Opnieuw een ecologische tragedie
MEN zegt wel eens dat de bliksem nooit tweemaal op dezelfde plek inslaat, maar voor het vergaan van olietankers gaat dat niet op. De afgelopen twintig jaar is de haven van La Coruña in Noordwest-Spanje tweemaal getroffen door een grote olieramp.
In de vroege ochtend van 3 december 1992 verging de Griekse tanker Aegean Sea op de rotsen voor de landtong waarop La Coruña ligt. Binnen enkele uren was de tanker in tweeën gebroken en stonden zeven van zijn negen tanks in brand. Een enorme kolom van dikke zwarte rook gaf de plaats aan van wat de Spaanse premier Felipe González „een ecologische catastrofe” noemde.
De Aegean Sea vervoerde bijna 80.000 ton ruwe Noordzee-olie en de dag na het ongeluk begon een olievlek van 50 km2 de vier nabijgelegen riviermonden binnen te dringen. Zestien jaar geleden was de tanker Urquiola in de ingang van dezelfde haven gezonken, waarbij de kust met meer dan 100.000 ton ruwe olie was bevuild.
Nog afgezien van de grote schade die de in zee levende dieren en planten is toegebracht, wordt het bestaan van duizenden vissers, van wie sommigen nog maar kort geleden een schadeloosstelling voor de vorige ramp hebben ontvangen, opnieuw bedreigd. Hoe komt het dat er zo vaak ongelukken met tankers gebeuren? Hoewel er in de nacht van het meest recente ongeluk zware zeeën stonden, denkt men dat menselijk falen de voornaamste oorzaak van de ramp is geweest.
De ironie wil dat de Aegean Sea aan de grond liep op net negentig meter van een vuurtoren — de oudste vuurtoren ter wereld die nog in bedrijf is — het symbool van La Coruña. Hij werd bijna tweeduizend jaar geleden gebouwd door de Romeinen, die de gevaren van deze kustwateren kenden. De huidige vuurtoren, waarin de overblijfselen van het Romeinse bouwwerk intact zijn gelaten, laat nog steeds zijn waarschuwende licht schijnen. Helaas werd er op de avond van 3 december 1992 geen acht op die waarschuwing geslagen.
[Illustratieverantwoording op blz. 31]
Foto Blanco