Het stoomtijdperk duurt voort
F-U-U-T! Een fluit verscheurt de stilte van het landelijke Engelse Sussex. Hiss-ssss! Tjoek-tjoek-tjoek! Dan komt uit een nabijgelegen loods in een wolk van stoom een mechanische reus te voorschijn.
Nee, ik droom niet. Dit zijn de jaren ’80. Ik sta op het punt met de trein een reisje te maken van Sheffield Park naar Horsted Keynes, dat zeven kilometer noordelijker ligt. Een stoomlocomotief zal tijdens mijn reis de trein trekken!
De bekoring van stoom
Stoomlocomotieven maakten zo’n 50 jaar geleden hun grootste bloei door. Sedertdien is men in de meeste landen overgegaan op diesel- en elektrische tractie. Niettemin worden gewone mensen nu nog altijd geboeid door stoomtreinen en volgens het boek Railways for Pleasure kent Engeland van alle landen ter wereld het grootste percentage spoorwegenthousiasten. Er zijn naar schatting vier miljoen mannen, vrouwen en kinderen die „een meer dan vluchtige belangstelling hebben voor spoorwegen, in het bijzonder voor stoomtreinen”. Waarom?
Vanaf de tijd dat een uit Cornwall afkomstige man, Richard Trevithick (1771-1833), stoomkracht aanwendde voor goederentransport, hebben liefhebbers van stoomaandrijving de locomotief beschouwd als „een van de meest romantische en prachtigste machines die ooit zijn gebouwd”, „de meest tot de verbeelding sprekende van ’s mensen scheppingen”. Hij voorziet in een „bron van opwinding voor zowel enthousiasten als leken”. Vanaf de vroege dagen van het treinverkeer in Engeland, toen in 1825 de lijn van Stockton naar Darlington werd geopend met George Stephensons Locomotion, reisden enthousiastelingen „puur voor het plezier van de reis” met de trein. Maar wat maakt dat mensen zo verrukt kunnen zijn over wat anderen een ouderwetse manier van vervoer vinden?
Bij degenen die oud genoeg zijn om zich de dagen van de stoomtrein te herinneren, speelt nostalgie een rol. Voor degenen die te jong zijn om ooit met stoomtreinen te hebben gereisd, is het ’t nieuwtje te worden voortgetrokken door de lawaaierige reuzen van de spoorwegen van weleer. In het voorwoord van het boek Symphony in Steam schrijft O. S. Nock deze belangstelling toe aan „de sentimentaliteit die in ons allen schuilt”. Het tijdschrift Railway World is het hiermee eens en beschrijft de gemiddelde spoorwegenthousiast als „onverbeterlijk romantisch van hart”. Maar waarin ligt de aantrekkingskracht? „Je kunt de kracht en de macht van een stoomlocomotief voelen en zien”, verklaarde een stoomliefhebber. „Het schijnt veel meer iets levends te zijn.” Een ander verklaarde: „Voor mij is het de geur.”
Behouden stoom
In augustus 1968 kwam er een eind aan het gebruik van stoomlocomotieven door de Britse spoorwegen. Met een warmterendement dat zelden boven de 6 procent uit kwam, moesten de stoomlocomotieven het veld ruimen voor efficiëntere tractievoertuigen. De remises waar de beroemde stoomtreinen waren gestationeerd, raakten in onbruik. Honderden locomotieven werden voor oud ijzer verkocht. Het stoomtijdperk leek voorgoed voorbij. De plannenmakers van de spoorwegen hadden echter geen rekening gehouden met de hartstochtelijke belangstelling van de liefhebbers. Volgens de schrijver Brian Hollingsworth waren dit mensen „wier gevoel van verlies bij het verdwijnen van de treinen waar zij zo van hielden, hen ertoe inspireerde te proberen iets van de sfeer van de goede oude tijd te behouden”. Hoe pakten zij dit aan?
Sommigen kochten ongebruikte loodsen. In een daarvan, te Carnforth in Noord-Engeland, is nu een stoommuseum gevestigd dat een oppervlakte beslaat van 15 hectare. Allerlei stoomlocomotieven trekken om beurten wagons over een kort traject, tot verrukking van de bezoekers. Maar het genot van een rit per stoomtrein over het traject waar zulke machines vroeger dagelijks reden, is het doel waar veel Britse verenigingen tot behoud van de spoorwegen naar streven.
De aandacht van de hobbyisten richtte zich op een sloperij in Zuid-Wales, die uitgroeide tot wat The Sunday Telegraph „een Mekka voor stoomfanaten” noemde. Van de oorspronkelijke 400 locomotieven die voor oud ijzer werden verkocht, was in 1983 een kwart gered om te worden gerestaureerd. Het tijdschrift Steam Railway bericht: „Van de redding van locomotieven van de Barry-sloperij is in de afgelopen paar jaar het nieuwtje misschien wel af geraakt, maar het werk gaat nog steeds door.” Dit wordt bevestigd door het nieuws dat tegen september 1985 het totale aantal onverkochte locomotieven was gedaald tot nog maar 30, en dat ze „op één na allemaal een potentiële koper hebben”.
Het opknappen van een stoomlocomotief is niet gemakkelijk of goedkoop. Aangezien de locomotieven zo’n $15.000 kosten, kunnen maar weinig mensen hun eigen locomotief kopen, en herstelwerkzaamheden kunnen nog eens $30.000 extra kosten. Hierdoor niet uit het veld geslagen kopen enthousiastelingen gezamenlijk hun locomotieven en restaureren ze in de weekeinden en in hun overige vrije tijd. Tegen 1983 hadden zij ongeveer duizend stoomlocomotieven van de sloop weten te redden. Met het doel van „behouden stoom” werkend stoom te maken, bezitten de honderd Engelse verenigingen voor het behoud van spoorwegen nu 369 kilometer spoorbaan. Hiervan is de Bluebell Railway de pionier onder de particuliere lijnen op normaalspoor.
Een reisje op de Bluebell-lijn
Het treinkaartje dat ik stevig vasthoud, is geldig voor een retourtje van Sheffield Park naar Horsted Keynes. Terwijl ik op het perron sta, kijk ik langs het spoor naar de loodsen als locomotief No. 488 van de 0415-klasse, nog altijd gehuld in een wolk van stoom, langzaam naar buiten komt. Overal om mij heen zijn dingen die herinneren aan het Victoriaanse tijdperk. Een klein museum doet de hoogtijdagen van het stoomtijdperk herleven met gebrandschilderde ramen waarop de pioniers, James Watt, George Stephenson en I. K. Brunel staan afgebeeld. Oude treinkaartjes, uniformen, dienstregelingen, lantaarns van locomotieven en conducteursvlaggen — niets ontbreekt er.
Inmiddels is No. 488 vastgekoppeld aan de wagons en staat op kop van de trein. De seinarm gaat naar beneden. De conducteur blaast op het fluitje en zwaait met zijn groene vlag. Van de voorkant komt het levendige antwoord van de locomotief — F-U-U-T! Langzaam vaart meerderend, vertrekt onze trein. Eerst nauwelijks merkbaar, daarna steeds duidelijker, ontwikkelt zich de voor stoomtreinreizigers zo bekende zachte cadans. Het rèt-te-te-tèt dat opklinkt als wij over de naden tussen de spoorstaven heen rijden, versnelt. De locomotief rijdt puffend de flauwe helling op.
Het station achter zich latend, volgt onze trein een route door het lentelandschap, iets vertragend als hij tegen een steilere helling op moet, en voert ons tussen de opkomende korenvelden door. Verder gaat het, onder een bakstenen brug door, een weg over. Zijn stoomfluit blaast een waarschuwingssignaal als hij een bocht rondt om een bos in te duiken, waarbij de stoompluim aangeeft in welke richting wij gaan. Nu rijden wij langs een prachtig tapijt van grasklokjes (bluebells) en boterbloemen, wat de naam Bluebell Line verklaart. Vervolgens een slingerbeweging als de locomotief bij de nadering van station Horsted Keynes tegen de laatste glooiing op zwoegt. Wij passeren nog een seinpaal en maken dan tussen de twee hoofdperrons een statige entree, zo’n 20 minuten na ons vertrek.
Er is nu even tijd voor een snelle bezichtiging van de gerestaureerde stationsgebouwen en voor een kort oponthoud in de „Stationsrestauratie”, waarna wij weer instappen voor de terugreis. De locomotief is met succes gerangeerd en is nu vastgekoppeld aan het andere eind van onze trein voor de snelle afdaling naar Sheffield Park.
Kinderen op schoolreis, die wachten op hun eerste tochtje met een stoomtrein, drommen rond de uitstappende passagiers. Onder hen bevinden zich volwassenen met foto- en videocamera’s in de aanslag om het bewijs vast te leggen dat het stoomtijdperk voortleeft.
Opnieuw stoom op de hoofdlijnen?
Het succes van de particuliere lijnen heeft zijn invloed niet gemist op de nationale spoorwegmaatschappij, British Rail. Enkele oude stoomreuzen pronken nu in hun kleurrijke uitmonstering aan het hoofd van speciale excursietreinen op de normale hoofdtrajecten. De zachtblauwe Mallard bijvoorbeeld, befaamd om zijn in 1938 gevestigde snelheidsrecord van 203 kilometer per uur, heeft onlangs — voor het eerst sinds 1963 — onder stoom een trein van diens vaste verblijfplaats in het Nationale Spoorwegmuseum in York opgehaald.
Het behoud van stoomtractie op de hoofdlijnen heeft een warm plekje in het hart van iedere enthousiast gekregen. In de weekeinden wachten honderden van hen op de perrons op het opwindende gebulder van een stoomexpres. Halzen worden uitgerekt en hoofden gedraaid als de treinen met veel lawaai door de stations rijden, een bewijs dat het stoomtijdperk voortduurt. — Door Ontwaakt!-correspondent in Engeland.
[Illustratie op blz. 17]
Boven: Replica van de Locomotion, in 1825 gebouwd door George Stephenson & Co. voor de eerste openbare spoorlijn met stoomtractie
[Verantwoording]
Beamish North of England Open-Air Museum
[Illustratieverantwoording op blz. 15]
Beamish North of England Open-Air Museum
[Illustratieverantwoording op blz. 16]
Foto’s: The Bluebell Railway, Engeland