Zijn vrouwen tweederangs mensen?
NOG niet zo lang geleden verscheen een man voor de rechter in een Aziatisch land dat wettelijke gelijkheid tussen man en vrouw erkent. Hij werd ervan beschuldigd zijn overspelige vrouw te hebben gedood en werd schuldig bevonden. De straf? Een voorwaardelijke veroordeling. Vrijwel onmiddellijk daarna verscheen voor dezelfde rechtbank een huisvrouw voor dezelfde rechter. Zij werd ervan beschuldigd haar man te hebben gedood omdat hij achter andere vrouwen aan zat. Zij werd schuldig bevonden en tot 15 jaar gevangenis veroordeeld!
Vele vrouwen klagen dat zij dikwijls als tweederangs burgers worden beschouwd, verstoken van de rechten, bescherming of consideratie die mannen ten deel vallen. De droevige waarheid is dat in vele landen de vrouwen niet zo in tel zijn of gewaardeerd worden als de mannen. Het bovenstaande was daar één voorbeeld van, maar er zijn nog veel meer voorbeelden.
Onder sommige bedoeïenen heeft iemand, als er een baby wordt geboren, de taak het de vader te gaan vertellen. Als de baby een jongetje is, wordt de vader begroet met een woord dat „goede berichten” betekent. Gewoonlijk geeft hij de brenger van het nieuws een klein geschenk en offert een schaap of richt een feestmaal aan als hij zich dat kan veroorloven. Maar als het een meisje is, dan zijn er geen „goede berichten”, geen beloning en geen feestmaal. Bij deze stam gaan eerst de oudere mannen aan tafel, dan de jongere mannen en jongens, en als allerlaatsten de vrouwen en meisjes.
Er zijn landen waar vrouwen geen auto mogen rijden. Zij mogen niet reizen zonder toestemming van hun echtgenoot of voogd en dan alleen in het gezelschap van familieleden. Ook kunnen zij in het sociaal verkeer niet in gemengd gezelschap verschijnen of een baan hebben die hen met mannen in contact zou brengen. En hoewel het hun taak is voor de jonge kinderen te zorgen, krijgen zij geen gelegenheid een opleiding te volgen.
Beschouw ook het volgende droevige verslag eens. In India, het op een na dichtstbevolkte land ter wereld, „komt het tegenwoordig vaak voor dat baby’s te vondeling worden gelegd in stadsriolen, in het oerwoud of voor de deur van een tempel of een tehuis voor vondelingen. Op elke mannelijke baby worden er vijf vrouwelijke baby’s te vondeling gelegd. Ervaren verpleegsters in openbare ziekenhuizen vertellen dat de wens om zich van vrouwelijke baby’s te ontdoen zo sterk is, dat men sommige moeders heeft moeten dwingen hun baby te voeden. Soms drijft het ouders zelfs tot kindermoord op vrouwelijke baby’s.” — India Today, 1-15 augustus 1980.
Naar verluidt worden meisjes in dat land beschouwd als een economische schadepost, vandaar dat men het helemaal niet prettig vindt wanneer er een meisje wordt geboren. Het kost veel geld om hen uit te huwelijken en wanneer zij eenmaal zijn getrouwd, zijn zij overgeleverd aan hun schoonfamilie. Dat velen zich hierdoor uiterst ongelukkig kunnen voelen, werd aangetoond door een recente krantekop: „Zelfmoord onder vrouwen neemt in India alarmerende proporties aan.”
Natuurlijk worden vrouwen niet overal onderdrukt. Er zijn landen waar zij veel invloed hebben en vrijwel gelijkwaardig aan de mannen schijnen te zijn. En zelfs waar zij niet als gelijkwaardig worden beschouwd, worden hun rechten toch dikwijls beschermd. Maar miljoenen vrouwen leven onder zeer ongunstige omstandigheden. Soms gaan zij gebukt onder een leven dat alleen maar uit hard werken bestaat.
Wie verricht meer werk?
Om te beginnen wordt in vele armere landen van de wereld het meeste werk dat met de voedselproduktie in verband staat, door vrouwen gedaan. Een door de VN verricht onderzoek in één Afrikaans gebied onthulde dat de mannen daar gemiddeld 1800 uur per jaar aan de landbouw besteedden en dat daarmee hun werk min of meer bekeken was. De vrouwen daarentegen werkten gemiddeld 2600 uur per jaar op het land, en dan was hun werk pas begonnen. Daarnaast hadden zij hun normale huishoudelijke werkzaamheden te verrichten.
De vrouwen werken daar dus gemiddeld acht uur per dag, vrijwel elke dag, 52 weken per jaar, voordat zij kunnen beginnen met koken, wassen, schoonmaken en andere huishoudelijke taken — waarvoor zij natuurlijk meestal niet over de moderne apparatuur beschikken. In Afrika verrichten vrouwen 60 tot 80 procent van al het landbouwwerk, plus 50 procent van de veeteelt en 100 procent van de benodigde voedselbereiding.
Een onderzoek in een Aziatisch dorp bracht aan het licht dat de vrouwen een gemiddelde werkdag van 16 uur hadden. In het geval van jongere vrouwen werd deze enorme taak nog gecombineerd met veelvuldige zwangerschap, bevalling en het geven van borstvoeding — karweien die op zichzelf al vermoeiend genoeg zijn.
Naar het schijnt wordt dit probleem door veel van de hulp van buitenaf aan arme landen alleen nog maar vergroot, omdat die hulp dikwijls het werk ten goede komt dat volgens de traditie door mannen wordt gedaan. Een Afrikaans land importeerde bijvoorbeeld 100 tractors, maar slechts één schoffelmachine. Het gevolg? De ploegtijd — mannenwerk — werd drastisch verkort, terwijl de zaai- en wiedtijd — het vrouwenwerk — in verhouding daarmee toenam. Naar het schijnt hebben veel vrouwen al dat ingebouwde uithoudingsvermogen alleen al nodig om in leven te blijven!
Natuurlijk is het leven in armere landen voor iedereen moeilijk. Er is veel afgrijselijke armoede, ondervoeding, vreselijke kwalen en verregaande onwetendheid. Dikwijls verkeren zowel mannen als vrouwen in de ban van onderdrukkende tradities die hen ervan weerhouden op een menswaardiger en redelijker manier met elkaar om te gaan. Maar er moet toegegeven worden dat de vrouwen in veel gevallen de zwaarste last te dragen hebben. Onder dergelijke ontberingen staande te blijven, is op zichzelf al een prestatie.
Maar hoe staat het met de landen waar de positie van de vrouw gunstiger is?
[Kader op blz. 6]
Leert de bijbel dat vrouwen van nature minderwaardig zijn, bij mannen vergeleken?
Neen. Adam noemde Eva „been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees” (Gen. 2:23). Eva vormde een „tegenhanger” of aanvulling van Adam. — Gen. 2:18.
De vrouwen over wie in de bijbel wordt gesproken, deden vele dingen waarvoor intellectuele vermogens zijn vereist. Hulda verrichtte dienst als profetes voor koning Josía (2 Kron. 34:22). Debora profeteerde niet alleen maar sprak ook recht voor de Israëlieten (Recht. 4:4, 5). Abigaïl gaf David raad, toen deze de aangewezen opvolger voor de koning was, en behoedde hem voor bloedschuld (1 Sam. 25:23-35). Een „bekwame vrouw” wordt beschreven als een goede inkoopster. Zij organiseert en bestuurt een groot huishouden, maakt berekeningen en plannen voor de toekomst, drijft handel, koopt onroerend goed en organiseert geslaagde landbouwprojecten. Zij bezit de eigenschap wijsheid. — Spr. 31:10-31.
Ook zouden vrouwen in de laatste dagen heilige geest en de gave van profeteren ontvangen (Joël 2:28). Zij behoorden tot de eerste leden van de christelijke gemeente en zouden een voorname rol spelen bij het vertellen van het „goede nieuws”. — Hand. 1:14; 2:4; Ps. 68:11.