Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g82 22/4 blz. 16-20
  • Is het het risico waard?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Is het het risico waard?
  • Ontwaakt! 1982
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hoe veilig is bergbeklimmen?
  • Luchtsporten
  • Ongelukken bij autoraces
  • Persoonlijke beslissing
  • In navolging van de vogels
    Ontwaakt! 1978
  • Van onze lezers
    Ontwaakt! 1983
  • ’Extreme sporten’ — Dient u het risico te nemen?
    Ontwaakt! 2000
  • Sensatiezoekers — Vanwaar die fatale aantrekkingskracht?
    Ontwaakt! 2002
Meer weergeven
Ontwaakt! 1982
g82 22/4 blz. 16-20

Is het het risico waard?

Door Ontwaakt!-correspondent in Spanje

HET is 14 juli, de achtste dag van de jaarlijkse festiviteiten ter ere van San Fermín, de patroonheilige van het katholieke Pamplona. Al vóór het ochtendgloren hebben groepjes mensen zich verzekerd van een gunstig plekje langs de smalle straten van deze oude Spaanse stad. Met zo nu en dan een flinke teug uit de wijnzakken die velen bij zich hebben, gaat de vroege ochtendwake snel voorbij.

Dan stijgt de spanning. De stadsklokken beginnen zeven te slaan. Daar klinkt het plotselinge geluid van een vuurpijl die wordt afgeschoten. De explosie, die over de hele stad te horen is, wordt met opgetogen kreten begroet.

Beneden bij de rivier de Arga worden de hekken van een omheinde ruimte opengegooid en achter een paar jonge ossen die als lokaas dienen, stormen zes wilde Spaanse stieren naar buiten. Er gaat een golf van tumult en beroering door de toeschouwers achter hun beschermende versperringen en de nerveuze, gespannen deelnemers die onder aan de Cuesta (Heuvel) de Santo Domingo wachten op hun moment van glorie.

Terwijl de angstige dieren steeds sneller de heuvel opdraven, krijgen ze een vreemd schouwspel te zien. Een groep opgewonden jonge mannen (en enkele oudere), bijna allen gekleed in de typische dracht voor die gelegenheid — een witte kiel en broek, een rode baret en een sjerp rond hun middel — komen de heuvel afrennen, recht op de dieren aan. Velen hebben een opgerolde krant in de hand om de stier in geval van plotseling gevaar te kunnen afleiden. Wanneer nog slechts enkele meters de twee groepen van elkaar scheiden, maken de mannen plotseling rechtsomkeert en rennen zo snel als hun benen hen kunnen dragen, terug de heuvel op.

De gehoornde dieren halen hen geleidelijk in en de mannen die achteraan lopen, werpen een snelle blik over hun schouder om te zien in welke richting de stieren zich eventueel zullen wenden. De voorzichtigsten rennen naar de dichtstbijzijnde muur en drukken zich ertegenaan, en blijven dan onbeweeglijk staan om maar niet de aandacht van de stieren te trekken.

Als de stieren de top van de heuvel bereiken, slaat het noodlot toe. Eén stier, Antioquío genaamd, raakt afgescheiden van de groep. Hij is plotseling alleen en voelt zich aangevallen, getergd door de kring van mannen die om hem heen draaien en hun mannelijkheid trachten te bewijzen door zich zo dicht mogelijk bij het gevaar te wagen. Het kudde-instinct van het dier maakt snel plaats voor zijn instinct tot zelfverdediging. Hij begint woedend uit te halen met zijn horens. Een van de renners, de 26-jarige José Antonio Sánchez, wordt doorboord en verscheidene meters meegesleurd. Anderen proberen hem te helpen, maar alles is tevergeefs, want drie uur later overlijdt hij in het ziekenhuis.

Uiteindelijk vindt de stier de juiste richting terug en snelt opnieuw achter de verdwijnende groep aan, de vermeende vrijheid tegemoet. In werkelijkheid komt hij in de stierenvechtersarena terecht. De arena is vol mannen, hoofdzakelijk jonge kerels nog, die ook willen meedoen. Sommigen sarren de stieren. Antioquío haalt opnieuw uit en de 29-jarige Vicente Ladio Risco wordt geraakt en valt, met zijn handen naar zijn maag grijpend, op de knieën. Een kreet van afgrijzen stijgt op uit de toeschouwers op de tribunes. Zij beseffen dat zij er getuige van zijn geweest dat de „heilige” feesten van San Fermín weer een slachtoffer hebben geëist.

Was het het risico waard? Twee jonge levens die op één zomerse ochtend werden gedoofd. En waarvoor? Welk nobele doel werd erdoor gediend? Was het het risico werkelijk waard? Was de trots of glorie van een persoon zo waardevol voor de gezinnen en verwanten die zij achterlieten? Deze redelijke vragen kunnen worden gesteld bij vele activiteiten die de mens vrijwillig onderneemt ondanks dat ze een duidelijk risico voor het leven inhouden en jaarlijks hun tragische tol eisen.

Hoe veilig is bergbeklimmen?

Reeds duizenden jaren heeft de mens gehoor gegeven aan de roep van de bergen. Voor sommigen betekenen ze een uitdaging, terwijl ze voor de meesten een schitterende omgeving bieden om even te ontsnappen aan de monotonie van hun stadsbestaan. Miljoenen liefhebbers over de hele wereld maken bergwandelingen of beklimmen bergen en putten hieruit een enorme vreugde en voldoening, terwijl zij nauwelijks enig risico lopen.

Aan de andere kant moet worden toegegeven dat ieder jaar vele bergbeklimmers, zowel beginnelingen als routiniers, bij het beklimmen van de pieken der aarde hun leven verliezen. In november 1980 bijvoorbeeld deden drie jonge bergbeklimmers een poging de bijna verticale wand van de San Jeronimo, een van de toppen in het Montserratmassief in de buurt van Barcelona (Spanje), te bedwingen. Zij maakten een val van 260 meter, en alle drie stierven. Misschien was gebrek aan ervaring de reden. Maar was het het risico waard? Wat zouden hun ouders en gezinnen hier nu op antwoorden?

Gebrek aan ervaring is stellig niet de enige oorzaak van noodlottige ongevallen in de klimsport. In oktober 1978 ondernam een expeditie van ervaren vrouwelijke klimmers uit de Verenigde Staten een poging om met twee afzonderlijke teams de top van de Annapurna I (8078 meter) in de Himalaya te bereiken. Eén team haalde het, het tweede niet. Naar verluidt waren Vera Watson en Alison Chadwick-Onyszkiewicz, beiden ervaren bergbeklimsters, met een touw verbonden nog aan de bestijging bezig toen zij te pletter vielen. Een ander lid van de expeditie, Arlene Blum, schreef in haar dagboek over de gebeurtenissen: „Zij moeten niet in staat zijn geweest hun val te stuiten, en vielen 460 meter langs een steile helling van sneeuw en ijs omlaag. Het kan iedere klimmer altijd overkomen. Maar waarom moest het gebeuren? Ik voel me als verdoofd, en mijn gedachten gaan naar hun familie. Al die smart en pijn — welke berg is dat waard? . . . Natuurlijk hebben wij allen, toen wij hier kwamen, besloten het risico te nemen. Maar hun familie en vrienden hebben niet die beslissing genomen.” (Wij cursiveren.)

Een soortgelijke tragedie vond in juni 1981 plaats in het noordwesten van de Verenigde Staten. Zestien klimmers — elf op de Mount Rainier en vijf op de Mount Hood — kwamen op de berghellingen om het leven.

Ja, welke berg of welke vergankelijke ambitie is het risico waard? Deze vraag moet worden afgewogen tegen het unieke bezit dat in de waagschaal wordt gesteld — het LEVEN! Of iemand nu in God gelooft of niet, het leven is een zeer kostbare gave die niet voor iedere willekeurige prijs in gevaar gebracht mag worden. Het leven geeft iemand verantwoordelijkheid — niet alleen tegenover zichzelf, maar ook tegenover zijn familie (vooral tegenover zijn huwelijkspartner of kinderen) en, voor een christen, tegenover God, de Gever van „elke goede gave en elk volmaakt geschenk”. — Jak. 1:17.

Het is duidelijk dat niet alle dodelijke ongelukken in de bergen voor rekening komen van bergbeklimmers. Zo af en toe zijn slecht voorbereide trekkers doodgevroren ten gevolge van de weersomstandigheden waaraan zij kwamen bloot te staan. Een Spaanse deskundige gaf als commentaar: „Iedereen die op een zondag de bergen intrekt, zal zien dat het er wemelt van mensen die op zoek zijn naar avontuur, de meesten zonder juiste uitrusting en kennis van het gebied. Het is werkelijk een wonder dat er niet meer omkomen.” Daarom, als u naar de bergen gaat, wees zo verstandig erop toe te zien dat u in goede lichamelijke conditie verkeert, geschikte kleding draagt en voldoende proviand bij u hebt. Als u vergezeld wordt door een ervaren trekker of bergbeklimmer, is dat nog beter.

De feiten spreken voor zich. Volgens een recent overzicht van de vijfjarige periode 1975-’79, gepubliceerd in het Madrileense dagblad El País, stond bergbeklimmen, met een dodental van 137, boven aan de lijst van dodelijke ongevallen in de Spaanse sport. De in gevaarlijkheid daarop volgende sporten waren jagen en onderwateractiviteiten, die beide in dezelfde periode 42 levens eisten. Vervolgens kwamen luchtsporten met 39 doden.

Luchtsporten

Wie heeft de arend of de albatros niet benijd om hun moeiteloze zweefvlucht? Sinds onheuglijke tijden heeft de mens ervan gedroomd vrij als een vogel te kunnen vliegen en zweven. Hoe passend is derhalve de retorische vraag in het bijbelboek Job: „Is het aan uw verstand te danken dat de valk opstijgt, dat hij zijn vleugels uitspreidt naar de zuidenwind?” — Job 39:26.

In de afgelopen decennia hebben luchtsporten als zweefvliegen, parachutespringen, ballonvaren en zeilvliegen aan populariteit gewonnen. Met een goede training en de juiste uitrusting kan het risico bij de meeste van deze sporten tot een minimum worden beperkt, vooral als de persoon geen roekeloze waaghals is. Ongetwijfeld is de geluidloze vlucht, met alleen de wind als metgezel, een unieke en opwindende ervaring voor de mens.

De luchtsport die op dit moment echter het grootste risico in zich draagt, is waarschijnlijk zeilvliegen. Hieromtrent zegt het Jaarboek 1976 van de Encyclopædia Britannica: „Ondanks talloze ongevallen, waarvan sommige met dodelijke afloop, ten gevolge van de inherente instabiliteit van het toestel wanneer het door plotselinge windvlagen ondersteboven wordt gegooid, heeft het zeilvliegen het afgelopen jaar meer aanzien verworven door de in de VS en Oostenrijk gehouden internationale wedstrijden.” (Wij cursiveren.) De bedreven zeilvlieger Rudiger Flender zei: „Er zijn spectaculaire zeilvliegerpiloten, en er zijn oude zeilvliegerpiloten. Maar er zijn slechts heel weinig piloten voor wie beide uitspraken gelden.”

Als technische oorzaken van zeilvliegongelukken noemt men mechanische gebreken tijdens de vlucht (die ondanks zorgvuldige montage en goed onderhoud toch kunnen optreden), plotselinge veranderingen in de windrichting en krachtige windvlagen, in het bijzonder sterke neerwaartse luchtstromingen die zelfs de meest ervaren zeilvlieger noodlottig kunnen worden.

In juni 1979 raakte Patrick Depailler, de beroemde Formule-I-autocoureur, ernstig gewond toen hij in zijn geboorteland Frankrijk aan het zeilvliegen was. Als gevolg van een plotselinge windvlaag stortte hij neer. Hij overleefde de val, maar moest wel enkele operaties ondergaan.

Minder fortuinlijk was een jonge christen in de Verenigde Staten. Bij het zeilvliegen kreeg hij een ongeluk waarbij hij een halswervelfractuur opliep. Hij herstelde en ging weer zeilvliegen. Op een dag, kort na de start, deed een plotselinge rukwind hem over de kop gaan en verloor hij de beheersing over zijn vleugel. Hij werd tegen een berghelling gesmakt en kwam om. Opnieuw vragen wij: Was het het risico waard? Wanneer wij het verschrikkelijke verlies beschouwen dat zijn als weduwe achterblijvende vrouw en zijn ouders leden, is het bovendien redelijk om te vragen: Schuilt er iets van zelfzucht in de wens een sport te beoefenen die een zo geringe veiligheidsmarge heeft? Dit is een factor die een christen in aanmerking moet nemen, daar hij verplicht is zijn naaste lief te hebben als zichzelf. — Matth. 22:39.

Ongelukken bij autoraces

Ondanks zijn zeilvliegongeluk keerde Patrick Depailler in de autoracesport terug. Op 1 augustus 1980 stierf hij in een botsing tijdens het trainen op het Hockenheimcircuit in Duitsland.

Wat beweegt mensen tot het nemen van zulke risico’s? Een gezaghebbend werk zegt: „Autocoureurs worden aangedreven door een geest van wedijver, en de belofte van rijkdom, roem en eer” (Encyclopædia Britannica, Macropædia, Deel 12, blz. 569, 570). Maar er moet ook erkend worden dat een dergelijke motivatie een spoor van doden heeft achtergelaten, zowel beroemdheden als bijna onbekenden. Dezelfde encyclopedie vervolgt dan ook: „In de loop der jaren zijn honderden coureurs en toeschouwers bij autoraces omgekomen. De gevaren maken deel uit van de aard van het racen. . . . Ze zullen zich blijven voordoen. Het probleem is hoe de coureurs en de toeschouwers te beschermen wanneer de ongelukken plaatsvinden.”

Wellicht de belangrijkste vraag hier is: Zijn „rijkdom, roem en eer” de hoogste waarden in het leven? Is het het waard dat iemand zijn leven riskeert, louter en alleen om zijn naam op een snel weer vergeten lijst van wereldkampioenen te zien prijken?

Persoonlijke beslissing

Er zijn in het leven veel activiteiten die gepaard gaan met een minimaal risico of een bepaalde, hoewel kleine, kans om letsel op te lopen of zelfs te sterven. Een vliegreis, een autoritje, of eenvoudig de straat oversteken, bij elk van deze dingen kunt u een ongeluk krijgen. Maar het feit dat zo iets eventueel zou kunnen gebeuren, weerhoudt ons er niet van een normaal dagelijks leven te leiden.

Aan de andere kant zijn er activiteiten die niet verplicht of noodzakelijk voor het leven zijn, en die een groter risico voor lijf en leden opleveren. In zulke gevallen mag niemand de vraag uit de weg gaan: ’Is het het risico waard?’ Vooral een christen zal zich dan wel tweemaal bedenken vóór hij zijn door God geschonken gave — het leven zelf — in gevaar brengt.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen