt worden als mest en velen maken er zeep van. „De jonge scheuten en bladeren worden gegeten”, voegt een van de jonge moeders, die een baby op haar rug draagt, eraan toe. „Wij roosteren de zaden ook en gebruiken die als koffie. De pulp van de zaden wordt gebruikt bij het maken van bier en er kan ook olie uit gewonnen worden.”
Tijdens het korte regenseizoen komen er mooie witte bloemen aan de boom. Maar die ruiken niet zo goed als ze er uitzien! Ze beginnen van laat in de middag tot kort na zonsondergang open te gaan en zijn tegen de volgende ochtend helemaal open. Op die manier worden ’s nachts de vleerhonden uitgenodigd om ze te bestuiven. De inboorlingen vermengen het stuifmeel van de bloemen met water en gebruiken het als lijm. De veertig centimeter lange vruchten hangen aan stengels. Wij betasten de groenige vrucht, die aanvoelt als fluweel. Ze lijkt op een apestaart. „Aha, daarom wordt de boom ook de apebroodboom genoemd!” Zullen we de vrucht opensnijden en erin kijken? Waarom niet!
De „kremetartboom”
De zaden liggen ingebed in een wit, zachtzuur vruchtvlees, dat erg rijk aan vitamine C, vitamine B1 en calcium is. Bij het bakken kan het vruchtvlees gebruikt worden ter vervanging van kremetart of wijnsteen. Dat is ook de reden waarom sommigen hem de kremetartboom noemen. Shem zegt: „We maken soms een drank van het vruchtvlees. Die smaakt naar citroen.” Om die reden noemen andere mensen hem de citroenboom. Waar wordt hij nog meer voor gebruikt?
Shem antwoordt: „Wij gebruiken bijna alle delen van de boom. De dop van de vrucht gebruiken we als visdobber, waterschep en soepkom en we gebruiken ’m ook om een goede ratteval te maken. Als ons vee geplaagd wordt door insekten, verbranden we het vruchtvlees gewoon en de rook dient dan als insektenwerend middel. Soms vermengen we het gedroogde, fijngemalen vruchtvlees met melk en hebben dan een uitstekende yoghurt.” Levert hij ook medicijnen? „Natuurlijk, de boom is onze apotheek”, lacht Shem.
De baobab-apotheek
Waar gebruikt u ze voor? „Voor alles!” Wegens zijn vele gebruiksmogelijkheden is het geen wonder dat veel plaatselijke mensen de boom respecteren, vrezen, ja, vereren zelfs. Wij ontdekken dat zogende moeders het fijngewreven gedroogde vruchtvlees vermengen met melk en dat aan hun baby geven om te voorkomen dat de kleintjes opgezette buikjes, dysenterie en koorts krijgen. „Medicijnen” van de boom worden verkocht op lokale markten en genezen, zo zegt men, ontstekingen, kiespijn en andere kwalen. Plaatselijk worden ze gebruikt tegen bloedarmoede, diarree, griep, astma, nierklachten, ademhalingsproblemen en zelfs tumoren.
Deze bijzondere boom is uiteraard omgeven met mythen en legenden. Sommigen geloven dat „de boerderij waarop [de baobab] staat niet verkocht mag worden, daar zijn aanwezigheid gezien wordt als een goed voorteken. . . . Volgens een ander verhaal zal een leeuw iedereen verslinden die zo vermetel is een bloem van de boom te plukken. Men gelooft dat deze bloesems door geesten worden bewoond. Men zegt ook dat het water waarin de zaden van de boom zijn geweekt en omgeroerd, als bescherming dient tegen aanvallen van krokodillen, en dat hij die het aftreksel van de schors drinkt, krachtig en sterk zal worden.” — Baobab — Adansonia Digitata.
Snoepgoed voor de kinderen
Wij hebben veel nieuwe dingen geleerd van de inboorlingen in baobabland. Nu, in Dar es Salaam, ontmoeten wij Navina, Suma en Kevin. Raad eens waar zij op kauwen en zuigen? Baobabzaden! De rode zaden worden langs de weg verkocht als snoepgoed en het schijnt dat deze kinderen er dol op zijn. „Is het zuur?” „Een beetje, maar wij vinden het lekker!”, zeggen de kinderen eenstemmig. „Neem er ook een paar! Proef maar!” Ja, waarom niet iets van Afrika’s „boom des levens” geproefd?
[Illustratie op blz. 24]
De baobab, boom met veel gebruiksmogelijkheden
[Illustratie op blz. 24]
Zaden, gebruikt als snoepgoed en in geroosterde vorm als koffie
[Illustratie op blz. 25]
De bloemen zijn groot
[Illustratie op blz. 25]
Kaal in het droge jaargetijde