De roede der liefde bracht een verandering van hart teweeg
Door Ontwaakt!-correspondent in Japan
PLOTSELING maakte zich uit de ongeveer 250 leerlingen die bij elkaar waren gekomen om te repeteren voor de diploma-uitreiking, een groepje van ongeveer twaalf jongens los en begaf zich naar de voorkant van de zaal. Zij stelden zich naast elkaar op en draaiden zich om naar de overige leerlingen. Toen men in hen de ruwste knapen van de school herkende, die berucht waren om hun terreur en hun vandalisme, kreeg iedereen, met inbegrip van de docenten, het benauwd.
Uit de groep stapte een 15-jarige jongen naar voren die de leider van de bende scheen te zijn, boog het hoofd en begon op sombere toon te spreken.
„Wij bieden onze excuses aan voor de last die wij iedereen bezorgd hebben”, zei hij. „Wij beseffen nu dat het dwaas was wat wij deden. Van nu af willen wij met een schone lei beginnen. Onze verontschuldigingen gelden ook de leraren, die ons niet hebben laten vallen maar ons tot het laatst toe zijn blijven vermanen. Vergeef ons alstublieft. Wij hebben misbruik gemaakt van u allen . . .”
Terwijl hij zich onhandig door zijn toespraak heen worstelde, kregen sommigen van de leraren de tranen in de ogen. Toen kwamen een voor een de andere vechtersbazen naar voren en verklaarden: „Ik ga mijn leven beteren.”
Een algemeen probleem
Dit tafereel, dat zich afspeelde op een middelbare school in Kawasaki, een industriestad ten zuiden van Tokio, werd door een vooraanstaande Japanse krant, de Jomioeri Sjimboen, een „Verklaring van berouw” genoemd. Zoals zoveel scholen in Japan heeft de Tadjima-school de afgelopen jaren zwaar te lijden gehad van gewelddadigheden. Uitbarstingen van geweld waren aan de orde van de dag. Leerlingen trapten de deuren van toiletten en lokalen in, staken met bezemstelen gaten in het plafond, stelden het alarm in werking en vernielden allerlei eigendommen van de school. Een leraar werd voor twee weken het ziekenhuis in geslagen omdat hij een leerling over zijn haardos had onderhouden.
Op een andere middelbare school in het district Matjida van Tokio sarden en intimideerden leerlingen een leraar wiens gezondheid was aangetast door de atoombom op Hirosjima. „Het was een koud kunstje die man te bedreigen”, zei een van de jongens, „want als wij hem maar eventjes te na kwamen, liet hij al merken hoe bang hij was.” Na weken achtereen door de leerlingen te zijn opgejaagd, geslagen en gestompt, reageerde deze leraar door een van de aanvallers met een mes neer te steken.
Geweld op school is in het hele land zo’n groot probleem geworden dat premier Nakasone het onlangs een binnenlandse aangelegenheid van de hoogste prioriteit heeft genoemd. En het Ministerie van Onderwijs heeft een werkgroep opgericht om het probleem te bestuderen.
Wat is de oorzaak?
Zoals te verwachten was, raakte het publiek verontrust over dergelijke gevallen van geweld en misdadig gedrag op de scholen. En de onvermijdelijke vraag is: Waar komen die problemen uit voort?
Volgens een enquête van het Japanse Nationaal Beleidsbureau was meer dan de helft van degenen die reageerden van mening dat de voornaamste oorzaak van het rijzend getij van geweld op school niets anders is dan de toegeeflijkheid en inschikkelijkheid van ouders die hun kinderen niet behoorlijk in de hand hebben.
In dezelfde geest opperde een 74-jarige topfunctionaris uit Tokio in een ingezonden brief aan de Jomioeri Sjimboen dat „de zwaarste verantwoordelijkheid berust bij de ouders die in de naoorlogse periode zijn opgevoed”. Deze ouders, zo zette hij uiteen, groeiden op in de tijd dat Japan moeizaam herrees uit de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog. Ontberingen, gebrek en armoede waren hun dagelijks lot. Maar in deze tijd van overvloed willen zij er per se voor zorgen dat hun kinderen niet dezelfde ellende zal overkomen. Zij overladen hen met alles wat zij maar zouden kunnen wensen. „Het resultaat is”, schreef de functionaris, „dat zij hun kinderen hebben leren geloven dat aan al hun eisen voldaan zal worden.”
Anderen hebben erop gewezen dat het onderwijsstelsel zelf ook schuld draagt: „Het onder zware druk instampen van kennis is een van de voornaamste oorzaken van het geweld op school”, zei Mitjio Nagai, een voormalig minister van onderwijs. En leerlingen waren het daarmee eens. „Het verbaasde mij niet”, zei een 16-jarige naar aanleiding van de recente onlusten. „Velen van ons — ikzelf ook — voelen ons gefrustreerd door het systeem en over de leraren.”
Maar ondanks alle beschuldigende vingers bleek er geen snelle oplossing te zijn voor het probleem van jeugdmisdaad en geweld op school. Uit een enquête door het Nationaal Genootschap van Middelbare-schooldirecteuren bleek veeleer dat veel schoolfunctionarissen verwachten dat het probleem zich nog verder zal uitbreiden en dat het einde nog lang niet in zicht is.
Door dit alles was het des te intrigerender wat er die ochtend op de middelbare school Tadjima was gebeurd. Hoe kwam het dat de hele bende van deze school naar voren trad om de leerlingen hun excuses aan te bieden, terwijl veel andere scholen de politie te hulp moeten roepen om zich te beschermen?
In de slag tegen het geweld
Na het verslag over de verrassende „Verklaring van berouw” op Tadjima publiceerde de Jomioeri Sjimboen een gedetailleerd relaas over de gebeurtenissen die klaarblijkelijk hebben geleid tot de verandering van hart bij de bende. Het verslag verscheen onder de kop: „De roede der liefde leidt tot hervorming van schoolgeboefte”. Onder die kop verscheen een citaat zonder bronvermelding: „Wie zijn roede inhoudt, haat zijn zoon.”
„Deze leerlingen zijn niet van de ene dag op de andere veranderd”, zo zei het verslag. Twee jaar geleden werd op Tadjima een nieuwe docent, Sjingi Sjimojama, benoemd als schooldecaan. Er werd een vergadering uitgeschreven voor het voltallige lerarenkorps. Volgens het kranteverslag gebeurde daar het volgende:
„Leraar Sjimojama . . . sloeg een bijbel open en las een vers voor dat luidde: ’Wie zijn roede inhoudt, haat zijn zoon.’” Vervolgens stelde hij voor dat de leraren een verenigd front zouden vormen en dat er strenge straffen zouden worden gegeven voor overtredingen als lijmsnuiven, roken, spuwen, vernietigen van schooleigendommen, enzovoort. De andere docenten waren het daarmee eens en zeiden: „Wij moeten eens ophouden verkeerde dingen door de vingers te zien onder het mom van vriendelijkheid. Laten wij ophouden onze ogen te sluiten voor het kwaad, alleen om problemen uit de weg te gaan en te kunnen zeggen dat wij zo aardig en barmhartig zijn.”
Het is goed erop te wijzen dat hoewel de misdaad in Japan op het ogenblik toeneemt, leraren daar over het algemeen nog zeer veel achting genieten of zelfs vereerd worden. Op de meeste scholen beginnen en eindigen de lessen nog steeds met het uitwisselen van buigingen tussen leerlingen en leraren, en zijn strenge straffen, met inbegrip van lijfstraffen, nog steeds aanvaardbaar, ook al worden ze zelden toegepast.
Welke invloed hadden de maatregelen op de leerlingen? Reageerden zij met geweld, misschien door de leraren te bedreigen of in elkaar te slaan? Tot ieders verbazing „erkenden de vechtersbazen binnen de kortste keren dat Sjimojama boven hen stond”, zegt het verslag. „’Wij hebben een heel bijzondere leraar gekregen’, zeiden zij. ’Leraar Sjimojama is de enige naar wie niemand een vinger zal uitsteken.’”
Behalve dat de leraren streng zouden zijn, besloten zij dat zij de leerlingen die straf gekregen hadden, zouden oproepen of opzoeken om een persoonlijk gesprek met hen te voeren. Die bezoeken en de individuele aandacht brachten de leerlingen en leraren nader tot elkaar.
Al die tijd hield de harde kern zich op de vlakte en keek de kat uit de boom. Maar de teamgeest en de kennelijke voldoening bij zowel leerlingen als leraren maakten iets in hen los. Al gauw drong het tot hen door dat stoer doen alsof zij belangrijk waren eigenlijk kinderachtig en dwaas was, en dat inzicht leidde ten slotte tot de „Verklaring van berouw”.
Het geheim van het succes
Die ontegenzeglijk indrukwekkende geschiedenis kreeg in Japan veel publiciteit. Sjimojama’s methoden hadden bij die unieke cultuur en achtergrond succes. Of dezelfde aanpak op andere scholen en in andere landen zou slagen, zou afhangen van een groot aantal factoren. Niettemin tonen de gebeurtenissen op de middelbare school Tadjima aan dat jonge, weerspannige harten gewonnen kunnen worden door liefdevol maar streng onderricht toe te dienen.
Terloops zij opgemerkt dat de leraar Sjimojama een getuige van Jehovah is. Het bijbelvers dat hij zijn collega’s voorlas, was Spreuken 13:24, dat in zijn geheel als volgt luidt: „Wie zijn roede inhoudt, haat zijn zoon, maar wie hem liefheeft, díe zoekt hem werkelijk met streng onderricht.” Deze schriftplaats wijst natuurlijk op het belang van streng onderricht thuis — de „roede” van het ouderlijk gezag. Hoewel leraren en anderen kunnen helpen, zou het toch veel beter zijn als ouders dit beproefde bijbelse beginsel ter harte zouden nemen en het thuis in praktijk zouden brengen.
[Illustratie op blz. 18]
De bendeleider biedt leerlingen en leraren excuses aan