Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g92 8/1 blz. 9-13
  • Wij overleefden een bomaanslag

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wij overleefden een bomaanslag
  • Ontwaakt! 1992
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Eerste reacties
  • De nachtmerrie van mijn vrouw
  • Wonder boven wonder nog in leven
  • Er komt hulp
  • De bloedkwestie komt aan de orde
  • Een meelevend chirurg
  • Lessen die wij leerden
  • Broederschap in actie
  • De ’ik eerst’ filosofie benadeelt ons allen
    Ontwaakt! 1979
  • Iets beters dan ’de perfecte golven’
    Ontwaakt! 2007
  • Jehovah zegent degenen die vergeven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2022
  • Bom verwoest Koninkrijkszaal in Australië
    Ontwaakt! 1985
Meer weergeven
Ontwaakt! 1992
g92 8/1 blz. 9-13

Wij overleefden een bomaanslag

DIE zondagochtend, 21 juli 1985, beloofde het een heldere midwinterdag te worden toen Jehovah’s Getuigen en geïnteresseerden de Koninkrijkszaal in de westelijke voorstad Casula van het Australische Sydney begonnen te vullen. Om 9.35 uur begon David Winder, de gastspreker, met zijn lezing over christelijke loyaliteit. Iets over tienen bogen wij ons over onze bijbel om de spreker te volgen toen hij Johannes 6:68 voorlas.

Dat vers heeft hij niet uit kunnen lezen. Onder het podium deed zich een enorme ontploffing voor die hem kronkelend van pijn op de grond deed belanden, de dood nabij. Een vriend van ons, Graham Wykes, echtgenoot en vader, was op slag dood. Vele anderen waren gewond, enkelen zeer ernstig. Zulk onuitgelokt barbaars geweld in een plaats van aanbidding schokte zelfs een verharde wereld. Toen het nieuws bekend werd, zaten Australiërs vol ongeloof aan hun tv en radio gekluisterd.

Eerste reacties

Onmiddellijk na de explosie heerste er een kortstondige stilte. Ik denk dat de meesten van ons verdoofd en verbijsterd waren, angstig om ons heen keken, niet in staat een woord uit te brengen of de absurditeit van wat er zojuist was gebeurd te aanvaarden. Er hing een dichte stofwolk. Het geheel zag er uit en rook alsof er een oorlog had gewoed. Kinderen begonnen te huilen en enkele begonnen te krijsen door de schrik. Later zag een taxichauffeur die kwam aangereden, hoe een „niet-geïdentificeerd meisje dat waarschijnlijk een knap gezichtje had gehad, in een ambulance werd gelegd met de helft van haar gezicht kapot”.a Dat niet-geïdentificeerde meisje was mijn vrouw, Sue.

Sue was bewusteloos geslagen door iets wat van het podium recht in haar gezicht was gevlogen. Mijn trommelvliezen sprongen onmiddellijk. Voor mij klonk de explosie alsof iemand een hogedrukslang in mijn hoofd had opengedraaid — er klonk geen ontploffing, alleen een plotseling, ondraaglijk gesis terwijl alles grijs werd. Wij zaten op de tweede rij, maar de spreker stond praktisch recht boven de bom, die onder het houten podium verborgen had gelegen.

Instinctief dook ik ineen met mijn handen over mijn hoofd uit angst voor vallend puin. De volgende paar seconden leken wel minuten. Toen begon het tot me door te dringen dat er een bom in onze zaal was ontploft en een akelig voorgevoel maakte zich van mij meester, want Sue was totaal verdwenen in het puin en het stof. Terwijl ik „Susie, Susie!” riep, schoot mij een wirwar van vragen door het hoofd: ’Is ze dood? Hoe is het met David — en met de anderen? Ben ik gewond?’

De grond lag bezaaid met plafondplaten, kunststof stoelen, versplinterd hout, tassen en kapotte bijbels en tijdschriften. Al gauw doken er verdwaasde gezichten, veelal bloedend en sommige vol splinters, uit de brokstukken op. De meesten die achter in de zaal hadden gezeten, hadden alleen beschadigde trommelvliezen maar waren verder ongedeerd.

De nachtmerrie van mijn vrouw

Ik vond Sue toen ik haar laarzen onder een grote maar gelukkig heel lichte plafondtegel uit zag steken. Toen ik die opzij gooide, was ik niet voorbereid op wat ik zag. Sues bovenlip was horizontaal losgesneden onder een verbrijzelde neus en hing ter hoogte van haar kin. Haar voortanden waren kapotgeslagen, en toen ik de schade aan en rond haar ogen zag, vreesde ik het ergste voor haar gezichtsvermogen. Haar haar was een warrige massa bloed, vuil en splinters, en in haar linkerbovenarm scheen een ernstige snijwond te zitten. Ik was echter opgelucht toen ik zag dat zij niet aanhoudend hevig bloedde. Later bleek echter dat ik het mis had. Vlak nadat ik haar hoofd en schouders uit het puin opgetild had, riep zij zwakjes mijn naam. Ik probeerde haar te kalmeren, in de veronderstelling dat zij begon te beseffen wat er gebeurd was. Sue vertelde later: „Ik dacht dat ik thuis in bed lag en een nachtmerrie had en hoopte vertwijfeld dat Peter me wakker zou maken.” Zij scheen dan weer niet en dan weer wel bij bewustzijn te zijn en ik wilde niet bij haar weg, maar ik had wel hulp nodig.

Een andere Getuige, die in een, ongetwijfeld door de aanblik van mijn vrouw nog verergerde, shocktoestand verkeerde, praatte onsamenhangend toen zij op ons af kwam. Met mijn vrije arm gebaarde ik dat zij moest bukken zodat ik tegen haar kon praten. Met haar ogen op Sue gericht, bukte zij en gaf mij haar hand. Toen zonden wij samen een kort gebed op, waarin wij Jehovah smeekten om wijsheid en kracht om dit te verwerken. Tegen de tijd dat wij amen zeiden, had zij, hoewel haar ogen nog vol tranen stonden, haar kalmte totaal herwonnen. Ik vroeg haar iets te zoeken wat als kussen voor Sue kon dienen.

Wonder boven wonder nog in leven

Toen de bom ontplofte, zat de jonge Paul Hahn vlak voor me en ongeveer twee meter van de piano. Door de ontploffing werd de piano de lucht ingeslingerd en een groot deel ervan kwam op Paul terecht, waarbij er een groot stuk vlees uit het bovenste deel van zijn dij werd gescheurd. Zijn mooie voortanden, waar net de beugel af was, waren kapot. Joy Wykes, die haar man bij de bomaanslag verloor, lag vlakbij, met een ernstige verwonding aan haar hoofd en andere kwetsuren. Twee van haar dochtertjes waren ook gewond.

Van de ernstig gewonden was de opmerkelijkste overlevende de spreker, David Winder. De bom slingerde hem met stukken van het podium recht omhoog door de open ruimte waar nog maar enkele ogenblikken daarvoor het dak had gezeten. Hij kwam bijna op de plek neer waar hij gestaan had. Hij was nog steeds bij bewustzijn maar in een ernstige shocktoestand. Daar zijn voeten en onderbenen verminkt waren, dachten sommigen dat hij nooit weer zou kunnen lopen. Tegenwoordig draagt hij enkelbeugels en kan hij lopen. Een deel van zijn kleding werd in een in de buurt staande eucalyptus aangetroffen. De katheder werd drie huizen verder in de achtertuin van een buurman gevonden. Door aanzienlijk bloedverlies was de toestand van David kritiek. Hij werd per helikopter naar een ziekenhuis gevlogen.

Er komt hulp

De politie en de ambulancedienst schenen, en dat strekt hun zeer tot eer, heel snel te arriveren. Terwijl het ambulancepersoneel zich over de gewonden ontfermde, had de politie de handen vol. Omdat de ontploffing in de verre omtrek gehoord en gevoeld was, waren de wegen naar de Koninkrijkszaal spoedig versperd door honderden nieuwsgierige toeschouwers, en de televisiecamera’s draaiden op volle toeren. Sommige van onze naaste buren boden vriendelijk alle mogelijke hulp aan.

De ambulances waren al gauw vol en begonnen de gewonden naar plaatselijke ziekenhuizen over te brengen. Het ziekenhuispersoneel was ontzet over het gebeurde. Veel plaatselijke Getuigen kwamen naar de ziekenhuizen om troost en steun te bieden. David Winder en Sue werden naar een ziekenhuis gebracht dat speciaal ingericht was voor de behandeling van traumaslachtoffers. Die avond verwijderden artsen in het Liverpoolziekenhuis bij mij onder algehele verdoving splinters die diep in mijn arm gedrongen waren. De volgende dag werd ik steeds ongeruster en wilde ik naar mijn vrouw toe. Na enige aarzeling liet het ziekenhuis me die middag gaan, zodat ik bij Sue kon zijn.

De bloedkwestie komt aan de orde

Ik vond haar op de intensive care-​afdeling, en toen ik voor de eerste keer vanaf het voeteneind van haar bed naar haar keek, moest ik huilen. Een verschrikkelijk gevlekt gezicht, onherkenbaar gezwollen en misvormd, begroette mij. Groepjes hechtingen, net zwarte miniatuurritssluitingen, hielden haar gezicht bij elkaar.

Sue kon niets zien doordat haar ogen, zelfs haar wimpers, schuilgingen in opgezwollen weefsel. Van haar aangezichtsbeenderen waren haar neus, bovenkaak, jukbeenderen en de beenderen van haar oogkassen verbrijzeld. Het echte gevaar school echter in het feit dat een deel van haar schedel vlak boven haar neusbrug was ingedrukt en dat daarbij een ader doorboord was. Toen zij bewusteloos onder het puin begraven lag, stroomde er ongezien bloed in haar maag. Haar bloedgehalte daalde pijlsnel naar zes. (Het gemiddelde voor een vrouw is circa veertien.)

Bloedtransfusie werd onmiddellijk een strijdpunt en leidde uiteindelijk tot een patstelling met de chirurg. Hij vertelde Sue dat haar weigering om zo nodig in een transfusie toe te stemmen, zijn handen zou binden. Sue verzekerde hem dat wij dat allebei begrepen en „elke redelijke alternatieve procedure zouden aanvaarden, maar dat ons verzoek ’zich van bloed te onthouden’ niet bespreekbaar was” (Handelingen 15:28, 29). Dat wilde hij niet accepteren.

Hij begon haar psychisch onder druk te zetten en wist van geen ophouden. Sue werd gevraagd of zij kinderen had, en toen zij daarop met „Nee” antwoordde, reageerde hij: „Dat is maar goed ook, want ze zouden een lelijke moeder hebben.” Hij sprak ook met Sue over de mogelijkheid dat ik mij van haar zou laten scheiden vanwege haar gezicht. Sues reactie? „Dat was bijzonder pijnlijk. Ik besloot dat ook al wilde de chirurg op zijn manier dat ik er zo goed mogelijk uitzag, ik niet zou toelaten dat hij mijn geweten geweld zou aandoen.” Door zijn niet aflatende gezeur over een bloedtransfusie steeg de spanning slechts en ging er waardevolle tijd verloren. Wat een schril contrast met de meelevende en toegewijde zorg die Sue in die traumatische periode van elk lid van het verplegend personeel kreeg! Zij dwongen ons respect af.

Er waren nu elf dagen verstreken sinds de bomaanslag had plaatsgevonden. Sues aangezichtsbeenderen waren in het kritieke stadium dat ze begonnen vast te groeien, maar op de verkeerde plaatsen. Zij moest snel geopereerd worden! Op zijn volgende ronde riep haar arts in een laatste uitbarsting van woede: „Ik doe er niets aan!”, waarna hij wegliep. Dat waren de meest beangstigende ogenblikken van ons leven. Achteraf gezien bleek het feit dat de chirurg Sue aan haar lot overliet echter een zegen.

Een meelevend chirurg

Een Getuige die ook arts is, deed een goed woordje voor ons bij een plastisch chirurg, die erin toestemde Sue te behandelen en daarbij een alternatieve techniek toe te passen. Hoewel de methode medisch niet de meest verkieslijke was, werd het bloedtransfusieprobleem daarmee omzeild. Deze chirurg bleek onze overtuiging te respecteren en was vriendelijk. Hij dwong onze achting af, want hij was bereid zijn best te doen zonder bloed te gebruiken.

Dunne stalen schroeven van circa acht centimeter lang werden in Sues gebroken aangezichtsbeenderen gedraaid. Stalen bruggen hielden op hun beurt deze schroeven op hun plaats, waardoor de beenderen keurig vast konden groeien. „Een week of zes staken er pinnen uit mijn gezicht en slapen was dan ook geen pretje!”, bekende Sue. Haar verbrijzelde bovenkaak werd vastgezet aan haar onbeschadigde onderkaak om ervoor te zorgen dat ze goed vast zou groeien. Haar reukzin was niet te herstellen.

Sue heeft een fijn gevoel voor humor en, belangrijker nog, kon om zichzelf lachen, bijvoorbeeld bij de gedachte dat zij op een ’wandelende tv-antenne’ leek. Zij zou echter meer nodig hebben dan een goed gevoel voor humor, want zij zou nog twee en een half jaar operaties moeten ondergaan, onder meer trommelvliestransplantaties en uitgebreide tandheelkundige ingrepen.

Lessen die wij leerden

Wij hebben allebei heel wat geleerd, onder meer wat bidden vermag en dat Jehovah nooit toelaat dat wij meer lijden dan wij kunnen dragen. Ten tijde van de confrontatie met de eerste chirurg in verband met de bloedkwestie bekende Sue: „Ik was erg nerveus en verdrietig dat zo’n confrontatie nodig was. Elke keer bad ik tot Jehovah, en het gevoel van totale kalmte dat dan over me kwam, was erg geruststellend. Ik had gelezen over andere Getuigen die iets dergelijks hadden ervaren, maar nu voelde ik het zelf.” Wij hebben nu meer vertrouwen dat wij mogelijke toekomstige beproevingen aankunnen, want wij hebben gezien hoe Jehovah helpt in situaties die wij vroeger vreesaanjagend zouden hebben gevonden.

Sommigen hebben ons gevraagd waarom Jehovah toch heeft toegelaten dat er een Koninkrijkszaal door een bom werd verwoest en er een broeder om het leven kwam. Door de geschiedenis heen, ook in onze tijd, is Gods volk het doelwit geweest van veel wreedheden. Had Jehovah een beschermende omheining rond hen geplaatst, zoals Satan beweerde dat bij Job was gebeurd, dan zou er inderdaad aan de beweegredenen waarmee zij God dienden, getwijfeld kunnen worden. Wij hebben geen reden om te denken dat ons niets kan overkomen — dat God ons er altijd ongedeerd van af zal laten komen, zelfs bij „onvoorziene gebeurtenissen”. Onze aanvaarding van lijden, of zelfs het verlies van ons leven voor onze overtuiging of anderszins, beveelt onze aanbidding aan als echt en onzelfzuchtig — niet opportunistisch. — Prediker 9:11; Job hoofdstuk 1 en 2; Mattheüs 10:39.

Broederschap in actie

In die tijd van spanningen bleken onze geloofsgenoten ’aanhankelijker te zijn dan een broeder’ (Spreuken 18:24). Sue vertelt: „Enkele familieleden van me vlogen 4000 kilometer om bij ons te zijn in de kritieke eerste twee weken. Het was zo’n troost familie en vrienden bij me te hebben zitten, want ik had vaak een nachtmerrie.” Een schijnbaar eindeloze reeks kaarten, brieven, telegrammen en bloemen stroomde toe van attente broeders en zusters uit binnen- en buitenland. Wat dankbaar waren wij voor die „gouden appels in zilver beeldsnijwerk” (Spreuken 25:11). Een uitstekend getuigenis was het resultaat. Dit was beslist broederschap in actie.

Sue voegt eraan toe: „Er kwam ook praktische hulp. Goede vrienden onder de Getuigen persten vruchten en groenten uit die bijzonder rijk aan ijzer waren. Daar wij artsen vroegen onze wensen te respecteren, vonden wij dat wij verplicht waren hun alle medewerking te geven, en in mijn geval betekende dit dat ik mijn bloed op peil moest brengen. Ik kreeg ook ijzersuppletie.” Velen van ons werden er heel bedreven in een complete maaltijd vloeibaar te maken, en het moet gezegd dat Sue er al even handig in werd die te drinken. (Hebt u ooit geprobeerd een maaltijd van geroosterd voedsel via een rietje te eten?) „Het resultaat van dit alles was dat mijn bloedgehalte vóór de operatie drie punten omhoogging, tot groot genoegen van mijn nieuwe chirurg”, zegt Sue.

Geduld, liefde, gebed, de hulp van Gods geest en gewoon het verstrijken van de tijd, alsook een verstandig dieet, hebben allemaal bijgedragen tot Sues herstel. Sommige verwondingen hebben sporen nagelaten die alleen Gods Koninkrijksheerschappij te zijner tijd zal verhelpen. Wat Sues gezicht betreft, degenen die haar goed kennen, zien dat het iets veranderd is, maar ondanks dat strekt het haar chirurg tot eer. En in mijn ogen is zij nog steeds mooi.

Ja, onze hoop als Jehovah’s Getuigen is iets bijzonders. Die kan ons door elke beproeving brengen. En in plaats van de gemeente geestelijk te verzwakken, heeft deze verschrikking onze banden gesterkt. Een geïnteresseerde vriend, aanwezig bij de bomaanslag, geeft met een glimlach toe ’de waarheid in gebombardeerd te zijn’. Toen hij met eigen ogen die barbaarse aanval op vredelievende gezinnen had gezien, nam hij zich nog vaster voor zijn bijbelstudie voort te zetten.

Tot dusver is niemand de bomaanslag ten laste gelegd, maar de politie heeft wel een hoofdverdachte, naar men zegt een wraakzuchtige moordenaar die de Getuigen haatte. Er zijn echter niet voldoende bewijzen om een aanklacht tegen hem in te dienen. Hij is met een aantal andere misdaden in verband gebracht.

Nu, ruim zes jaar later, genieten Sue en ik nog steeds het voorrecht op het bijkantoor van het Wachttorengenootschap in Australië te dienen. Een bijzonder feest voor ons was de inwijding van onze nieuwe snelbouw-Koninkrijkszaal, gebouwd van 22 tot 24 juni 1990, naast de plaats waar de oude, door de bom verwoeste zaal heeft gestaan. Christelijke liefde heeft gezegevierd over iemands blinde haat. — Verteld door Peter en Sue Schulz.

[Voetnoot]

a The Sydney Morning Herald, 27 juli 1985.

[Illustraties op blz. 10]

Recente foto van Peter en Sue Schulz

Sue Schulz met de pinnenconstructie waarmee haar gezicht weer in vorm gebracht werd

[Illustratie op blz. 13]

De nieuwe en grotere Koninkrijkszaal

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen