Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g83 8/8 blz. 5-8
  • Wat het verleden ons over de toekomst vertelt

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wat het verleden ons over de toekomst vertelt
  • Ontwaakt! 1983
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Waarom men geen acht slaat op waarschuwingen
  • Gevolgen van een passieve houding
  • Lessen die hieruit geleerd moeten worden
  • Hoe succesvol zijn we geweest met het redden van het milieu?
    Ontwaakt! 2003
  • Hoe reëel zijn uw vooruitzichten voor de toekomst?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1984
  • Geloof en uw toekomst
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
  • Kunnen mensen blijvende vrede en zekerheid brengen?
    Ware vrede en zekerheid — Hoe kunt u die vinden?
Meer weergeven
Ontwaakt! 1983
g83 8/8 blz. 5-8

Wat het verleden ons over de toekomst vertelt

DE TOEKOMST is reeds lang een populair onderwerp. In een openbare bibliotheek zult u er al gauw een hele plank boeken over aantreffen. Een nauwkeuriger onderzoek zal aan het licht brengen dat vele van deze boeken 20 of zelfs 30 jaar geleden werden geschreven. George Orwells satirische roman 1984, gepubliceerd in 1949, schilderde een beeld van een van alle menselijkheid beroofde samenleving onder een totalitair bewind. In 1962 vestigde Rachel Carsons boek Silent Spring (Dode lente) wereldwijd de aandacht op het gevaar van vervuiling van het milieu als men in het wilde weg chemicaliën blijft gebruiken. Sindsdien zijn er heel wat best-sellers over dit onderwerp verschenen.

Maar wat hebben alle voorspellingen en waarschuwingen bewerkstelligd? Hebben ze het publiek en de autoriteiten wakker geschud en ertoe aangezet tot handelen over te gaan om de problemen te beteugelen en de toekomst veilig te stellen? De schrijver van de best-seller The Population Bomb, Paul Ehrlich, die sinds de jaren ’60 over milieukwesties heeft gepubliceerd en gesproken, had dit te zeggen: „In bepaalde opzichten hebben we heel wat bereikt. We hebben de milieuwetgeving, we hebben verklaringen die betrekking hebben op het milieu, en ga zo maar door. Maar het is in de verste verte niet genoeg om gelijke tred te houden met de snelheid waarmee wij onze omgeving aan het vernielen zijn . . . Ik heb een heleboel adem verspild, denk ik.” Hij vatte zijn hoop voor de toekomst als volgt samen: „Als onverdeeld optimistisch op 10 komt, en volslagen pessimistisch één is, dan zou ik het op één komma twee willen stellen.” Alle boeken, rapporten, studies en conferenties in de afgelopen tientallen jaren hebben dus maar weinig uitgehaald: de mens heeft nog dezelfde instelling ten aanzien van de toekomst.

Waarom men geen acht slaat op waarschuwingen

Waarom zijn de wereldtoestanden blijven verslechteren, in weerwil van alles wat de experts ons vertellen? Komt het doordat de meeste mensen in deze tijd onverschillig staan tegenover hun toekomst? Hoe vreemd het ook mag klinken, dat is precies wat onderzoekers hebben ontdekt — de meeste mensen geven meer om het heden dan om de toekomst.

Zo bericht een artikel in Psychology Today, getiteld „De toekomst kan wel voor zichzelf zorgen”, over de resultaten van een onderzoek dat zich over de hele VS uitstrekte: „Tot in een misschien wel ongezond grote mate werden de gedachten [van de mensen] beheerst door het heden. Economische zorgen verdrongen al het andere — zelfs misdaad, religie, vrede in de wereld.” Het opinieonderzoek liet bijvoorbeeld zien dat wanneer mensen werd gevraagd wat zij het liefst wilden, er in een verhouding van vijf tegen één werd gekozen voor een betere levensstandaard voor zichzelf boven een betere toekomst voor hun kinderen.

Wij mogen ook het effect niet onderschatten van de wijdverbreide praktijk van het manipuleren van informatie, ja zelfs het vervormen ervan, door regeringen, handelsconcerns, industrieën, enzovoort. Zo gebeurt het vaak genoeg dat informatie over de schadelijke effecten van een produkt zoals asbest, of een project als kernenergie, onderdrukt wordt. Of dat knappe advertentiecampagnes, en zelfs bangmakerij, gebruikt worden om het publiek onwaarheden te laten geloven of goed gefundeerde waarschuwingen te doen negeren. Ook als ten slotte de waarheid dan toch aan het licht komt, is het netto-effect dat het publiek sceptisch en cynisch wordt met betrekking tot de uitspraken van deskundigen en nog veel minder bereid zal zijn ten behoeve van de toekomst veranderingen aan te brengen of zich opofferingen te getroosten.

In het algemeen lijkt de belangstelling en betrokkenheid van mensen dus geconcentreerd op het hier en nu, en op henzelf. Natuurlijk denken zij wel aan de toekomst, maar de meesten zijn van mening dat zij er toch weinig aan kunnen doen. Wat zij belangrijk vinden, zijn de dagelijkse aangelegenheden van het leven en ’wat zij daar nu wijzer van kunnen worden’. De toekomst moet maar voor zichzelf zorgen, vinden zij.

Gevolgen van een passieve houding

Deze instelling heeft een belangrijke rol gespeeld in de loop van de gebeurtenissen die ons de huidige kritieke wereldtoestanden hebben opgeleverd. Vele van de ernstige bedreigingen van een betere toekomst — kernoorlog, vervuiling, misdaad en geweld, om er een paar te noemen — zijn het resultaat van tientallen jaren van negeren van waarschuwingen of verhullen van feiten.

De dreiging van een kernoorlog en de gevaren van de internationale bewapeningswedloop worden al lange tijd onderkend. Protesten en waarschuwingen klinken al vele jaren. In 1964, bijna twintig jaar geleden, wezen twee eminente Amerikaanse geleerden, in die dagen presidentiële adviseurs, op de dwaasheid van de bewapeningswedloop: „Beide zijden in de bewapeningswedloop worden aldus geconfronteerd met het dilemma van het voortdurend vergroten van militaire macht en het voortdurend verkleinen van nationale zekerheid. . . . Het duidelijk voorspelbare verloop van de bewapeningswedloop is een gestage neerwaartse spiraal, eindigend in de vergetelheid.” Met andere woorden, hoe meer de natiën zich bewapenen, hoe onzekerder zij zich zullen voelen, en het eindresultaat zal een catastrofe zijn.

Is een dergelijk advies serieus genomen? In een recente rede tot het Britse parlement verklaarde de Amerikaanse president Ronald Reagan nadrukkelijk: „Onze militaire kracht is een noodzakelijke voorwaarde voor vrede.” Kennelijk is dat het standpunt van de meeste huidige regeringen, want in naam van nationale zekerheid hebben ze zich met steeds meer en steeds dodelijker oorlogstuig toegerust — nucleaire, chemische, biologische, en andere wapens. In navolging van de grote mogendheden is nu ook een aantal van de ontwikkelingslanden niet ver meer verwijderd van toetreding tot de kernwapenclub. Het gevolg is dat geen enkele natie zich nog zeker voelt, en dit alles brengt de mens en zijn tehuis, onze aarde, aan de rand van de afgrond.

Jarenlang hebben milieudeskundigen hun afkeuring uitgesproken over de verwoestende uitwerking van allerlei technologische ontwikkelingen op lucht, water, bodem en plante- en dierenleven. Maar de verlokkingen van winst en een hogere levensstandaard bleken een veel sterkere aantrekkingskracht uit te oefenen. Als een project werkgelegenheid en winst oplevert, vinden mensen dat de schade aan het milieu of mogelijke gevaren voor de gezondheid genegeerd mogen worden. Een duidelijk bewijs hiervan wordt gevormd door wat in Minamata in Japan gebeurde. In het begin van de jaren ’50 werd ontdekt dat de hoge concentratie methylkwik in de vis die werd geconsumeerd door de bewoners van de vissersdorpjes dicht bij die stad, aanleiding gaf tot ernstige aantasting van het gehoor, gezichtsvermogen en de spraak, en tot misvormingen van het lichaam en de ledematen bij baby’s en oudere mensen. Het kwik was afkomstig van lozingen van fabrieken in die streek. Er werd geen actie ondernomen totdat een tweede uitbarsting van ziektegevallen in Niigata de regering dwong een instantie voor controle van vervuiling in het leven te roepen.

Over de hele wereld is een veelvoud van dit soort gevallen aan te wijzen. En vele betreffen nog veel ernstiger problemen, zoals zure regen, aantasting van de ozonlaag, toename van kooldioxide in de atmosfeer en het dumpen van chemisch afval. Het totale resultaat is niet alleen lichamelijke schade voor de mensen in Japanse vissersdorpjes maar een mogelijke ineenstorting van het hele leven onderhoudende systeem van de aarde. En toch ’bestaat er mondiaal nog steeds een gezapige kalmte als het om het milieu gaat’, zegt James A. Lee, directeur voor milieuzaken van de Wereldbank. „Ondanks de grotere bewustwording in de afgelopen tien jaar”, voegt hij eraan toe, „worden milieukwesties op een of andere manier niet voldoende serieus genomen of lijken de consequenties naar tijd gerekend te ver verwijderd.” Mensen en natiën zijn te zeer verwikkeld in de huidige economische en politieke kwesties om zich druk te maken over de toekomst.

Er kunnen nog andere voorbeelden worden aangehaald, zoals de zieke wereldeconomie en de algemeen heersende criminaliteit en gewelddadigheid, stuk voor stuk zaken die een grote invloed hebben op de kwaliteit van het leven. Eenvoudig gesteld is veel hiervan het gevolg van ’s mensen onbedwingbare verlangen naar genoegens en rijkdom nú. Alleen oog hebbend voor hun eigen belangen, laten zij alle maatstaven en beperkingen varen en tonen geen enkele achting voor andermans eigendommen en leven. En omdat zij alles nu willen hebben, maken individuele personen — en regeringen — overvloedig gebruik van kopen op krediet, met als gevolg een voorthollende inflatie die alles wat zij bezitten kan ontwaarden. Zolang de „ik eerst”-filosofie en de „nu meteen”-mentaliteit blijven bestaan, is het onwaarschijnlijk dat de toekomst ook maar iets beter zal zijn.

Lessen die hieruit geleerd moeten worden

Wat kunnen wij uit dit alles leren? Wat vertelt het verleden ons over de toekomst?

Ten eerste is het, in weerwil van alle nu nog overvloediger informatie over de ontwikkelingen en gevaren, hoogst onwaarschijnlijk dat mensen anders zullen handelen dan in het verleden. Veel van de informatie zal men blijven negeren, net zoals dat vroeger is gebeurd. Als een betere toekomst afhankelijk is van de bereidheid van mensen om offers te brengen en hun levenswijze te veranderen (en vele deskundigen erkennen dat dat het geval zal moeten zijn), dan hebben wij heel weinig reden om optimistisch te zijn. Het voorbehoud „tenzij er iets gebeurt”, dat wij in de voorspellingen van de futurologen aantreffen, rust op een heel wankele grond.

Ernstiger nog is echter het feit dat vele van de huidige moeilijkheden een rechtstreeks gevolg zijn van duidelijke kortzichtigheid van de kant van regeringen, instanties en particulieren. Vele studies, conferenties en speciale commissies strijden feitelijk als concurrenten van elkaar om het verkrijgen van fondsen en erkenning. En op zijn best rommelen ze wat aan de symptomen. Er is geen regering, geen instantie, geen persoon op aarde die wijs, machtig en invloedrijk genoeg is om de koers uit te zetten en de veranderingen aan te brengen die voor een betere toekomst nodig zijn.

Wat betekent dat voor ons? Welke hoop op een betere toekomst bestaat er voor ons?

[Inzet op blz. 7]

Winst en een hogere levensstandaard bleken een veel sterkere aantrekkingskracht uit te oefenen

[Illustratie op blz. 5]

Toen bedrijfsleven en regeringsinstanties in Japan talmden met het aanpakken van vervuiling, betaalden mensen de prijs

[Illustratie op blz. 8]

Vergiftigd toen zij zich nog in de baarmoeder bevond, kost het dit Japanse meisje de grootste moeite zich aan te kleden

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen