Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g94 22/11 blz. 3-5
  • Waarom sommige kinderen zo moeilijk zijn

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Waarom sommige kinderen zo moeilijk zijn
  • Ontwaakt! 1994
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De school vormt een ware uitdaging
  • De persoonlijke ervaring van een moeder met Ronnie
  • Wat te doen als ouders van een moeilijk kind
    Ontwaakt! 1994
  • „Stilzitten en opletten!”
    Ontwaakt! 1997
  • Hoe de uitdaging aan te gaan
    Ontwaakt! 1997
  • Hoe vroeg met het onderwijzen van uw kinderen te beginnen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
Meer weergeven
Ontwaakt! 1994
g94 22/11 blz. 3-5

Waarom sommige kinderen zo moeilijk zijn

„Genetische invloeden, chemische processen in de hersenen en de neurologische ontwikkeling bepalen in aanzienlijke mate wie wij zijn als kind en wat wij worden als volwassene.” — STANLEY TURECKI, arts.

ELK kind groeit op zijn of haar eigen unieke, kenmerkende manier op. Kinderen vertonen een humeur en een menigte eigenschappen die aangeboren schijnen te zijn — eigenschappen die ouders vaak slechts een beetje of helemaal niet kunnen beteugelen. Het is waar dat er altijd rumoerige, rusteloze en vernielzuchtige kinderen zijn geweest. De beste ouders kunnen een kind hebben dat moeilijk opvoedbaar is.

Maar waarom vormt het grootbrengen van bepaalde kinderen een zo veel grotere uitdaging en kost het zo veel meer moeite? Het aantal kinderen met ernstige gedragsproblemen neemt toe. Klinisch psychologen en wetenschappelijk onderzoekers zijn het er algemeen over eens dat vijf tot tien procent van alle kinderen uitermate rusteloos is en dat het onvermogen van deze kinderen om op te letten, zich te concentreren, regels op te volgen en opwellingen te bedwingen, hun en hun familie, hun onderwijzers en hun klasgenootjes heel wat moeilijkheden bezorgt.

Dr. Bennett Shaywitz, hoogleraar pediatrie en neurologie aan de medische faculteit van de Yale University, houdt zich bezig met wat een kernprobleem zou kunnen zijn: „overgeërfde stoornissen in bepaalde scheikundige stoffen in de neurotransmittersystemen van de hersenen” die de functie van de hersencellen regelen en de gedragsregulering door de hersenen vergemakkelijken. Wat het ook mag zijn dat het kind moeilijk opvoedbaar maakt, de ouders moeten er allereerst naar streven bedreven te worden in het effectief omgaan met het gedrag van hun kind; zij moeten aanmoediging en steun geven in plaats van kritiek en afkeuring te uiten.

In bijbelse tijden waren de ouders verantwoordelijk voor het onderwijzen en opvoeden van hun kinderen. Zij wisten dat streng onderricht en onderwijs in Gods wetten hun kind wijs zouden maken (Deuteronomium 6:6, 7; 2 Timotheüs 3:15). Daarom rust op ouders de hun door God geschonken verantwoordelijkheid zich, ondanks hun drukke schema, zo veel mogelijk moeite te getroosten om in de behoeften van een kind te voorzien en vooral positief op negatief gedrag te reageren. Aangezien het bij veel van de gedragsproblemen die thans in de pediatrische praktijk gezien worden, om kinderen gaat die hyperactief, impulsief of onoplettend zijn, kan een bespreking van ADD en ADHD als factoren die een rol spelen bij moeilijk opvoedbare kinderen, nuttig zijn.a

In de jaren ’50 werden deze stoornissen „minimal brain dysfunction” genoemd, een lichte beschadiging van de hersenfunctie. Die terminologie wordt volgens de kinderneuroloog dr. Jan Mathisen niet meer gehanteerd sedert uit bevindingen is gebleken dat ’er bij ADD helemaal geen sprake van hersenbeschadiging is’. Dr. Mathisen zegt: „ADD laat zich aanzien als een defect in bepaalde gebieden van de hersenen. Wij weten nog steeds niet zeker om welke neurochemische problemen het precies gaat, maar wij denken wel dat er een scheikundige stof in de hersenen bij betrokken is die dopamine heet.” Hij gelooft dat het bij het probleem om de dopamine-regulatie gaat. „Het is waarschijnlijk niet één scheikundige stof maar de onderlinge verhouding van verscheidene scheikundige stoffen”, voegde hij eraan toe.

Hoewel er nog veel onbeantwoorde vragen zijn over de oorzaak van ADD, zijn wetenschappelijk onderzoekers het over het algemeen met dr. Mathisen eens dat een chronisch slechte beheersing van de aandacht, van impulsiviteit en van motorische activiteit neurologisch van oorsprong is. Onlangs werd bij een door dr. Alan Zametkin en wetenschappelijk onderzoekers van het Amerikaanse National Institute of Mental Health ingesteld onderzoek, ADD voor de eerste keer teruggevoerd op een specifieke stofwisselingsafwijking in de hersenen, hoewel toegegeven werd dat „er nog heel wat meer onderzoek verricht moet worden om tot afdoender antwoorden te komen”.

De school vormt een ware uitdaging

Kinderen die chronisch onoplettend, gemakkelijk afleidbaar, impulsief of overactief zijn, hebben het gewoonlijk erg moeilijk op school, daar er in de klas veel zwaardere eisen worden gesteld op het gebied van concentratie en rustig blijven. Wat kunnen zulke kinderen, die het zo moeilijk vinden erg lang op iets geconcentreerd te blijven, anders doen dan irriterend overactief zijn? Bij sommigen is het gebrek aan aandacht zo ernstig dat zij het normale leerprogramma noch op school noch thuis kunnen bijhouden. Het is niet ongebruikelijk dat zij gestraft worden omdat zij de klas terroriseren of de clown uithangen, want zij hebben er moeite mee hun gedrag te beheersen en de gevolgen van hun daden te overzien.

Uiteindelijk ontwikkelen zij een slecht zelfbeeld, plakken zij zichzelf misschien het etiket „stout” en „stom” op en handelen daarnaar. Doordat deze kinderen lage cijfers krijgen, hoe zij ook hun best doen, zijn zij onderhevig aan een chronisch, zichzelf in stand houdend falen.

De verbijsterde ouders raken erg ongerust en in de war door het storende gedrag van hun kind. Soms leidt dat tot echtelijke ruzies omdat de ouders elkaar de schuld van de situatie geven. Veel ouders drammen langdurig boos door over wat er fout gaat en vergeten wat er goed gaat. Met hun reacties op negatieve gedragspatronen lokken zij op hun beurt weer negatieve reacties uit. Zo raakt het gezin — en dat geldt ook enigermate voor anderen die met het kind te maken hebben — verwikkeld in een machtsstrijd die voortvloeit uit onbegrip en het niet kunnen omgaan met het gedrag van een moeilijk kind — een kind met al dan niet een aandachtstekortstoornis.

De persoonlijke ervaring van een moeder met Ronnie

„Vanaf het moment dat Ronnie ter wereld kwam, was hij nooit opgewekt maar voortdurend prikkelbaar; hij deed niets dan huilen. Door zijn allergieën had hij herhaaldelijk uitslag en oorontsteking en voortdurend diarree.

Ronnies vroege motorische vaardigheden ontwikkelden zich echter goed en al heel gauw kon hij zitten, staan en vervolgens lopen — of moet ik zeggen hollen? Terwijl hij sliep deed ik haastig al mijn huishoudelijk werk, want zodra mijn kleine ’tornado’ wakker werd, had ik het druk met pogingen hem ervan te weerhouden zichzelf en het huis schade te berokkenen als hij rondholde om alles te pakken wat hem interesseerde, en dat gold voor de meeste dingen!

Hij kon zijn aandacht maar heel kort bij iets bepalen. Niets hield hem erg lang bezig. Stilzitten haatte hij. Natuurlijk was dat een probleem als wij hem ergens mee naar toe namen waar van hem verwacht werd dat hij stilzat — vooral op de gemeentevergaderingen. Het had geen zin hem op zijn bibs te geven omdat hij niet stilzat. Hij kon het gewoon niet. Veel goedbedoelende mensen klaagden of gaven ons raad, maar niets hielp.

Ronnie was pienter, dus begonnen wij toen hij een jaar of drie was een dagelijks leesprogramma met hem, iedere keer eventjes. Tegen de tijd dat hij vijf was, kon hij heel goed lezen. Toen ging hij naar school. Na ongeveer een maand kreeg ik het verzoek eens met de onderwijzeres te komen praten. Zij vertelde me dat toen zij Ronnie voor het eerst zag, zij vond dat hij er uitzag als een engel, maar nu zij hem een maand in haar klas had gehad, dacht zij dat hij juist heel ergens anders vandaan kwam! Zij vertelde me dat hij altijd sprong, andere kinderen een beentje lichtte of aan hen trok. Hij wilde zijn mond niet houden of stilzitten en hij stoorde de hele klas. Hij kon zich niet beheersen. Zij merkte ook dat hij een opstandige houding kreeg. Aanbevolen werd hem in een klas voor speciaal onderwijs te zetten en met hem naar een dokter te gaan om een recept voor een kalmerend middel te halen. Wij waren helemaal van de kaart!

Medicijnen verdienden in Ronnies geval niet de voorkeur, maar de kinderarts gaf ons enkele praktische suggesties. Hij was van mening dat Ronnie pienter was en zich verveelde; daarom raadde hij ons aan Ronnie bezig te houden, hem liefde en nog eens liefde te geven en geduldig en positief te zijn. Hij dacht dat Ronnie minder problematisch zou worden naarmate hij ouder werd en als hij ander voedsel kreeg.

Wij beseften dat onze zoon voorzichtig aangepakt moest worden, dat hij geholpen moest worden te leren hoe hij zijn energie op een positieve manier in banen kon leiden. Dat zou heel veel tijd kosten; daarom veranderden wij onze dagindeling. Wij besteedden veel uren met hem aan zijn huiswerk; geduldig onderwezen wij hem en legden wij hem dingen uit. Wij gebruikten geen negatieve woorden meer en verweten hem niet langer zijn onnadenkendheid en ondeugende streken. Zijn geringe gevoel van eigenwaarde opbouwen was ons doel. Wij bespraken in plaats van te bevelen en te eisen. Als er beslissingen genomen moesten worden die hem aangingen, vroegen wij zijn mening.

Met sommige dingen die andere kinderen aanwaaien, had Ronnie veel moeite. Hij moest bijvoorbeeld leren geduld te hebben, rustig te zijn, stil te zitten en zijn buitensporige lichamelijke activiteit te beteugelen. Maar die was te beteugelen. Toen hij eenmaal begreep dat hij bewust pogingen moest doen om rustiger te worden en na te denken over wat hij deed of ging doen, begon hij het allemaal op een rijtje te krijgen. Tegen zijn dertiende was zijn gedrag normaal. Gelukkig is van toen aan alles probleemloos verlopen, zelfs in de meestal opstandige tienerjaren.

De ruimschoots aan Ronnie geschonken liefde en alle in hem geïnvesteerde tijd en geduld zijn alleszins de moeite waard geweest!”

[Voetnoot]

a Overal in deze artikelen duidt ADD op de aandachtstekortstoornis en ADHD op de aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen