Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g82 8/10 blz. 6-10
  • Wie was Jezus Christus?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wie was Jezus Christus?
  • Ontwaakt! 1982
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een buitengewone missie
  • Zocht niet zijn eigen heerlijkheid
  • Een meesterlijk onderwijzer
  • Een liefdevol en moedig leider
  • Hoe kan Jezus uw leven veranderen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1999
  • Werd Jezus Christus door God gezonden?
    U kunt voor eeuwig in een paradijs op aarde leven
  • Een groot onderwijzer geeft ons een duidelijker beeld van de Schepper
    Is er een Schepper die om u geeft?
  • Het werkelijke leven stevig vastgrijpen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
Meer weergeven
Ontwaakt! 1982
g82 8/10 blz. 6-10

Wie was Jezus Christus?

HOE heeft Jezus er eigenlijk uitgezien? Hoewel kunstenaars vele duizenden schilderijen en beelden van hem hebben vervaardigd, hebben zij zich daarbij niet door foto’s van hem of door beschrijvingen door zijn tijdgenoten kunnen laten leiden. De bijbel vertelt ons niets over de kleur van zijn haar of zijn ogen, en ook staan zijn lengte, zijn gewicht of andere bijzonderheden van zijn uiterlijk er niet in vermeld. Zoals voor alle andere afbeeldingen van hem geldt, geven ook de tekeningen in dit tijdschrift slechts de opvatting van een tekenaar weer.

Veel mensen zijn bewonderd om hun uiterlijk, maar Jezus Christus heeft zijn vermaardheid niet verworven wegens zijn uiterlijke verschijning.

Het lijdt geen twijfel dat hij mannelijk en knap was. Uit de bijbel blijkt dat hij door de wonderbaarlijke werking van Gods geest als een volmaakt mens werd geboren. „Jezus bleef toenemen in wijsheid en in fysieke groei”, bericht een van zijn volgelingen, de arts Lukas. — Matth. 1:20, 21; Luk. 2:52.

Dat hij een volmaakt mens was, wil echter niet zeggen dat hij eruitzag als een supermens. Evenmin had hij een stralenkrans rond zijn hoofd. De bijbel geeft te kennen dat hij voor een tamelijk gewoon mens kon doorgaan. Hij kon bijvoorbeeld incognito naar Jeruzalem gaan, zonder door de menigte herkend te worden. Ook hadden de soldaten die eropuit gingen om hem te arresteren, zijn verraderlijke discipel Judas nodig om hem te identificeren. — Joh. 7:10-13; Matth. 26:47, 48.

Het is duidelijk dat Jezus’ uiterlijke verschijning door de bijbelschrijvers als van ondergeschikt belang werd beschouwd. Zij weidden uit over zijn missie en de persoonlijke hoedanigheden die hij bij het volvoeren van die missie op aarde, ten toon spreidde.

Een buitengewone missie

Beschouw de buitengewone missie eens waarvan Jezus zich hier op aarde kweet en u zult begrijpen wat een invloed hij op de geschiedenis van de mensheid heeft gehad. Geen ander schepsel heeft ooit tot stand gebracht wat hij heeft gedaan.

De bijbel laat zien dat hij een voormenselijk bestaan had als een hemelse Zoon van God. Hij was Gods naaste en trouwe medewerker bij de schepping van alle dingen (Kol. 1:13-17). Toen er een situatie ontstond waardoor het nodig was dat hij een goddelijke missie op aarde aanvaardde die inhield dat hij als een menselijk schepsel geboren zou worden, zou leven en sterven, nam hij deze verantwoordelijkheid bereidwillig op zich.

Wat was de situatie die dit vereiste? Adam had in Eden willens en wetens gezondigd. Hij overtrad Gods duidelijk uiteengezette wet, waar zijn leven van afhing. Op die manier verspeelde deze volmaakte voorvader van de gehele mensheid zijn menselijke volmaaktheid en de hoop op eeuwig leven op een paradijsaarde, en dat niet alleen voor zichzelf, maar ook voor al zijn toen nog ongeboren nakomelingen (Rom. 5:12; Gen. 2:15–3:24). Geen enkele onvolmaakte zoon van Adam zou voor de mensheid kunnen herwinnen wat verloren was gegaan. Volgens Gods volmaakte maatstaf van gerechtigheid zou het leven van een volmaakt mens, zoals Adam, als slachtoffer afgelegd moeten worden om de mensheid te verlossen. Maar hoe zou daarin kunnen worden voorzien? Jehovah God zelf voorzag erin; hij voldeed aan de vereisten van de gerechtigheid en demonstreerde hoe ver zijn eigen liefde voor de mensheid ging. — Ps. 49:6-9; 1 Joh. 4:9.

Vanuit de hemel zond God zijn eigen Zoon, degene die hem het naast stond. Diens geboorte als kind en zijn ontwikkeling tot een volmaakte man waren nodig om zijn missie te kunnen volbrengen. Door zijn leven bewees hij zijn algehele loyaliteit jegens God; hij maakte duidelijk dat zijn toewijding aan Jehovah niet werd ingegeven door enig zelfzuchtig persoonlijk gewin, en hij bewees dat ook Adam trouw aan zijn Schepper had kunnen zijn als hij dat had gewild. Door Jezus’ dood als volmaakt mens werd de weg geopend voor de verlossing van mensen die zonde, onvolmaaktheid en de dood hadden geërfd. Nu konden mensen die bereid waren deze verlossing te aanvaarden, het vooruitzicht hebben op eeuwig leven in een rechtvaardige nieuwe ordening.

Geen mens heeft ooit iets groters tot stand gebracht.

Zocht niet zijn eigen heerlijkheid

Jezus heeft dit alles niet gedaan om roem voor zichzelf te verwerven. In een gebed tot zijn hemelse Vader verklaarde hij duidelijk: „Ik heb u op de aarde verheerlijkt.” — Joh. 17:4.

Zijn mening over zijn eigen rol wordt prachtig samengevat in de volgende woorden: „De Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn ziel te geven als een losprijs in ruil voor velen” (Mark. 10:45). En nederig de aandacht vestigend op Degene die het allemaal mogelijk heeft gemaakt, zei hij: „God heeft de wereld [der mensheid] zozeer liefgehad dat hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat een ieder die geloof oefent in hem, niet vernietigd zou worden, maar eeuwig leven zou hebben.” — Joh. 3:16.

Een meesterlijk onderwijzer

Tijdens zijn drie en een half jaar durende openbare bediening, van 29 tot 33 G.T., legde Jezus zich voortdurend toe op het onderwijzen van anderen. En wat een onderwijzer was hij! „Nooit heeft iemand anders op deze wijze gesproken.” Dat was de spontane opmerking van enkele beambten die Jezus bij een bepaalde gelegenheid hoorden onderwijzen. Bij een andere gelegenheid stonden al zijn toehoorders „verwonderd over de innemende woorden die uit zijn mond voortkwamen”. Ja, mensen die Jezus persoonlijk hoorden spreken, vonden in hem werkelijk een meesterlijk onderwijzer. — Joh. 7:46; Luk. 4:22.

Zijn beroemdste toespraak was de zogenoemde Bergrede. De diepte aan wijsheid en het buitengewoon scherpe inzicht in de menselijke aard die in deze openluchttoespraak van Jezus tot uiting kwamen, verbaasden niet alleen zijn onmiddellijke toehoorders, maar hebben door alle eeuwen heen miljoenen geleerde en niet geleerde mensen versteld doen staan. Wijlen Dr. James F. Fisher, een psychiater, bracht aan het einde van zijn succesvolle carrière zijn waardering voor deze toespraak als volgt onder woorden: „Indien u het totaal zou nemen van alle gezaghebbende artikelen die ooit door de bekwaamste psychologen over geestelijke hygiëne zijn geschreven — als u ze zou combineren en polijsten en de overtollige woorden zou schrappen — als u . . . deze onvervalste beetjes zuivere wetenschappelijke kennis beknopt onder woorden zou laten brengen door de kundigste onzer levende dichters, dan zou u een stuntelig en onvolledig resumé hebben van de Bergrede.”

Wilt u zich vertrouwd maken met deze mooiste aller toespraken, zoek dit bijbelgedeelte dan eens op en lees het voor uzelf in Matthéüs, de hoofdstukken vijf tot en met zeven. Het zal u ongeveer 15 minuten kosten. U zult er gedachten in aantreffen die werkelijk aan de grootste behoeften van de mensheid voldoen, niet het minst in deze kritieke tijd. U zult beginselen aantreffen over de omgang met andere mensen en over het verwerken van uw eigen gevoelens. U zult geholpen worden de ware zin van het leven te vinden, te begrijpen welke dingen in het leven voor u van primair belang moeten zijn en hoe u een goede verhouding met God kunt opbouwen. En dat in 15 minuten! Toen hij zijn rede had beëindigd, stonden de mensenmenigten die naar hem hadden geluisterd, „versteld . . . over zijn manier van onderwijzen; want hij onderwees hen als iemand die autoriteit heeft, en niet zoals hun schriftgeleerden”. — Matth. 7:28, 29.

Jezus’ onderwijs was doeltreffend omdat hij dat wat hij zei, in feite van God, zijn Vader, had gehoord (Joh. 14:10). Hij verliet zich niet op menselijke overleveringen, zoals de joodse schriftgeleerden. Daarbij komt nog dat hij ware liefde koesterde voor zijn oprechte toehoorders. Omdat hij hen van ganser harte liefhad, leenden zij hem het oor en won hij hun diepe achting. Zij merkten op hoe anders hij was dan de schriftgeleerden en andere religieuze leraren die zich afzijdig hielden van het volk. Die trokken hun gewaden als het ware strak om zich heen om niet besmet te raken door het aanraken van de „schare, die de Wet niet kent”. Zij zagen op de menigte neer als ’vervloekten’, zoals zij hen noemden. — Joh. 7:49.

Maar Jezus sprak vanuit een innig mededogen. Hij zei: „Jehovah’s geest is op mij, omdat hij mij heeft gezalfd om de armen goed nieuws bekend te maken” (Luk. 4:18). Hij zorgde ervoor dat zijn boodschap eenvoudig, kort en duidelijk was. Hij illustreerde de gedachten die hij wilde overbrengen met dingen die zijn toehoorders bekend waren. Hij trachtte diep in hun hart door te dringen. Hij zette hen ertoe aan hun geest en hart te hervormen, berouw te hebben van verkeerde gedachten en daden, en een geheel nieuwe levenswijze te gaan volgen die tot een gunstige verhouding met God leidde en hun een ware hoop voor de toekomst gaf.

Vergelijk dit onderwijs eens met politieke redevoeringen en godsdienstige preken die u soms hoort. Sommige zijn heel knap, andere klinken redelijk. Sommige sprekers gaan vreselijk tekeer en zetten tot tweedracht aan. Maar hoe velen zijn vervuld van liefde en empathie voor de gewone man?

Jezus uitte zijn mededogen met anderen niet alleen in woorden. Hij stond mensen bij in hun drukkende fysieke noden. Hij voedde hen, genas de zieken en gebrekkigen en wekte zelfs hun beminden uit de doden op. God had hem de macht gegeven om dat te doen, en hij benutte die macht ten volle. Soms had hij niet eens voldoende tijd om te eten en te rusten. Hij was werkelijk groothartig. — Matth. 14:14; Mark. 6:38-44; 8:22-25; 10:13, 14; Luk. 8:49-56; Hand. 10:38.

Een van de voornaamste kenmerken van Jezus’ onderwijs was, dat hij zorgde voor kanalen door middel waarvan zijn invloed, na zijn heengaan, ook toekomstige generaties ten goede zou komen. Toen zijn korte onderwijsperiode ten einde was, had hij een groep discipelen onderwezen, opgeleid en toegerust, zodat zij de wereld in gezonden konden worden om het werk voort te zetten waarmee hij was begonnen. Hij liet zijn discipelen niet alleen als onderwijzers achter, maar ook als personen die in staat waren weer anderen tot onderwijzers op te leiden. Het werk waarmee hij een begin heeft gemaakt, heeft zich dusdanig uitgebreid dat er thans over de gehele wereld discipelen worden gemaakt, in „alle natiën”, zoals hij had voorzegd. — Matth. 28:19, 20.

Een liefdevol en moedig leider

Jezus nam de leiding onder zijn discipelen. Zij maakten daar nooit bezwaar tegen omdat hij ontegenzeglijk de bekwaamheid bezat om leiding te geven. Hij gaf hun een volmaakt voorbeeld. Alles wat hij van hen vroeg, bracht hij ook zelf in praktijk. Niet alleen met woorden maar ook door zijn voorbeeld leerde hij hun dat zij hun naaste en zelfs hun vijanden lief moesten hebben. Daarom werd er onder zijn aardse leiderschap volstrekt geen bloed vergoten. Hij kon er onmogelijk van beschuldigd worden ooit een enkele druppel bloed van iemand anders te hebben vergoten. Zelfs toen een van zijn discipelen een tegenstander aan zijn oor verwondde, gaf Jezus geen blijk van onverschilligheid maar genas hij het onmiddellijk. — Luk. 6:32-36; 22:50, 51.

Tegelijkertijd valt het de lezer op dat zijn hele aardse leven gekenmerkt werd door grote moed, mannelijkheid en kracht. Zo lezen wij bijvoorbeeld in Markus 10:32: „Zij trokken nu voort op de weg naar Jeruzalem, en Jezus ging voor hen uit, en zij waren verbaasd; maar zij die volgden, werden bevreesd.” Bij deze gelegenheid was Jezus voor de laatste maal met zijn discipelen op weg naar Jeruzalem. Hij wist dat hij daar terechtgesteld zou worden. De toenmalige religieuze leiders eisten alle heerlijkheid voor zichzelf op. En om die te behouden, waren zij vastbesloten hem te doden. Jezus wist dit toen hij naar Jeruzalem trok, en hij stelde zijn discipelen ervan in kennis (vs. 33, 34). Hij deinsde niet terug, maar liep voor hen uit, tot verbazing van zijn bevreesde discipelen. Wat een moedig leider hadden zij!

Toen Jezus een paar dagen later terechtstond en de Romeinse stadhouder Pontius Pilatus hem vroeg of hij een koning was, antwoordde hij: „Gij zegt zelf dat ik een koning ben” (Joh. 18:37). Nooit loog hij om het er levend af te brengen. Moedig getuigde hij van het koninkrijk dat hij vertegenwoordigde, Gods koninkrijk.

Diezelfde dag werd Jezus ter dood veroordeeld, gegeseld, met doornen gekroond, in het gezicht geslagen, bespuwd en ten slotte aan een martelpaal genageld om de gruwelijkste dood te ondergaan. Tot aan het einde toe kweet hij zich van zijn verantwoordelijkheid als een liefdevol, moedig leider. Met zijn laatste ademtocht bracht hij zijn slotverslag uit aan zijn hemelse Vader: „Het is volbracht!” — Joh. 19:30.

[Inzet op blz. 7]

Niemand anders heeft ooit hetzelfde tot stand gebracht als Jezus Christus toen hij op aarde was

[Inzet op blz. 8]

„Nooit heeft iemand anders op deze wijze gesproken”, was de spontane opmerking van een beambte die Jezus hoorde onderwijzen

[Inzet op blz. 9]

Jezus kon er niet van beschuldigd worden iemands bloed vergoten te hebben; in plaats daarvan genas hij de wonden van anderen

[Illustraties op blz. 6]

Wat Adam voor de mensheid verspeelde, heeft Jezus herwonnen

Adam

Jezus

[Illustratie op blz. 7]

Jezus verheerlijkte God, niet zichzelf

[Illustratie op blz. 8]

Jezus sprak de Bergrede uit

[Illustratie op blz. 9]

Hij toonde liefdevolle belangstelling voor kinderen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen