Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g80 22/5 blz. 21-24
  • Wat zijn de bezwaren tegen kernenergie?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wat zijn de bezwaren tegen kernenergie?
  • Ontwaakt! 1980
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Bezwaren tegen kernenergie
  • Tot wanneer zijn de uraniumreserves toereikend?
  • Is kernenergie de oplossing?
    Ontwaakt! 1973
  • De toekomst van de kernenergie
    Ontwaakt! 1973
  • Energie in overvloed
    Ontwaakt! 1974
  • De nucleaire dreiging — Eindelijk voorbij?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1994
Meer weergeven
Ontwaakt! 1980
g80 22/5 blz. 21-24

Wat zijn de bezwaren tegen kernenergie?

HET eerste wereldkundig gemaakte vrijkomen van atoomenergie in de ontploffingen boven Hirosjima en Nagasaki sloeg de wereld met verbijstering. Maar toen de mensen geleidelijk van de schok en afschuw bekwamen, vielen er ook verzekeringen te beluisteren die hun geweten in slaap konden sussen. Atoomenergie had niet alleen maar slechte kanten. Ze kon ook onder controle gehouden en in nuttige banen geleid worden.

De eerste rapporten wakkerden zelfs de hoop aan dat de uit splijting van uranium geproduceerde energie wel eens de definitieve oplossing van het energievraagstuk zou kunnen zijn. Uranium was weliswaar duurder dan steenkool of olie, maar er ligt het miljoenvoudige aan energie in opgesloten, waarmee het iedere andere energiebron die de mens ooit had gekend, verre overschaduwt. De brandstof waarmee de atoomovens gestookt zouden worden, zou zo goed als niets kosten. Was de reactor eenmaal gebouwd en aangesloten op de elektrische turbines, dan zouden de elektriciteitskosten praktisch nihil zijn!

Helaas! Dit zo behaaglijke toekomstbeeld van gratis energie vervaagde bij een nadere beschouwing. De eerste ontnuchtering was het besef dat minder dan één percent van het uranium (namelijk de isotoop U-235) aan de kettingreactie kan deelnemen. En wil men een concentratie verkrijgen die hoog genoeg is om het nucleaire vuur brandende te houden, dan moet de zwaardere isotoop U-238 zoveel mogelijk uit het mengsel gescheiden worden. Deze ’verrijking’ is een moeilijke en kostbare bewerking, en een aanzienlijk deel van de energie die verkregen wordt uit het splijten van U-235, is dan steeds opgesoupeerd aan deze isotopenscheiding.

Toen kwamen wij meer te weten over de neutronen die ervoor zorgen dat de reactie zich door de nucleaire brandstof voortplant. Ze hebben weinig gemeen met de vertrouwde vlammetjes die in een kachel van het ene kooltje naar het andere overspringen. Bij kernsplitsing maken de uit de splijtende atomen vrijkomende neutronen de nucleaire brandstof, de reactor en alles wat zich erin of eromheen bevindt, gevaarlijk radioactief. Derhalve moet het hele reactorvat omgeven zijn door dikke afschermwanden en het hele systeem moet met mechanische hulpmiddelen op afstand bediend kunnen worden. Wat zich daarbinnen afspeelt, is heel wat beangstigender dan een vuur, omdat de doordringende, onzichtbare stralen ons dodelijke brandwonden kunnen bezorgen zonder dat wij het weten.

Verder is het toch een delicate zaak om de reactie in de hand te houden. Een kernreactor is geen kernbom, maar als de reactie zich ongeremd mag voortzetten, zou het niet denkbeeldig zijn dat de beschermende wanden smelten, de inhoud van de reactor naar buiten komt en dodelijke radioactieve afvalstoffen in de omgeving terechtkomen. Om dit te voorkomen zijn ingewikkelde en kostbare veiligheidsvoorzieningen en een permanent, deskundig toezicht nodig. En daar komt dan nog bij dat het uranium geen brandstof is die volledig tot as verbrandt. Naarmate het verder wordt verspleten, beginnen de na de splijting overblijvende stoffen een steeds groter deel van de door het uranium gevormde neutronen te absorberen en hierdoor stopt de kettingreactie. Lang voordat de brandstof verbruikt is, moet ze verwijderd en door nieuw uranium-235 vervangen worden.

Bovendien kan men zich niet zo eenvoudig van de verbruikte brandstof ontdoen als in het geval van houtas, die men in zijn tuin kan strooien. Het nucleaire afval is enorm radioactief en moet nog lang nadat het uit de reactor is gehaald, met grote zorg worden opgeslagen. Enkele van de meest radioactieve elementen in de splijtingsprodukten blijven eeuwenlang radioactief. Er is veel te veel van dit afval om het in de riolen of zelfs in de oceaan te lozen. Evenmin is het veilig het daar te begraven waar het met het grondwater in contact zou kunnen komen. Tot nu toe wordt het grootste deel van het radioactieve afval in bewaakte opslagplaatsen bewaard, in afwachting van iemand die een antwoord weet te bedenken op de vraag wat ermee gedaan moet worden.

Elk van deze complicaties brengt weer nieuwe hoge kosten met zich, zodat van al die besparingen ten gevolge van de „gratis” brandstof het grootste deel al is opgesoupeerd voordat er ook maar enige elektriciteit aan het hoogspanningsnet is geleverd. Ondanks deze nadelen is de toepassing van kernenergie krachtig gestimuleerd en is ze een vast bestanddeel van de dagelijkse energievoorziening in veel landen geworden.

Sommige economische analyses wijzen uit dat in kerncentrales opgewekte elektriciteit nog altijd duurder is dan die welke in kolen- of oliegestookte centrales wordt opgewekt, en dat ze thans slechts vaste voet heeft gekregen door de hulp van regeringssubsidies die niet ten laste zijn gekomen van de energiebedrijven. Aan de andere kant heeft het nutsbedrijf dat Chicago van elektriciteit voorziet, een kostenberekening gepubliceerd om aan te tonen dat kerncentrales hun verbruikers miljoenen dollars besparen. Zij krijgen reeds 42 percent van hun elektriciteit van het atoom en de plannen zijn dit tegen 1985 verhoogd te hebben tot 65 percent.

Bezwaren tegen kernenergie

Het gebruik van kernenergie stuit op steeds meer tegenstand. De groeiende bergen radioactief afval zijn thans een reden tot werkelijke bezorgdheid; niemand wil het in de buurt van zijn woonplaats opgeslagen hebben. En dan is er ook nog de nooit helemaal verdwijnende ongerustheid dat een kerncentrale op de een of andere manier zou kunnen exploderen en haar radioactiviteit in de omgeving zou kunnen verspreiden waardoor miljoenen mensen eraan blootgesteld zouden kunnen worden. Een dergelijke explosie heeft nooit plaatsgevonden, maar niemand kan voor 100 procent garanderen dat het nooit zal gebeuren.

Protestmarsen en gerechtelijke stappen vertragen de bouw van centrales. Ten einde de protesteerders tevreden te stellen verbinden regeringsinstellingen steeds zwaardere eisen aan vergunningen voor nieuwe centrales.

Tijdens het recente ongeluk in een kerncentrale bij Harrisburg in de Amerikaanse staat Pennsylvania werd de vrees voor het exploderen van een kerncentrale zo hoog opgezweept dat de hele natie erover in beroering was. De reactor werd onbestuurbaar toen enkele kleppen en instrumenten die nodig waren voor het regelen van het koelwatersysteem van de reactorkern, het lieten afweten. Verscheidene dagen was er evenveel kans dat de reactor oververhit zou raken en zou smelten, als dat het waterstofgas dat zich boven in het reactorvat verzamelde, de reactor zou laten ontploffen. Het gebouw dat de reactor omsloot, was zo ontworpen dat het in beide gevallen de radioactieve stoffen niet mocht laten ontsnappen. Maar als dat eveneens zou falen, zou het niet ondenkbaar zijn dat duizenden mensen in de buurt zouden sterven. Veel inwoners vertrouwden liever niet op de verzekeringen van officiële zijde en trokken weg totdat de crisis achter de rug was.

Ten slotte werd het gevaar afgewend zonder dat iemand ernstiger letsel opliep of aan meer straling werd blootgesteld dan normaal bij medisch gebruik van röntgenstralen het geval zou zijn, maar de krachtcentrale was verloren gegaan. Het kan wel eens evenveel kosten om hem schoon te maken en te herstellen, als om een nieuwe te bouwen.

Hoewel het gevaar in veel persverslagen werd overdreven — één verslaggever zei: „Wij hadden bijna Pennsylvania verloren” — bestaat er geen twijfel over dat het ongeluk degenen die bezwaren hebben tegen kernenergie, in de kaart heeft gespeeld. Het geroep om sluiting van de kerncentrales schijnt veeleer ingegeven te worden door het gevoel dan door het verstand. Vergelijken wij dit gevaar met andere gevaren die als een deel van het leven van alledag worden aanvaard, dan lijkt het bijna in het niet te verzinken.

Bijvoorbeeld, automobilisten blijven harder rijden dan wettelijk is toegestaan, hoewel zij weten dat hierdoor dit jaar in de VS ruim 8000 mensen meer zullen sterven dan als zij de snelheidsbeperking in acht zouden nemen. Een nog erger voorbeeld: aangemoedigd door de alomtegenwoordige reclame en ondersteund door regeringssubsidies blijven mensen sigaretten roken, hoewel 80.000 personen in de VS dit jaar als gevolg hiervan aan longkanker zullen overlijden.

In tegenstelling daarmee werd zelfs bij het ergste ongeluk in de geschiedenis van de kernenergie niemand gedood, noch liep iemand letsel op. Toch zijn er mensen die eisen dat alle kerncentrales worden gesloten. Ongetwijfeld draagt de verraderlijke aard van het letsel dat iemand ten gevolge van onzichtbare straling zou kunnen oplopen, bij tot de emotionele aard van de bezwaren. Niettemin is dit gevoel beslist een factor waarmee rekening gehouden moet worden, en het zal de autoriteiten ertoe bewegen minder vaart achter het bouwen van kerncentrales te zetten en zwaardere eisen te stellen aan de beveiligingsmaatregelen. Dit alles zal ertoe leiden dat energie nog duurder wordt.

Tot wanneer zijn de uraniumreserves toereikend?

Nog een remmende factor voor de groei van kerncentrales is het feit dat de uraniumvoorraden niet onbeperkt zijn. Als men de plannen om de huidige capaciteit tegen 1985 verdubbeld te hebben, verwezenlijkt, zullen de VS vóór het jaar 2000 door hun voorraden heen raken.

Er is echter een manier om de huidige voorraad aanzienlijk te vergroten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het feit dat tijdens de versplijting van uranium-235, uranium-238 in plutonium wordt omgezet. Dit plutonium kan langs chemische weg van de verbruikte nucleaire brandstof worden gescheiden, en het blijkt een zelfs nog betere energiebron te zijn dan het U-235. In reactoren die plutonium als splijtstof gebruiken, is het mogelijk sneller opnieuw plutonium uit U-238 te laten ontstaan dan dat er plutonium wordt verbruikt, zodat ten slotte bijna al het uranium bruikbaar wordt, en niet slechts een fractie van één percent.

Maar er bestaat een gevaar dat als een onheilspellende wolk zijn schaduw werpt over alle huidige en toekomstige programma’s. Hetzelfde uranium dat in krachtcentrales wordt gebruikt, kan ook worden aangewend voor de vervaardiging van bommen. Om deze reden hebben regeringen een strikt monopolie gehandhaafd voor installaties die dienen om uranium te verrijken, en houden ze nauwkeurig bij waar de produkten heen gaan. Desondanks is het, wanneer deze stof in kerncentrales wordt gebruikt, te allen tijde mogelijk na verloop van tijd voldoende plutonium te verzamelen om een kernbom te maken. Dit werd bijvoorbeeld door India gedaan, tot grote consternatie van de Canadezen, die hen hadden geholpen hun kernreactor te bouwen. Het probleem zal zelfs nog actueler worden wanneer plutonium als brandstof wordt geleverd. Om deze redenen zijn sommige politieke leiders gekant tegen de ontwikkeling van de kweekreactor.

Veel geleerden hebben hun hoop gesteld op een andere manier om energie uit het atoom te winnen. Deze is niet gebaseerd op de energie die vrijkomt bij het splijten van een zwaar atoom in twee lichtere atomen, maar op de energie die vrijkomt bij de fusie, of samensmelting van waterstof, het lichtste element, tot helium. Dit is de kernreactie die in de zon plaatsvindt. In tegenstelling tot de beperkte voorraad uranium, en zelfs de veel grotere voorraad kolen, is de hoeveelheid beschikbare waterstof zo kolossaal als de oceanen. Indien dit zou kunnen worden toegepast, zou daardoor dan niet ’s mensen energieprobleem voor altijd zijn opgelost? Een artikel over dit onderwerp zal in een volgende uitgave van Ontwaakt! verschijnen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen