Gezondheid voor allen — een fundamentele behoefte
DE MODERNE medische wetenschap heeft een opmerkelijke vooruitgang geboekt. De oorzaken van de grote plagen in het verleden zijn geen mysterie meer. Verbazingwekkende ontwikkelingen hebben tot moderne medische wonderen geleid.
Toch zijn de gezondheidsproblemen nog steeds verbijsterend. Ten tijde van de conferentie van 1978 over primaire gezondheidszorg had 80 procent van de landelijke en arme stedelijke bevolking van de wereld nog geen toegang tot enige gezondheidszorg, en 30 van elke 31 kinderen onder de vijf die dat jaar zouden sterven, leefden in de armere landen. In de „ontwikkelde” landen zorgen aantasting van het milieu, vervuiling en schadelijke afvalstoffen voor een groeiende bedreiging van het leven.
Het regionale WHO-bureau voor Europa voorziet voor het jaar 2000 niet zozeer gezondheid als wel een mogelijke crisis. In 1983 werd door deze instantie een boek uitgebracht, Health Crisis 2000, geschreven door Peter O’Neill, dat spreekt over het „huiveringwekkende besef” dat de geciviliseerde wereld ongemerkt is beslopen door een heel leger „nieuwe ziekten”. Welke zijn dit? Door milieufactoren veroorzaakte vormen van kanker, hartziekten, drugverslaving, geestesziekten, seksueel overdraagbare ziekten, „de drang tot zelfvernietiging van de roker en de drinker” en „de epidemie van verkeersongevallen die levens wegmaait en onze financiële hulpmiddelen uitput”. Deze „ziekten van de welvaartsstaat” verbreiden zich ook al in de armere landen.
Moderne problemen
Laten wij eens enkele van deze moderne problemen beschouwen:
KANKER is de op een na belangrijkste doodsoorzaak in de Verenigde Staten. Een op elke vier Amerikanen wordt erdoor getroffen. Over de hele wereld lijden wellicht 40 miljoen mensen aan deze ziekte. Kankerverwekkende stoffen zijn er in overvloed.
VERVUILING. Gevaarlijke produkten en schadelijke afvalstoffen verontreinigen het milieu. Verdelgingsmiddelen worden in voedsel aangetroffen. Rivieren en zeeën zijn vervuild. Op sommige plaatsen is zelfs het grondwater dat men uit putten haalt, verontreinigd.
DRUGVERSLAVING. „Langzaam naar de verdoemenis gaan” noemt Health Crisis 2000 drugverslaving. Het „proces van destructie van de jonge geest en het jonge lichaam . . . is zo afschuwelijk, en het herstellingsproces zo lang en moeizaam voor de patiënt en voor degenen die hem helpen, dat dit speciaal onderzoek verdient”, aldus het boek.
SEKSUEEL OVERDRAAGBARE ZIEKTEN. Door de morele ineenstorting heeft de verbreiding van geslachtsziekten het punt bereikt dat men van een pandemie spreekt — een wijdverbreide epidemie. Het tijdschrift World Health schrijft: „De verbreiding van ziekte onder de bevolking is thans zo algemeen geworden dat iedere seksueel actieve persoon [iemand die meerdere partners heeft] gevaar loopt een infectie op te doen.”
ALCOHOLMISBRUIK. Op veel plaatsen doen vrouwen, opgroeiende jongeren en zelfs jonge kinderen de gelederen van de alcoholisten aangroeien. Alcohol speelt naar verluidt een rol in meer dan 40 procent van alle verkeersongelukken. Zelfs de gezelligheidsdrinker kan een gezin verwoesten wanneer hij zijn kunnen achter het stuur van een auto bewijst.
MODERNE REIZEN. Het gemak van het moderne reizen heeft de snelle verbreiding van epidemieën over de hele wereld mogelijk gemaakt. AIDS en penicilline-resistente stammen van gonorroe zijn door reizigers over de hele wereld verbreid, en deze ziekten, zo zegt men, „hebben voordeel getrokken van de opmerkelijke mobiliteit van bevolkingen die zo karakteristiek is voor de twintigste eeuw”.
BEVOLKING. De bevolkingsexplosie en de snel verlopende verplaatsing van de plattelandsbevolking naar reeds overvolle steden maken de wereldgezondheidsproblemen nog gecompliceerder. In 1983 hadden 26 steden een bevolking van minstens vijf miljoen. Tegen 2000 zijn er wellicht 60 van dergelijke steden. Volgens World Health kunnen er dan meer dan een miljard mensen zijn die „op een niveau van extreme armoede in stedelijke gebieden leven”. Robert McNamara, de vroegere president van de Wereldbank, waarschuwde: „Als steden niet beginnen met een constructievere aanpak van armoede, kan de armoede wel eens een destructievere uitwerking op steden gaan hebben.”
Zo schijnt het doel van „gezondheid voor allen”, ondanks de inspanningen van vele hardwerkende en toegewijde mensen, ver buiten bereik. In feite moet de leus ook niet letterlijk worden genomen. Men heeft er nooit mee bedoeld dat iedereen gezond zou zijn maar dat ten minste voor allen primaire gezondheidszorg beschikbaar zou zijn. Het doel, zo zegt een WHO-brochure, is dat „gezondheidsvoorzieningen gelijkelijk verdeeld zullen zijn . . . dat essentiële gezondheidszorg voor iedereen toegankelijk zal zijn . . . en dat mensen betere benaderingen gebruiken dan zij nu doen” om ziekten en handicaps te voorkomen en te verlichten.
[Illustratieverantwoording op blz. 4]
P. Almasy/WHO