„Het kan niet waar zijn!”
„MAANDAG 31 mei 1982 was een prachtige dag. De zon scheen, de lucht was blauw, en ik dacht dat dit een prachtgelegenheid zou zijn om de tuin op te ruimen. Wij hadden pas de oude Chinese iep omgehakt, en er waren nog wat twijgen en takken op het gazon blijven liggen. Toen herinnerde ik mij dat onze vriend George een hakselmachine had die het werk gemakkelijker zou maken, en ik belde hem daarom op.
George was een ervaren piloot en vond het heerlijk om te vliegen. Het was daarom geen verrassing toen hij mij vertelde dat hij enkele vrienden had uitgenodigd voor een vliegtochtje en vroeg of wij daar ook wat voor voelden. Mijn vrouw Dianne en ik vonden dat dat een leuke afwisseling zou zijn na het opruimen van de tuin. Wij namen ons dochtertje van drie mee. Maria, een lief, pienter kind met donkerbruin haar en bruine ogen, was er helemaal opgewonden van.
Toen wij op het vliegveld aankwamen, stond daar nog een vriend zijn beurt af te wachten, en zo stapten wij met ons allen in het vierpersoonsvliegtuig. Wij vlogen het meer over en koersten op de bergen aan. Het was prachtig. Wij keken naar buiten en zagen onder ons de vertrouwde herkenningspunten. Enkele mensen waren op een heuvel aan het picknicken. Maria was verrukt. Toen wij over de top van de heuvel kwamen, werd het vliegtuig gegrepen door een onverwachte, sterke neerwaartse luchtstroming. De motor haperde en sloeg af, en het vliegtuig tuimelde naar beneden!
Mijn enige gedachte was dat ik tussen mijn vrouw, die Maria op haar schoot had, en de voorstoel moest zien te komen. Ik heb het niet gehaald — het vliegtuig raakte de zijkant van de berg.
Ik probeerde overeind te komen, maar kon mij niet bewegen. Ik kon Dianne om hulp horen roepen, maar ik kon niets doen. Het enige wat ik kon doen, was om hulp schreeuwen.
Ten slotte arriveerden medische reddingsteams om ons van de berg af te halen. Hoewel wij een voorbeeldige noodlanding hadden gemaakt, waren George en de vriend dood. De rest van ons was ernstig gewond. Maria had hoofdwonden en inwendige kwetsuren. Mijn schoonvader had de droeve taak mij aan mijn ziekenhuisbed te komen vertellen dat zij was gestorven — het trof mij tot in het diepst van mijn ziel. ’Waarom zij? Waarom niet ik? Het is niet rechtvaardig dat een kind zoals zij moest sterven’, dacht ik. Had ik maar niet ingestemd met dat vliegtochtje . . .
Dianne had haar rug gebroken en was er heel slecht aan toe. Drie weken na het ongeluk stierf ook zij. Ik had in één klap mijn kleine meisje en mijn vrouw verloren. ’Ik ben alles kwijt’, dacht ik. Hoe moest ik dit overleven?” — Zoals verteld door Jess Romero, New Mexico (VS).
„Mijn zoon Jonathan was op Long Island bij vrienden. Mijn vrouw, Valentina, vond het nooit fijn als hij daarheen ging. Zij maakte zich altijd zorgen vanwege het verkeer. Maar hij hield van elektronica, en zijn vrienden hadden een werkplaats waar hij praktijkervaring kon opdoen. Ik was thuis, in West-Manhattan. Mijn vrouw was op familiebezoek in Porto Rico.
Ik zat wat te dutten voor de tv. ’Jonathan zal wel gauw thuiskomen’, dacht ik. Toen ging de deurbel. ’Daar zul je hem hebben.’ Maar dat was niet zo. Het was de politie met enkele paramedics.
’Herkent u dit rijbewijs?’ vroeg de agent. ’Ja, dat is van mijn zoon Jonathan.’ ’Wij hebben slecht nieuws voor u. Er is een ongeluk gebeurd, en . . . uw zoon, . . . uw zoon is omgekomen.’ Mijn eerste reactie was: ’No puede ser! No puede ser!’ — het kan niet waar zijn!
Dat nieuws dat als een donderslag kwam, sloeg een wond in ons hart die nu, bijna twee jaar later, nog steeds niet volledig geheeld is.” — Zoals verteld door Agustín Caraballoso, New York (VS).
„Destijds, in het Spanje van de jaren ’60, waren wij een gelukkig gezin — ondanks de religieuze vervolging die wij ondergingen omdat wij Jehovah’s Getuigen waren. Ons gezin bestond uit María, mijn vrouw, en onze drie kinderen, David, Paquito en Isabel, respectievelijk 13, 11 en 9 jaar.
Op een dag in maart 1963 kwam Paquito thuis van school en klaagde dat hij zo’n verschrikkelijke hoofdpijn had. Het was ons een raadsel wat de oorzaak ervan was — maar niet lang. Drie uur later was hij dood. Een hersenbloeding had een eind aan zijn leven gemaakt.
Paquito is 24 jaar geleden gestorven. Maar toch zijn wij de diepe pijn van dat verlies tot op deze dag niet kwijtgeraakt. Ouders kunnen onmogelijk een kind verliezen zonder het gevoel te hebben dat zij iets van zichzelf zijn kwijtgeraakt — ongeacht hoeveel tijd eroverheen gaat en hoeveel andere kinderen zij ook hebben.” — Zoals verteld door Ramón Serrano, Barcelona (Spanje).
Dit zijn slechts enkele van de miljoenen tragedies waardoor gezinnen over de hele wereld worden getroffen. Zoals de meeste diepbedroefde ouders zullen bevestigen, is de dood, wanneer hij uw kind opeist, een werkelijke vijand. — 1 Korinthiërs 15:25, 26.
Maar hoe hebben deze diepbedroefde personen in de zojuist genoemde gevallen zich weten te redden? Is er na een dergelijk verlies ooit nog een normaal leven mogelijk? Bestaat er enige hoop dat wij onze gestorven geliefden zullen weerzien? Zo ja, waar en wanneer? Deze en andere hiermee verband houdende vragen zullen in de volgende artikelen worden beschouwd.
[Illustratieverantwoording op blz. 3]
The Daily Herald, Provo, Utah (VS)