Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g89 22/3 blz. 3-5
  • Wat gebeurt er met de morele waarden?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wat gebeurt er met de morele waarden?
  • Ontwaakt! 1989
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Nalatigheid thuis, op school en in de kerk
  • Hoe waardevol is „waardenonderwijs”?
    Ontwaakt! 1985
  • 7 Normen en waarden
    Ontwaakt! 2018
  • Ontwikkel moreel besef
    Ontwaakt! 2019
  • Morele waarden voor een gelukkig leven
    Ontwaakt! 2013
Meer weergeven
Ontwaakt! 1989
g89 22/3 blz. 3-5

Wat gebeurt er met de morele waarden?

In 1948 zei generaal Omar N. Bradley in een toespraak ter gelegenheid van de Amerikaanse wapenstilstanddag: „Wij hebben te veel wetenschappers, te weinig mannen Gods. Wij hebben het mysterie van het atoom ontsluierd en de Bergrede verworpen. . . . Onze wereld is er een van nucleaire reuzen en ethische zuigelingen. Wij weten meer over oorlog dan over vrede, meer over het doden dan over leven.” „De mensheid”, zo zei hij, „loopt het gevaar in deze wereld verstrikt te raken door morele onvolwassenheid.”

EENS bestonden er traditionele waarden die gebaseerd waren op bijbelse bronnen. Maar dat is verleden tijd. Nu worden ze als ouderwets terzijde geschoven. Nieuwe levensstijlen zijn in zwang. „Waarheid” is maar betrekkelijk. Er is geen goed of kwaad meer. Het is niet nodig oordelen te vellen. Iedereen heeft zijn eigen stel waarden, bepaalt wat voor hem het juiste is, doet wat hij wil. Hoererij mag. Overspel mag. Echtscheiding mag. Kinderen verwaarlozen mag. En men hoeft zich niet verantwoordelijk te voelen voor de gevolgen — het omhoogvliegende aantal tienerzwangerschappen, de miljoenen abortussen, het geruïneerde leven van kinderen. En omdat men zich niet slecht en niet verantwoordelijk hoeft te voelen, is er geen schuld. Op die manier gooit de wereld de morele waarden in de vuilnisbak.

Het eerste mensenpaar besloot zelf te bepalen wat goed en wat kwaad was (Genesis 2:17; 3:5). Thans hebben miljoenen bepaald dat er geen goed en geen kwaad is. Gedreven door de wens te doen wat zij willen, werpen zij de traditionele waarden overboord en roepen uit: „Eindelijk vrij! Alles mag!” De beperkingen gaan aan de kant — maar dan komt de narigheid aangesneld!

Een opschrift in een vooraanstaand tijdschrift luidde: „Een volk van leugenaars?”, gevolgd door deze kopregels: „Regeringsfunctionarissen huichelen. Geleerden vervalsen onderzoeksresultaten. Werknemers knoeien met getuigschriften om een baan te krijgen. Wat is hier aan de hand? Het antwoord, zo vreest een groeiend aantal maatschappijcritici, is een alarmerende achteruitgang in de fundamentele eerlijkheid.”

Een ander bekend tijdschrift publiceert een serie artikelen over ethiek, gelardeerd met uitdrukkingen als: Door schandalen omgeven zakelijke transacties, vertrouwen van het volk beschaamd, overtredingen die het hele gamma van menselijke tekortkomingen bestrijken. Fouten toegegeven, maar geen ernstige fouten, en niets wat als een zonde beschouwd mag worden.

Die serie artikelen besluit als volgt: „Als Amerikanen een beter ethisch evenwicht willen bereiken, kan het nodig zijn dat zij zich herbezinnen op de waarden die de samenleving hun zo verleidelijk voorhoudt: een topfunctie, politieke macht, seksuele aantrekkingskracht, een penthouse of een stuk land aan een meer, fortuin maken op de beurs. De ware uitdaging zou dan een herdefiniëring worden van wat zij nodig hebben om niet alleen zichzelf maar ook de maatschappij te dienen, het vaststellen van een simpele ethiek die aangeeft welke middelen geoorloofd zijn en toch gerechtvaardigde doeleinden bereikbaar maakt.”

In The New York Times stond de volgende kop te lezen: „In de hele staat accepteerden overheidsfunctionarissen in 105 van de 106 gevallen het hun aangeboden smeergeld, zegt de F.B.I.” Was het smeergeld in het 106de geval aan een eerlijk mens aangeboden? Nee, „hij vond het bedrag niet groot genoeg”.

Matthew Troy, voormalig gemeenteraadslid en democratisch leider uit Queens (New York City), sprak op een universiteit over het onderwerp „Corruptie en integriteit in de regering” en vertelde dat smeergeld heel gebruikelijk is. Stemmen voor het staatsparlement worden geruild tegen een aanstelling als rechter. „De gebruikelijke prijs voor een functie als rechter bij het hooggerechtshof van de staat bedroeg $75.000, terwijl functies bij lagere rechtbanken $35.000 kostten.”

De schrijver James A. Michener vestigt de aandacht op schelmerijen als: het ophemelen van financiële avonturiers die honderden miljoenen van andermans geld opstrijken, beursschandalen door onjuist gebruik van voorkennis, geld slaan uit dreigen met vijandige bedrijfsovernames, in schandalen verwikkelde religieuze bewegingen die gek zijn op geld, het angstaanjagende AIDS, terroristen die de samenleving ontwrichten, politici die nationale parken laten verloederen en ecologische rampen toelaten, een regering die wapens verkoopt aan een officiële vijand en de winsten dan illegaal naar een Centraalamerikaanse revolutie sluist.

Micheners algehele conclusie: „De jaren ’80 zullen de geschiedenis ingaan als Het afschuwelijke decennium, omdat zo veel onsmakelijke dingen de kop hebben opgestoken.” En dit alles door één simpele ontwikkeling: De morele waarden zijn in de vuilnisbak gegooid.

William J. Bennett, voormalig Amerikaans minister van onderwijs, kritiseerde de nalatigheid om op school morele waarden te onderwijzen en specificeerde tienerproblemen die uit deze nalatigheid voortvloeien:

„Probleem: Zo’n 40 procent van de huidige veertienjarigen zal voordat zij twintig zijn minstens eenmaal zwanger zijn, en meer dan de helft van die geboorten zal onwettig zijn.

Probleem: Het aantal zelfmoorden onder tieners is nog nooit zo hoog geweest en is de op één na voornaamste doodsoorzaak bij tieners.

Probleem: De Verenigde Staten staan in de geïndustrialiseerde wereld vooraan met hun percentage jeugdige druggebruikers.

Kunnen onze scholen deze problemen ’oplossen’? Nee. Kunnen ze helpen? Ja. Doen ze wat ze kunnen om te helpen? Nee.

Waarom niet? Ten dele omdat ze aarzelen zich op een van de voornaamste doeleinden van het onderwijs toe te leggen: morele opvoeding. Neem bijvoorbeeld een recent artikel waarin verscheidene onderwijzers in en om New York worden geciteerd die verkondigen dat ’zij het opzettelijk vermijden te proberen leerlingen te vertellen wat ethisch goed en fout is’.

Het artikel vertelt over een waar gebeurd voorval tijdens een voorlichtingslesuur met vijftien jongere en oudere leerlingen van een middelbare school. De leerlingen concludeerden dat een medeleerling dom was geweest om $1000 terug te brengen die zij in een portemonnaie op school had gevonden.” De aanwezige raadgever velde geen oordeel over hun conclusie en gaf daarvoor als verklaring: „Als ik het benader vanuit het standpunt van wat goed en wat fout is, dan ben ik hun raadgever niet.”

Bennetts commentaar: „Er was een tijd dat een raadgever raad gaf. Hij gaf leerlingen raad over veel dingen — onder meer over goed en kwaad.”

Nalatigheid thuis, op school en in de kerk

Het gezin wordt snel een braakliggend terrein wat het bijbrengen van morele waarden betreft. Door het uiteenvallen van gezinnen wordt de woning een slecht klaslokaal — twee werkende ouders, echtscheidingen, eenoudergezinnen waarbij de ouder werkt, kinderen die aan de zorg van een oppas of dagverblijven worden overgelaten of alleen zijn in een leeg huis, met de tv als een kameraad die seks propageert als ontspanning en geweld voorstelt als de oplossing voor problemen. De columnist Norman Podhoretz merkt over het effect ervan op: „Deze gevolgen omvatten een toename van crimineel gedrag; een toename van het drug- en alcoholgebruik; een toename van het aantal tienerzwangerschappen en abortussen en van geslachtsziekte, en een toename van het aantal sterfgevallen onder adolescenten door onnatuurlijke oorzaken (doodslag, auto-ongelukken, zelfmoord). Het enige wat schijnt af te nemen, zijn de schoolprestaties.”

Podhoretz vervolgt: „Twee sociologen vinden harde statistische bewijzen voor wat wij allemaal weten door gewoon om ons heen te kijken. Zij vinden steeds meer mensen voor wie ’zelfontplooiing’ de voorrang geniet boven alle andere waarden. Zij vinden steeds minder mensen die geloven in het wegcijferen van zichzelf, of zelfs in het opofferen van hun comfort, met het oog op de behoeften van hun kinderen. Verbazingwekkend genoeg vindt twee derde van alle Amerikaanse ouders dat ’ouders vrij moeten zijn om hun eigen leven te leiden, zelfs als dat betekent dat zij minder tijd met hun kinderen doorbrengen’.”

Toen John D. Garwood nog onderwijsdecaan bij de Fort Hays State University in Kansas was, merkte hij over het verloren gaan van juiste morele waarden op: „De nalatigheid van onze gezinnen, scholen en kerken om een solide, duurzaam waardenstelsel over te dragen op degenen op wie ze invloed uitoefenen, heeft veel van onze huidige problemen teweeggebracht. De grote Britse historicus Arnold Toynbee constateert in de westerse wereld thans een achteruitgang in eerlijkheid, het ontbreken van nationale wilskracht en een rampzalige nadruk op materialisme, een afnemende trots op vakmanschap, een gerichtheid op een hoog consumptieniveau met de nadruk op bevrediging van het eigenbelang. Hij ziet in de levensstijlen van ons volk veel van de elementen die tot de val van het Romeinse Rijk hebben geleid.”

Het teloorgaan van de morele waarden heeft deze wereld in een zinloos streven naar meer van alles doen belanden. De mens die rijk aan dingen maar arm van geest is, ontbreekt het aan zekerheid en richting. Zijn redding schuilt in een terugkeer tot de bron van juiste morele waarden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen