Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g86 22/5 blz. 4-6
  • Het allesovertreffende wapen en de wedloop naar zekerheid

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het allesovertreffende wapen en de wedloop naar zekerheid
  • Ontwaakt! 1986
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Pogingen om het atoom te internationaliseren
  • De wapenwedloop: actie en reactie
  • Pogingen tot wapenbeheersing
  • Spreken over vrede terwijl men zich voorbereidt op oorlog
    Ontwaakt! 1975
  • De nucleaire dreiging — Allesbehalve voorbij
    Ontwaakt! 1999
  • Kernoorlog — Nog steeds een dreiging?
    Ontwaakt! 2004
  • Zou het ondenkbare toch kunnen gebeuren?
    Ontwaakt! 1980
Meer weergeven
Ontwaakt! 1986
g86 22/5 blz. 4-6

Het allesovertreffende wapen en de wedloop naar zekerheid

„MEN is bezig een wapen te creëren met een ongeëvenaarde kracht, een wapen dat alle toekomstige oorlogvoering volkomen zal veranderen . . . Tenzij er inderdaad op tijd een of ander akkoord kan worden bereikt over beheersing van het gebruik van de nieuwe actieve stoffen, zou elk tijdelijk voordeel, hoe groot ook, uiteindelijk overvleugeld kunnen worden door een voortdurende bedreiging van de menselijke samenleving.” — De Deense kernfysicus Niels Bohr. Geschreven in 1944.

Een onderzoeksrapport van de Verenigde Naties verklaart: „Er is . . . geen enkel doel sterk genoeg om de intense uitwerking van kernwapens te weerstaan, er bestaat geen effectieve verdediging tegen een vastberaden aanval . . . In deze zin ziet de wereld zich gesteld tegenover het absolute wapen.”

Men realiseerde zich snel dat niet alleen in een paar seconden hele steden konden worden weggevaagd, maar dat de verwoesting betrekkelijk gemakkelijk tot stand gebracht kon worden — men hoefde niet eerst een leger te verslaan. Met kernwapens was het mogelijk om zonder ook maar één schermutseling binnen een dag de bevolking van een land uit te roeien en zijn economie totaal te verwoesten.

Het besef dat er geen effectieve verdediging bestond tegen atoomwapens, leidde tot de gedachte van nucleaire afschrikking. In november 1945 verklaarde de bevelhebber van de Amerikaanse Luchtstrijdkrachten, Henry H. Arnold, in een rapport aan de minister van Oorlog: „Werkelijke beveiliging tegen atoomwapens zal in de afzienbare toekomst afhangen van ons vermogen om met een overweldigende kracht onmiddellijk tot de aanval over te gaan. Het moet een potentiële agressor duidelijk zijn dat een aanval op de Verenigde Staten onmiddellijk wordt beantwoord met een ontzaglijk verwoestende tegenaanval met atoombommen.”

Velen geloven niet dat een dergelijke afschrikking werkelijke zekerheid kan verschaffen. Robert J. Oppenheimer, de briljante fysicus die de leiding had over de ontwikkeling van de atoombom, vergeleek de vijandige kernmogendheden met „twee schorpioenen in een fles, elk in staat om de ander te doden, maar slechts met gevaar voor eigen leven”. Wat recenter zei de Amerikaanse president Ronald Reagan dat de toestand waarin Amerika en Rusland zich bevinden, lijkt op twee mensen die elkaar een pistool tegen het hoofd houden.

Pogingen om het atoom te internationaliseren

In juni 1946 legden de Verenigde Staten de pas gevormde organisatie der Verenigde Naties een plan voor. Er zou een internationaal bureau opgericht moeten worden dat de autoriteit zou hebben om over de hele wereld controle en inspectie uit te oefenen op alle activiteiten in verband met kernenergie. Na de oprichting van zo’n instantie zouden de Verenigde Staten hun atoomgeheimen prijsgeven, hun bestaande atoombommen afdanken en er geen meer maken.

De Sovjet-Unie verklaarde dat de atoomwapens eerst zouden moeten worden weggedaan. Zodra dat gedaan was, zouden de regelingen voor controle en inspectie kunnen worden uitgewerkt. De kwestie kwam in een impasse terecht, en in de daaropvolgende jaren van koude oorlog verging de hoop dat er via de VN een atoomwapenbeheersing tot stand zou kunnen komen.

De wapenwedloop: actie en reactie

In 1949 brachten de Russen hun eerste atoombom tot ontploffing. Achterdocht en wantrouwen tussen Oost en West verdiepten zich, en de wapenwedloop begon nu in alle ernst. Het Amerikaanse antwoord op de Russische bom was de ontwikkeling van een veel en veel krachtiger wapen, de waterstofbom. De eerste die (in 1952) werd getest, was ongeveer 800 maal krachtiger dan de vroege atoombommen. Na slechts negen maanden hadden de Russen met succes hun eigen waterstofbom ontwikkeld.

Vervolgens kwam de intercontinentale ballistische raket (ICBM). De Sovjet-Unie kwam hier in 1957 als eerste mee. Nu was het uitvoeren van een atoomaanval een kwestie van slechts enkele minuten in plaats van enkele uren. De Verenigde Staten haastten zich om de achterstand in te halen en hadden tegen het daaropvolgende jaar de ICBM aan hun arsenaal toegevoegd.

In de tussentijd waren andere landen bezig met het ontwikkelen en testen van hun eigen atoombommen. Achtereenvolgens werden Groot-Brittannië, Frankrijk en andere landen kernmogendheden.

Het syndroom van actie en reactie bleef in de jaren ’60 onverminderd voortwoekeren. Zowel de Verenigde Staten als de Sovjet-Unie experimenteerden met antiraket-raketten. Beide leerden raketten vanaf onderzeeërs af te vuren. Beide ontwikkelden meervoudige kernkoppen.

De wedloop zette zich in de jaren ’70 voort met de betekenisvolle ontwikkeling van de zogeheten MIRV’s. Eén raket kon nu vele kernkoppen vervoeren, waarvan elk op een afzonderlijk doel gericht kon worden. De moderne Amerikaanse MX-raket, of Vredesbewaarder, bezit tien van zulke kernkoppen; dat is ook met de Russische SS-18 het geval. Elk raket kan derhalve tien steden vernietigen.

De raketten werden ook nauwkeuriger, en dit feit, te zamen met de ontwikkeling van de MIRV’s, leidde tot hernieuwde vrees. In plaats van de MIRV’s op steden te richten, konden en werden steeds meer MIRV’s op vijandelijke raketbases en militaire installaties gericht. Sommigen begonnen met de gedachte te spelen dat het mogelijk zou zijn een kernoorlog te winnen. Een krachtige, bij verrassing uitgedeelde eerste klap zou het vermogen of de wil van de vijand om terug te slaan, kunnen uitschakelen.

Beide zijden voelden zich gedwongen een dergelijke dreiging te beantwoorden door hun mogelijkheid tot vergelding zeker te stellen, zelfs al zou de vijand met een succesvolle verrassingsaanval als eerste toeslaan. Zonder vergeldingsmogelijkheid, zo redeneerde men, bestonden er nog maar weinig beletselen tegen vijandelijke agressie; ja, agressie zou wel eens onweerstaanbaar verleidelijk kunnen zijn. En vandaar — meer wapens.

Nu bevinden wij ons al ver in de jaren ’80 en de wapenwedloop gaat nog steeds in halsbrekend tempo voort. Een recente toevoeging aan het wapenarsenaal is de neutronenbom — een kleine waterstofbom die ontworpen is om mensen met straling te doden maar gebouwen en voertuigen intact te laten. Een andere is de kruisraket — die in staat is om net over de boomtoppen (en beneden het bereik van de vijandelijke radar) door de lucht te scheren en een nauwkeurig geplaatste nucleaire aanval te doen op een 2400 kilometer verder gelegen doel. De jongste aanvulling, die de populaire benaming „Star Wars” (Sterrenoorlog) heeft gekregen, betrekt de buitenaardse ruimte bij het slagveld.

Pogingen tot wapenbeheersing

Hoewel het verloop van de wapenontwikkeling misschien de indruk wekt dat de kernwapenwedloop volslagen onbeteugeld is voortgegaan, zijn er niettemin een paar akkoorden bereikt. Sommige daarvan beperken het testen van bepaalde wapensystemen of stellen er een maximumaantal voor vast, terwijl andere akkoorden de verspreiding van kernwapens tot andere landen buiten de kernmogendheden verbieden.

Deze akkoorden zijn slechts bereikt na moeizame, zeer tijdrovende inspanningen. En geen enkel akkoord heeft tot een betekenisvolle vermindering in de bestaande wapens geleid.

De kern van het probleem is dit: De supermogendheden koesteren een diep wantrouwen en diepe vrees voor elkaar. Ironisch genoeg leidt de daaruit voortvloeiende onzekerheid slechts tot een vraag naar meer wapens. Meer wapens zorgen er op hun beurt voor dat beide zijden er voor elkaar alleen maar bedreigender en onheilspellender uitzien; vandaar dat mensen zich onzekerder voelen dan ooit.

[Inzet op blz. 5]

„Wanneer olifanten vechten, zal ook het gras eronder lijden”

[Diagram op blz. 5]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

Een MX-raket heeft de kracht van 300 Hirosjima-bommen, genoeg om een gebied van 620 km2 te verwoesten

MANHATTAN

Ontploffing van Hirosjima-bom

Ontploffing van MX-raket

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen