Wie zou graag miljonair zijn?
HET antwoord schijnt te luiden: bijna iedereen wel. En de gemakkelijkste manier om het te worden — zo wordt tenminste algemeen gedacht — is door de hoofdprijs te winnen in een loterij of voetbalpool.
Overal, van Moskou tot Madrid, van Manila tot Mexico-Stad, spelen regeringen in op de wens van het publiek — daarbij de extra inkomsten die loterijen opleveren niet versmadend — door staatsloterijen te propageren waarin prijzen van wel honderd miljoen dollar in het vooruitzicht worden gesteld.
Enkele mensen worden inderdaad miljonair. Zo had een Engelsman 25 jaar lang trouw zijn formulier voor de voetbalpool ingevuld voordat hij eindelijk een recordbedrag won. Met een inzet van nog geen gulden won hij ruim 2,5 miljoen gulden. Nog spectaculairder was het bedrag dat aan een vrouw uit New York uitgekeerd werd: zij werd een van de grootste winnaars ter wereld toen zij $55 miljoen won in de staatsloterij van Florida.
Maar dat zijn uitzonderingen. Typerender is de Spaanse kantoorbediende van middelbare leeftijd die al dertig jaar elke week loten koopt. Hoewel hij nog nooit iets noemenswaardigs heeft gewonnen, laat hij zich niet ontmoedigen. „Altijd verwacht ik te winnen”, zegt hij. In dezelfde geest vatte een man in Montreal, die een heel weekloon spendeerde aan een Canadese loterij, het standpunt van velen samen toen hij uitlegde: „Trekkingen zoals deze zijn de enige manier waarop de kleine man van een beter leven kan dromen.” Maar hij won niet.
Ondanks de universele aantrekkingskracht van loterijen verheugt een andere vorm van gokken zich in een toenemende populariteit: de speelautomaat. Hoewel de eenarmige bandieten de speler niet van de ene dag op de andere rijk beloven te maken, bieden ze hem wel de onmiddellijke gelegenheid de jackpot te winnen — die aanzienlijk kan zijn. En ze staan niet langer uitsluitend in casino’s. Goed in het gehoor liggende deuntjes, flitsende lichten en af en toe het gekletter van te voorschijn stromende munten getuigen van hun opdringerige aanwezigheid in veel Europese cafés, clubs, restaurants en hotels.
Frances is een weduwe op leeftijd die in de stad New York woont. Twee à drie keer per week maakt zij een busreis van twee en een half uur naar Atlantic City in New Jersey. Daar aangekomen stapt zij een van de casino’s van de stad binnen en speelt er een uur of zes aan de fruitautomaten voordat zij weer naar huis gaat. „Ik zou niet weten wat ik zonder Atlantic City zou moeten beginnen”, vertelt zij. „Dit is ons pleziertje, weet u, dit doen wij graag.”
Voor anderen is gokken veel meer dan louter amusement; het is een vlucht uit de alledaagse routine of een hoopvolle gooi naar rijkdom. In hun geval is het een belangrijk — zo niet onontbeerlijk — deel van hun leven.
„Ik gok omdat ik houd van het risico dat eraan verbonden is”, legt Luciano uit het Spaanse Córdoba uit. „Ik probeer niet me schoon te praten,” zegt hij verder, „maar het feit wil dat ik depressief was, en daarom begon ik aan bingo mee te doen. Toen ging ik op zoek naar andere kansspelen. Je voelt je geweldig als je een zak vol bankbiljetten hebt . . . klaar om ermee te spelen.” Een andere gewoontegokker, die zijn baan als directeur van een bedrijf was kwijtgeraakt, werd gevraagd of hij ooit had overwogen zijn slechte gewoonte op te geven. „Opgeven?”, antwoordde hij. „Dat kan ik niet. Het is mijn leven.”
Hoewel de drijfveren kunnen variëren, vormen gokkers zeker geen minderheidsgroep. Drie van de vier volwassen Amerikanen gokken in mindere of meerdere mate; in Spanje, ook een land waar gokken endemisch is, is de verhouding ongeveer gelijk. En er gaat veel geld om in de gokwereld. Slechts enkele industriële ondernemingen in de wereld kunnen op jaarlijkse verkoopcijfers bogen die de opbrengst van de loterijen in 39 landen overtreffen.
Kennelijk is de betovering van het gokken krachtig. Maar is het een onschuldige bekoring of schuilen er gevaren in? Een oude spreuk waarschuwt: „Hij die zich haast om rijkdom te verwerven, zal niet onschuldig blijven” (Spreuken 28:20). Geldt dat ook voor degenen die met gokken rijk willen worden?