De zienswijze van de bijbel
Gebeden in de sport — Luistert God ernaar?
ER HEERST een en al opwinding in het stadion als de duizenden fans naar binnen stromen, leuzen schreeuwend voor hun favoriete team. De spelers zijn juist klaar met hun warming-up en het startsignaal zal weldra klinken. Aan één kant van het veld zitten de spelers bijeengeknield rond hun aanvoerder, die bidt: „God, zegen alstublieft ons team, schenk ons de overwinning op onze tegenstander en behoed ons voor letsel. Amen.” Het groepje gaat met een luide kreet uiteen, de spelers nemen hun positie op het veld in, het fluitje klinkt en de georganiseerde kloppartij die men in Amerika football noemt, neemt een aanvang.
Het is bij verschillende sporten een bekend beeld geworden dat de spelers vóór, tijdens en na de wedstrijd afzonderlijk of in teamverband bidden. Maar luistert God ernaar? Of wordt het gebed daardoor, zoals sommigen betogen, tot iets belachelijks gemaakt?
’Kraak uw naaste’
Overal ter wereld wordt nagenoeg elke sport ontsierd door geweld — op het veld en op de tribunes. Een vroegere Amerikaanse football-professional schreef: „Het is aantoonbaar dat het bij football gaat om het beuken van lichamen, zoals het bij oorlogen gaat om het doden en verminken.” Hij merkt verder op: „Het georganiseerd blesseren in wedstrijdverband is een wezenlijk onderdeel van onze levenswijze en onder meer bij football is dat heel duidelijk waarneembaar . . . het laat ons zien hoe opwindend en lonend het is Uw Naaste te Kraken.”
Uw naaste kraken? Jezus zei dat wij onze naaste moeten liefhebben (Matthéüs 22:39). Het is ondenkbaar dat de God van liefde aanwezig zou zijn bij een van de hedendaagse sportevenementen met hun nadruk op winnen ten koste van alles, en dat hij die zou zegenen. — 1 Johannes 4:16.
Is God aanwezig bij sportevenementen?
Eén factor die tot gebeden in de sport aanmoedigt, is de religieuze leerstelling dat God alomtegenwoordig is, dat God te allen tijde werkelijk overal en in alles aanwezig is. Zo zegt L. H. Hollingsworth, predikant en ex-aalmoezenier bij een sportteam, in het boek God Goes to Football Games: „Elke algemeen geaccepteerde overtuiging die wij er over God op na houden, omvat de gedachte van Zijn alomtegenwoordigheid; de gedachte, als u mij toestaat, dat Hij stellig aanwezig is bij wat wij onze seculaire ervaringen noemen . . . Dat wil zeggen dat God naar de kerk gaat en dat God naar football-wedstrijden gaat.”
De bijbel leert echter niet dat God alomtegenwoordig is. De christelijke apostel Paulus schreef: „Christus is . . . binnengegaan . . . in de hemel zelf, om nu ten behoeve van ons voor de persoon van God te verschijnen” (Hebreeën 9:24). Deze tekst helpt ons twee belangrijke punten te beseffen: dat God een geestelijke persoon is en dat hij een vaste woonplaats heeft, de hemel (1 Koningen 8:49; Johannes 4:24). Hij zou dus niet op hetzelfde moment ook op een andere plaats kunnen zijn.
God verhoort zijn vrienden
Als God niet aanwezig is bij sportevenementen, luistert hij dan op zijn minst wel naar de gebeden? Willen gebeden de horende oren bereiken van deze God des hemels, voor wie Jezus verscheen, dan moet degene die bidt kennis bezitten, kennis van Gods voornemen, zijn persoonlijkheid, zijn hoedanigheden, zijn wegen en zijn naam (Jakobus 4:3). Jezus beklemtoonde hoe noodzakelijk het is God te kennen toen hij bad: „Dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God.” — Johannes 17:3.
Om iemand te leren kennen, moet er communicatie zijn. God stelt zich met de mens in verbinding via de bijbel, en door middel van dat boek leren wij de God des hemels kennen. De bijbel vertelt ons dat zijn naam Jehovah is (Psalm 83:18). De bijbel zegt ook dat God de wereld zozeer heeft liefgehad, dat hij zijn eniggeboren Zoon, Jezus, naar de aarde heeft gezonden opdat de mens in de gelegenheid zou zijn eeuwig leven te verwerven (Johannes 3:16). Als wij de bijbel lezen en bestuderen, wordt Jehovah reëel voor ons, en wij worden tot hem getrokken via Jezus (Johannes 6:44, 65; Jakobus 4:8). Omdat Jehovah reëel is, kunnen wij een nauwe persoonlijke relatie met hem opbouwen.
Bij vriendschap met God moet de communicatie echter van twee kanten komen. Het is dan ook nodig dat wij ons tot Jehovah richten door middel van gebeden. De bijbel zegt dat God een „Hoorder van het gebed” is en dat hij „niet ver is van een ieder van ons” (Psalm 65:2; Handelingen 17:27). Dit wil echter niet zeggen dat God naar alle gebeden luistert (Jesaja 1:15-17). Naar wiens gebeden is God bereid te luisteren?
De psalmist David zei: „De vertrouwelijke omgang met Jehovah behoort hun toe die hem vrezen” (Psalm 25:14). In het oorspronkelijke Hebreeuws betekent het grondwoord van „vertrouwelijke omgang” (sōd) „hecht maken”. Dit vers brengt dus de gedachte over van toegang krijgen tot Jehovah’s vriendenkring of opgenomen worden in een vriendschapsverbond met hem. Alleen aanbidders die van gepast respect blijk geven, worden toegelaten. Vanwege onze nauwe vriendschap met God vrezen wij dus die verhouding te verbreken door iets te doen wat hem zou mishagen, bijvoorbeeld met het gebed omgaan als een soort amulet om zeker te zijn van een wedstrijdzege.
Jehovah luistert naar gebeden van oprechten van hart die vriendschap met hem zoeken, en hij is niet partijdig. Hij heeft geen favorieten en acht niet een bepaalde nationale groep, een ras of zelfs een sportteam hoger dan andere (Psalm 65:2; Handelingen 10:34, 35). Als God de gebeden van deelnemers aan sportwedstrijden wel zou verhoren en beide teams tot hem zouden bidden om de overwinning, welk team zou hij dan zijn zegen moeten schenken? Of als een speler ernstig geblesseerd raakte bij een wedstrijd, zou God dan schuld treffen?
Wij moeten derhalve bidden om de juiste dingen. De apostel Johannes legt het zo uit: ’Ongeacht wat wij vragen overeenkomstig zijn wil, hij hoort ons’ (1 Johannes 5:14). Jehovah luistert naar gebeden die in overeenstemming zijn met zijn wil. Wij moeten zijn wil en voornemen kennen opdat onze gebeden daarmee in harmonie zijn.
Gods wil en voornemen en zijn glorierijke naam hebben niets uit te staan met de verhitte en gewelddadige sportwedstrijden van tegenwoordig. God is niet partijdig. Luistert God dus als er bij deze evenementen gebeden worden opgezonden? Absoluut niet!