„Ik heb er nooit een horen liegen”
MIKE kreeg een oproep om voor de plaatselijke rechtbank in Brooklyn te verschijnen wegens een parkeerovertreding. Alhoewel op de oproep zijn kenteken vermeld stond, wist Mike echter dat hij op het tijdstip waarop de overtreding begaan zou zijn, aan het werk was op het hoofdbureau van het Wachttorengenootschap. Bovendien wist hij niet eens waar de straat was waar zijn auto geparkeerd zou hebben gestaan. Hij had dus besloten beroep aan te tekenen tegen de boete.
Toen hij keurig gekleed in het gerechtsgebouw verscheen, overhandigde hij de oproep aan de griffier, een oudere man met wit haar. Daarna werd Mike voor de rechter geroepen en werd hem verzocht te gaan zitten. Op dat moment liet de griffier zijn stem horen en vroeg aan de rechter: „Edelachtbare, als u naar deze man kijkt, weet u dan wat voor godsdienst hij heeft?” De rechter antwoordde: „Ik weet het niet . . . Katholiek.” Waarschijnlijk werd hij misleid door Mikes Portugese achternaam. De griffier antwoordde: „Nee. Als je alleen maar naar hem kijkt, weet je al dat hij een van Jehovah’s Getuigen is. Ja, zodra hij de deur inkwam, wist ik dat hij een Getuige was, en zijn adres bevestigde dat!”
De vriendelijke rechter begon Mike vervolgens te ondervragen over de op de oproep vermelde feiten. De beschrijving kwam overeen met Mikes auto maar er ontbrak één detail — het model van de auto. De griffier zei tegen de rechter: „Vraag hem eens wat voor auto hij heeft.” Met zijn kentekenbewijs in de hand beantwoordde Mike de vraag beleefd. Toen de bon ongeldig werd verklaard wegens onvolledig bewijs, stond de griffier erop nogmaals iets te zeggen.
Hij vertelde: „Edelachtbare, ik zou graag ten overstaan van u en alle andere aanwezigen zeggen dat ik Jehovah’s Getuigen al dertig jaar ken en ik heb er nooit een horen liegen. Toen hij zei dat het zijn bon niet was, geloofde ik hem, en dit bewijst dat het zijn auto niet geweest is. Ik heb werkelijk respect voor deze mensen. Het zijn goede mensen en ik houd van mensen die de waarheid spreken.”
Toen vervolgde hij: „Er is maar één ding waarmee ik het niet eens ben — wat niet wil zeggen dat ik gelijk heb.” En zich tot Mike wendend voegde hij eraan toe: „Misschien hebben jullie wel gelijk en heb ik ongelijk. Dat is jullie overtuiging in verband met bloedtransfusies.”
Mike antwoordde: „Als u dat wilt, breng ik u wat inlichtingen over ons standpunt aangaande bloedtransfusies.” De man wees dat aanbod vriendelijk af. Maar nu liet een vrouw in het publiek zich horen: „Het loont de moeite niet om bloedtransfusies te nemen. Je kunt er tegenwoordig AIDS van krijgen.” Iedereen in de zaal knikte of sprak instemmend — en Mike ging blij en opgelucht weg.