’Kinderen zijn een kostbaar bezit, maar zonen zijn onontbeerlijk’
Met een bevolking van ruim 850 miljoen en een geboortencijfer van 31 op de 1000 ziet India elk jaar zo’n 26 miljoen nieuwe baby’s geboren worden, evenveel als het aantal inwoners van Canada. Het is niet verwonderlijk dat het tegengaan van de snelle groei van de bevolking een van de dringendste regeringsprojecten is. Hoe succesvol is deze campagne? Wat zijn enkele van de obstakels waarvoor men zich gesteld ziet?
„VOOR uw 20ste: Nee! Na uw 30ste: Beslist niet! Niet meer dan twee kinderen — Goed!”, luidt de raad die op een van de kleurrijke posters wordt gegeven die in de gang naar het hoofdbureau voor gezinsplanning in het Indiase Bombay hangen. Op een andere poster staat een afgetobde moeder afgebeeld met vijf kinderen om zich heen. Die waarschuwt: „Zorg dat het je later niet berouwt!” De boodschap komt luid en duidelijk over: Twee kinderen per gezin is genoeg. Maar het is niet gemakkelijk mensen ertoe te krijgen de aanbeveling van de regering om het aantal kinderen per gezin tot twee te beperken, te aanvaarden en ernaar te handelen.
„De hindoes meten het geluk van een man af naar het aantal kinderen dat hij heeft. Bij hen worden kinderen zelfs gezien als de zegen op een huis. Hoe talrijk het gezin van een man ook is, hij houdt nooit op met het opzenden van gebeden voor de groei ervan”, schrijft het boek Hindu Manners, Customs and Ceremonies. Religieus gezien is het mannelijke kind echter het waardevolst voor de patriarch van de familie. „Er is geen ongeluk zo groot als geen zoon of kleinzoon na te laten om bij zijn overlijden de laatste plechtigheden te verrichten”, legt het boek vervolgens uit. „Men gelooft dat bij gebrek daaraan alle toegang tot een Verblijf van Gelukzaligheid na de dood verhinderd kan worden.”
Zonen zijn ook nodig om het ritueel der voorouderverering of de sraddha voort te zetten. „Minstens één zoon was bijna onontbeerlijk”, schrijft A. L. Basham in The Wonder That Was India. „Het intense familiebewustzijn van het hindoeïstische India bevorderde het verlangen naar zonen, zonder wie de geslachtslijn zou verdwijnen.”
Naast godsdienstige opvattingen is er een culturele factor die van invloed is op het verlangen naar zonen, namelijk India’s traditionele veel-generatiegezinstype, waarbij gehuwde zonen bij hun ouders blijven wonen. „Dochters trouwen en gaan in het huis van hun schoonouders wonen, maar zonen blijven thuis bij hun ouders; en de ouders verwachten dat wanneer zij op leeftijd zijn, hun zonen voor hen zorgen”, legt dr. Lalita S. Chopra van de afdeling Gezondheid en Gezinswelzijn van de Bombayse gemeenteraad uit. „Dat is hun verzekering. Ouders voelen zich veilig met twee zonen. Het is dan ook logisch dat als een echtpaar de aangeraden twee-kinderenlimiet heeft bereikt en beide kinderen meisjes zijn, de mogelijkheid groot is dat zij blijven proberen een zoon te krijgen.”
Hoewel in theorie alle kinderen als geschenken van God worden beschouwd, schrijft de realiteit van het dagelijks leven iets anders voor. „Het is duidelijk dat meisjes medisch verwaarloosd worden”, bericht Indian Express. „Hun overleving wordt niet echt belangrijk geacht voor de overleving van het gezin.” Het verslag haalt een in Bombay ingesteld onderzoek aan waaruit bleek dat van de 8000 na geslachtsbepalingstests geaborteerde foetussen er 7999 vrouwelijk waren.
Een zware strijd
„In een gezin is het de man die over het algemeen over het aantal kinderen en de grootte van het gezin beslist”, legt dr. S. S. Sabnis, gezondheidsfunctionaris bij de Bombayse gemeenteraad, in een interview uit. Zelfs als een vrouw aan geboortenspreiding zou willen doen of haar gezin beperkt zou willen houden, staat zij onder druk van haar man, die daartegen kan zijn. „Daarom sturen wij gemengde teams naar elk huis in de achterbuurten in de hoop dat de mannelijke gezondheidswerker met de vader van het gezin zal kunnen praten en hem kan aanmoedigen de grootte van het gezin te beperken door hem te helpen inzien dat hij minder kinderen een betere verzorging kan geven.” Maar zoals wij hebben gezien, zijn de obstakels talrijk.
„Onder de armeren is de zuigelingensterfte hoog door de slechte woonomstandigheden”, zegt dr. Sabnis. „Men heeft dus beslist de wens veel kinderen te hebben, wetend dat sommigen zullen sterven.” Maar er gebeurt weinig om de kinderen te verzorgen. Zij zwerven zonder toezicht rond, bedelend of wellicht tussen het afval naar voedsel zoekend. En de ouders? „Die weten niet waar hun kinderen zijn”, verzucht dr. Sabnis.
Advertenties in India laten vaak een gelukkig echtpaar zien dat een welvarende indruk maakt en geniet van het leven met hun twee kinderen, meestal een jongen en een meisje, die duidelijk goed verzorgd worden. In dit deel van de maatschappij — de middenstand — vindt het twee-kinderendenkbeeld over het algemeen ingang. Maar het leeft niet bij de armen, die redeneren: ’Als onze ouders of grootouders 10 of 12 kinderen hadden, waarom mogen wij dat dan niet? Waarom moeten wij ons tot twee beperken?’ Hier, onder India’s verarmde meerderheid, stuit de strijd voor bevolkingsbeperking op zwaar verzet. „De bevolking is nu jong en heeft de vruchtbare leeftijd”, bepeinst dr. Chopra. „Het lijkt een verloren strijd. Wij hebben een reusachtige taak voor de boeg.”