Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g91 8/11 blz. 8-9
  • Opgroeien in een Afrikaanse stad

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Opgroeien in een Afrikaanse stad
  • Ontwaakt! 1991
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Naar school gaan
  • Wasdag en water halen
  • Kinderen als verzekering
  • Medewerking met het schoolstelsel
    Jehovah’s Getuigen en de school
  • Schoolmoeheid — wat is daaraan te doen?
    Ontwaakt! 1978
  • De sleutels tot een goede opleiding
    Ontwaakt! 1995
  • Zal ik maar van school gaan?
    Ontwaakt! 1984
Meer weergeven
Ontwaakt! 1991
g91 8/11 blz. 8-9

Opgroeien in een Afrikaanse stad

De snelheid waarmee de bevolking in Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara groeit, behoort tot de hoogste ter wereld. Daar brengt elke vrouw gemiddeld meer dan zes kinderen ter wereld. Armoede, achteruitgang van het milieu en gebrek aan hulpbronnen maken de ontberingen alleen maar groter. Hier volgt een verslag uit de eerste hand over het leven in dat deel van de wereld.

IK BEN hier opgegroeid, in een grote Westafrikaanse stad. Ons gezin telde zeven kinderen, maar twee van hen stierven jong. Ons huis bestond uit een gehuurde slaapkamer en een woonkamer. Vader en Moeder sliepen in de slaapkamer en wij kinderen sliepen op matten op de vloer van de woonkamer, de jongens aan de ene kant van de kamer en de meisjes aan de andere.

Zoals de meeste mensen bij ons in de buurt hadden wij niet veel geld en het ontbrak ons nogal eens aan het noodzakelijke. Soms was er niet eens genoeg te eten. ’s Ochtends hadden wij vaak niets anders te eten dan opgewarmde rijst die van de vorige dag over was. Soms was zelfs die schaars. In tegenstelling tot sommigen die redeneren dat de man, als kostwinner, de grootste portie moet hebben, waarna de vrouw haar deel neemt en de kinderen krijgen wat er over is, deden onze ouders het zonder en lieten ons, de kinderen, het kleine beetje delen dat er was. Ik waardeerde hun zelfopoffering.

Naar school gaan

Sommige mensen in Afrika vinden dat alleen jongens naar school moeten. Zij denken dat het voor meisjes niet nodig is omdat die trouwen en hun man voor hen zorgt. Mijn ouders waren die mening niet toegedaan. Wij werden alle vijf naar school gestuurd. Maar het was voor mijn ouders wel een zware financiële last. Dingen als potloden en papier waren niet zo’n probleem, maar leerboeken waren duur, en de verplichte schooluniformen eveneens.

Toen ik naar school begon te gaan, had ik geen schoenen. Pas toen ik in de tweede klas van de middelbare school zat — ik was toen 14 — konden mijn ouders schoenen voor me kopen. Let wel, dat wil niet zeggen dat ik helemaal geen schoenen had. Het enige paar dat ik bezat, was voor de kerk, en ik mocht ze niet naar school of bij andere gelegenheden dragen. Daar moest ik blootsvoets heen. Soms kon mijn vader het zich permitteren busbonnen te kopen, maar als hij het niet kon, moesten wij naar en van school lopen. Dat was iedere keer een afstand van een kilometer of drie.

Wasdag en water halen

Wij wasten onze kleren in een rivier. Ik herinner me dat ik erheen ging met mijn moeder, die een emmer, een stuk zeep en de kleren droeg. Bij de rivier vulde zij de emmer met water, deed de kleren erin en wreef ze in met zeep. Dan sloeg ze met de kleren op gladde rotsen en spoelde ze uit in de rivier. Daarna spreidde zij ze uit op andere rotsen om te drogen omdat ze te zwaar waren om ze nat naar huis te dragen. Ik was toen nog klein en kreeg de opdracht de drogende kleren te bewaken zodat niemand ze zou stelen. Moeder deed het grootste deel van het werk.

Weinig mensen hadden een waterleiding naar hun huis en dus was het een van mijn taken om met een emmer water te gaan halen bij een kraan buiten, een standpijp genoemd. Het probleem was dat in de droge tijd veel van de standpijpen afgesloten werden om geen water te verspillen. Op een keer hadden wij een hele dag geen drinkwater. Geen druppel! Soms moest ik kilometers lopen om slechts één emmer water te bemachtigen. Doordat ik het water over zulke grote afstanden op mijn hoofd droeg, sleet mijn haar daar waar de emmer rustte weg. Ik had op mijn tiende al een kale plek! Ik ben blij te kunnen zeggen dat het haar terug is gekomen.

Kinderen als verzekering

Terugkijkend zou ik zeggen dat onze levensomstandigheden rond het gemiddelde lagen, misschien zelfs boven het gemiddelde voor ons deel van Afrika. Ik ken heel wat gezinnen waar de levensstandaard veel lager was dan de onze. Veel van mijn vrienden op school moesten voor en na schooltijd op de markt waren verkopen om geld binnen te brengen voor hun familie. Anderen hadden geen geld om ’s ochtends voordat zij naar school gingen iets te eten en zij gingen hongerig van huis en zaten de hele dag op school zonder eten. Ik kan me heel wat keren herinneren dat een van deze kinderen bij mij kwam bedelen als ik op school mijn brood opat. Dan brak ik een stuk van mijn brood af om het met hem te delen.

Ondanks zulke ontberingen en moeilijkheden hebben de meeste mensen toch graag een groot gezin. „Eén kind is geen kind”, zeggen veel mensen hier. „Twee kinderen zijn één kind, vier kinderen zijn er twee.” Dit omdat de zuigelingensterfte tot de hoogste ter wereld behoort. Ouders weten dat hoewel sommige van hun kinderen zullen sterven, er enkele in leven zullen blijven, opgroeien, een baan vinden en geld thuisbrengen. Dan zullen zij voor hun ouders, die oud geworden zijn, kunnen zorgen. In een land zonder sociale voorzieningen is dat heel belangrijk. — Verteld door Donald Vincent.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen