De bron van juiste morele waarden
IN ELKE menselijke samenleving bestaat een morele code. Of zij het nu willen toegeven of niet, alle volken hebben behoefte aan een leidende macht boven en buiten zichzelf. Zij zien instinctief op naar een hogere macht om te aanbidden of te dienen. Het kan de zon zijn, de maan, een ster, een berg, een rivier, een dier, een mens of een organisatie. Hun morele code kan uiteengezet zijn in een van de vele heilige geschriften van de verschillende culturen. De behoefte wordt overal in mensen aangetroffen. Ze is de mens aangeboren.
„Religie is”, aldus de vooraanstaande psychiater C. G. Jung, „een instinctieve houding die de mens eigen is, en de uitingen ervan zijn door de gehele menselijke geschiedenis heen te volgen.” De bekende geleerde Fred Hoyle schreef over „de morele code die in elke menselijke samenleving aanwezig is” en voegde eraan toe: „Er zou met gemak een zwaarwegende bewijsvoering op te bouwen zijn om te tonen dat het morele gevoel in de mens standhoudt ondanks alle verleidingen [en vervolgingen] die er voortdurend tegenin gaan.”
Het bekendste en meest verbreide van alle heilige geschriften, de bijbel, erkent dit inherente morele gevoel in de mens. Het zegt in Romeinen 2:14, 15: „Want telkens wanneer mensen der natiën, die geen wet hebben, van nature de dingen der wet doen, zijn deze mensen, al hebben zij geen wet, zichzelf tot wet. Zij zijn juist degenen die tonen dat de inhoud van de wet in hun hart staat geschreven, terwijl hun geweten met hen getuigenis aflegt en hun eigen gedachten onderling hen beschuldigen of zelfs verontschuldigen.”
Hoyle beschouwt evolutie als „een vrijbrief voor elke vorm van opportunistisch gedrag” en vervolgt: „Eerlijk gezegd word ik achtervolgd door de overtuiging dat de nihilistische filosofie die men in de zogenaamd ontwikkelde kringen verkoos te aanvaarden na de publikatie van De oorsprong der soorten, de mensheid heeft gedoemd tot een weg van automatische zelfvernietiging. Toen werd er een doemsdagmachine in werking gesteld. . . . Het aantal mensen dat thans beseft dat er iets fundamenteel mis is met de samenleving is niet gering, maar helaas verspillen zij hun energie door te protesteren tegen de ene onbeduidende zaak na de andere.”
Intelligentie betrokken bij het ontstaan van het leven
Vervolgens gaat Hoyle met wiskundige precisie aantonen dat de waarschijnlijkheid dat het leven bij toeval op aarde is ontstaan nihil is. Orthodoxe geleerden, zo zegt hij, hebben door „de religieuze excessen uit het verleden” een afkeer gekregen van het idee van een scheppende kracht. Hoyle gelooft echter dat het leven door een intelligente kracht ergens in de universele ruimte is geschapen. Hij gelooft dat wat op aarde onmogelijk was, in de ruimte wel mogelijk was — maar ook daar, zo betoogt hij, moet er een vorm van intelligentie aan het werk zijn geweest. Zelfs de eenvoudigste vorm van leven, een bacterie, is zo verbazingwekkend gecompliceerd dat er bij de schepping ervan intelligentie betrokken geweest moet zijn, maar hij kan zich er niet toe brengen die intelligentie God te noemen.
Anderen die beseffen „dat er iets fundamenteel mis is met de samenleving”, hebben daar niet zo’n moeite mee. Een van hen is de reeds geciteerde psychiater Jung: „De mens die niet in God verankerd is, kan uit eigen kracht geen weerstand bieden aan de fysieke en morele verlokkingen van de wereld. Daarvoor heeft hij het bewijs nodig van een innerlijk, buitenzintuiglijk beleven dat als enige hem kan beschermen tegen het anders onvermijdelijke opgaan in de massa.”
Rechter Francis T. Murphy, president van een hof van appel, zegt dat de hedendaagse mens „niet weet wat de uiteindelijke zin van zijn leven is en eraan twijfelt of het leven wel zin heeft. Wat zijn morele pretenties ook mogen zijn, hij heeft in feite God uit zijn leven, uit zijn kantoor en uit zijn huis gebannen. Daarom ontbreekt het hem aan een morele spil.” Vanuit de sportwereld verwoordde Howard Cosell dezelfde mening toen hij het probleem van drugmisbruik door atleten besprak. Hij zei: „Er is in Amerika geen definieerbare morele spil meer . . . en dat is een probleem voor de hele cultuur.”
„Het is onmogelijk”, zegt de columniste Georgie Anne Geyer, „een morele samenleving of natie te hebben zonder geloof in God, want alles komt al snel neer op ’ik’, en ’ik’ alleen is zinloos. . . . Als ’ik’ de maatstaf voor alles wordt — ten koste van God, van de kerk, van het gezin en van de aanvaarde normen voor een beschaafd menselijk gedrag — dan verkeren wij in moeilijkheden.”
Aleksandr Solzjenitsyn zei dat als hem werd gevraagd in enkele woorden het voornaamste kenmerk van de twintigste eeuw aan te geven, hij zou zeggen: „De mens is God vergeten.” Hij vervolgde: „De gehele twintigste eeuw wordt meegesleurd in de maalstroom van atheïsme en zelfvernietiging. . . . Alle pogingen om een uitweg te vinden uit de benarde situatie waarin de huidige wereld verkeert, zijn vruchteloos tenzij wij onze geest weer, in berouw, richten op de Schepper van alles: zonder dat zal geen uitweg verlicht zijn en zal ons zoeken ernaar vergeefs zijn.”
Zesduizend jaar lang heeft de mens het op zijn manier geprobeerd en bepaald wat goed en wat kwaad is. Nu is de tendens, te doen waar men zin in heeft — er is geen goed en kwaad. De geschiedenis heeft de afschuwelijke gevolgen van beide wegen geregistreerd en bewezen dat het niet aan de mens is zijn schreden te richten. „Soms denkt een mens, dat zijn weg recht is, maar tenslotte leidt die toch naar de dood” (Spreuken 14:12, Willibrordvertaling; Jeremia 10:23). Jehovah God heeft de mens gemaakt, kent hem door en door en heeft de kaart verschaft waarop de weg naar het geluk staat aangegeven: „Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht op mijn pad” (Psalm 119:105). Zijn Woord, de bijbel, vermeldt de morele waarden die tot zegen van de mens zijn. In bijgaand kader worden enkele daarvan opgesomd.
[Kader op blz. 7]
WAARDEN OM NAAR TE LEVEN
▸ Heb Jehovah God lief met geheel uw hart, verstand, ziel en kracht.
▸ Heb uw naaste lief als uzelf.
▸ Doe voor anderen wat u wilt dat anderen voor u doen.
▸ Volg Jezus na als uw Model.
▸ Vergeef anderen zoals u vergeven wilt worden.
▸ Eer uw vader en uw moeder.
▸ Acht anderen superieur aan uzelf.
▸ Wees getrouw in al wat u doet.
▸ Streef vrede met iedereen na.
▸ Zoek zachtaardigheid, vriendelijkheid, zelfbeheersing.
▸ Vergeld niemand kwaad met kwaad.
▸ Overwin het kwade met het goede.
▸ Aanbid geen valse goden.
▸ Buig u niet neer voor beelden.
▸ Moord niet.
▸ Steel niet.
▸ Leg geen vals getuigenis af.
▸ Gebruik Gods naam niet ijdel.
▸ Begeer de bezittingen van uw naaste niet.
▸ Laat de zon niet ondergaan terwijl u kwaad bent.