Wanneer is iemand groot?
WIE zou u werkelijk groot willen noemen? Ongetwijfeld iemand die iets echt opmerkelijks heeft gepresteerd. Maar vindt u ook niet dat iemands persoonlijke eigenschappen en zijn houding tegenover anderen ook belangrijke factoren zijn?
Geeft u de voorkeur aan het gezelschap van iemand die verwacht gediend te worden, of van iemand die het prettig vindt anderen te dienen? Met wie zou u liever omgaan — met iemand die liefde van anderen eist, of met iemand die liefde weet te tonen?
Eigenschappen zoals moed en geestkracht vindt u vast bewonderenswaardig, maar zijn zulke kwaliteiten niet nog aantrekkelijker als ze gepaard gaan met de bereidheid iets tot stand te brengen dat voor anderen van blijvend belang is?
Uitzonderlijke kennis en wijsheid dwingen bewondering af voor degenen die ze bezitten. Maar is het niet zo dat de persoon die het meest gewaardeerd wordt degene is die zijn kennis gebruikt om anderen te helpen — om hen, indien mogelijk, zelfs te helpen een zinvol en voldoeningschenkend leven te leiden?
Tot de „groten” der geschiedenis worden ook enkele regeerders gerekend. Maar onder wat voor regeerder zou u willen leven? Onder iemand die voornamelijk beroemd is om de oorlogen die hij voert, of onder een regeerder die zijn autoriteit op zo’n wijze uitoefent dat mensen hem uit liefde volgen en gehoorzamen?
Er zijn veel mensen die één of twee eigenschappen hebben waardoor zij opvallen, maar wie heeft alle kwaliteiten die werkelijk van belang zijn?
Wie voldoet aan de vereisten?
Alexander, die „de Grote” werd genoemd, is wel betiteld als „een van de grootste generaals die de wereld ooit heeft gekend”. Hij was heldhaftig en een bekwaam strateeg, maar werd beheerst door grootheidswaan en genotzucht. Hij stond erop dat hij tot god uitgeroepen werd en dat gebeurde uiteindelijk ook. In dronkemanswoede doodde hij een zeer goede vriend. Na een langdurig feestmaal en drinkgelag werd hij ziek en stierf, op de leeftijd van 32 jaar.
Napoleon wordt tot de vermaardste personen in de westerse geschiedenis gerekend. Hij was een briljant leider en hervormer. Maar hij is ook wel de „Corsicaanse menseneter” genoemd omdat hij miljoenen mensen aan zijn ambities heeft opgeofferd.
Socrates heet een van de grootste filosofen en leraren aller tijden te zijn geweest. Maar wat voor leraar was hij? Een van zijn voornaamste stellingen was dat de mens niet iets verkeerds kan doen als hij weet wat goed is. De geschiedenis der mensheid heeft uitgewezen dat dit niet waar is. Bij het onderwijzen was zijn methode, mensen met bijtende ironie vragen te stellen om hen ervan te overtuigen dat hun kennis slechts denkbeeldig was. Hij baseerde een groot deel van zijn leer op zijn eigen inzicht en, naar hij beweerde, op een innerlijke stem die in het Grieks daimonion werd genoemd.
Velen zijn op één terrein een genie geweest, maar volslagen onbekwaam in andere opzichten. Ludwig von Beethoven was een muzikaal genie en werd, zoals een encyclopedie vermeldt, „alom beschouwd als de grootste componist die ooit heeft geleefd”. Hij stond echter ook bekend als zeer onpraktisch in de alledaagse dingen van het leven, een onhandigheid die hem bij tussenpozen financieel ruïneerde.
Andere genieën en grote kunstenaars hebben hun leven geruïneerd door immoraliteit, alcohol en drugmisbruik. Is er dan niemand die voldoet aan alle kwaliteiten die werkelijk belangrijk zijn?
Ja zeker, er is één man van wie miljoenen mensen door de eeuwen heen hebben erkend dat hij alle gewenste eigenschappen bezat — Jezus Christus. Hij leefde en werkte bijna tweeduizend jaar geleden in Palestina. Het is interessant dat zelfs „grote” mannen van zijn grootheid getuigen, zoals blijkt uit de citaten in het kader op de bladzijde hiernaast.
Bewijzen dat Jezus heeft geleefd
Vooral in de 19de en 20ste eeuw hebben critici ontkend dat er ooit zo iemand als Jezus heeft geleefd. Zij beweren dat hij niets dan een mythe is, een legende die een paar joodse bedriegers destijds in het verre verleden hebben bedacht.
Maar hoe zouden een paar gewone bedriegers zo’n meesterwerk kunnen scheppen? Of, zoals de Amerikaanse geleerde Theodore Parker het onder woorden brengt: „Moet ons verteld worden dat zo iemand nooit heeft geleefd en dat het hele verhaal een leugen is? Veronderstel eens dat Plato en Newton nooit hadden geleefd. Maar wie hebben dan hun werken gedaan en hun gedachten gedacht? Er is een Newton voor nodig om een Newton te verzinnen. Welke man zou een Jezus hebben kunnen uitdenken? Niemand anders dan Jezus.”
Naast de voornaamste bron, de bijbel zelf, zijn er talrijke andere betrouwbare bronnen die bevestigen dat Jezus werkelijk heeft bestaan. Er is bijvoorbeeld het getuigenis van de beroemde eerste-eeuwse geschiedschrijver Flavius Josephus, die schrijft: „Omstreeks dezen tijd leefde Jezus, een wijs man, indien men hem een man noemen mag, want hij deed ongeloofelijke daden en was een leeraar van menschen, die gaarne de waarheid aannamen; hij trok dan ook vele Joden en Heidenen tot zich.” — De joodse geschiedenis, volgens de bewerking van Dr. W. A. Terwogt, Boek XVIII, hfdst. 3, par. 3.
Ook een aantal vooraanstaande eerste-eeuwse heidense Romeinse schrijvers maakten melding van Christus en zijn volgelingen. Tot hen behoren de geschiedschrijver Tacitus, de auteur en staatsman Plinius de Jongere, de biograaf Suetonius, de dichter Juvenalis en de stoïsche filosoof Lucius Seneca, die een tijdgenoot van Jezus was en de toonaangevende intellectuele persoonlijkheid in Rome in het midden van de eerste eeuw.
Over zulke vroege niet-christelijke schrijvers verklaart de Encyclopaedia Britannica: „Deze onafhankelijke verslagen bewijzen dat in de oudheid zelfs de tegenstanders van het christendom nooit hebben getwijfeld aan de historiciteit van Jezus.” — Uitgave van 1980, deel 10, blz. 145.
Sommigen werpen tegen dat als Jezus zo’n grote persoonlijkheid was, hij vaker genoemd had moeten worden in vroege geschiedkundige verslagen. Blaise Pascal, die in de kolom rechts wordt geciteerd, zegt in dit verband over Jezus dat hij „zo teruggetrokken [leefde] (teruggetrokken naar wereldse maatstaven), dat geschiedschrijvers die slechts over belangrijke politieke gebeurtenissen schreven, hem nauwelijks opmerkten”.
Desondanks is er toch een overvloed aan historisch bewijsmateriaal. Zelfs de bekende scepticus, de zendingsarts Albert Schweitzer, gaf toe: „Wij moeten erkennen dat er niet veel persoonlijkheden uit de oudheid zijn over wie zoveel ontwijfelbare historische feiten en van wie zoveel uitspraken bewaard zijn gebleven, als in het geval van Jezus.”
De bewijzen laten aan duidelijkheid niets te wensen over: Jezus Christus heeft werkelijk bestaan. Hij beantwoordde ook aan de kwaliteiten die iemand werkelijk groot maken. Hij is de grootste man die de geschiedenis kent.
Hoe meer u Jezus tot in details bestudeert, hoe meer overtuigd u zult geraken van zijn grootheid.
[Kader op blz. 3]
Geeft u de voorkeur aan de soort van persoon die . . .
● Verwacht gediend te worden of Graag anderen dient?
● Zich grote rijkdom of Dingen doet tot welzijn van
verwerft anderen?
● Veel kennis bezit of Zijn kennis gebruikt om
anderen te helpen?
● Beroemd is om de oorlogen of Geliefd is bij zijn volk om
die hij heeft gevoerd zijn voortreffelijke
eigenschappen?
[Kader op blz. 5]
WAAROM ZIJ JEZUS BEWONDERDEN
• Naar verluidt heeft Napoleon eens gezegd: „Alexander, Caesar, Karel de Grote en ik hebben rijken gesticht, maar waarop baseerden wij de scheppingen van ons vernuft? Op kracht. Jezus Christus is de enige die zijn koningschap op liefde baseerde.”
• Over Jezus’ unieke persoonlijkheid schreef de beroemde Franse filosoof Rousseau: „Welk een verhevenheid schuilt er in zijn stelregels! Wat een diepgaande wijsheid in zijn redevoeringen! Wat een tegenwoordigheid van geest, wat een subtiliteit, wat een passendheid in zijn antwoorden! Hoe groot de beheersing over zijn hartstochten! Waar is de mens, waar de filosoof, die zo kon leven en sterven, zonder zwakte en zonder uiterlijk vertoon?”
• De vermaarde 17de-eeuwse Franse wiskundige, fysicus en filosoof Blaise Pascal schreef in zijn „Bewijzen voor Jezus Christus” over Jezus’ bekwaamheid als onderwijzer: „Jezus zei prachtige dingen zo eenvoudig dat hij er niet over nagedacht schijnt te hebben en toch zo duidelijk dat hij er ongetwijfeld wèl over nagedacht heeft. Zo’n duidelijkheid gepaard aan zo’n eenvoud is groots.”
• Mahatma Gandhi, de Hindoe-„vader” van India, verklaarde eens tegenover Lord Irwin, de voormalige onderkoning van India: „Wanneer zowel uw als mijn land zich zouden houden aan de door Christus gegeven onderwijzingen in de Bergrede, zouden niet alleen de problemen voor ons land opgelost zijn, maar voor de gehele wereld.”
[Illustraties op blz. 4]
Alexander
Napoleon
Socrates
Beethoven