Eerlijkheid wordt door anderen gewaardeerd
LOONT het werkelijk de moeite om in deze tijd, waarin oneerlijkheid hoogtij viert, eerlijk te willen zijn? Jehovah’s Getuigen beantwoorden deze vraag bevestigend, en zij proberen oprecht eerlijkheid te betrachten in de aangelegenheden van het dagelijkse leven. De volgende ervaringen illustreren dat dit wordt gewaardeerd.
● Jehovah’s Getuigen in Athene hebben zo’n reputatie van eerlijkheid opgebouwd dat in een van de grootste kranten in Athene de volgende advertentie stond:
„GEVRAAGD: Oliestookmonteurs in vaste dienst. . . . De voorkeur gaat uit naar Jehovah’s Getuigen.”
● Een Getuige in New Mexico ontving van de eigenaar van een motel een brief waarin het volgende stond over getuigen van Jehovah die in zijn motel te gast waren geweest:
„Om te illustreren hoe onberispelijk eerlijk deze mensen zijn, zou ik u graag vertellen wat hier gebeurd is. Een van de ’Getuigen’ nam een washandje mee toen hij vertrok. Het kan tussen zijn kleren zijn geraakt. Hij stuurde het washandje terug, en bood zijn verontschuldigingen aan. Ik ben er zeker van dat de verzendkosten van het pakje de waarde van het washandje ver overtroffen.
Nogmaals mijn dank voor het voorrecht u en uw mensen van dienst te zijn.”
● In Orange, in de Amerikaanse staat Massachusetts, vond een twaalfjarige jongen wiens moeder een Getuige is, op school een biljet van $10. Hij bracht het naar het kantoortje van het hoofd van de school, ondanks het feit dat zijn schoolmakkers hem erom uitlachten. Als resultaat schreef het hoofd een brief aan zijn ouders, waarin stond:
„Uw zoon Michael heeft getoond bijzonder eerlijk te zijn. Hij vond op de speelplaats van de school een tiendollarbiljet en bracht het naar mijn kantoortje. Ik ben er zeker van dat u er trots op bent dat hij niet toegaf aan de verleiding.
De waarden waaraan een kind vasthoudt, weerspiegelen gewoonlijk zowel de maatstaven van zijn ouders als zijn opvoeding.
Ga voort op deze goede weg!”
● Een gemeente van Jehovah’s Getuigen in Carlsbad, in de Amerikaanse staat New Mexico, ontving deze brief van een vrouw die haar waardering wilde uiten:
„Gisteren omstreeks kwart over zes ’s avonds op onze terugreis uit El Paso stopten wij even op een parkeerplaats in de buurt van Guadalupe Peak, en heel onachtzaam liet ik daar mijn handtasje staan. Er zaten kredietkaarten, geld en andere waardevolle dingen in. Leden van uw gemeente, de heer en mevrouw B———, vonden het tasje en brachten het naar Carlsbad. Zij probeerden met ons in contact te komen, maar wij waren blijkbaar nog op het politiebureau om aangifte te doen. Ten slotte wisten zij ons te bereiken en zij wilden geen beloning aannemen voor de moeite die zij zich getroost hadden.
Daarom stellen wij het op prijs als u de ingesloten cheque van $50 zoudt willen aanvaarden . . . uit dankbaarheid voor hun eerlijkheid.
Wij prijzen ons bijzonder gelukkig zulke burgers als de familie B——— in Carlsbad te hebben.”
● De „Post-Times” uit Palm Beach (Florida, VS) schreef het volgende over Todd, de elfjarige zoon van twee Getuigen. Terwijl hij op een dag een eindje aan het fietsen was, stopte Todd bij een telefooncel. Toen het toestel geen kiestoon gaf, drukte hij op de knop om zijn geld terug te krijgen. Op dat moment viel er $1 aan kleingeld uit de telefoon. Todd nam het geld mee naar huis en stopte het in een lade bij zijn kleren. Verscheidene weken later ging hij terug naar dezelfde telefoon en ditmaal kwam er voor een totaal van $7 uit. Nu had Todd acht dollar in zijn la. Verscheidene dagen later, toen hij voor de derde maal naar de telefoon terugging, viel er nog meer geld uit. Nu had Todd ongeveer $10 (ƒ 25). Wat zou hij ermee doen?
Todd besprak het met zijn ouders. Nadat zij met hem over eerlijkheid hadden gesproken, besloten zijn ouders hem zelf tot een besluit te laten komen. Wat was zijn beslissing? De krant zegt: „Zonder iets te zeggen, sprong Todd op een vrijdagmiddag op zijn fiets en reed door de stromende regen naar het plaatselijke kantoor van de telefoonmaatschappij om het geld terug te brengen.” Als resultaat van dit voorval ontvingen Todds ouders van de plaatselijke telefoonmaatschappij „een lovende brief waarin de eerlijkheid van hun zoon werd geprezen”.
De bijbel doet de aanbeveling dat wij, ons in alle dingen eerlijk . . . gedragen” (Hebr. 13:18). En dit wordt door anderen gewaardeerd.