Wat is feitelijk het probleem?
WAAROM zijn mensen te dik? Ligt dit gewoonlijk aan factoren buiten iemands macht, zoals erfelijkheid, gebrekkig functionerende klieren of hormonale afwijkingen? Welk verband bestaat er tussen corpulentie en te veel eten?
Laat direct gezegd wezen dat niet alle personen die te zwaar zijn, grote zwelgers zijn. „Er zijn vele gevallen dat de eetlust en de hoeveelheid genuttigd voedsel van de persoon die aan vetzucht lijdt, volkomen normaal zijn; in sommige gevallen zelfs beneden het gemiddelde”, verklaart Jean Mayer, hoogleraar aan de Harvard School of Public Health.
Soms is een te groot lichaamsgewicht te wijten aan een onvermogen van het lichaam om vloeistoffen op juiste wijze uit te scheiden. Een verstoring van het hormonale evenwicht en erfelijke factoren kunnen eveneens een rol spelen. „Vele soorten vetzucht bij proefdieren zijn van erfelijke oorsprong”, merkt Dr. Mayer op. Hoe staat het met mensen? „Ook bij de mens zijn er sterke aanwijzingen dat erfelijkheid een erg belangrijke factor is.”
Hoewel dit waar is, is het duidelijk dat veel te veel personen een gestoorde klierfunctie of erfelijkheid als reden opgeven voor het feit dat zij te dik zijn. Volgens de Encyclopædia Britannica (uitgave van 1976) ’kan het vermogen van het lichaam om de opname van voedsel aan de lichaamsbehoeften aan te passen, door talrijke factoren verstoord zijn. Men is de mening toegedaan dat verstoringen in het hormonale evenwicht en gebrekkige klierwerkingen nog de minst belangrijke factoren zijn, aangezien men deze bij slechts ongeveer 5 percent van alle personen met vetzucht heeft kunnen aantonen’.
Menselijke energie
Het menselijke lichaam kan vergeleken worden met een heel secuur gemaakte en delicaat uitgebalanceerde machine. Zoals iedere machine heeft ook het lichaam een energiebron nodig om op gang te komen en vervolgens in beweging te blijven. Het lichaam haalt deze energie uitsluitend uit vast voedsel en dranken.
Afhankelijk van het ontwerp kan een door de mens gemaakte zuigermotor door meerdere soorten brandstof aangedreven worden. Ook het menselijke lichaam is zo ontworpen dat u kunt kiezen uit de rijke verscheidenheid aan voedingsstoffen die de Schepper voor de mensheid beschikbaar heeft gesteld. Maar wij moeten goed begrijpen dat de hoeveelheden energie die de verschillende soorten voedsel en dranken opleveren, aanzienlijk uiteenlopen, en dit inzicht vormt de sleutel voor het beheersen van het lichaamsgewicht.
Om de energiewaarde van voedsel te meten moet er een gemeenschappelijke eenheid zijn waaraan alle verschillende bronnen van voedselenergie geijkt kunnen worden. De term hiervoor is „calorie”, waarmee eenvoudig een eenheid van energie wordt aangeduid. Met verschillende wetenschappelijke middelen is het mogelijk om te bepalen hoeveel warmte, of energie, een bepaalde voedingsstof het lichaam bij verbruik of „verbranding” zal geven. Net zoals letterlijke brandstoffen, zoals steenkool, olie, hout of turf, aanzienlijk verschillen in hun warmte-opbrengst, zo kan ook het voedsel dat wij eten, bedrieglijk verschillen in energie-opbrengst. Vanuit een standpunt van energie kan alle voedsel worden verdeeld in drie basissoorten.
Koolhydraten, vetten en eiwitten
Koolhydraten zijn onze grootste energiebron. Ze worden aangetroffen als suikers en zetmeel in aardappels en zoetigheid, maar vooral in granen en graanprodukten, zoals brood en meel. Wanneer koolhydraten het spijsverteringsstelsel binnenkomen, worden ze afgebroken tot eenvoudige suikers zoals glucose, dat de voornaamste energieleverancier van het lichaam is. In het geval van een teveel aan glucose zorgt het lichaam ervoor dat energie wordt opgeslagen, hetzij als glycogeen in de spieren en lever, of als lichaamsvet.
Vetten zijn er in twee soorten — verzadigde en onverzadigde. Verzadigde vetten zijn van dierlijke oorsprong. Voorbeelden van verzadigde vetten zijn varkensreuzel, vleesvet, melk en melkprodukten. Onverzadigde vetten zijn afkomstig van vis en planten. Hieronder vallen visolie, olijfolie, maïsolie, zonnebloemolie en dergelijke. Er geldt hetzelfde als voor koolhydraten: als niet alle energie wordt verbruikt, wordt ze als lichaamsvet opgeslagen.
In tegenstelling tot koolhydraten en vetten worden eiwitten gewoonlijk niet als energiebron gebruikt, maar hoofdzakelijk opgenomen voor groei of herstel van het lichaam. Het menselijke lichaam is niet in staat de aminozuren die het uit de afbraak van eiwitten heeft verkregen, in enige hoeveelheid van betekenis op te slaan. Toch zou zonder deze stoffen de ontwikkeling van een kind tot fysieke rijpheid geremd worden. De prompte vervanging van vinger- en teennagels, haar, huid, spierweefsel en zelfs rode bloedlichaampjes zou tot staan komen. Eiwitten verkrijgen wij voornamelijk uit vlees, vis en eieren, alsook uit plantaardig voedsel, namelijk peulvruchten als bonen, erwten en linzen, hoewel niet al deze voedselsoorten van gelijke waarde zijn.
Het natuurlijke evenwicht
Wat heeft de energie die aan voedsel wordt ontleend, nu te maken met overgewicht? Gesteld dat wij een autorit gaan maken. De bron van energie is de benzine. De hoeveelheid die daarvan aan het begin beschikbaar is, zal geleidelijk afnemen. Naarmate de auto deze energiebron verbruikt, zal het gewicht van de vloeistof in de benzinetank minder worden. Op bepaalde momenten zal het nodig zijn om de voorraad weer aan te vullen ten einde de beschikbaarheid van energie in overeenstemming te brengen met de vraag.
Ons lichaam heeft ook genoeg „brandstof”, of calorieën, nodig om te kunnen beantwoorden aan de eisen die wij eraan stellen. Iemand die zittend werk verricht, verbruikt misschien ongeveer 2700 calorieën gedurende een 24-uursperiode. Een persoon die erg actief is, zal misschien een extra 900 calorieën verbranden. Wanneer wij opstaan, eten wij een ontbijt en dit voedsel wordt prompt verwerkt en in activiteit omgezet. Vervolgens eten wij in de loop van de dag nog meer maaltijden, nemen misschien nog iets tussendoor en wij drinken suiker bevattende dranken. Maar al te vaak wordt de behoefte van het lichaam aan calorieën overtroffen door wat aan calorieën wordt opgenomen.
Honger is het mechanisme dat ons waarschuwt dat wij meer energie nodig hebben. Het deel van de hersenen dat de eetlust beheerst, wordt de hypothalamus genoemd. Proeven hebben aangetoond dat als dit deel van de hersenen bij dieren wordt gestimuleerd of vernietigd, ze ofwel met ware vraatzucht gaan eten en dik worden, ofwel voedsel mijden en met dwang gevoerd moeten worden.
Stofwisseling
Zelfs wanneer het lichaam rust of slaapt, heeft het voortdurend energie nodig opdat het hart kan blijven slaan, de longen blijven ademhalen en het verteren van voedsel voortgang vindt. Dit wordt basaalmetabolisme, grondstofwisseling, genoemd. „Metabolisme” en „stofwisseling” zijn termen voor al die chemische processen die voortdurend gaande zijn om ons in leven te houden. Wat ook de grootte of vorm van ons lichaam is, wij hebben allemaal onze eigen snelheid van metabolisme, hoewel er nog geen volledig inzicht bestaat in de wijze waarop deze wordt gereguleerd.
Wat gebeurt er nu wanneer wij niet genoeg voedsel kunnen eten om te voldoen aan onze behoefte aan calorieën? Het lichaam is dan aangewezen op zijn eigen voorraden en heeft geen andere keus dan gebruik te gaan maken van het glycogeen of het vet dat het voor dat doel heeft opgeslagen. Omgekeerd zal het lichaam als wij te veel eten, dit teveel aan potentiële energie in de vorm van vet opslaan.
Iets aan vet is noodzakelijk om te helpen het lichaam warm te houden, alsook om zekere vitale organen zoals de nieren te beschermen. Het is het teveel aan vet dat te maken heeft met de problemen die wij hierboven hebben genoemd.
Sommige mensen die stevige eters zijn en toch niet in gewicht toenemen, schijnen van nature een hogere snelheid van metabolisme te hebben. In zekere gevallen kan zwaarlijvigheid het gevolg zijn van een stofwisselingssnelheid die erg laag is. Men moet echter ervoor oppassen dit niet te snel als reden voor vetzucht aan te voeren. Dr. Judith Rodin, een psychologe die verbonden is aan de Yale universiteit, verklaart: „De vetzuchtlijder met een extreem laag metabolisme is een zeldzaamheid. Achtennegentig percent van de huisvrouwen die zeggen dat zij niet kunnen vermageren omdat zij een laag metabolisme hebben, vergist zich.”
Problemen in het geval van zuigelingen
Mensen uiten zich vaak prijzend over dikke baby’s. Toch wordt beweerd dat ten minste een derde van alle baby’s in de westerse wereld te zwaar is, tenminste gedurende hun eerste levensjaar. Waarom is dit zo? Eenvoudig omdat baby’s niet in staat zijn zelf hun voedselopname te reguleren, en vele ouders — met de beste bedoelingen — hun te veel zullen geven.
Doet het ertoe als een baby tijdens zijn eerste jaar of zo te zwaar is? Ja! Sommige eminente kinderartsen houden vol dat een dergelijke vetzucht in de beginjaren ertoe leidt dat de vetcellen van het lichaam zowel in grootte als in aantal toenemen. Dit betekent, zo zeggen zij, dat het kind er de rest van zijn leven de grootste moeite mee zal hebben om slank te blijven.
Als een tegenmiddel tegen vetzucht bij baby’s wordt door velen meer borstvoeding aanbevolen. Bovendien heeft de British Nutrition Foundation er al lang voor geijverd dat men niet te snel overgaat op vast voedsel (vooral graan) aangezien dat schadelijk kan zijn voor baby’s. Op verpakkingen van babyvoedsel in Engeland staat nu het advies te lezen dat het eerste overgangsvoedsel gewoonlijk niet eerder dan op de leeftijd van vier tot zes maanden nodig is. Dit stelt de baby in staat zijn metabolisme op het juiste niveau in te stellen.
Ons lichaam gezond houden is iets wat wij allemaal graag willen. Zoals wij hebben gezien, hangt daarbij veel af van de hoeveelheid en kwaliteit van het voedsel dat wij geregeld tot ons nemen. In de meeste gevallen kan vetzucht vermeden worden. Maar hoe staat het met verhelpen?
[Inzet op blz. 6]
’Een te groot lichaamsgewicht kan te wijten zijn aan een onvermogen van het lichaam om vloeistoffen op juiste wijze uit te scheiden.’
[Inzet op blz. 7]
’Een verstoring van het hormonale evenwicht en erfelijke factoren kunnen eveneens een rol spelen wanneer iemand te dik is.’
[Inzet op blz. 7]
’Meestal wordt gewoon de behoefte van het lichaam aan calorieën overtroffen door het totale calorieëngebruik.’