Het mysterie wordt groter
WANNEER wij rond een sterfbed staan, worden wij geconfronteerd met de realiteit. Niettemin blijft de dood iets beklemmends, iets angstaanjagends zelfs, om over na te denken. Geen wonder dat er rond de dood een waas van vage veronderstellingen en geheimzinnigheid hangt. Het leven is kort, en, zoals Shakespeare opmerkte: „De dood zal ons op een dag achterhalen.”
Wat is dan de lichamelijke dood? Dat is de eerste vraag waarover wij zekerheid moeten verkrijgen.
Iets onaanvaardbaars
Volgens de Encyclopædia Britannica kan men de dood eenvoudig definiëren als „de afwezigheid van leven”. Hoewel de mens kan aanvaarden dat vissen, vogels en andere dieren een natuurlijke dood sterven, zegt zijn eigen verstand hem dat de dood voor de mens een vijand is, zoals ook de bijbel verklaart.a
Van alle schepselen op deze aarde is alleen de mens in staat over zijn eigen dood na te denken. Hij is ook uniek in het feit dat hij zijn doden begraaft. Zoals de Encyclopædia Britannica uitlegt, vloeit het rituele begraven van de doden vaak voort „uit een instinctief onvermogen of een weigering van de mens om de dood als het definitieve einde van het menselijk leven te aanvaarden. Ondanks de schokkende realiteit van de door de dood veroorzaakte lichamelijke ontbinding is het geloof blijven bestaan dat iets van de individuele persoon na de sterfdag voortleeft.”
Als gevolg daarvan zijn de gebruiken waarvan de dood vergezeld gaat vaak beladen met eeuwenoude tradities en mysterieuze bijgelovigheden.
Gebruiken en geloofsovertuigingen
Veel oude graven bijvoorbeeld bevatten niet slechts de beenderen van de doden maar ook sporen van voedsel en drank die werden meebegraven in de veronderstelling dat de overledene aan gene zijde van het graf zulke dingen nodig had. Op Egyptische houten doodskisten werden kaarten en ogen geschilderd om de gestorvene te leiden. Ook werktuigen en persoonlijke bezittingen zoals juwelen werden erin achtergelaten, omdat men aannam dat de doden er blij mee zouden zijn in het hiernamaals.
Er zijn skeletten gevonden die op hun zij lagen met opgetrokken knieën, min of meer zoals een foetus in de baarmoeder, waarin sommige deskundigen een indicatie zien van het geloof in een wedergeboorte. De Grieken en Romeinen geloofden dat de doden met een boot over de Styx moesten worden gezet, de hoofdrivier van de onderwereld. Dit werd gedaan door Charon, een demonische veerman. Hij werd voor zijn diensten betaald met een munt die in de mond van de overledene was gelegd, een gebruik dat tot op deze dag in veel delen van de wereld voortleeft.
„Het is duidelijk dat iedere grote religie haar opvattingen heeft over het sterfproces, de dood zelf en het hiernamaals”, verklaart A Dictionary of Religious Education. Dat is zo — en waarom? Omdat het zo onaanvaardbaar is dat er een eind komt aan ons bewuste bestaan. „Niemand gelooft in zijn eigen dood”, betoogde de psychiater Sigmund Freud, en „onderbewust is elk van ons overtuigd van zijn eigen onsterfelijkheid”.
Een dergelijke gedachtengang heeft natuurlijk geleid tot de ontwikkeling van veel populaire geloofsovertuigingen. Beschouw eens enkele van de belangrijkste daarvan.
Vagevuur en hel
Als de doden leven, moeten zij zich ergens bevinden — maar waar? En hierin ligt het probleem, aangezien degenen die sterven niet allemaal slecht en ook niet allemaal goed zijn. Daar de mens een ingeboren rechtvaardigheidsgevoel bezit, heeft hij de doden vanouds gescheiden in goeden en slechten.
De rabbijnse zienswijze, vermeld in The Jewish Encyclopedia, luidt als volgt: „Op de laatste oordeelsdag zullen er zielen in drie klassen zijn: de rechtvaardigen zullen onmiddellijk opgeschreven worden voor het eeuwige leven; de goddelozen voor Gehenna; maar degenen wier deugden en zonden elkaar opheffen, zullen afdalen in Gehenna en op en neer zweven totdat zij gelouterd omhoogkomen.” Velen zullen in deze laatste beschrijving het vagevuur herkennen.
Het is interessant dat de New Catholic Encyclopedia in een officiële beoordeling van de leer van het vagevuur eenvoudig verklaart: „Alles wel beschouwd is de [rooms-]katholieke leerstelling van het vagevuur gebaseerd op overlevering, niet op de Heilige Schrift.” Dit hoeft u niet te verbazen, aangezien het woord niet in de bijbel voorkomt en het idee er niet in wordt geleerd. Maar hoe staat het met Gehenna, waar volgens The Jewish Encyclopedia de goddelozen heen gaan?
Gehenna is de Griekse vorm van het Hebreeuwse gē hin·nomʹ, het dal van Hinnom, dat ten zuidwesten van Jeruzalem ligt. Hier werden in vroeger tijd kinderen aan de god Molech geofferd, en „om deze reden”, zo verklaart The Jewish Encyclopedia, „werd het dal als vervloekt beschouwd, en ’Gehenna’ werd dan ook al gauw een figuurlijk equivalent voor ’hel’”.
„De hel is volgens veel religies een toestand of plaats waar demonen wonen, waar goddeloze mensen na de dood worden gestraft”, verklaart The World Book Encyclopedia. Dit is een leer waarover nog altijd ijverig door sommige kerken van de christenheid en door andere religies wordt gepreekt. Als gevolg daarvan zijn veel mensen lang opgegroeid met een werkelijke angst om in de hel terecht te komen.
„Toen ik nog een kleine jongen was,” schreef de Engelse romanschrijver Jerome K. Jerome in 1926, „geloofden de meeste vrome mensen nog in een letterlijke hel. Het lijden dat een fantasierijk kind daarmee aangedaan werd, had nauwelijks erger kunnen zijn. Het maakte dat ik God haatte, en toen op latere leeftijd mijn verstand het idee als een absurditeit verwierp, ging ik de religie verachten die het had onderwezen.”
Ongeacht hoe u over de hel denkt (zie voor meer informatie het kader „Hel en Gehenna — het verschil”), de gelukkiger bestemming die velen voor ogen hebben, is de hemel of het nirwana.
Hemel en nirwana
„De hemel is de plaats en de gezegende toestand van oneindig geluk in de Tegenwoordigheid van God en Zijn heilige engelen en heiligen”, verklaart The Catholic Religion — A Manual of Instruction for Members of the Anglican Church. Het voegt eraan toe: „Het betekent ook dat wij voor altijd herenigd zijn met allen die wij beneden hebben liefgehad, die in genade zijn gestorven, en dat wij tot in alle eeuwigheid volmaakt goed en heilig zijn.”
Het nirwana daarentegen weerspiegelt het boeddhistische geloof dat een toestand van „volmaakte vrede en gelukzaligheid” slechts kan worden bereikt wanneer de „moeizame, voortdurende cyclus van dood en wedergeboorte” ten slotte eindigt. Hoe dan ook, met de hemel of het nirwana, de religie houdt ons voor dat er een einde komt aan het lijden van dit leven, gevolgd door een leven in een idyllische wereld.
Helpen deze strijdige leringen ons een antwoord te vinden op de vraag wat er gebeurt als wij sterven? Of wordt het mysterie daardoor alleen maar groter? Hoe kunnen wij er zeker van zijn dat wat wij verkiezen te geloven waar is? Leert de religie ons feiten of verzinsels?
Wat er na de dood met ons gebeurt, zal altijd een mysterie blijven — tenzij wij die ene fundamentele vraag kunnen beantwoorden die de sleutel bevat: Wat is de ziel? Dit gaan wij daarom nu doen.
[Voetnoten]
a Zie Paulus’ eerste brief aan de Korinthiërs, hoofdstuk 15, vers 26.
[Kader op blz. 6]
Invriezen voor onsterfelijkheid?
Cryosuspensie is een techniek die het mogelijk maakt dode mensen bij extreem lage temperaturen te bewaren. Het hele lichaam wordt bewaard in een met vloeibare stikstof gevulde container bij −196 °C. Klanten kunnen het ook verkiezen „neuropatiënten” te worden, wat betekent dat alleen het hoofd wordt bewaard. „Ik geloof niet in leven na de dood in de religieuze zin,” zegt de directeur van de Britse firma die deze techniek bepleit, „maar ik geniet van het leven en ik vind het een slechte zaak dat het bewustzijn eindigt.” De gedachte achter het verkooppraatje is dat op een of ander toekomstig tijdstip de wetenschap in staat zal zijn mensen weer tot leven te brengen en zelfs nieuwe lichamen voor de bewaarde hoofden te klonen. Dit is één manier, aldus de Londense „Sunday Times”, om „onsterfelijkheid te verkrijgen”.
[Kader op blz. 7]
Hel en Gehenna — het verschil
„Hellevuur” is de weergave die vertalers wel hebben gekozen voor „Gehenna”, de naam van de oude vuilstortplaats buiten Jeruzalem en de term die door Jezus werd gebruikt als symbool van eeuwigdurende vernietiging (Matthéüs 10:28). Hoe staat het dan met de hel zelf (de vertaling van het Hebreeuwse „sjeʼōlʹ” en het Griekse „haiʹdes”)? Als het een plaats van pijniging is, zou iemand daar dan heen willen gaan? Natuurlijk niet. Niettemin vroeg de patriarch Job aan God hem daar te verbergen (Job 14:13). Jona ging zo goed als naar de bijbelse hel toen hij zich in de buik van de grote vis bevond, en daar bad hij tot God om bevrijding (Jona 2:1, 2). De hel van de bijbel is het gemeenschappelijke graf van de mensheid, waar de gestorvenen in Gods liefdevolle herinnering blijven, wachtend op een opstanding. — Johannes 5:28, 29.
[Illustratie op blz. 5]
Op deze oude Egyptische doodskist zijn ogen geschilderd omdat men geloofde dat ’de ziel van de overledene zo naar buiten kon kijken’
[Verantwoording]
Met vriendelijke toestemming van het British Museum in Londen
[Illustratie op blz. 7]
Het hedendaagse dal van Hinnom, ten zuidwesten van Jeruzalem