Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g91 22/10 blz. 3-4
  • Hulp voor de stervenden in onze moderne tijd

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hulp voor de stervenden in onze moderne tijd
  • Ontwaakt! 1991
  • Vergelijkbare artikelen
  • Troost bieden aan iemand die terminaal ziek is
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
  • Welke zorg voor de terminale patiënt?
    Ontwaakt! 1991
  • Het „recht om te sterven” — Wiens beslissing?
    Ontwaakt! 1986
  • Geneesheer
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
Ontwaakt! 1991
g91 22/10 blz. 3-4

Hulp voor de stervenden in onze moderne tijd

DE VROUW, zelf arts, had juist een uiterst smartelijke ervaring doorgemaakt. Zij had haar 94-jarige grootmoeder op de intensive care-​afdeling van het ziekenhuis zien sterven na een kankeroperatie die „zij nooit had gewild”.

„Mijn tranen bij haar begrafenis golden niet het feit van haar dood, want mijn grootmoeder had een lang, rijkgevuld leven achter de rug”, schreef de arts. „Ik huilde om de pijn die zij had moeten verduren, en omdat haar wensen niet waren ingewilligd. Ik huilde om mijn moeder en haar naaste verwanten, wegens hun gevoel van verlies en frustratie.”

Misschien vraagt u zich echter af of het mogelijk is iemand die zo ernstig ziek is te helpen. Deze arts vervolgt:

„Het meest huilde ik om mijzelf: om het overstelpende schuldgevoel dat ik had omdat ik haar niet voor pijn en onwaardigheid had kunnen behoeden, en om de jammerlijke onbekwaamheid die ik als arts ervoer, niet in staat te genezen, niet in staat lijden te verlichten. Want in mijn hele opleiding was mij nooit geleerd de dood of het sterven te aanvaarden. Ziekte was de vijand, een vijand die op alle fronten en met alle mogelijke middelen bestreden moest worden. De dood was een nederlaag, een mislukking; chronische ziekte een voortdurende herinnering aan de onmacht van de arts. Het beeld van mijn grootmoedertje die mij met angstige ogen lag aan te staren terwijl zij aan een respirator op de intensive care lag, achtervolgt mij tot op de dag van vandaag.”

Deze liefhebbende kleindochter schetste een ingewikkeld ethisch, medisch-juridisch probleem waarover nu overal ter wereld in rechtszalen en ziekenhuizen wordt gedebatteerd: Wat is het beste voor de hopeloos zieken in onze technologisch zo ontwikkelde tijd?

Sommigen huldigen de zienswijze dat voor iedere mens die ziek is alles moet worden gedaan wat medisch mogelijk is. Deze zienswijze wordt verwoord door de Vereniging van Amerikaanse Artsen en Chirurgen: „De verplichting van de medicus ten aanzien van de comateuze, vegetatieve of ontwikkelingsgestoorde patiënt hangt niet af van zijn vooruitzicht op herstel. De arts moet altijd handelen in het belang van het welzijn van de patiënt.” Dit betekent dat elke ook maar enigszins mogelijke behandeling of medische hulp wordt toegepast. Vindt u dat dit altijd het beste is voor iemand die ernstig ziek is?

Velen klinkt die handelwijze beslist loffelijk in de oren. Maar in de afgelopen decennia heeft de ervaring met technologisch geavanceerde geneeskunde aanleiding gegeven tot een nieuw en ander standpunt. In 1984 verscheen een baanbrekend artikel, getiteld „De verantwoordelijkheid van de arts ten aanzien van hopeloos zieke patiënten”, waarin een panel van tien ervaren medici tot de slotsom kwam: „Een vermindering van de agressieve behandeling van de hopeloos zieke patiënt is raadzaam wanneer zo’n behandeling uitsluitend een moeilijk en onaangenaam sterfproces zou verlengen.” Vijf jaar later publiceerden dezelfde artsen een artikel met dezelfde titel en als ondertitel: „Opnieuw beschouwd”. In hun behandeling van hetzelfde probleem kwamen zij nu tot een nog duidelijker uitspraak: „Veel artsen en ethici . . . zijn daarom tot de slotsom gekomen dat het ethisch verantwoord is bepaalde stervende, hopeloos zieke of permanent bewusteloze patiënten voedsel en vocht te onthouden.”

Wij kunnen zulke commentaren niet afdoen als eenvoudig getheoretiseer of als louter een debat dat ons niet werkelijk aangaat. Talrijke christenen zijn in dit verband al met hartverscheurende beslissingen geconfronteerd. Dient een hopeloos zieke geliefde aan een beademingsapparaat in leven te worden gehouden? Dienen intraveneuze voeding of andere kunstmatige voedingsmethoden op een terminale patiënt te worden toegepast? Dienen, wanneer de situatie hopeloos is, alle financiële middelen van een bloedverwant of van een heel gezin te worden uitgeput om te betalen voor de behandeling en misschien het vervoer naar een verafgelegen medisch centrum om de patiënt een technisch zeer vernuftige behandeling te laten ondergaan?

U ziet ongetwijfeld in dat zulke vragen niet gemakkelijk te beantwoorden zijn. Hoe graag u een zieke vriend of geliefd persoon ook zou helpen, indien u deze vragen onder de ogen moest zien, zou u zich kunnen afvragen: ’Welke leiding is er voor christenen? Op welke bronnen kunnen wij terugvallen voor hulp? En het belangrijkste: Wat heeft de bijbel over het onderwerp te zeggen?’

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen