De toekomst van de arbeidersbeweging
Door Ontwaakt!-correspondent in Canada
„RIJKDOM groeit aan, en mensen vergaan”, merkte een dichter op. Toch is voor velen het idee van die onophoudelijk toenemende materiële rijkdommen heel verlokkelijk. Daardoor kwam in de middeleeuwen het kapitalisme op.
Arbeiders beseften dat het kapitalisme voor velen een achteruitgang in de kwaliteit van het leven betekende. Om zichzelf te beschermen, vormden zij vakbonden. Overal waar het kapitalisme floreerde, ontwikkelde de arbeidersbeweging zich.
Critici en zelfs sommige voorvechters van de vakbeweging uiten echter hun bezorgdheid dat ze wellicht in verval is. De rubriekschrijver Anthony Westell verklaart beschuldigend: „De arbeidersbeweging leeft in het verleden en is niet in staat of niet bereid te veranderen.” Onder de kop „Slinkende broederschap” merkt The Economist op dat de Britse vakbonden in vijf jaar „minstens twee miljoen” leden hebben verloren. Adolf Sturmthal, hoogleraar aan de University of Illinois (VS), schrijft over een „crisis in de internationale arbeidersbeweging”.
De kwantitatieve gegevens schijnen hun bevindingen te staven. De Japan Quarterly meldde dat het aantal vakbondsleden in Japan is teruggelopen van 32 procent in 1960 naar 29 procent in 1984 en in de Verenigde Staten van 33 naar 19 procent. Hoewel Groot-Brittannië en West-Duitsland volgens zeggen toename hadden, „is het beeld niet zo rooskleurig als de cijfers ons willen doen geloven”, aldus The German Tribune. Het blad sprak over een verlies van betrokkenheid bij de leden en een toename van werknemers in niet in een vakbond ondergebrachte sectoren van de economie. Alhoewel in Australië het vakbondslidmaatschap met 55 procent hoog is, heerst volgens de Far Eastern Economic Review onder vakbondsleden „een gevoel van onbehagen, zelfs een crisissfeer”.
Problemen binnen de arbeidersbeweging
Om te slagen moet de vakbeweging eensgezind zijn. Toch zijn veel arbeidersbewegingen verre van verenigd. De Londense Times merkte op dat met de veranderende arbeidsmoraal het presenteren van één „enkel werknemersstandpunt verdacht zal zijn: zoiets kan eenvoudig niet”. Stakingen in Australië zijn vaak het gevolg van geschillen tussen vakbonden over het alleenvertegenwoordigingsrecht in bepaalde gebieden. Terwijl verschillende bonden elkaar in Canada bestreden, waren vakbondsleden naar verluidt ook woedend over de niets ontziende tactieken van een vakbond die haar hoofdkwartier in de VS had. Meer dan 400 ontslagen arbeiders in Canada beschuldigden twee bonden van „het schipbreuk laten lijden van de . . . overeenkomst” die hun baan zou hebben gered.
Een tweede probleem dat de bonden van binnenuit bestookt, is een gebrek aan betrokkenheid. Tot de werkende klasse die eens hoofdzakelijk uit arbeiders bestond, behoren steeds meer kantoormensen, technici en andere specialisten. In deze witte-boordensector „hebben de bonden altijd al moeilijk kunnen doordringen”, aldus Labour Law and Industrial Relations in Canada.
Velen zijn noodgedwongen lid van een bond. Neem bijvoorbeeld de ingenieur die een baan kreeg op een ministerie. Hij vertelde Ontwaakt!: „Mij werd niet eens gezegd dat ik nu bij de bond was. Mijn naam verscheen gewoon op de ledenlijst. Toen wij moesten stemmen of wij zouden gaan staken, was ik niet voor of tegen, dus onthield ik mij van stemming.”
Corruptie of criminele activiteit draagt ook tot de onvrede bij. In New York kwamen bij een belangrijk proces tegen misdadigersbenden wijdverbreide connecties met vakbonden aan het licht. In sommige Australische bonden „wemelt het” naar verluidt „van de criminelen”. Bij illegale acties tijdens recente stakingen in Canada werden meer dan 700 mensen gearresteerd onder wie een provinciale politieke leider.
Problemen buiten de vakbeweging
Ook andere factoren, die de bonden niet in de hand hebben, frustreren de vakbondsleiders. De menselijke samenleving maakt een omwenteling door. De kameraadschap onder vakbondsleden is verminderd. Een man die 49 jaar boilermonteur was geweest en enige tijd vakbondsvertegenwoordiger, vertelde Ontwaakt! hoe weinig zijn pensionering voor zijn medevakbondsleden betekende: „Op mijn laatste dag gingen zij met de pet rond en gaven mij $35. Een paar mannen schudden mij de hand, en dat was het. Omdat ik tijdens de crisisjaren tijdelijk ontslagen was, kwam ik zes maanden te kort voor 50 jaar dienst, en daarom kreeg ik niet het gebruikelijke gouden horloge!”
De vervreemding is ook enigszins het resultaat van een niet vasthouden aan historische idealen. Sommige vakbondsbelangen op zakelijk gebied zijn tot grote imperiums uitgegroeid waarin de vakbond de werkgever is geworden. Zo merkt Gerald Stewart van The Canberra Times op: „De bonden verloren hun morele recht om het kapitalisme te bekritiseren toen ze de minder fraaie aspecten ervan overnamen.”
Technologische veranderingen en recessies kunnen resulteren in minder banen aan assemblagelijnen. Volgens het tijdschrift Time was het aantal arbeidsplaatsen in fabrieken in Milwaukee (VS) teruggelopen van 223.600 in 1979 tot 171.300 in 1986. Daar komt dan nog bij dat de nieuwere soorten banen jongere mensen met specifieke bekwaamheden aantrekken. De vakbond is voor dit soort gespecialiseerde arbeiders niet altijd van belang.
Werknemers willen meer dan alleen maar geld. Maar kinderdagverblijven, kortere werkweken, variabele werktijden, deeltijdbanen en medische voorzieningen komen wellicht alleen bepaalde categorieën arbeiders ten goede. Het is voor één organisatie altijd moeilijker om op zo veel belangen in te spelen. En werkgevers zijn de bonden vaak te slim af door hun werknemers heel vindingrijk rechtstreeks voordelen aan te bieden.
In sommige landen ontlokt de politieke of religieuze betrokkenheid van vakbonden kritiek aan hun leden. Zij voelen er niets voor dat lidmaatschapsgelden gebruikt worden om activiteiten te ondersteunen waar zij niet achter staan. Canadese rechtbanken hebben het recht van vakbondsleden onderschreven om op dergelijke gronden te weigeren contributie aan hun bond te betalen.
Hoewel het belangrijkste wapen van de vakbond de staking is, heeft dat minder succes dan vroeger. In Canada eiste een provinciale minister van Justitie de intrekking van het recht van politiemensen om te staken, en Quebec nam strenge wetten aan om te kunnen optreden tegen illegale werkonderbrekingen in de gezondheidssector. In de VS kwam de federale regering bij een staking van luchtverkeersleiders tussenbeide door hun bond te ontbinden. Andere landen, zoals Australië, kennen bindende arbitrage.
Werkgevers hebben strategieën ontwikkeld om de bonden te breken. Verscheidene grote bedrijven hebben een vorm van faillissement ondergaan om onder drukkende arbeidscontracten uit te komen. Sommige procederen voor schadevergoeding als ze het mikpunt van acties zijn geweest, terwijl andere zich aaneensluiten om aan de vakbeweging een verenigd front te bieden.
Aanpassingen om te overleven
In velerlei opzichten bestaan de behoeften die oorspronkelijk de aanzet gaven tot de arbeidersbeweging, niet langer. De — dank zij de georganiseerde vakbeweging ontstane — sociale wetgeving beschermt nu kinderen, stelt minimale arbeidsvoorwaarden vast en beschermt CAO’s. Maar vakbondsleiders zien de macht van de grote bedrijven en de toenemende werkloosheid in sommige landen als bewijs dat zij nog steeds nodig zijn.
Nieuwe generaties vakbondsleiders proberen opnieuw steun te winnen. Erkennend dat de bonden bij een groot deel van het publiek niet langer populair zijn, zei een vakbondsbestuurder dat „de vakbondsleider van nu meer ziet in voorbereiding en onderzoek” dan in met de vuist op tafel slaan. Voor succes zijn veranderingen in de organisatie en werkwijze van de vakbeweging vereist.
In bepaalde bedrijfstakken heeft de vakbeweging standgehouden door zich aan te passen. Autofabrikanten hebben van de industriebonden veel concessies gekregen om de produktiviteit te verhogen. Nieuwe fabrieken die door automatisering het aantal arbeidsplaatsen verminderen, hebben zich eveneens van vakbondssteun weten te verzekeren. „Er is bezorgdheid,” gaf een vakbondsfunctionaris in verband met zo’n operatie toe, „maar ook het gevoel iets bereikt te hebben omdat onze mensen er een rol in hebben gespeeld.”
Hoewel sommige bonden gekant zijn tegen pogingen om de werkgelegenheid te verminderen, gaan andere een compromis met de directie aan en experimenteren met deeltijdbanen of wisseldiensten. Een voorbeeld hiervan is Canada’s Internationale Zeevaardersbond. In het kader van een proefproject zijn groepen gevormd van telkens vier mannen die negentig dagen achtereen werken en dan bij toerbeurt dertig dagen vrijaf hebben. „Het belangrijkste voordeel”, zo meldt Toronto’s Globe and Mail, „is dat meer zeelieden aan het werk kunnen.”
Hoewel er opmerkelijke mislukkingen zijn in het werven van leden in de grote industrieën, doen de vakbonden het nog steeds goed in de kleinere bedrijven. In een Canadese provincie waren bij slechts 42 van de 704 afdelingen die er in één jaar tijd nieuw bij waren gekomen, meer dan 100 mensen aangesloten. „Maar de dagen dat bonden grote aantallen leden in grote groepen tegelijk konden inschrijven, behoren merendeels reeds lang tot het verleden”, zo zei een waarnemer.
Op veel oorzaken van het verval in de vakbeweging heeft de mens duidelijk geen greep, evenmin als op het verval van de maatschappij in het algemeen. Mannen en vrouwen die zich aangetrokken voelen tot de arbeidersbeweging omdat zij een betere wereld wensen, komt lof toe voor hun oprechte pogingen hun medemens te helpen. Rechtgeaarde mensen betuigen hun erkentelijkheid voor zulke pogingen om betere arbeidsomstandigheden te verzekeren. Nochtans bewijst de huidige staat van de vakbonden ons des te meer hoe goedbedoelde maar louter menselijke instellingen in onze kritieke tijden inderdaad op de klippen zijn gelopen. — 2 Timótheüs 3:1-5.
[Kader op blz. 19]
Het kapitalisme
Volgens één woordenboek is het kapitalisme een stelsel waarin „de produktiemiddelen en het distributieapparaat privé-bezit zijn en gebruikt worden om winst te maken”.
In de middeleeuwen behartigde Jakob Fugger, een rijk koopman uit het Duitse Augsburg, ook financiële operaties voor de pauselijke Apostolische Kamer die de aflaatgelden verzamelde. Volgens de historicus Erich Kahler nam het kapitalisme zijn aanvang met Fugger. Hij schrijft:
„Sommige moderne economen en sociologen hebben getracht te bewijzen dat sporen van het kapitalisme helemaal teruggaan tot Babylon. Maar wat zij ontdekten is geen kapitalisme. Het kapitalisme is niet identiek met rijkdom en roerend goed, noch met geldmakerij en geldschieterij, zelfs niet met een louter produktief beleggen van kapitaal. Dit alles is op zich geen kapitalisme, daar het allemaal dienstbaar kan zijn aan een levensbeginsel dat vreemd is aan economische doeleinden — het kan een menselijk doel hebben, een menselijk oogmerk, iets waarvan een menselijk wezen kan genieten. Maar hier, voor het eerst, . . . maakten louter het zakendoen, het verdienen van geld op zich, de produktie van goederen en het ophopen van gemakken zich zozeer meester van een mens, dat hij al zijn vitaliteit, zijn hart, zijn hele heden en toekomst, zijn hele mens-zijn, in de letterlijke betekenis van het woord, besteedde aan het proces van een rusteloze, een voortdurend groeiende en verslindende produktie op zich, een produktie waarvan hij de uiteindelijke bedoeling helemaal uit het oog heeft verloren en is vergeten.
En dit is het begin van het kapitalisme, de heerschappij van het kapitaal over de mens, van de economische functie over het menselijk hart. Hier begint de autonomie van de economie, de rusteloze, oneindige voortgang van de uitbuiting der natuur en de produktie van goederen waarvoor niemand meer de tijd of het vermogen heeft om er nog langer van te kunnen genieten. De gevolgen van deze ontwikkeling zijn thans duidelijk openbaar.” — Man the Measure.
[Kader op blz. 20]
De geschiedenis van de arbeidersbeweging
De term „arbeidersbeweging” wordt „gebruikt ter aanduiding van alle georganiseerde activiteiten van loonarbeiders waarbij de verbetering van hun eigen huidige of toekomstige positie wordt nagestreefd”. — The American Peoples Encyclopedia.
Sommigen beweren dat de weigering van de Hebreeuwse slaven in Egypte om zonder stro bakstenen te maken, de eerste werkstaking was; de Israëlieten waren echter geen loonarbeiders, maar slaven (Exodus 5:15-18). Zo heeft ook de terugzending van Onésimus naar Filémon door de apostel Paulus geen betrekking op loonarbeiders omdat Onésimus een slaaf was. — Filémon 10-20.
De veertiende- en vijftiende-eeuwse ontwikkeling van ambachtsgilden — verenigingen van handwerkers die gezellen en leerknapen in dienst hadden — baande de weg voor vakbonden. Al in 1383 „sloten [landarbeiders] zich aaneen tegen hun regeerders en landvoogden”, aldus The History of Trade Unionism.
De eerste arbeidswet in Engeland was de Ordinance of Labourers (1349 of 1350). Het Statute of Apprentices (1563) regelde generaties lang de arbeidsverhoudingen in Engeland. Tegen de twintigste eeuw versoepelden de meeste landen de wetten die de vakbonden aan banden legden.
In 1919 werd krachtens artikel 23 van het handvest van de Volkenbond de ILO (Internationale Arbeidsorganisatie) opgericht en die bestaat nog steeds. De conventies van de ILO zijn in de sociale wetgeving van de meeste landen overgenomen.
Vakbonden zijn in bijna alle landen wettelijk toegestaan. Bij sommige vakorganisaties kunnen werknemers kiezen of zij bij aanvang van hun betrekking al dan niet lid willen worden, bij andere is lidmaatschap een voorwaarde voor het krijgen van werk.