Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g82 22/8 blz. 14-16
  • Een drugsmokkelaar zoekt tevredenheid

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een drugsmokkelaar zoekt tevredenheid
  • Ontwaakt! 1982
  • Vergelijkbare artikelen
  • Smokkelen — Europa’s vloek van de jaren ’90
    Ontwaakt! 1998
  • Smokkelen berokkent iedereen schade
    Ontwaakt! 1981
  • Een bewijs van geloof!
    Onze Koninkrijksdienst 2008
  • Drugs — De problemen escaleren
    Ontwaakt! 1988
Meer weergeven
Ontwaakt! 1982
g82 22/8 blz. 14-16

Een drugsmokkelaar zoekt tevredenheid

IK BEGON aan mijn zes uur durende tocht door het ruige, ongebaande Latijns-Amerikaanse achterland. Aan de vroege ochtendzon te oordelen, beloofde het weer een hete dag te zullen worden. Toch had ik nauwelijks last van de twintig kilo zware rugzak. Ik had dit al zo vaak gedaan. Achter mij kwamen in een lange rij mijn 18 cargadores (lastdragers), elk met zijn eigen kostbare lading. Wat er zo kostbaar was? Coca-bladeren, waaruit cocaïne gemaakt zou worden.

Terwijl ik mij een weg baande door de dichte begroeiing, liep ik mijn bekwaamheden als smokkelaar te overdenken. Plotseling werd mijn droom verstoord door geweerschoten! „De grenspolitie heeft ons in de val”, schoot mij door de geest. Ik wist te ontsnappen, maar anderen in mijn groep waren niet zo gelukkig. Drie werden gearresteerd en konden gevangenisstraf verwachten, een vierde raakte gewond en stierf later.

Waarom stelde ik mijn leven in de waagschaal door narcotica te smokkelen? Ik wilde aan armoede ontkomen. Ik kwam uit een gezin met twaalf kinderen en mijn vader was maar een arme timmerman. Tegen de tijd dat ik zes jaar was, was mijn vaders gezondheid erg achteruitgegaan onder de zorg voor zo veel kindermonden. We hadden al weinig en nu hadden wij nog minder.

Vier jaar later werkte ik in de velden dicht bij ons huis. Het loon was minimaal en de dagen eindeloos lang. Ik raakte de tel kwijt van de keren dat mijn moeder mijn geschaafde knieën en kapotte handen verzorgde. Wat verlangde ik naar een goed leven, naar geluk en vrijheid van armoede.

De kans kwam toen ik zestien werd. Mijn zwager smokkelde drugs de grens over en hij vroeg mij of ik voor hem wilde werken. Ik werd duizelig van de visioenen die dat opende. „Ik kan met het grootste gemak uren lopen”, overwoog ik, „hiermee moet ik een fortuin kunnen verdienen.”

Door ervaring leerde ik al spoedig alle kneepjes. Met een paar vrienden begon ik een reeks verschillende routes door de zwaar beboste heuvels te maken. Wij kozen verscheidene punten waar wij de rivier konden oversteken die de grens vormt. Het zou de patrouillerende grenswachten in verwarring brengen als wij niet altijd op dezelfde plaats de rivier zouden oversteken. Gewoonlijk wisten wij op hetzelfde moment aan te komen als de van tevoren afgesproken vrachtwagen. Maar zelfs hier bestond altijd het gevaar ontdekt te worden. Driemaal ontsnapte ik maar ternauwernood aan gevangenneming.

Bij het begin van mijn carrière als drugsmokkelaar leerde ik een jonge vrouw kennen, en al gauw leefden wij samen. Hoewel ik een zekere genegenheid voor haar had, piekerde ik er niet over om mij door een huwelijk te binden. Zelfs nadat wij twee kinderen hadden gekregen, bleef mijn houding onveranderd. Zij maakte zich voortdurend zorgen over mijn gezondheid en veiligheid.

Met schaamte kan ik mij een aantal gelegenheden herinneren dat ik allesbehalve nuchter thuiskwam en in mijn dronken bui begon te ruziën en mijn vrouw ervan langs gaf. Wat was ik een egoïst geworden! Mijn manie om rijk te worden had mij verblind.

In die jaren bracht een pak coca-bladeren op de buitenlandse markt een tegenwaarde van 125 Amerikaanse dollars op. Een werkman in mijn dorp verdiende per dag slechts een bedrag dat overeenkwam met één dollar, terwijl ik duizenden pesos kon opmaken aan overvloedige maaltijden en vriendinnen. Het gaf mij wel een gevoel van belangrijkheid, maar was ik werkelijk tevreden?

In die roerige dagen kwam er iemand bij mij aan de deur. Ik ging naar voren omdat ik in de handen hoorde klappen (bij ons het equivalent van aanbellen), en daar stond een buitenlandse bezoeker. Na een kort gesprek liet hij een exemplaar van het tijdschrift Ontwaakt! bij mij achter. In de volgende maanden vond ik bij thuiskomst van mijn tochten geregeld nieuwe nummers. Ik besteedde er een tijdlang geen aandacht aan totdat ik er een onder ogen kreeg die ik in één ruk uitlas. Ik moest die gringo met Ontwaakt! vinden!

De speurtocht duurde niet zo lang. Rolf Grankvist, een getuige van Jehovah, was een bijbelstudie met twee van mijn broers begonnen en ik nodigde mijzelf prompt voor de volgende bijeenkomst uit. Verscheidene onderwerpen werden aan de hand van de bijbel besproken. Ik vond de beschouwing verfrissend, en ik vroeg of mijn gezin en ik een huisbijbelstudie konden krijgen.

Een andere Getuige, een plaatselijke bakker, werd naar mijn huis gestuurd. Natuurlijk gold mijn eerste vraag het handelen in illegale coca. „Wat zegt de bijbel daarover?” vroeg ik. Vriendelijk maar zonder omwegen beredeneerde hij waarom dit voor God niet aanvaardbaar zou zijn. Hij gebruikte onder andere de schriftplaats 1 Johannes 4:20 („wie zijn broeder, die hij heeft gezien, niet liefheeft, kan God, die hij niet heeft gezien, niet liefhebben”). De boodschap was duidelijk: het zou schijnheilig zijn om te beweren God lief te hebben, als men tegelijkertijd zijn medemens schade berokkent.

Dit riep een vraag bij mij op. Mijn activiteit was stellig niet aanvaardbaar voor God, maar waarom had mijn priester mij dat niet verteld? Hij wist dat ik, met nog anderen, in de narcoticasmokkel zat.

Ik zag mijn situatie eerlijk onder de ogen. Mijn gezondheid werd minder, de band met mijn gezin was slecht en ik miste tevredenheid. In alle oprechtheid vroeg ik mijzelf af: ’Kun je je werkelijk eruit losmaken?’ Ik was onlangs nog dieper in de smokkel verwikkeld geraakt, omdat ik regelingen had getroffen voor de verwerking van de coca tot cocaïne. Maar ik putte kracht uit mijn beslissing om Jehovah te dienen, en vertelde mijn partners dat ik eruit stapte. Zij waren stomverbaasd en boos. Maar ik hield vast aan mijn beslissing — geen drugsmokkel meer!

Naarmate mijn kennis toenam, merkte ik dat de problemen waarin mijn leven verstrikt was, stuk voor stuk opgelost werden. Ik las Hebreeën 13:4: „Het huwelijk zij eerbaar onder allen en het huwelijksbed zonder verontreiniging, want God zal hoereerders en overspelers oordelen.” Daarom ondernam ik stappen om onze verbintenis volgens gewoonterecht te veranderen in een wettig huwelijk. Ik bestudeerde het hoofdstuk „Een gelukkig gezinsleven opbouwen” in het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt. De toepassing van dat materiaal leidde ertoe dat mijn vrouw en ik elkaar meer respect betoonden, terwijl het mijn zoons ten goede kwam dat de sfeer in ons huis nu vrediger en liefdevoller was. Hebreeën 10:25 leerde ons ’het onderling vergaderen niet na te laten’. Het opvolgen van die raad droeg bij tot de geestelijke gezindheid van ons gezin. In januari 1976 droeg ik mijn leven aan Jehovah op.

De predikingsactiviteit deed de gelederen van Jehovah’s Getuigen aangroeien. De plaatselijke priester, die nooit het smokkelen van drugs aan de kaak had gesteld, werd nu verontwaardigd over het feit dat de Getuigen de mensen het goede nieuws van Gods koninkrijk onderwezen. Zondag na zondag ging hij in zijn radioprogramma tegen de Getuigen te keer. Zijn inspanningen hadden het tegenovergestelde effect. De aandacht die hij aldus op ons werk vestigde, droeg bij tot de toename van 200 procent die wij in de volgende vier jaar hadden.

Vanwege de groeiende band van genegenheid tussen mijn vrouw en mij, en om dat zij wisten dat ik alle banden met de drugsmokkel had verbroken, werd er onder mijn verwanten heel wat nieuwsgierigheid gewekt. Eerst waren sommigen geneigd de kat uit de boom te kijken, omdat zij verwachtten een snelle terugval te zullen zien. Naarmate wij echter vorderingen bleven maken in het toepassen van bijbelse beginselen in ons leven, veranderde hun nieuwsgierigheid in belangstelling. Wat maakte het ons gelukkig om twee van mijn broers met hun vrouwen getuigen van Jehovah te zien worden. Bovendien geniet ik het vreugdevolle voorrecht als opziener in onze plaatselijke gemeente te mogen dienen.

Niet lang geleden kon ik eens terugblikken op de vele wendingen die mijn leven heeft genomen. Herinneringen uit mijn verleden gingen door mijn geest terwijl ik mij met een beladen pakpaard naast mij over moeilijk begaanbaar terrein voortbewoog. Dicht achter mij voerden twee metgezellen hun lastdieren mee. Had de wens om snel grote winsten te maken door smokkel zich toch weer van mij meester gemaakt? Verre van dat. De lasten die de dieren meedroegen, bevatten geen enkel coca-blad! In plaats daarvan vervoerden mijn metgezellen en ik bijbels en bijbelse studiehulpmiddelen die bestemd waren voor de boeren die diep in het heuvelland woonden. — Ingezonden.

[Inzet op blz. 14]

„De grenspolitie heeft ons in de val”, schoot mij door de geest

[Inzet op blz. 15]

Het zou schijnheilig zijn om te beweren God lief te hebben, als men tegelijkertijd zijn medemens schade berokkent

[Inzet op blz. 16]

Ik hield vast aan mijn beslissing — geen drugsmokkel meer!

[Illustratie op blz. 15]

Een vroegere smokkelaar van coca-bladeren vervoert bijbelse lectuur

[Illustraties op blz. 16]

Dit smokkelen . . . of dit prediken?

Coca-bladeren

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen