Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g84 8/8 blz. 4-7
  • Gandhi — Wat maakte hem tot de man die hij was?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Gandhi — Wat maakte hem tot de man die hij was?
  • Ontwaakt! 1984
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een zeer belangrijke beslissing
  • Zelfrespect voor de onaanraakbaren
  • Gandhi — Waarom velen naar hem opzagen
    Ontwaakt! 1984
  • Van onze lezers
    Ontwaakt! 1984
  • Christenen en kaste
    Ontwaakt! 1998
  • De tirannie der kaste
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
Meer weergeven
Ontwaakt! 1984
g84 8/8 blz. 4-7

Gandhi — Wat maakte hem tot de man die hij was?

OM GANDHI te begrijpen moeten wij ons inleven in twee gebeurtenissen die in een vroeg stadium zijn denken hebben gevormd. Laten wij teruggaan naar het jaar 1869 in de staat Gujarat in het noordwesten van India, een gebied dat wordt uitgemergeld door hete, droge winden gevolgd door verwoestende overstromingen. Daar wordt Gandhi geboren in een welgestelde familie die, zoals de meeste Gujarati, er trots op is dat er in hun staat zo veel brahmanen (leden van de priesterkaste) zijn. Traditioneel is de hindoe-maatschappij verdeeld in vier grote kasten of klassen die onderling scherp gescheiden zijn. (Zie het kadertje op blz. 5.)

Op een leeftijd van 18 jaar begint Gandhi aan zijn eerste treinreis naar Bombay om vandaar voor een rechtenstudie naar Engeland te vertrekken. Zijn vrouw Kasturbai met wie hij al heel jong getrouwd is, en een zoon laat hij achter. Voordat hij aan boord gaat van het stoomschip Clyde, wordt Gandhi voor de oudsten van zijn kaste geroepen die hem in niet mis te verstane bewoordingen meedelen dat hij als hij zijn reis naar Engeland doorzet, officieel uit zijn kaste gestoten zal worden. Waarom? „Men moet daar met Europeanen eten en drinken”, argumenteren zij. „Ik geloof niet dat het ook maar enigszins tegen onze religie is om naar Engeland te gaan”, antwoordt hij. De oudsten van zijn kaste beschouwen het als taboe dat hij zich mengt onder blanken, die verontreinigd zijn omdat zij vlees eten en alcohol drinken. Gandhi protesteert dat dat een geval van omgekeerde kaste-discriminatie is. Zij blijven doof voor zijn smeekbeden en als Gandhi India verlaat, is hij uitgestoten uit zijn vaisja-kaste (de kaste van boeren en handelaars).

Het leven in Engeland is niet gemakkelijk voor Gandhi. Hij is niet alleen een buitenlander maar bovendien een „koloniale” Indiër, en hij kon zich alleen maar aan de buitenkant van de Britse maatschappij bewegen. Hij begrijpt het niet, omdat degenen die hem discrimineren, zich christenen noemen. Hij had zich al een mening gevormd over het christendom: „Ik kreeg er een zekere afkeer van”, schreef hij. „En niet zonder reden. In die dagen plachten christelijke zendelingen [in India] zich in de buurt van de middelbare school op te stellen . . . de hindoes en hun goden met beschimpingen overladend. Ik kon dit niet verdragen.” Ook in Engeland heeft Gandhi het moeilijk met de discriminatie die hij zich door „christenen” moet laten welgevallen. Wat is zijn oordeel? ’Ik heb liefde voor Christus, maar ik veracht christenen omdat zij niet leven zoals Christus leefde.’

Engeland als afgestudeerd jurist verlatend probeert Gandhi in Zuid-Afrika een rechtskundige praktijk uit te oefenen. Daar ontmoet hij vanaf het begin raciaal vooroordeel. Ondanks zijn treinkaartje eerste-klas wordt hij uit een treincoupé verwijderd en wordt hem gezegd dat hij in een wagon voor niet-blanken moet reizen. Gandhi’s protesten vinden geen gehoor. Hij wordt met sterke hand de trein uitgezet en kan de nacht in de stationswachtkamer doorbrengen.

Een zeer belangrijke beslissing

Die nacht nam hij het besluit nooit te buigen voor geweld en nooit geweld te gebruiken om een zaak te winnen. Op het incident terugkijkend schreef hij: „Het ongemak waaraan ik was onderworpen, was maar oppervlakkig — een symptoom slechts van de diepliggende ziekte van een op huidkleur gebaseerd vooroordeel. Ik zou moeten trachten om indien mogelijk de ziekte uit te roeien, en bereid moeten zijn in de loop van dat proces ongemakken te verduren.”

Laten wij nog even stilstaan bij deze twee vormende incidenten in Gandhi’s leven. In het eerste geval, voordat hij naar Engeland gaat, wordt Gandhi verworpen door zijn eigen mensen omdat het zijn wens is omgang met blanken te hebben. In het tweede geval zijn het blanken die Gandhi de trein uitgooien vanwege zijn huidkleur. Niet slechts het feit dat hijzelf gekwetst of vernederd werd, maakte Gandhi zo woedend; het was het diepgewortelde kankergezwel van de onmenselijkheid van de ene mens jegens de andere vanwege verschillen in huidkleur.

Hij schreef later: „Zo lang deze minachting voor de niet-blanke bij de blanke bestaat, zo lang zullen wij moeilijkheden hebben.” Er moet gezegd worden dat Gandhi’s uitspraak evenzeer de Indiërs gold, die duizenden jaren lang een kastestelsel hadden gehandhaafd dat gebaseerd was op verschillen in huidkleur. In deze segregatie stond Indiër tegenover Indiër, brahmaan tegenover onaanraakbare.

Zelfrespect voor de onaanraakbaren

Bij zijn terugkeer naar India trof Gandhi daar een afschuwelijke verdeeldheid en littekens veroorzaakt door kastescheidingen. Hoe kunnen wij de Engelsen veroordelen, zo merkte hij op, wanneer wij schuldig zijn tegenover de onaanraakbaren die onze eigen broeders zijn? „Ik beschouw onaanraakbaarheid als de grootste schandvlek van het hindoeïsme”, zei hij. Door het instituut van onaanraakbaarheid te sanctioneren had het hindoeïsme volgens Gandhi gezondigd.

Gandhi maakte de zaak van de onaanraakbaren tot de zijne. Hij leefde onder hen. Hij at met hen. Hij maakte hun toiletten schoon. Hij probeerde hun zelfrespect te herstellen. Hij gaf hun een waardige naam — niet langer waren zij onaanraakbaren, maar harijans, mensen van de god Vishnu. „Het is noodzakelijk voor ons hindoes dat wij berouw hebben van het kwaad dat wij hebben bedreven, . . . wij moeten hun de erfenis teruggeven waarvan wij hen hebben beroofd”, schreef hij.

Wat was de erfenis van de harijans, volgens Gandhi? Menselijke waardigheid, de fundamentele erfenis van alle mensen. De harijan wil gewoon als mens behandeld worden, en niet als een dier, argumenteerde hij. Wie beroofde hem daarvan? Volgens Gandhi waren dat zijn medehindoes. „De wreedste misdaden waarvan de geschiedenis het bericht heeft bewaard, zijn begaan onder de dekmantel van religie”, zei hij. Hij maakte heel India beschaamd door te weigeren de grote tempels binnen te gaan waarvan de poorten eeuwenlang voor hindoe-aanbidders uit de lagere kasten gesloten waren geweest. „Er is daar geen God”, vertelde hij de menigten die zich er verzamelden. „Als God hier zou zijn, zou iedereen toegang hebben.” Eens kwam een kennelijk welgestelde zendeling naar Gandhi om zijn advies in te winnen hoe de kastelozen, de paria’s in de Indiase dorpen geholpen konden worden. Gandhi’s antwoord vormde een uitdaging aan het christendom: „Wij moeten van ons voetstuk afkomen en onder hen leven — niet als buitenstaanders, maar in elk opzicht als een van hen, hun lasten en hun zorgen delend.”

„In het woordenboek van geweldloze actie komt het begrip ’vijand van buiten’ niet voor”, zei Gandhi. Nu de toekomst van de hele wereld op het spel staat, zoals een moderne schrijver opmerkte, zijn alle geschillen „onderling” en als het ons doel is de mensheid te redden, dan moeten wij de menselijke waardigheid van iedereen respecteren. Segregatie gebaseerd op kaste is een ontkenning van respect, en daarom lijden mensen. Hun lijden is geen stil dulden meer. Het wordt weerspiegeld in de statistieken van misdaad en geweldpleging. Daarom rijst de vraag: Hebben Gandhi’s idealen effect gehad? Hoe staat het met geweldloosheid in India? Hoe praktisch zijn Gandhi’s ideeën voor de wereld in het algemeen?

[Kader op blz. 5]

Kaste en kleur

Het Mahabharata, het religieuze geschrift van de hindoes, zegt:

1. „De kleur van de brahmanen was wit [hoogste kaste, bestaande uit priesters en geleerden],

2. die van de ksatriyas rood [tweede kaste, krijgslieden en edelen],

3. die van de vaisjas geel [derde kaste, boeren en handelaars],

4. en die van de sjudras zwart [vierde kaste, de werklieden].”

Hieronder en buiten de structuur van de maatschappij staande bevonden zich de onreinen, de onaanraakbaren.

Met betrekking tot dit kastestelsel berichtte The Hindu:

„De commissie-Mandal heeft gewaarschuwd tegen iedere veronderstelling als zou het kastestelsel op zijn retour zijn . . . Als ooit religie als opium voor de massa’s gebruikt is, dan wel in India. Een kleine priesterkaste heeft op subtiele wijze het denken van de overgrote meerderheid van het volk weten te conditioneren en hen eeuwenlang gehypnotiseerd om met nederigheid een rol van dienstbaarheid te aanvaarden. . . . Aangezien iemands kaste ieder aspect van zijn leven conditioneerde en beheerste, zo zegt de commissie, leidde dat tot een situatie waarin de lagere kasten in ontwikkeling achterbleven, niet alleen maatschappelijk, maar ook economisch en politiek en in onderwijs. Maar de hogere kasten maakten in alle richtingen vorderingen.” — 4 mei 1982.

[Kader op blz. 6]

Als u een onaanraakbare bent

● veegt u de straten, kunt u latrines schoonmaken of mag u de karkassen van dieren hanteren

● kunt u het huis van een lid van een hogere kaste niet binnengaan. Brahmanen zullen u niet toestaan een hindoetempel binnen te gaan

● kunnen uw kinderen niet buiten hun kaste huwen

● behoort u in de steden tot de bezitlozen — in krottenwijken wonend en verlangend naar de fundamentele levensbehoeften van voedsel, onderdak en water

Onaanraakbaarheid is in India sinds 1950 bij de wet verboden. Toch heeft een recent onderzoek in ongeveer duizend dorpen in heel India onthuld dat als u een onaanraakbare zou zijn, 61 procent van de andere mensen u geen gebruik zou laten maken van hun waterput, 82 procent u niet zou toestaan de tempel binnen te gaan, 56 procent zou weigeren u onderdak te verlenen, 52 procent van de wasbazen u hun diensten zou weigeren en 45 procent van de kappers u niet zou scheren

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen