Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g88 8/5 blz. 11-13
  • ’Mijn woord bindt mij’

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • ’Mijn woord bindt mij’
  • Ontwaakt! 1988
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Omhoog op de maatschappelijke ladder
  • Op de Baltic
  • Een tijd van toetsing
  • Mijn woord bindt mij
  • Prioriteiten ten aanzien van werk
  • Anderen helpen op God te vertrouwen
  • Van straatvechter tot christelijke bedienaar
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Wat gaat uw bedrijf u kosten?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
  • Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1989
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1989
  • „Houd de oprechte in het oog”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
Meer weergeven
Ontwaakt! 1988
g88 8/5 blz. 11-13

’Mijn woord bindt mij’

HET is 15 jaar geleden dat ik voor het laatst in deze Londense straat liep. Als u mij toen had gezien, getooid met zwarte bolhoed en opgerolde paraplu, zou u mij voor een typische Engelse zakenman hebben gehouden. Ik was inderdaad een van de duizenden forensen die naar „de City” reizen, het financiële district van de hoofdstad.

Niet ver hiervandaan huist de ’oude dame van Threadneedle Street’, de Bank of England. De Stock Exchange of effectenbeurs is haar naaste buur. Om de hoek vindt u Lloyd’s of London, de beroemde vereniging van assuradeuren. Maar voor mijn werk moest ik langs St. Mary Axe naar de derde grote handelsbeurs van Londen, de Baltic.

Omhoog op de maatschappelijke ladder

Toen ik in 1937 van school kwam, belandde ik als kantoorbediende bij een handelsmaatschappij die over de hele wereld scheepvaartbelangen had. Ik nam mijn baantje als jongste bediende serieus en stelde het mij ten doel promotie te maken. Ik hoopte het eens tot afdelingshoofd te brengen.

Ik was nog steeds de jongste werknemer toen het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog mijn loopbaan onderbrak, en in 1941 nam ik dienst bij de Royal Air Force. Toen ik zo’n vijf jaar later in het burgerleven terugkeerde, hervatte ik mijn werk bij mijn oude firma, maar het was niet meer als voorheen. Enkele voormalige personeelsleden waren niet langer bij ons. De oorlog had zijn tol geëist.

Al spoedig was ik terug in de oude routine en door een snelle promotie tot chef kwam ik nu persoonlijk in contact met de cliënten van de firma. Ik hield mij bezig met zaken zoals de bevrachting van olietankers en het regelen van bunkergelegenheden voor schepen. Ter bevordering van onze handelsbelangen werd ik door de firma voorgedragen bij de Baltic Exchange.

Op de Baltic

De Baltic Mercantile and Shipping Exchange Limited voert met trots een wapenschild waarop als devies staat: „Our Word Our Bond” (Ons woord is bindt ons). In het begin van de jaren ’70 onderschreven zo’n 700 bedrijven deze regel. Zij machtigden hun 2400 vertegenwoordigers om te handelen volgens tradities die stamden uit het begin van de 17de eeuw, toen scheepskapiteins en handelaars elkaar ontmoetten in de koffiehuizen; hun mondelinge contracten waren altijd bindend. De Exchange verlangt van haar leden nog altijd volstrekte eerlijkheid in zaken.

Vanaf 1954 was ik regelmatig in de gebouwen van de Baltic Exchange te vinden, waar ik zaken deed op de beursvloer door ladingen te bespreken voor de koopvaardijschepen van de scheepvaartmaatschappijen. Wanneer ik uit naam van mijn firma een overeenkomst met mijn woord bezegelde, werd het een onverbrekelijke verplichting, welke verdere veranderingen in de omstandigheden rond de transactie zich ook mochten voordoen. Ik paste in mijn privé-leven altijd hetzelfde beginsel toe.

Een tijd van toetsing

Ik nam aan dat God bestond, maar daar bleef het bij. Gedurende de Tweede Wereldoorlog waren mijn religieuze idealen geschokt. Geestelijken preekten vrede, maar zegenden niettemin onze deelname aan de oorlog. Vaak vroeg ik mij af: ’Hoe kan men zulke mensen nog vertrouwen?’

In 1954 begonnen Jehovah’s Getuigen mijn vrouw, Viv, te bezoeken om met haar over de bijbel te praten. Ik verzette mij er niet tegen, maar stelde haar wel enkele, naar ik dacht lastige, vragen. Daar mijn vragenstellerij steeds agressiever werd en Viv niet in staat was erop te antwoorden, stelde zij voor een van de Getuigen uit te nodigen om met mij te praten. Ik stemde erin toe.

De dame die mijn vrouw aan mij voorstelde, was keurig gekleed en gaf mij duidelijke antwoorden op mijn vragen. Ik stelde haar een vraag over de onsterfelijkheid van de ziel, waarop zij kort en bondig antwoordde door Ezechiël 18:4 aan te halen: „De ziel die zondigt, die zal sterven.” (King James Version). Toen legde ik haar heel wat vragen voor die op de politiek betrekking hadden. Zij antwoordde dat daar Jezus had gezegd dat zijn discipelen geen deel van de wereld zouden zijn, de Getuigen zich in dergelijke kwesties neutraal opstellen. Daarmee was ik niet erg ingenomen. Kortaf repliceerde ik: „Maar als niemand van ons had gevochten en Hitler was hier binnengevallen, waar zouden wij dan nu zijn?” Hierop antwoordde zij kalm dat de Duitse Getuigen ook hadden geweigerd te strijden. Zij waren zelfs onder bedreiging met executie trouw gebleven aan hun geloofsovertuigingen!

Ik begon de bijbel met haar te bestuderen, in de hoop haar geloofsovertuigingen te kunnen weerleggen. Langzaam aan groeide mijn geloof in de bijbel. Maar werd ik om de tuin geleid? Toen dacht ik aan de geestelijken in de buurt waar ik woonde. Ik zou hun dezelfde vragen stellen die ik de Getuigen had gesteld.

Ik vroeg voor mij en mijn vrouw een onderhoud aan in de kerk. Die ontmoeting was een ramp wat het versterken van mijn vertrouwen in de gevestigde kerk betrof. De geestelijke verwierp zelfs het Genesisverslag, iets wat Jezus aanvaardde! (Matthéüs 19:3-6) Dit onderhoud en de twee die er nog op volgden, overtuigden mij er slechts van dat de bijbel Gods Woord is en dat Jehovah’s Getuigen zich er inderdaad aan houden en ernaar leven. Mijn geloof werd krachtiger.

Mijn woord bindt mij

Naarmate mijn bijbelstudie vorderde, begon ik te beseffen waartoe dat zou leiden. Ik maakte mij zorgen over mijn image, niet alleen in de City, waar men mij kende als een veelbelovend zakenman, maar ook plaatselijk, waar ik bekend was door mijn sportactiviteiten. Ik vroeg mij af wat de mensen zouden zeggen als zij ontdekten dat ik de geloofsovertuiging van de Getuigen deelde.

Aangezien ik ermee had ingestemd samen met de plaatselijke Getuigen het goede nieuws te prediken, kwam ik niet op mijn woord terug. Ik hoopte door die ene keer met hen mee te gaan te tonen dat ik niet bang was. Ik stelde voor mensen te bezoeken in een straat waar ik niemand kende. Bij het allereerste huis troffen mijn metgezel en ik mensen aan die er echt naar verlangden de waarheid te leren kennen, waarop wij onmiddellijk een bijbelstudie begonnen.

De week daarop stond ik opnieuw voor de uitdaging. Tegen het eind van de morgen had ik mijn besluit genomen. Ik had de waarheid en voelde nu de verantwoordelijkheid anderen te helpen die te leren kennen.

Bij mijn zakelijke activiteiten was het nodig goed na te denken om de voordelen op korte termijn tegen de voordelen op lange termijn af te wegen. Ik besloot dan ook Jehovah te dienen en zoveel mogelijk van mijn tijd aan zijn werk te besteden. Ik zou mijn zaken tot een minimum beperken en zo mijn gezin financieel onderhouden. Op 8 januari 1956 werd ik gedoopt als openbaar symbool van mijn opdracht om Gods wil te doen.

Prioriteiten ten aanzien van werk

Viv en ik waren van plan geweest om van onze flat te verhuizen naar een groot huis en dan ons gezin uit te breiden. Maar nu de Koninkrijksbelangen de eerste plaats in ons leven innamen, besloten wij alles te laten zoals het was. Toen onze dochter in 1969 van school kwam en een begin maakte met de volle-tijdprediking, was de weg voor mij vrij om mijn bediening uit te breiden. Ik vroeg een gesprek aan met mijn directeur om hem op de hoogte te stellen van mijn plannen om mijn werelds werk te verminderen.

Ik ging in gedachten na wat ik zou zeggen. Ik zou respectvol drie alternatieven voorstellen: Geef mij part-timewerk, ontsla mij, of ik neem ontslag. Hij luisterde naar wat ik te zeggen had, glimlachte breed en zei: „Wacht totdat u mijn voorstel hoort. Ik denk dat u dan wel van gedachten zult veranderen.” Vervolgens legde hij mij uit dat de raad van bestuur unaniem had besloten mij tot directielid te benoemen met een verviervoudiging van mijn salaris plus de garantie dat ik binnen drie jaar voorzitter van de raad zou worden. In de hoop mij te overreden, redeneerde hij: „Met uw hogere salaris kunt u gemakkelijk enkele mensen betalen om het werk van de Getuigen te doen dat u gedaan zou hebben.” Jammer genoeg had hij een verkeerd beeld van mijn zienswijze ten aanzien van Gods werk.

Ik wist heel zeker wat ik zou doen. Ik had Jehovah mijn woord gegeven dat ik zijn wil zou doen, en dat met prioriteit boven al het andere. De directeur stemde er ten slotte in toe dat ik part-time zou gaan werken, vooropgesteld dat de zaken er niet onder zouden lijden. Ik nam een aanzienlijke salarisvermindering voor lief.

Jehovah liet mij niet in de steek. Vier maanden later kreeg ik het directeurschap van de firma, deze keer met de afspraak dat ik part-time kon blijven werken maar met herstel van mijn vorige salaris.

Anderen helpen op God te vertrouwen

Onder mijn naaste collega’s bij de scheepvaartmaatschappij waarvoor ik werkte, vond ik anderen die gunstig reageerden op de boodschap van de Allerhoogste die ons vertrouwen waard is. Ja, tot mijn vreugde heb ik vier van hen en hun gezinnen mogen helpen het punt te bereiken dat zij hun leven opdroegen om Gods wil te doen.

Aan het eind van de jaren ’60 en het begin van de jaren ’70 kwamen er snelle veranderingen in de zakenwereld. Onze firma fuseerde met andere bedrijven. Uiteindelijk werd ze opgeslokt door een multinationale onderneming, en omdat ik niet opnieuw full-time wilde gaan werken, nam ik in 1972 ontslag.

De verandering van omstandigheden maakte mij vrij om mij volledig op mijn loopbaan in de bediening te concentreren. Toen mijn financiële reserves slonken en ik op het punt stond part-time lessen in scheepsbevrachting te gaan geven, werd ik uitgenodigd om als reizende bedienaar gemeenten van de Getuigen te bezoeken. Sindsdien heeft het mijn vrouw en mij aan niets ontbroken.

De hedendaagse zakenwereld is veranderd. De maatstaven en de ethiek zijn achteruitgegaan. De onderhandelingen verlopen vinniger. Het lijkt of er meer vijanden dan vrienden zijn. Ik heb echter het genoegen om als districtsopziener door een groot deel van Engeland te reizen. Hoe goed is het om onder mensen te werken die ten volle vertrouwen op God, die zegt: „Ik heb gezegd dat ik het zou doen, en ik doe het ook!” (Jesaja 46:11, The Living Bible) — Zoals verteld door Ted Hunnings.

[Illustratie op blz. 13]

Als districtsopziener op een bijeenkomst van Jehovah’s Getuigen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen